is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 14, 30-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen om ethnologische veroveringen te bewerken? Daarenboven is de typering: „opgelost Polen” een weeë goedpraterij van een afzichtelijke werkelijkheid. Het opstel vertelt de godsdienstige geschiedenis van de Duitse minderheden in Polen en vervolgt dan:

In Posen Fomerellen was het aantal volksduitsers in 1931: 300.000. Deze behoorden merendeels tot de evangelische kerk. Maar zowel Roomsen als Protestanten vermeldt Grentrup prijzend, wisten hun Duits karakter ijverig te beschermen in de kerkelijke gemeenschap.

In Oost-Boven-Sïlezië was het merendeel der 300.000 Duitsers Katholiek. Hier was het gebied der Poolse opstandelingen (bedoeld is de losscheuring bij het Verdrag van Versailles) en daarom was hier ook het kerkelijk leven der R.-Katholieke Duitsers bijzonder rijk aan spanningen. Bittere klachten golden ook de beïnvloeding der Duitse kerkdienst door de Polen, maar nergens was ook het verweer schitterender. _ ,

In Galicië groeide het jonge „Deutschtum” op heerlijke wijze tot 56000 inwoners, waarvan 31000 evangelisch en 25000 katholiek. Met nadruk wordt het geboortecijfer naar voren gebracht: 46 op de 1000. Hier maakte zich vooral het Protestantisme verdienstelijk voor het Duitse volk. Het Katholieke deel werd tegengewerkt. Ook over andere provincies, waar niet zo talrijke Duitsers wonen, wordt nog verteld van de verdiensten der kerken voor het behoud en de groei van het ~Deutschtum”. Het artikel sluit met een optimistisch woord over de nieuwe gebeurtenissen in het Oosten en wijst nog eens (hoe slaafs!) op de grote verdiensten van de kerk voor het onderhoud en bevordering van de Duitse geest. Men zou wel eens aan Professor Grentrup, die Rooms geestelijke is, willen vragen: wat hij voor zijn kerk verwacht van het Duitse en Russische régime. De Poolse staat heeft misschien de Duitse minderheden onderdrukt, maar niet de kerk vervolgd. En wat zal er nu in deze Poolse streken met de Poolse meerder-

heden geschieden? Vervolgens werpen zulke berichten een zonderling licht op de veel geprezen eenheid der moederkerk. Waren de Poolse bisschepen dan destijds doof voor de klachten van hun Duitse onderdanen?

Het is een triest verhaal en Grentrup deed e’- beter het zwijgen toe. Maar het is met dergelijke artikels, dat een tijdschrift in Duitsland de toestemming verdient om nog te mogen

verschijnen.

Dienstweigering in Engeland

Volgens een mededeling in het Lagerhuis op 9 November opgenomen in Peace News van 17 November zijn er in Engeland tot 31 October voorlopig als CO’s (Conscientious Objectors) geregistreerd 9526; door rechtbanken werden 1042 gevallen beslist; en werden 68 beroepen van CO’s ontvangen. Volgens een antwoord van den Minister van Arbeid op een hem in het Lagerhuis gestelde vraag oefenen over het algem.een de rechters, die de gevallen van dienstweigering te onderzoeken hebben naar de oprechtheid van overtuiging der gewetensbezwaarden hun ambt op eerlijk rechtskundige wijze uit. Van enkelen wordt echter door den schrijver in Peace News gezegd, dat zij met vooropstelling van hun eigen tegengestelde mening ondervragen. Eén rechtbank wordt speciaal gesignaleerd als bepaald unfair; hier wordt b.v. de onbekwaamheid om de overtuiging tot logische uitdrukking te brengen in een debat met bekwamere en slimmere ondervragers, als gemis aan gewetensovertuiging aangerekend. 111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111l

Abonneert U op

Tijd en Taak

Het teken des Duivels

die aldus het Christendom inroepen tegen de gerechtigheid.” Prof. Huizinga in „Neutraliteit en vrijheid, waarheid en beschaving”.

