is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 18, 27-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WAARHEID DIENEN

De huidige politiek van Stalin heeft eindelijk het ware karakter van de burocratische Russische staat onthuld en toont die in een zo scherp licht, dat het ieder, die zien kan, de ogen zou moeten openen. (Ik geef er de voorkeur aan, van burocratische Russische staat te spreken en niet van Sowjetstaat, om de eenvoudige reden, dat de Sowjets als vrij door de arbeiders gekozen raden al sinds 1919 opgehouden hebben te bestaan; en hem dictatuur van de bolsjewistische partij te noemen is ook onjuist, omdat de Russische communistische partij elk kenmerk van een organisatie, die zichzelf leidt, het partijkarakter dus, verloren heeft sedert 1927; maar de mensen tot het erkennen van deze feiten te brengen, dat is een andere zaak: ik ken links georiënteerde intellectuelen, die alleen ogen schijnen te hebben, om brillen te kunnen dragen.) Nochtans vraag ik en ik vraag ’t aan vrienden, die in staat zijn, mij in te lichten: wat vinden schrijvers als Bert Brecht, Friedrich Wolf, Ludwig Renn, Anna Seghers van de huidige politiek van Stalin, om slechts enige van die intelligente en zuiver voelende mensen te noemen van de communistische schrijvers, onder wie dat is algemeen bekend in de loop van de laatste jaren het talent even zeldzaam geworden Is als de rechtschapenheid. Ik kan me een zo lang aanhoudend zwijgen van deze schrijvers niet verklaren uit lafheid of uit onwetendheid, noch uit de valse hoop op een nieuwe wending naar links van de Stalinistische burocratie, noch uit trots die slecht op z’n plaats zou zijn „om niet te lijken op ratten, die een zinkend schip verlaten”, ook niet uit de materiële moeilijkheden van het ogenblik of de censuur. Ik voor mij wil liever hun nog steeds voortdurend zwijgen anders verklaren. Het is voldoende, in mijn herinnering op te roepen de bittere Innerlijke strijd, die ik tussen 1927 en 1930 met mezelf moest voeren, voor het mij gelukte, mij van de communistische partij los te rukken.

Communistische kracht en zwakheid

De kracht van de communistische partij, haar „superioriteit” boven de andere partijen (de fascistische misschien uitgezonderd) bestaat daarin, dat ze er zich niet mee vergenoegt, van haar leden deelname aan vergaderingen, aan stemmingen, aan het vakverenigingsleven te verlangen, maar dat ze het gehele leven van haar leden opeist. In die zin is ze eigenlijk geen partij meer, maar eerder een orde. Voor den waren communist is de partij meer dan een politieke organisatie, zij is zijn gezin, zijn kerk, zijn maatschappelijk bestaan, of, wat op ’t zelfde neerkomt, een surrogaat voor dat alles. De ideologische binding is niet de sterkste band, die de partij bijeenhoudt. De partij kan haar taktiek of haar program veranderen, kan vandaag het tegenovergestelde zeggen van wat ze gisteren nog beweerde, dat alles is van geen belang, de partij heeft altijd gelijk. Alleen al de gedachte, uit de partij te worden gestoten, vervult lederen oprechten communist met Ontzetting. De partij is zijn een en al; haar verliezen of haar te zien ineenstorten betekent zo iets als het doorstaan van alle angsten van de ondergang van de wereld. Hier ligt de kracht van de communistische partijen (precies als van de fascistische), maar ook hun zwakheid. Aan de feiten kan ieder, die z’n ogen niet alleen heeft als sieraad van het gelaat, maar om te zien, de schone resultaten bewonderen: de communistische partijen zijn de bestverborgen schuilplaatsen voor de hedendaagse domheid geworden.

De gevolgen zijn in ’t bijzonder verwoestend voor de intellectuelen in dienst van het communisme. Sedert het Stalinisme alle uitingen van het Russische leven onder de bescherming van zijn burocratische dictatuur heeft gebracht, is uit dit land geen roman en geen film meer gekomen, die het lezen of het zien waard was. Het pseudo-realisme van de offi-

ciële litteratuur van de Stalinistische periode doet mij denken aan de kunst van geretoucheerde foto’s, het aesthetisch ideaal van de decadente heersende klassen, die in de kunstigheden van de kunstfotografen de illusie van een voor altijd verloren jeugd zochten. Lenin heeft vroeger „de kinderziekten van het communisme” aangetoond; tegenwoordig wordt iedere scherpzinnige toeschouwer genoodzaakt, de in ’t oog vallende symptomen van z’n geestelijke ouderdomszwakte te constateren. Een droevig lot, de overgang van de jeugd tot de grijsheid, zonder de rijpe manlijkheid te hebben gekend!

Een concordaat

Gedurende de laatste jaren hebben de parolen van de verdediging der cultuur en het socialistische humanisme, die het zich onrechtmatig toeëigende, het Stalinisme in staat gesteld, niet alleen talrijke, maar ook waardevolle elementen onder de schrijvers en kunstenaars van het Westen tot zich te trekken. De waarschuwende voorspellingen, die ik van de eerste maand af aan tegen dit dubbelzinnige spel uitte, zijn door de daaropvolgende gebeur-

