is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 18, 27-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Besloten werd het boek „Een weg opwaarts, de nieuwe oorlog, de nieuwe vrede’', van Banning te bestellen en dit in cursusverband nader te behandelen. G. S.

R.S.C. Enschedé

Hoewel het aantal bezoekers niet precies aan onze verwachtingen beantwoordde, kunnen we toch met voldoening op onze Getuigenisavond terugzien. Immers zij, die sneeuw en kou getrotseerd hadden, hebben met onverdeelde aandacht geluisterd naar de beide sprekers, die in religieuze en socialistische zin de waarde van de mens en zijn roeping schetsten en waaruit de oproep tot positieve vredesarbeid als plicht voor ieder, noodzakelijkerwijs volgde. We hopen dan ook, dat onder de aanwezigen zij, die daarvoor Tijd en moeite over hebben, ook hun Taak op zich zullen willen nemen en onze gelederen zullen komen versterken en tevens propaganda voor Tijd en Taak willen maken. Nieuwe leden kunnen zich opgeven bij A. van Marle Perikweg 23. Contributie 5 et. per week.

R.S.C. – Den Haag

Wij brengen nog even onder de aandacht onzer leden onze huishoudelijke bijeenkomst op Donderdagavond 1 Februari in het Vredeshuis, Laan van Meerdeiwoort 19. Aanvang 8 uur.

Onze plannen voor het tweede gedeelte van ons winterwerk worden besproken. Voor de gezelligheid wordt een kopje thee geschonken en voor zover de tijd het toelaat zal er nog iets worden voorgelezen of gedeclameerd.

Houdt u allen de avond vrij voor onze getuigenisavond op Maandag 12 Februari in de concert- en gehoorzaal van het Volksgebouw, Prinsegracht 73? Sprekers zijn: ds. L. H. Ruitenberg (Beers) en mevrouw A. Wolthers—Amolli, Utrecht. Aanvang 8 uur. Toegang 20 cent. Werklozen 10 cent. Onze leden hebben gratis toegang.

Kaarten na 1 Februari verkrijgbaar bij: Volksgebouw, Prinsegracht 73; Het Vredeshuis, Laan v. Meerdervoort 19; Hoef kade 317; Carpentierstraat 196; de Sellestraat 133; Waalsdorperweg 281; Haagsestraat 58; Markensestraat 112; Blois v. Treslongstraat 63; Vlierboomplein 16; Meloenstraat 149; Abrikozenplein 37; Loenensestraat 96; Hasebroekstraat 13 en Buitenruststraat 47, Voorburg. Vrienden maakt propaganda voor deze avond.

R.S.C. – Rotterdam

Hebt u zich al opgegeven voor de cursus die ds. Houtgast uit Dordrecht voor ons houdt op Vrijdag 2 en 16 Februari en 1 Maart over: De figuur Jezus Christus? 25 cent bij betaling ineens, anders 3 x 10 ct. De bijeenkomsten worden gehouden in „Ons Huis”, Gouvernestr. 133, 's avonds 8 uur. K.—B.

Onderwijzerscursus op 18 en 19 Nov. 39 te Kortehemmen

Onderwerp; Onderwijsvernieuwing

Bij de opening sprak Dr. Banning er zijn vreugde over uit, dat er zich zoveel deelnemers hadden opgegeven, dat de cursus tweemaal gehouden moest worden.

Spr. zei verder, dat het geen wonder was, dat we elkaar ontmoetten in Kortehemmen, omdat èn onderwijs èn het rel. soc. werken tot versterking van de geestelijke volkskracht. Spr. hoopte, dat deze bespreking de geestelijke volkskracht ten goede mocht komen.

Na deze opening ging dr. B. over tot de eerste lezing over School, Maatschappij en Volk. Onderwijs en opvoeding zijn functies van een bepaalde maatschappij. De feodale tijd stelde andere eisen dan de gildentijd. lets van de sohdariteit van de groep mt deze tijd vindt men nog in het dorpsleven. De industrialistisch-kapitalistische wereld echter heeft grote omwenteling gebracht op allerlei gebied.

