is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 18, 27-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■, I 11 lil C» I 1

Opluistering

In het laatste nummer van ~De Radiogids” verdedigt de secretaris van de V.A.R.A. zijn omroepvereniging tegen het verwijt, dat zij platvloersheden zou brengen en aan haar gehoor geestelijke bedwelmingsmiddelen zou toedienen. Hij doet dit naar aanleiding van een opmerking van den voorzitter der S.D.A.P. op een slecht bezochte Kerstvergadering van S.D.A.P. en Instituut, dat de zaal wel vol zou zijn geweest als men een jazz-band had laten optreden, waarbij hij ook een boze uitval op de radio deed. De V.A.R.A.-secretaris schrijft, dat deze vereniging wekelijks vele uren besteedt aan het brengen van ontwikkeling en opvoeding tot waardering der schoonheid. Men aan« vaart de noodzakelijkheid van een groot per-~ reiltage lichtere omroepstof.' zöals min noodzakeliikjiei4 groot percentage lichtere stof in het dagblad. "

we aanvaarden deze verdediging als juist. De I V.A.R.A. geeft in haar programma’s veel voor-I treffelijks en men neemt het een huisvrouw, die voortreffelijk kookt en smakelijke en voedzame spijs voorzet, niet kwalijk, dat ze ook eens met een liflafje komt zonder enige waarde dan de lekkere smaak. Wij zijn te weinig muzikaal ontwikkeld om over de waarde der jazzmuziek te oordelen; ze maakt op ons meestal y de indruk van muzikale clownerie en acrobatiek. Vaak gaat zulke band zich ook wel opzettelijk aan muzikale malligheden en koddigheden te buiten. We ergeren ons echter vaak aan de moppigheid der conferenciers en aan de inhoud der liedjes, die zij plegen te „plegen”. Oudbakken en taai zijn vooral hun grapjes op de vrouw en het huwelijk. Dat kon men een halve eeuw geleden precies zo horen in ’n cafèchantant. Verder wordt er veel koddigheid gegeven, waarbij men meegiert, al zit men moederziel alleen bij zijn luidspreker; maar die men liefst zo spoedig mogeiyk vergeet. Want bij nadenken en oordelen mist die koddighmd toch geheel de pittige smaak van de geestigheid; ’t is meest malligheid en flauwigheid. De nieuwe cultuur, die wij als socialisten nastreven, heeft ook te maken met amusement en ontspanning en ook de humor kan vetheid en verdiept worden. Overigens biedt de V.AlfesA. zoveel goeds, dat wii het weinige minderwaardige ér~in dé Kóóp bij toenemen. Ook is lang mët altijd hetTïchte enTücHtige, het amusante van haar programma’s minderwaardig.

In dit verband willen we echter een andere opmerking maken. Het publiek is al te zeer verzot op de radio als een soort kietelmachine, die hen aan het lachen, gieren en brullen brengt. Juist voor de lichte nummers van de programma’s is de belangstelling bijzonder groot. Bij het vaststellen van een datum vopr een huishoudêlijke hoorden we een bestuurslid zëggëö.: blijf ik altiJïïThïlis: wil ik naar de dames Snip en Snap en naar Pech luisteren! De lolligheid wint het bij velen van de ernst. Dat doet ook aan de socialistische beweging gelijk aan alle idealistische strevingen schade. Wie gaat nog naar een vergadering enkel met redevoe'rlngeni moeten het al sprekers van de 'eerste rang zijn en dan liefst sprekers, die hun kruiden met leuke uitvallen, rake spotternij \ en aardige moppen. We hoorden eens zulken \ spreker, die de zaal deed daveren van applaus 1 en gelach, zeggen: Ons volk zal geen zwarte of 1 bruine hemden gaan aantrekken; dat wiUen lonze vrouwen niet, die zijn te zindelijk en wil-Uen alleen maar witte hemden zien. Een groot deel van het publiek zal van het betoog tegen het nationaal socialisme weinig meegenomen

hebben, maar die hemdenmop vergeten zij niet.

