is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 19, 03-02-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 3 FEBRUARI 1940 – No. 19 38STE JAARGANG VAN DE BLIJDE V/ERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24; 1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAID

ONDER REDACTIE VAN DR. 'H. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 3 BSTE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

APPÈL

Met enige nadruk wordt ons gevraagd, eerst door den uitgever, daarna door den secretaris van het comité van het Groninger godsdienstig Appèl aan de studenten, om bijzondere aandacht te wijden niet alleen aan het boekje met de drie gehouden lezingen maar ook aan het feit der bijzondere samenwers king: van vrijzinnig tot gereformeerd deed hieraan mee, de laatste spreker was een student die namens zijn genes ratie sprak en wiens optreden een groot succes bleek; er was voor deze drie samenkomsten een enorme belangsteL ling, getuige de tot driemaal toe stamp; volle aula van de Academie.

Aan de nadrukkelijke uitnodiging om deze poging ernstig te nemen voldoe ik graag, óók omdat ik mij aan de motieven innerlijk verbonden weet. Er breekt hier door niet alleen een besef van diepe levensernst dat wij dankbaar begroeten, maar ook een sterke wil om zakelijk, zonder illusies, en toch gewapend, tegen de demonieën van de tijd in het leven te staan. Een jonge generatie heeft geleerd van de smartelijke teleurstellingen, der afgelopen periode, zij verstaat iets van de chaos en brutaliteit die daaruit voort; breekt, zij heeft allerlei idealisme zien falen en zoekt nu een eigen weg, althans een eigen vastheid, van waaruit opnieuw het leven mogelijk wordt. In ons eigen religieus;socialistisch streven is dit alles óók aanwezig, en dus luisteren wij met die innerlijke spanning die weet, dat ’tnu om voor ons wezenlijke dingen zal gaan.

Drie inleidingen, drie getuigenissen. De Remonstrantse predikant ds. Span; jaard sprak over Nood, noemt in de aanvang even de oorlog, de werkloos; heid om dan heel spoedig over te gaan tot de geestelijke nood: het ontbreken van een overtuiging omtrent de zin des levens. De oude machten grijpen op; nieuw den mens aan: het mysterieuze van het leven, het kwaad, het lijden, de dood, en hij weet er geen raad mee. Als

uitweg wordt gewezen naar God en Christus. Daarop volgt dan prof. Van der Leeuw, die de Twijfel ontleedt, verschillende soorten onderscheidt; de diepste is de z.g. existentiële twijfel, de vertwijfeling die met het eigen bestaan in een zinloos leeg leven geen raad weet; er wordt gewezen naar Jakobs worsten ling met God en het oude woord: „Ik laat u niet gaan tenzij Gij mij zegent”. De vraag waar het op aankomt is alleen deze: is uw ziel gered?

Het laatste stuk, van den student, theoloog en jurist in enen, is niet slechts het omvangrijkst maar ook als komende uit de jonge generatie zelve, het voor ons belangrijkste. Het is eerlijk, kritisch, ook met begrip ten opzichte van het mis; lukte idealisme van het verleden. Deze spreker moest getuigen van „Zekerheid”, maar wil de opdracht liever aan het comité teruggeven; het spreken van en over de jonge generatie is hem te on; zeker en verward. Hij gaat de mogelijk; heden na, waar zekerheid te vinden zou kunnen zijn, en wijst af: de levensver; heerlijking het leven heden is te gruwelijk; de humaniteit de eerbied voor het mens;zijn hoe nodig ook is geen vastheid tegen de geschonden mensheid; de politiek waar is het bederf van het beste duidelijker het slechte? de wetenschap maar de vragen naar het waarom en waartoe blijven staan; de kerk „indien de kerk ons, oprecht deemoedig, wil heenwijzen naar iets dat boven haar uitreikt, zullen wij eerlijk luisteren. Wanneer zij wil heersen door ons precies te vertellen wat mag en wat niet mag, omdat zij de waarheid en de zekerheid zou bezitten, dan kunnen wij slechts voorbijgaan....” Dan komt de heenwijzing: naar het oude Boek, de Bijbel, waarin God den mens aanspreekt; naar Christus, die tussen ons staat, veracht, de onwaardigste onder de mensen en Hij vraagt dag in dag uit: Gelooft gij de boodschap?

Christus is de waarheid, de bron van onze zelfkennis, Hij doet ons den naaste zien. Hij is de bevrijding, de verlossing. „Zijn wij bereid bet ons door Hem te laten zeggen?”

Vrijwel alles van dit appèl heb ik niet alleen met instemming gelezen, maar het ook innerlijk mee ondergaan. En toch ... en toch ... ontbreekt er, mede; zoekers naar Gods laatste waarheid, aan uw boekje niet een volstrekt noodzake; lijk vierde hoofdstuk, dat had moeten aanknopen bij dat heel schuchtere begin waar iets gezegd werd van oorlog, crisis, werkloosheid? moet niet volgen na de Zekerheid een „Opdracht”? stuwt, slaat, striemt uw Godsgeloof, uw Christus; geloof u niet wèg uit de bevoorrechte posities van uw;student;kunnen;zijn, van uw;gelovig;mogen;zijn, van uw jeugd, naar de wereld waar mensen als gij, jongeren als gij alleen minder bevoor; recht en met eindeloos mindere moge; lijkheden kreunen in die „nood” waarover gij alleen maar.... even....

spreekt? Waarom is uw Appèl geen woord van brandende schaamte om uw bevoorrechting? van vurig aanvaarde plicht om de bevoorrechting om te zetten in dienst aan de wereld en haar mateloos leed? Is uw godsdienstig appèl dan toch bevangen in ... burgerlijkheid? Ik versta wat een gelukkig mens mij ecns zei: je kunt niet ongestoord ge; lukkig zijn, zolang millioenen in het ongeluk omkomen. Zou het niet bovenal moeten gelden van hen die iets verstaan van de genade van het geloof?

Gij hebt gelijk: appèl aan de gewetens is nodig, opdat wij de weg tot God nieuw leren vinden. Maar ik meen: appèl aan de godsdienstige gewetens is evenzeer nodig opdat wij de weg tot de wereld in dienstbereidheid leren gaan. Waar blijft uw sociaal appèl op grond van uw geloof?

1) Nood, Twijfel, Zekerheid. Uitg. J. A. Boom, Meppel. 75 bladz.