1. In deze tijd is er grote ontplooiing van individuele kracht. De meest levenskrachtige personen krijgen de beste kansen in deze maatschappij. 2. Het arbeidsproces wordt ongelooflijk sterk opgevoerd. , , c 3. Er is een sterke differentiatie van de behoeften en van de bevrediging van deze behoeften 4. Er is grote sociale onrust. Denk aan de klassenstrijd. , , 5. Het arbeidsproces en cultuurleven zijn sterk gescheiden. Voor velen is cultuur een versiersel van de maatschappij. Een maatschappij, die zozeer het begrip kwijt is, van wat in wezen cultuur is, is ziek.

Wat heeft dit alles nu betekend voor opvoeding en onderwijs? Het onderwijs staat in dienst van het arbeidsproces.

In de 19e eeuw is de differentiatie van het onderwijs zo groot geworden, dat een leek, die niet meer kan overzien. Maar In elk geval is het onderwijs overwegend individuaUstisch en rationalistisch.

Hoe is het nu in het tegenwoordige leven?

Dat staat in het teken van planmatige ordening, nu ook bedoeld als geestelijk proces. De 19e-eeuwse maatschappij heeft dingen gebracht, die niet zonder spanning kunnen zijn met de 20e-eeuwse maatschappij. Deze laatste ontwikkeld zich n.l. snel in de richting van massale gebondenheid. Dit geeft ook spanning met de paedagogiek, waar de persoonlijke gebondenheid de waardevolle is.

Wat zijn nu, volgens spr. eisen van opvoeding en onderwijs?

Er moet plaats zijn voor de begaafden. Dat is een oude eis, maar moet nu ook sociaal en geestelijk gezien worden De democratie heeft de begaafden nodig en moet ze de leiding geven. De volksopvoeding moet noodzakelijk het besef geven van solidariteit tussen verschillende groepen. Boeren, arbeiders, enz. mogen niet meer alleen hun eigen groep zien. Dat is een eis van deze maatschappij veel sterker dan van de 19e-eeuwse. De maatschappij is pas gezond, als het geheel goed functionneert.

De noodzaak van een planmatige organisatie wordt steeds sterker beseft.

De mens wordt echter steeds eenzijdiger. Hij kan de zin van het leven steeds minder vinden in het arbeidsproces. En zo wordt het probleem v.d. vrije tijd steeds dringender. Het derde milieu (jeugdbeweging, volkshuizen, verenigingsleven) is een tegenkracht tegen de massale gebondenheid. Het doel van de opvoeding is, de mens deel te doen krijgen aan het geestesrijk van de vrijheid gewetensvrijheid geloofsvrijheid ’t vrije wetenschappelijke onderzoek voor de Christen: die vrijheid, waarin Christus ons heeft vrij-

gemaakt. Een gezonde volksopvoeding moet de geestelijke leegte vullen met inhoud van geesteswaarde.

De volgende morgen, na de wijdingsdienst in het kerkje van Kortehemmen, onder leiding van dr. 8., sprak hoofdinspecteur Welling over: Nieuwe wegen. iSpr. begon met op te merken, dat hij slechts enkele dingen uit het vele nieuwe zou bespreken, en wel in de eerste plaats de heemkunde. Hoewel dit niets nieuws is, is de belangstelling hiervoor de laatste jaren sterk gegroeid.

Dit nieuwe vak heemkunde moet onderwezen worden èn als leervak èn als leervorm. In de laagste leerjaren is het principe. Wat verstaan we nu onder heemkunde? Heem is èn millieu èn omgeving.

Het heem groeit uit, is voor kinderen van 6 jaar anders dan voor kinderen van 12 jaar. De taak van de school is deze kennis van het heem aan te brengen en te ontwikkelen.