tenissen helaas maar al te zeer gerechtvaardigd gebleken. Het was overigens gemakkelijk te voorzien, dat mannen als André Gide, Aldous Huxley of Dos Passos niet op den duur voor de gek gehouden konden worden door de belachelijke comedie, die men hen wou laten spelen. Maar het uitgangspunt was al verkeerd: geen woord kan de betrekkingen, die men toen tussen de burocratische Russische staat en de intellectuelen in de democratieën trachtte aan te knopen, beter tekenen dan het woord: concordaat. Het concordaat is, zoals men weet, een tamelijk verdachte manier van doen, waardoor een politieke en een geestelijke macht elkaar erkennen, hun bevoegdheden delen en zich van eikaars bijstand verzekeren. Het is de weg, waardoor het Rooms-Katholicisme zich met materiële goederen verrijkt heeft, in dezelfde mate, waarin het zijn religieuze opdracht verried. Want een concordaat gaat altijd ten koste van het geestelijke. De Russische staat, geheel losgemaakt van iedere controle van de sowjet- en communistische basis, heeft er behoefte aan, de uitstraling van het Leninisme, die verduisterd was, te vergoeden door het sluiten van een geestelijke lening in het Westen; hij verlangde door de intellectuele westelijke élite erkend te worden als de belichaming van de zuiverste menselijke aspiraties, als de wettige erfgenaam van de hele humanistische traditie, als de staat met de meest liberale en meest democratische constitutie, die ooit bestaan had; en als tegenprestatie daarvoor bood hij, boven de ellendige materiële voordelen, aan, de schrijvers en kunstenaars, die altijd over vereenzaming klaagden in contact te brengen met de grote massa’s van het volk en hun de illusie van een geestelijke leidersrol in de voortschrijdende beweging der mensheid te bieden.

De gevolgen voor de intellectuelen

Het toetreden tot het Stalinistische concordaat werd de proefsteen voor de waarde van kunstwerken. Een roman, een schilderij, een beeldhouwwerk, een muziekstuk werden door de partijpers als kunstwerk betiteld of veroordeeld en genegeerd, al naar de politieke houding van den maker. Zo hadden ook de in congressen samenkomende intellectuelen — om de concordaatsmacht niet te mishagen — de volle vrijheid tegen de fascistische censuur, tegen de concentratiekampen in Duitsland en Italië, tegen de onderdrukking van de vrijheid van onderwijs en tegen de anti-godsdienstige vervolgingen in die landen te protesteren, maar ze hadden strikt te negéren, dat al deze ellende in heel wat erger mate ook in Rusland bestaat; zij mochten met het lot van Ossietzky medelijden tonen, maar van dat van Serge niets weten.

Dat alles was oorzaak, dat de welsprekende getuigenissen en eisen van mensenwaarde, gewetensvrijheid en democratische rechten, die op deze congressen geuit werden, een wat eigenaardige bijsmaak en een twijfelachtige uitwerking hadden. Ja, de koehandel was zo beschamend en openlijk, dat men geen enkeie verzachtende omstandigheid kan laten gelden ten gunste van de intellectuelen, die hem indertijd aanvaardden, ook niet hun politieke naïeveteit of gebrek aan ervaring. Dat wierp zelfs een verdacht licht op het anti-fascisme van zekere schrijvers uit de Duitse emigratie, die tot de ijverigste bewierokers van Stalin hoorden: men kon zich met recht afvragen of hun oppositie tegen het Hitlerisme niet slechts het gevolg van de Duitse rassenwetgeving was: en werkelijk hebben enkelen onder hen zich niet geschaamd, een oprechte bewondering voor Mussolini tot uiting te brengen, tenminste zolang die nog geen anti-semiet was.

In ieder geval heeft nu het Duits-Russlsch verbond een van z’n weldaden aan de samenwerking tussen de Russische staat en de linkse intellectuelen op ’n minder roemruchte wijze een eind gemaakt. Het merendeel van hen heeft zich snel getroost en zonder enig bezwaar Stalin door Roosevelt of Churchill vervangen: hun lot interesseert ons niet. Maar er waren ook mensen als degenen, die ik in het begin van dit artikel noemde, mensen, voor wie de politieke parabel van de Russische staat een heel andere tragiek vertegenwoordigt. Het is mogelijk, dat zij zich als verraden beschouwen, maar ze werden dan toch allereerst door zichzelf verraden. Onder de talrijke oorzaken, die tot de ondergang van de communistische partijen voerden, is niet de minst ernstige de gelijkschakeling van haar intellectuelen. En hoe groot is de verantwoordeUjkheid, die zij te dragen hebben voor de arme arbeiders, die zij medehielpen te bedriegen. Laten we tenminste hopen, dat de breuk van het concordaat tussen de Stalinistische burocratie en het merendeel der linkse intellectuelen iets goeds voortbrengt en dat die er toe bijdraagt, de jonge schrijvers en kunstenaars, die hun weg naar de toekomst nog moeten zoeken, te waarschuwen. Daartoe moeten we enkele waarheden, die zeker niet nieuw zijn, maar welke de jongste ervaring nieuwe kracht bijzet, nog eens vaststellen.

Kunst en volk

De verbinding tussen kunst en revolutionaire volksbeweging kan niet tot stand komen door de uiterlijke onderwerping van den kunstenaar aan een politieke partij. Echte kunst is revolutionnair ook zonder het zegel van de communistische partij. Het kunstwerk komt in wezen voort uit de doorleefde ervaring en het innerlijk leven van den kunstenaar. De geschiedenis van de kunst is een geschiedenis van zielen, die hun gestalte gevonden hebben. De samenwerking met de communistische partij kan den kunstenaar het gevoel geven als burger gebonden te zijn aan de beweging van de onderdrukte klassen, maar ook dit is een fictie: de zware nederlagen, die de communistische partijen in de laatste vijftien jaar geleden hebben, de cynische ontkenning van alle moraal, die ten grondslag ligt aan haar