De foto, waarmee ik u hierbij kennis laat maken, is die van een kenteken, waarmee de vliegtuigen van zeker oorlogseskader bij wijze van symbool versierd zijn. De voorstelling is wel-geslaagd, ook als men het er niet bijvertelt, zult ge er onmiddellijk den duivel in herkennen.

En nu is dat duivelse kenteken niet maar een toevalligheid en het is evenmin alleen maar de soldateske scherts van overmoedige piloten. Neen, deze duivel is een alleszins openhartig-eerlijke peZoo/sbelijdenis. Wie die bewering van schrijver dezes te stout of overdreven moge vinden, zij bij dezen verwezen naar het prachtige, zo juist verschenen boekje van den ook in onze kringen bekenden Hermann Steinhausen: ~Die Rolle des Bösen in der Weltgeschichte”‘) en meer speciaal naar wat deze daarin vertelt over de zeer concrete vorm, die het program van Het Kwade heden ten dage in de nationaal-socialistische gedachten- èn daden-wereld aanneemt. „De bommen, die in Polen op hospitalen en kindertehuizen gevallen zijn, zijn niet maar bij toeval omlaag gevallen, omdat zij aan de wet der zwaartekracht gehoorzaamden, doch zij zijn neergesmeten door mensen wier hersens van te voren in een zeer bepaalde relatie tot Het Kwade gebracht zijn.”

U moet dat boekje van Steinhausen verder zelf maar lezen, om dan voortaan als ge ’t al niet deed overtuigd te zijn van de zeer duidelijke openbaring heden ten dage van een boze oerkracht, die wij gerustelijk de geenszins verouderde naam des Duivels mogen geven. Slechts één kort citaat om te verduidelijken wat Steinhausen bedoelt:

boze oerKracnt, aie wij gerusueiijjs. uc bcchozins verouderde naam des Duivels mogen geven. Slechts één kort citaat om te verduidelijken wat Steinhausen bedoelt: „Nog aarzelt de moderne mens om de even raadselachtige als gruwelijke krachten bij hun naam te noemen, die al de hoop en verwachting vernietigen, die hem eens bezielden. Hij zal niet lang meer aarzelen. Misschien zal het begrip van het Goede nog lange tijd voor hem versluierd blijven, maar zonder het begrip van het Boze zal hij, de overrompelde getuige van een tweede wereldbrand, er niet lang meer uit kunnen komen. Nog is de Godheid in wolken verhuld, maar den Duivel zullen spoedig alle ogen zien.”

De lezer vergunne schrijver dezes heden eens van de hak op de tak te springen. En dus van het gefotografeerde duiveisymbooi via Steinhausen naar de Amsterdamse Apoiio-hai. Daar werd op de eerste dag dezer Decembermaand de nationale demonstratie voor geestelijke en morele herbewapening gehouden. In haar glimlachend-zalige zelfverzekerdheid was deze bijeenkomst van goedbedoelende braven hopelijk voor méér toevallige aanwezigen dan schrijver dezes een bron van maar waartoe inroeien tegen de stroom, die langzamerhand ieder meevoert in willoos waarderen van dit „reveil”...|

I Ben aantal getuigende podium-sprekers heeft cok op deze Oxford-bljeenkomst medegedeeld, dat de schuld aan de huidige oorlog die van het duivelsteken op de vliegmachines in hun hart en deszelfs slechtigheid gevonden moet worden. In het hart van de getuigende boerin uit Zeeuws-Vlaanderen en van den ge-

tuigenden beursheer uit Amsterdam dus.

Nu zij het ver van schrijver dezes de waarheid te loochenen van het allerlaatste en allerdiepste besef van ’s mensen medeschuldigheid, wilt ge: van zijn zondige staat. Als in de Matthaeus-passion het koor klaagt: „Ich bin’s, ich sollte büssen ”, dan spreekt daarin de Christelijke mens de biecht uit, die aan zijn verlossing vooraf heeft te gaan.

Maar dat alles is iets anders dan het goedig getuigenis van de Oxford-napraters, die de een voor de ander na tot het „inzicht” gekomen zijn, dat de oorlog er niet geweest zou zijn, als ieder maar, gelijk zij, volgens het Buchmanrecept zijn leven ingericht zou hebben ...