Men kan in een grote stad ook wel spreken over „heem” (station, haven enz.). Het is echter wel veel moeilijker en de gevoelswaarde en binding is veel kleiner dan op het platteland. Leer het kind denkend waarnemen, zelfstandigheid en doe steeds een beroep op zijn gemoed. De heemkunde vraagt voor elke school een eigen stelsel. Aan lezen, schrijven en rekenen hebben we in de lagere leerjaren niet voldoende. Er moet iets bij. Dit hoopt spr. in de heemkunde te kunnen brengen.

Opzettelijke training is nodig. We zullen vakken-indeling en rooster moeten houden. Maar niet in de starre vorm. Naast de opzettelijke training in verschillende vakken hebben we nodig de concentratie.

Hierna ging spr. over tot de kwestie van de leiding van het onderwijs. In het onderwijs heerst op organisatorisch gebied een ongebondenheid. We hebben nodig een instituut, dat deze organisatorische vraagstukken regelt b.v. de aansluiting van lager en middelbaar onderwijs. Hierin moeten samenwerken drie groepen: wetenschapsmensen, mensen uit de klas en het schooltoezicht. Dit schooltoezicht moet bestaan uit mensen, die paedagogische leiding kunnen geven. |

Spr. besloot met te zeggen, dat het duister is, hoe het in de naaste toekomst zal gaan. Maar bezinning is in elk geval winst. In de namiddag sprak inspecteur Van der Velde over: „Onderwijsvernieuwing”. Veel van wat wij verstaan onder vernieuwing van het onderwijs, is niet werkelijk iets nieuws. Zo is het beginsel van de aanschouwelijkheid en dat van de zelfwerkzaamheid zo oud, dat ze dreigden vergeten te worden. We kunnen beter spreken van hernieuwing. Vernieuwing vraagt iets anders; vraagt b.v. andere aanbieding van de leerstof. Denk aan Dalton, Montessori, Decroly. Na deze inleiding nam spr. drie punten in behandeling:

1. Laat de wet vernieuwing toe? 2. Welke schoolse factoren moeten veranderd? 3. Welke buitenschoolse factoren? 1. De wet laat inderdaad vernieuwing toe. De geest en de letter van de rooster laat echter allerlei dingen, die we graag anders zouden doen, niet toe. 2. Bij de interne schoolse factoren, die moeten

veranderen, keek spr. in de naar de onderwijzers.

De sociale recrutering van'de onderwijzers is te beperkt. Gewoonlijk komen zij uit de arbeidersklasse en de kleine burgerij.

De aroeiderskiasse heeft een tekort aan culturele ontwikKeling. Allerlei factoren leggen vaak een druk op de kinaeren en op de opgroeiende jeugd. Dit kan leiden tot een beperkte gezichtskring en legt een aruK. op de originaliteit. Voor onderwijsvernieuwing is het nodig, dat de onderwijzers ook gerecruceerd woraen uit andere klassen.

Ook de intellectuele recrutering is onvoldoende. De onaerwyzers komen vaak uit middelmatige en minder aan middelmatige leerlingen. Het oetere intellect is ecnter onmisbaar. Een deel van de onaerwijzers moet experimenteei-wetenschappeUjk werk kunnen doen.

Een oecere opieiding is dus noodzakelijk. Intussen zijn op ae KweeKscholen met voiaoende leerlingen te vinden, die ’t vooroereiaend hoger of H.jD.d.-onaerwijs zouden kunnen voigen met een speCiaie opieiamg van twee of urie jaar. Andersom zijn op H.b.S. en gymnasium weimg leerhngen te Viiiuen, uie onderwijzer zouden winen worden. In elk geval is ’t u. 1.0. A-diploma als vooropleiding voor ue K.weeKscno*en onvoiuoende.

AiS ae oiiuerwijzer eniteie jaren voor de klas heelt gestaan, vindt spr. het gewenst, dat nascnoliiigscLubussen genouaen, aie repeterend, toetsend, aanvullend en vooral nieuwe perspectieven openend, zouden moeten werken.

Verder moeten de onderwijzers samenwerken en oojectief critiek kunnen doorstaan.

