is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 17, 20-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt, dat er in een volk dikwijls verschillende groepen bestaan, wier „eer”-opvatting geenszins dezelfde is. In normale tijden en in een democratie zal meestal de grootste gemene deler van de eer-opvattingen der verschillende groepen tot uitdrukking komen in het staatsbeleid, al zal de invloed van de verschillende volksgroepen daarop verschillend zijn naar gelang van hun machtspositie. In oorlogstijd echter en vooral wanneer de staat werkelijk in doodsgevaar is, ligt het beleid geheel of grotendeels in handen van het leger. In feite is dan dus het eerbesef van de opperste militaire leiding richtsnoer bij de bepaling tot hoever verzet zal worden geboden. Het is bekend, dat juist bij deze kaste-achtige groep van hoge militairen vaak een zeer specifieke eeropvatting bestaat, die tot krampachtige heldhaftigheid leidt. Als men daèir zegt dat de „eer” noopt tot het volhouden van een verzet, dat de burgerbevolking aan de gruwelijkste ellende blootstelt, past ons tenminste enige voorzichtigheid.

Een tweede conclusie, die men kan trekken uit het karakter van de eer als iets, dat een compensatie moet bieden voor een innerlijk gevoeld tekort is, dat de „eer van een volk” des te sterker tot physiek geweld en tot bloedig verweer ook in hopeloze gevallen zal dwingen, naarmate de morele weerstand tegen een eventuele overweldiger geringer zal zijn. Hoe sterker een volk zich innerlijk verbonden voelt en hoe sterker het besef is van de gezamenlijke binnenlandse taak of van de gezamenlijke geestelijke en zedelijke roeping in de samenleving der volkeren, hoe geringer de behoefte zal zijn om het recht op eigen bestaan naar binnen en naar buiten aan te tonen door een wanhopige opoffering van mensenlevens. Dan zal een volk andere wegen weten te vinden om zich geestelijk te handhaven en om den overweldiger te tonen, dat hij zich aan vreemd volksleven vergrijpt.

Dit alles wil alleen zeggen, dat men de vraag of de eer van een volk noodzaakt tot verzet tot het bittere einde niet zonder meer en zeker niet voor alle volkeren tegelijk kan beantwoorden. De eer houdt voor elk volk lets anders In, afhankelijk van historische Idealen en psychische geaardheid. In het bijzonder Is hier niet bedoeld te zeggen, dat het verzet geboden bij de verdediging van Warschau, ongeoorloofd zou zijn geweest. Ik mis de gegevens dat te beoordelen. Maar wel Is vast te stellen, dat de „overgave” van Tsjecho-Slowaklje door Hacha zeker niet noodzakelijk een fout of een verraad van de eer behoeft te zijn geweest zoals dr. Van Blankensteln suggereerde. Er zijn genoeg aanwijzingen, dat het Tsjechische volk, het, om Innerlijk ~zichzelf” te blijven en zijn, zelfrespect onaangetast te houden, niet nodig heeft gehad om Praag te laten vernietigen.

Natuurlijk Is met het bovenstaande niet alles gezegd. Maar de lezers zullen er zonder twijfel hun gedachten verder over laten gaan.

JAN F. DE JONGH.

De Openbare School

In ..Tüd en Taak” van 6 Januari heeft ds. Ruitenberg de voorstanders van openbaar onderwijs de raad gegeven de grondslagen van de openbare school „door te denken”.

Hijzelf heeft dat blijkbaar gedaan en zal ongetwijfeld bereid zijn anderen daarbij te helpen.

Art. 42 van de Wet op het L.O. verlangt van ons openbare onderwijzers, dat wij onze leerlingen opleiden tot „alle Christelijke en maatschappelijke deugden” en ons daarbij onthouden van „iets te leren, te doen, of toe te laten, dat strijdig is met de eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden”. Een en ander 'S in overeenstemming met art. 195 van de grondwet.

Hier liggen dus de grondslagen van het openbaar onderwijs open en bloot. Minister Bolkeste’n heeft ze in een nadere verklaring van zijn Utrechtse rede in de Tweede Kamer genoemd „zeer positief van inhoud”.

Hoe ik nu ook „doordenk”, ik kan niet tot de slotsom komen, dat er aan deze grondslagen iets veranderd moet worden. Men wil mij nu een woord opdringen: christelijk-humanistisch. Maar aan eei woord heb ik niet genoeg. Men moet mij duidelijk maken, in hoeverre en in welke mate christelijkhumanistisch verschilt van de mentaliteit, d'e besloten rgt in de opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden. En daarbij heb ik nu de hulp van ds. Ruitenberg nodig. Ik schaam mij niet, dat openlijk te erkennen. Het is mij trouwens

bekend, dat velen met dit probleem geen weg weten.