Schrijver dezes is verheugd, dat hij niet de enige is, die tegen deze ondiep-vrome op-deborst-klopperij een brutaal; neen! zou willen laten horen. In een Zeister weekblad moet de voormalige burgemeester van Zeist naar aanleiding van een getuigenisavond aldaar, waar óók al een aantal lieden de schuld aan de oorlog met een even groots als oppervlakkig gebaar op zich namen, een nuchter ingezonden stuk geschreven hebben, waarin hij te kennen gaf, dat hij voor zich er aan hechtte om mede te delen, dat hij zich voor de huidige oorlog nu eens niet aansprakelijk stelde.

Gelukkig! Eindelijk eens iemand, die uit de toon valt. En nu zal men tegenover zo’n „oppervlakkig” man als dezen oud-burgemeester wel dierbaar-verontwaardigd doen, maar het is goed, dat dit geluid óók eens vernomen werd. Om ’t duidelijk te stellen; wij moeten leren beseffen hoe ’n groot gevaar er in al die goedbedoelde zelfaanklachten schuilt. Dit gevaar: dat wij wat zich op het ogenblik op aarde afspeelt, herleiden tot een gebrek aan „Oxfordgeest”. Als alle mensen maar wat vriendelijker tegen elkaar waren en als we maar eerder met z’n honderd millioen Buchmanieten linea recta „naar God geluisterd” hadden, dan zou op aarde dezelfde zalig-glimlachende vrede geheerst hebben als die, welke nu in de Apollohal ten toongespreid werd Opgelost is het probleem! Weg is het vraagstuk ! I

Och vrienden! Leert eens wat ouderwetsapocalyptisch denken! Leert eens weer aan het allerlijfelijkst bestaan van den Duivel en den Anti-Christ geloven! Leert de mogelijkheid eens onder ogen zien, dat misschien de strijd die buiten uw veilige grenzen gestreden wordt, toch nog iets è,nders is dan een vechtpartij, die vermeden had kunnen worden, als men maar tijdig naar Buchman geluisterd had! Bekijkt de foto nog eens, en gij die vindt, dat ik „uit de toon” viel, vergeeft mij Joh. Winkler,

‘) Uitgegeven in de serie ..Ausblicke”, waarin de uitgever Bermann—Pischer te Stockholm ook Pritz Heinemann, Huizinga, Huxley, Thomas Mann enz. aan het woord liet.

boekbesprekin g

Hugh P. Vowles, De Oekraine. Geschiedenis van het land en zijn bevolking. Bewerkt door J. B. Th. Spaan. Van Holkema en Warendorf N.V. Amsterdam 1939. 197 blz. ƒ2.25—ƒ2.90.

De Oekraine! Een veelomstreden en veelbesproken gebied. Een gebied ook, waarvan de werkelijke kennis bii de meesten onzer niet al te groot zal zijn naar ik vermoed. Aanvulling is wel gewenst, vooral nu de edelmoedige „bescherming van de Oekrainse minderheid in Oost-Polen” door Rusland, dit deel van Europa een ogenblik in de algemene aandacht heeft geplaatst. Vowles’ boek krijgt daardoor, naar de bewerker terecht opmerkt, een „sombere actualiteit.”

. , De auteur, die lange tijd in de Oekraïne heeft p-ewoond geeft in de eerste hoofdstukken een beschrijving van land en volk; de economische gesteldheid, de sociale verhoudingen, godsdienst, taal en literatuur komen daarbij ter sprake. Daarnaast wordt aan de hand van een overvloed, om niet te zeggen overdaad, van historische gegevens, de lijdensweg van het Oekrainse volk geschetst. Als men geleid door deze bekwame gids de loop der gebeurtenissen tot in de noodlottige Septembermaand van dit jaar heeft gevolgd, beseft men eerst recht hoe geweldig moeilijk de problernen in deze hoek van ons werelddeei zijn. Een register en een kaartje verhogen de bruikbaarheid van dh boek, dat welkom zal zijn bij ieder, die de ontwikkeling van Oost-Europa met belangstelling volgt; D. J. W.