Zijn kieineie kiassen voorwaaiae voor onderw./i-vermedwing? De moderne scholen in Amsterdam werken aiie met grote klassen. Dit vraagt ecnter zoveel inspamnng in en buiten de school, dat men dit met mag verwachten van een corps van 30.000 mensen.

3. Ook met enkele buitenschoolse factoren moeten we rekening houden bij vernieuwmg van het onderwijs, n.l. met ouders en overheid. Het is de taak van de onderwijzers om de ouders in te hchten en aan te tonen, dat vernieuwing geen risico meebrengt. Negeer de rechten van de ouders niet. Voorkom tegenwerking.

Het schooltoezicht zal stellig steeds bereid zijn medewerking te verlenen aan een goed doordacht plan en voorlichting te geven.

In het korte slotwoord .sprak dr. B. uit, wat velen van ons wel vaak bij hun werk en besprekingen als deze, gedacht zullen heoben.

Is het eigenlijk geen gek geval zo’n rustige bespreking te houden? Past dat in deze krankzinnige wereld? We zullen trots alles het geduld en vertrouwen moeten bewaren en moeten werken juist nu aan de geestelijke kracht van ons volk. Met „Laat de droom van een broederlijke gemeenschap niet in u sterven. Sterkte op uw post” besloot dr. B. dit week-end.

De tweede onderwijsconferentie

een herhaling van de hierboven verslagene, hielden we op 20 en 21 Jan. De sneeuw en de felle kou met de daarvan het gevolg zijnde verkeersmoeilijkheden, hadden een 20-tal deelnemers thuis doen blijven. De 45 gekomenen hebben zich de tocht steilig niet beklaagd. Dr. Banning had zijn inleiding wat minder „zwaar” gemaakt en de positie der Openbare School wat meer besproken; de heer L. Welling sprak uitvoeriger over het onderwijs in de laagste klassen en riep daarmee een zeer boeiende gedachtenwisseling op; de heer Van der Velde week van zijn lezing der eerste conferentie het minst af. De mededeling van den cursusleider, dat de A.G. voort zal gaan en reeds een cursus in de Paasweek en in de zomervacantie ontwierp, werd met instemming ontvangen, zowel door de heren inspecteurs ais door de aanwezige leerkrachten. Men zal daarover wel meer horen.

Het waren een paar rijke dagen, waarvan het volksonderwijs stellig vruchten zal zien.

Verantwoording

Derde verantwoording voor gratis abonnementen „Tijd en Taak”: 2 Jan.: Mevr. B. v. D. te L., mej. W. G. I. te D.; 3 Jan.: mej. M. K. te A., B. v. D. te A., D. J. W. te IJ., mej. J. A. te G., zr. ü. v. d. S. te S.; 4 Jan.: E. S. te R., M. J. A. te V., mej. A. W. te d. H.; mej. M. W. K. te R., mevr. M. V.—S. te 0., mevr. mr. L. W. V. M.—F. te W., mej. J. N. te S., C. H. R. te A.; 5 Jan. mej. C. S. te 0., G F. te A., mej. A. M. B. te 8., Th. d. J. te A.; 6 Jan.: mej. J. H. V. N. te ’sGr., E. d. R. te Z.; 8 Jan.: mej. D.d. J. te A.; 9 Jan.: ir. L. d. W. te H., J J. S. te H.; 10 Jan.; mevr. A. C. L.—v. d. V. te S.; 11 Jan.: mevr. j. D.—Z. te R.; 12 Jan.: mej. T. N. te H.; 13 Jan. mevr. M. S. F. W.—B. te A.; 15 Jan.: mevr. K. te H.; 20 Jan.: S. W. e A., mevr. v. d. L. te A., mej. C. M. V. ’t H. te D., G. H. te d. H., mr. N. H. te B. mej. C. M. C. te 0., mej. A. d. K. te A., mej. J. S. S. F. te A.; tot een bedrag van ƒ138.65. Met de beide vorige opgaven wordt dat ƒ369.92, d.i. bijna 109 abonnementen. Zouden we de 150 nog bereiken?