Doordat het publiek teaÉlotte wat gaderd en gepraat geraakte, is men begonnenj de vergaderingen op te luisteren. De A.J.C. deed een fleurig dansje zien, er werd door een koortje gezongen, een muzieknummertje werd ten beste gegeven en declamatie ontbrak niet, waarbü men vaak het verschil tussen verhevenheid en hoogdravendheid kon opmerken. Men moet wel een kniesoor zijn, om bezwaar te maken tegen een weinig opluistering, mits ze bijzaak, franje blijft. Maar in vele vergaderingen is de opluistering hoofdzaak geworden en het ernstige woord, om de beweging te dienen, bijzaak. Meermalen is het ons gebeurd, dat wij voor vergaderingen van verschillende verenigingen als spreker voor een „feestelijke propagandaavond” gevraagd werden met de bepaling, niet langer dan een half uur, drie kwartier te spreken, want er viel zo’n lan| program af te werken. Er zijn vakorganisaties,[ die door het hele land heen schitterend ge-~T slaagde propagandaavonden houden; de zalen I zijn stampvol en de mensen komen van heinde I en ver. Wat een opleving van de strijdlust: l de geestdrift vlamt weer op; de geestelijke I malaise is spoedig overwonnen. Een reuzever- I gadering! De grote massa is echter gekomen I om de opluistering door kleinkunstenaars, \ waarbij zelfs een goochelaar en een telepaath niet ontbreken. Er wordt tussen een-actertjes ' en een komische voordracht ook een korte pro- | pagandarede gehouden. J

Dat men een vergadering aantrekkelijk maakt, is heel verstandig. Vooral als die opluistering niet het doel en ideaal en de gezindheden, die daarbij behoren, verduistert maar des te klaarder aan het licht brengt. Maar het succes van een pretavond met een kiein plaatsje voor de ernst van beweging en propaganda mag uiterlijk groot zijn, in wezen is het klein.

Het moet ons een feest zijn, voor ons idèhal te strijden, maar wij moeten van die strijd, geen feest maken. In elk geval moet de luister \ van muziek, voordracht, toneel enz. in overeen- \ stemming zijn met de luister van beweging en ideaal.

Vacantie met behoud van loon

De minister van Sociale Zaken heeft een voorontwerp van een wettelijke regeling van vacantie met behoud van loon aanhangig gemaakt. Er zullen nog wel verschillende Nederlanders bij die aankondiging denken; Moeten de arbeiders nou ook al vacantie hebben! Ze moesten blij zijn, als ze werk hadden. Wat zullen zij nu met vacantie doen? Een paar dagen omhangen en zich vervelen en de patroon moet het maar betalen!

Enkele groepen arbeiders hebben door een sterke organisatie in hun arbeidsovereenkomst met de werkgevers het recht op een jaarlijkse vacantie van een week met behoud van loon. Zij zijn zeer met dat recht ingenomen, genieten er van en zullen het niet m'eer prijsgeven. Een wettelijke regeling is echter nodig, omdat andere groepen te zwak georganiseerd zijn, om uit eigen kracht dit recht te krijgen. Bovendien is ze nodig, om een billijke gelijkheid te brengen tussen de werkgevers, die de vacantie wel geven en hen, die dit niet doen. Tegenover de meerdere uitgaven voor de werkgevers staat het voordeel van een hogere prestatie der arbeiders. Hetzelfde is ook gebleken bij verkorting van de arbeidsduur. De

vacantie moet vallen tussen 30 April en 1 October. De vacantieregeling, uit het bedrijfsleven opgekomen, kan blijven bestaan; ze kan zich nauwer aansluiten bij de behoeften van het betrokken bedrijf. De regeling wordt beperkt tot de arbeiders, werkzaam in fabrieken of werkplaatsen, winkels en kantoren. De landarbeiders vallen er dus nog buiten.

