is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 25, 16-03-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfbewustzijn

Intocht in Jeruzalem

J. Reid

Mt 21 : I—ll Toen zij Jeruzalem naderden en te Bethfage, aan den Olijfberg, kwamen, zond Jezus twee leerlingen uit met den last: Gaat naar het dorp daar tegenover u; gij zult er aanstonds een ezelin, vastgebonden, vinden en een veulen bij haar; maakt ze los en brengt ze mij. En mocht iemand u iets daarvan zeggen, antwoordt dan: de Heer heeft ze nodig dan zal hij ze dadelijk laten gaan. Dit is geschied opdat vervuld zou worden wat bij monde van den profeet is gesproken: Zegt der dochter Sions: Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel en op een veulen, jong van een lastdier. De leerlingen dan gingen heen, deden zoals Jezus hun bevolen had, brachten de ezelin en het veulen en legden er klederen op. En Jezus ging er op zitten. En van de schare spreidden de meesten hun klederen op den weg, anderen hieuwen takken van de bomen en strooiden die op den weg; en de scharen die hem vooruitliepen en die volgden riepen: Hozanna, den zoon Davids! Met den naain des Heren zij hij die komt, gezegend! Hozanna in den hoge! En toen hij Jeruzalem binnentrok, kwam de hele stad in rep en roer. Men vroeg: Wie is dat? en de scharen zeiden: Dat is de profeet Jezus van Nazaret in Galilea.

Menselijk is het, om iets door de vingers te zien, waar men bejubeld wordt, Jezus echter gaat volgens het evangelieverhaal na deze triomfantelijke intocht regelrecht naar de tempel en zijn blik voor wat daar hapert blijkt scherp te zijn. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar Jezus rijdt als een wetende tussen palmengroep en heilwensen door. Zijn blik is niet onvriendelijk, al weet hij hoe ondiep dit alles is, hoe het

verwaaien zal in enkele dagen tijds. Hij I schijnt ook te weten van het einde, want hij I weet wie hij is; Zegt de dochter Sions; Zie I uw koning komt tot u, I

Dit messiasbewustzijn, zoals de evangelist I het beschrijft, is velen een ergernis, tot op I deze dag. Waar men in Jezus het voorbeeld I zien wil, het hoogst navolgenswaardig voor- I beeld, daar schrikt men terug voor dit kaime I zelfbewustzijn. I

Misschien zou dit anders zijn, wanneer men I er zich rekenschap van gaf, wat zelfbewust- I zijn en bescheidenheid betekenen. I Och ja, die bescheidenheid. Andersen, del sprookjesdichter, heeft zo aardig gezegd hoe I het daarmee stond: „Als iemand mij een mooil geschenk geeft en ik ben er blij mee en ik zeg: I wat prachtig, wat vind ik dit heerlijk!, dani meent iedereen: Aardig dat hij zo dankbaarl is; een beste kerel! Maar nu ik toevallig del gave heb ontvangen van aardige sprookjes tel schrijven en ik voel dat heus als een ge-l schenk en ik zeg echt dankbaar: Is heti niet mooi?, dan roepen de mensen: St, zulkel dingen moet je niet zeggen, dat is vreselijkl ijdel!” Er is veel gehuichelde bescheidenheidj en misschien te weinig dankbaarheid, maarl toch ook het beminnelijk zelfbewustzijnl van Andersen is niet vrij van zelfingenomen-1 heid. Hij spreekt wat veel over eigen gaven I en eigen roem. I

Is het omdat zelfbewustzijn zo licht vermengd is met zelfingenomenheid of eigengereidheid, dat ook in het taalgebruik de woorden door elkaar gehaald worden, en dat men met afkeuring spreekt van iemands onuitstaanbaar zelfbewustzijn?

Wanneer wij willen verstaan hoe de zelfbewuste mens is, dan kunnen wij niet beter doen dan te zien naar de Christusgestalte, waarin menselijk zelfbewustzijn zijn grens bereikt. Niet om een voorbeeld na te volgen in uiterlijke trekken, maar om aan het beeld dat gegroeid is tot de uiterste mogelijkheid, tot de zin-onthullende limiet van mensenleven, de eigen taak te leren verstaan. De Christus der evangeliën weet zich zeer

duidelijk en kalm de verwachte redder van zijn volk. Daar is geen ontkomen aan. Maar nergens is een spoor van zelfverheffing daarmee verbonden, nergens ook de kinderlijke vreugde van Andersen. Het messiasschap is een geweldige taak en een bovenmenselijk zwaar iot. Weer dreigt in de woorden de zelfverheffing. De glorie van het martelaarschap is wel eens meer begeerd dan aardse roem, en was dan even gevaarlijk. Maar Jezus neemt deze taak, de taak van het messiasschap even stil en eenvoudig op zich, als hij anderen wijst naar hun kleine werk. Werkelijk een-voudig, omdat maar een gezichtspunt ter zake doet: de dienst aan nnri rip gehoorzaamhsldj—