Zou ds. Ruitenberg zo vriendelijk willen zijn, ons zijn christelijk-humanisme zodanig te preciseren, dat ons het verschil met de huidige wettelijke formulering van de aard van het openbaar onderwijs duidelijk wordt? P. SCHAFT

Zonder het gevaar van apodictisch te spreken, kan ik hier in enige zinnen niet antwoorden. Mijn bedoeling met het artikel was deze: de huidige Openbare School is krachtens zijn oorsprong en zijn bedoeling christelijk-humanistisch. Als bewijs voor d'.e stelling zou ik art. 42 van de Wet op het L.O. willen aanhalen. De Inzender heeft gelijk, en ik heb ook niet anders willen zeggen: daar liggen de christelijk-humanistische grondslagen open en bloot.

Maar dat erkennende, zal men zich thans moeten af vragen, wat dit voor deze tijd betekent. Het christelijk-humanisme is een stroming, die z'ch (als alle stromingen) in elke situatie duidelijk moet maken, waar het staat en wat het wil. Indien wij steeds vechten voor de O.S. als „staatsschool”, dan komen wij aan die doordenking en toepassing voor het onderwijs niet toe. De Inzender vraagt tenslotte, wat christelijk-humanisme inhoudt. Het antwoord moet zijn: eikenning van den mens als een vol wezen, echter niet als zodanig, maar als schepsel van God, die ons in Christus Zijn liefde en Zijn bedoeling toont. De consequenties daarvan voor het onderwijs moeten hier onbesproken blijven.

L. H. R.

Verenigingsleven

R.S.C. Amsterdam

Enkele leden waren zo vriendelijk hun contributie op onze giro-rekening te storten: Mogen wij de anderen verzoeken dit voorbeeld te volgen? Hiermede besparen zij zich de incasso-kosten en ons werk wordt daarmede verlicht. Het Gemeentegiro is R 1168, Rel -Soc. Gemeenschap, p. adres mej. W. G. Koster, Zulder Amstellaan 11.

Mocht vóór 15 Februari de verschuldigde contributie nog niet voldaan zijn, dan wordt na die datum per post-kwitantie geïnd, verhoogd met Incassokosten. Wij rekenen op aller medewerking.

Bij voorbaat dank.

Indien men zich omgaande nog opgeeft voor de cursus van Dr. W. Banning aan den secretaris A. BUIJS, Sperwerlaan 38, bestaat er nog gelegenheid om deel te nemen aan deze cursus. Maar dan dient men het direct te doen. Zoals bekend spreekt dr. Banning over „De geestelijke inhoud van het socialisme: vroeger-nu-straks”, op de data 25 Jan., 8 en 22 Febr. en 7 Maart. Plaats van samenkomen: ~Het Anker”, Prins Hendrikkade 142.

R.S.C. Deventer

Onze Kerstbijeenkomst in de Doopsgezinde kerk is goed geslaagd en de belangstellenden luisterden naar de mooie propagandarede van ds. J. L. Faber.

De organist van de kerk speelde na afloop der rede o.a. het mooie Morgenrood.

Op 11 Jan. 1.1. hadden wij een vergadering, die zeer goed bezocht was. Als bijdrage gaf ons l:d de heer Bosch een aardige uiteenzetting over geestelijke en morele herbewapening met verschillende voorbeelden verduidelijkt. Dit was het begin van ons interne werk deze winter. Verschillende leden gaven zich op om hoofdstukken uit dr. Banning’s nieuwste boek „Een weg opwaarts” te bespreken. Hiervoor werden door de afd. twee exempl besteid. Wij verwachten veel belangstelling voor deze avonden. Leden, brengt vrienden en kennisen mee.

R.S.C. Croningen

Zondag 21 Jan., 10.30, spreekt voor onze gemeenschap, in het C.J.M.V.-gebouw. Spilsluizen 9: Ds. J. Rijks van Roubaix.

R.S.C. Rotterdam

Eerstens hopen wij elkaar te ontmoeten op 25 Jan. in „Ons Huis”, Gouvernestraat 133, waar mevrouw Wieke Ploegsma—Bentum voor ons zal spreken over: „Jeugdzorg”. Declamatie en samenzang zullen verder de avond vullen. Leden, bezoekers van Internaten en verdere belangstellenden zijn hartelijk welkom!