Dit zijn de voornaamste bepalingen van het voorontwerp. Binnen het raam van de technische wetsbepalingen zien wij de vreugde in en de behoefte aan vacantie. We denken hier bij aan een jongen Friesen arbeider, die in Frankrijk bij een boer werkt, maar geen vrij kon krijgen om zijn land en familie op te zoeken, totdat onder het ministerie Blum de vacantie wettelijk ook voor de landarbeiders geregeld werd. We denken aan timmerlui en anderen, die zo volop genieten van hun week vrijheid, om tochtjes te maken, op het water te zwerven, familie op te zoeken in de vacantie, die hun organisatie voor hen verkregen heeft. We denken aan een vasten boerenarbeider, die twaalf jaar lang alle dagen, ook des Zondags bij een boer gewerkt had en toen hij eindelijk om de veertien dagen een vrije Zondag kreeg, zich verveelde en de dag meest in zijn bed doorbracht, want hij kende niet de vrije tijd en was er verlegen mee; werken was hem tot een gewoonte en tweede natuur geworden; dat de mens meer dan werker is, had hij niet geleerd. Dat wij mogen spreken van een omhoogstrevende arbelderskla.sse blijkt uit hun eis, om bij hun arbeid een korte vacantie te genieten en dat zij inderdaad niet meer de lagere klassen van vroeger is, uit het recht, dat de wet hun hierop zal toekennen.

Het is ook niet toevallig, dat een sociaaldemocratische minister hun dit recht hij de vet wil toekennen; immers juist het socialisme 'eert ons de mensenwaarde ook van hen, die ,maar” arbeiders zijn.

De eenheid der kerk

In de Wereldbond der Kerken openbaart zich i »n verblijdend streven naar vriendschappe-JJke verhouding en samenwerking tussen de verschillende kerken, verschillend van naam, maar ook in eredienst en belijdenis. De kerken i zijn In deze tijd met de verslapte of verdwenen belangstelling van duizenden voor haar en met aan haar vijandige bewegingen en leringen, waardoor haar macht sterk is afgebrokkeld, gedachtig geworden aan de macht in ; eendracht gelegen en zo hebben vele kerken ! aan het oecumenische streven deelgenomen. | Set is niet de bedoeling, dat de verschillende . terken zullen plaats maken voor één alle chris- | tenen omvattende kerk, maar wel, dat er 1 tussen hen een sterke band zal komen, die ze lis de losse takken tot een bos verenigt. De : mkele tak kan wel met de hand gebroken wor- i Sen, maar een bos is daarvoor te sterk.. ; De vorige hoorden we door de j radio een daverende redevoering, door de j K R.O. uitgezonden, van dr. F. G. v. d. Meer j over de eenheid der kerk. Fel bestrafte en be- j streed hij de scheuringen en de verdeeldheid j der kerk. Hij beriep zich daarbij op den apostel | Paulus, die de gemeente van Corinthe eens | haar verdeeldheid en partijdigheid verweet en i TöriM aandronï PB eenheid.

De kerk van Rome doet echter aan het oecumenische streven niet mee; zij wil tot de Wereldbond der Kerken niet behoren. Zij erkent immers maar één christelijke kerk, dat is de onfeilbare, goddelijke kerk van Rome, Alle andere kerken rusten op dwaling, ongehoorzaamheid, afvalligheid. Rome wil, dat zij tot haar zullen terugkeren; zij zullen dan met open armen ontvangen worden als eens de verloren zoon door den vader. Maar Rome wU geen samenwerking, geen erkenning der rechten van de andere christelijke kerken. Zij wil de eenheid der kerk, zoals Hitler de eenheid van Europa wil tot een werelddeel, dat onder Duitse invloed staat en het Duitse regeringssysteem toepast, dat eigenlijk een Duits wereldrijk is.

Evenals Hitler bedoelt Rome onderwerping, als zij ijvert voor eenheid. J. A. BRUINS.