Als vervolg op de cursus van ds. Gorter over ..Grote figuren uit den Bijbel”, zal nu gedurende drie avonden 2 en 16 Februari en 1 Maart ds. Houtgast uit Dordrecht spreken over: de figuur Jezus Christus. Wij komen daarvoor samen in „Ons Huis”, Gouvernestraat 133, ’s avonds 8 uur. Het cursusgeld bedraagt 25 cent ineens of 10 cent per avond. Opgave hiervoor uiterlijk 31 Jan. bij J Krul Bulsing—v. Heusdestraat 9. telef. 37535. Het ligt in ons voornemen begin Maart gezamenlijk het boek te bespreken: „Een weg opwaarts” van dr. W. Banning, dat handelt over de nieuwe oorlog en de n'euwe vrede. Het boek kost ƒ 1.75 (aanschaffing niet verplicht). Voor deze cursus zal de prijs zo laag mogelijk gesteld worden, terwijl op 25 en 26 Mei hieraan een weekeinde te Bentveld verbonden is.

R.S.C. Brantgum—Waaxens—Holwerd

Op Woensdag 3 Jan. hielden we een bijeenkomst waar door onze voorz. ds. Oosten een inleiding werd gehouden over „de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers.”

Op deze avond namen we afscheid van ds. en mevr. Oosten, die wegens hun vertrek naar Havelte onze groep gingen verlaten. Dit afscheid viel ons niet gemakkelijk; wij mochten hen tot onze beste vrienden rekenen, en aan de bekwame leiding en niet minder de talrijke inleidingen door onze voorzitter gehouden, was het voor een belangrijk deel te danken dat onze bijeenkomsten zo vruchtbaar waren.

Als blijk van waardering werd aan de voorz. aangeboden: „de Nihilistische Revolutie” van Rauschning.

Verder had er een verkiezing plaats van een nieuwe voorzitter en penningmeester. Als voorzitter werd gekozen Joh. Glas, als penningm. K. Sijtsma.

R.S.C. Utrecht

Op de bijeenkomst op Zondag 21 Jan. zal voor ons spreken ds. P. v. d. Veer van Amsterdam. Aanvang des avonds 7 uur. Het bestuur hoopt, dat de opkomst net zo goed zal zijn als op de bijeenkomst op 7 Jan. j.l.

Verder houden wij een cursusavond op Woensdag 24 Jan. des avonds 8.15 uur. Mevr. A. J. Wolthers—Arnolli zal dan spreken over het onderwerp „Naast de rode vaan het kruis!”

Beide bijeenkomsten vinden plaats in gebouw ~Harmonia”, Ambachtstraat 12.

Werldozen-internaten te Bentveld

In het komende voorjaar willen wij in Bentveld een drietal internaten organiseren met een bepaalde inhoud: alle lezingen n.l. zullen zich bezig houden met de situatie van het socialisme op dit openbiik in ons land en in Europa. De internaten staan onder leiding van dr. W. Banning, die alie lezingen verzorgt behalve die over het Plan-socialisme economisch. Voorlopig ziet het programma er als volgt uit;

Oud en Nieuw Socialisme. De Staatstheorie.

Klassenstrijd en democratie. Plansocialisme economisch. Socialisme en Christendom.

Verder een muziekavond en een avond aan de figuur en het werk van H. Roland Holst gewijd.

Als data zijn vastgesteld de week van 26 Pebr.— 2 Maart, 11—16 Maart, B—l38—13 April.

Het zou kunnen zijn, dat er onder onze lezers werklozen zijn of dat men werkloze makkers kent, die zich voor deze internaten die scholing bedoelen interesseren. Men kan dan schrijven aan het bekende adres: Bentveldsweg 5, Bentveld.

HULP IN DE HUISHOUDING

gezocht In gezin van drie volwassenen, waar de huisvrouw haar eigen werkkring heeft. Vakkennis vereist. Woonplaats In het Gooi. Brieven No. 6949, bureau van dit blad.

Het Vrijzinnig Christendom en onze tijd

Wie daarover boeken wil lezen, kan ze gratis en franco ter leen bekomen uit gelijke bibliotheken van:

Mej. VAN ECK, Pomona, Leiden; Mevr. LOMAN, Stadionkade 8 ", Amsterdam; Mevr. WESTHOFF, Vries (Dr.)

INHOUD: Blz. Macht der ideeën, W.B 1 Buitenland: De „Oslo”-staten op de proef, B. W. Schaper 2 David en Goliath, F. Kalma—Koops 3 Duitse volksaard 3 Binnenland: De mens en het huis; De staat niet de hoogste macht; Bedelen, dat niet nodig moest zijn; De Christelijke feestdagen goede dagen. J. A. Bruins 4 Ruzie om een plaatsje, M. H. v. d. Zeijde 5 Moraalhitsers, L. H. Ruitenberg 6 Zondagsschoolherinneringen, A. Hofstra 6 Franse lessen in democratie, René 7 Oorlogsgedachten, Jan F. de Jongh 7—B De openbare school. Ingezonden 8 Verenigingsleven 8