is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 28, 06-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hals: Mussolini en Stalin zijn geïnteresseerd bij de Balkan.

En toch tegen de Joden?

Het Limburgs Dagblad heeft een pikant verhaaltje, dat we onze lezers niet willen onthouden, en dat gegarandeerd waar is, wijl controleerbaar op de K. V. K. te Heerlen.

Het betreft de Graaf de Marchant et d’Ansembourg, die in Den Haag zo dikwijls tegen de Joden fulmineert.

In het stille Amstenrade is een N.V. gevestigd tot het fabriceren van kunstdarmen volgens octrooi der Rheinische Parasinwerken.

Aandeelhouder en gedelegeerd commissaris is de graaf, directeur der vennootschap is Julius Wolff, een Duits Israëliet, op 14 Februari genaturaliseerd Nederlander.

„Waar blijft onze neutraliteit”, ironiseert het Limburgs Dagblad, „als een „oorlogvoerende” van het Joodse volk gestadig handel drijft met de Nazi’s van het Derde Rijk, in enge samenwerking met een ex-officier van het Duitse leger?”

De ogen geopend?

Francois Mauriac zegt een fijnzinnige waarheid, als hij het heeft over de optimisten, die verkiaren, dat degenen, die met de Sowjet dweepten of met Duitsland, nu wel bekeerd zullen zijn: na het verdrag, na de oorlog met Finland zijn hun ogen opengegaan.

Mauriac gelooft het niet. Een communist zeide hem: „Jullie katholieken, wat er ook gebeurt, jullie staan achter den Paus. Nu dan? Wij Stalinisten ook! We nemen eenvoudig niet aan, dat Stalin zich kan vergissen, zelfs als hij ongelijk schijnt te hebben.”

Communisten, die bekeerd zijn, b.v. na de overval op Finland, waren niet echt en hadden nog christelijke reflexen bewaard. Als men eenmaal met onze moraal afgerekend heeft, krijgt de Sowjet- en de Nazi-politiek een geheel andere belichting.

Ik las dezer dagen in Nietzsche. Als men daar een flinke dosis van ingenomen heeft, dan kr mt men in de geestesgesteldheid van lieden, die toegeven, dat hun leer het westen vernietigt, maar dat volledig toejuichen, die de aanslag op Finland goedkeuren, omdat ze geslaagd is. Neen, laten we er niet op rekenen met Stalin af gerekend te hebben, omdat hij zich met Hitler gecompromitteerd heeft. Hun moraal spot met onze moraal, hun logica spot met onze logica, en men zegt heus te weinig, als men beweert, dat tegenspraak hen niet hindert. Ze groeien er in.

God heeft bevolen

Op de dag, dat Hitler onlangs in Berlijn sprak, had de „Berliner Börsenzeitung” een bijzonder artikel, waaraan wij het volgende ontlenen:

~De eeuwige wet van de strijd bepaalt het lot der volkeren. Slechts de strijd verschaft een volk vrijheid en ruimte om zijn geest te ontvouwen. Slechts de bereidvaardigheid ten strijde verzekert het verbond van vrijheid, ruimte en geest.

Het gaat om de Geest. Zij was het, die de orde in de schepping bepaalde tussen de verschillende volkeren en rassen. Bloed bloedgemeenschap volk zo heet deze wet. De nationaal-socialistische revolutie is de erkenning van de goddelijke grondwet en zijn gevolgen voor het volk, zowel als voor de eenling als bloedlichaam in de bloedstroom der gemeenschap. Uit deze revolutie kwam tot stand de vereniging van tachtig millioen Duitse mensen. Het feit dezer vereniging accentueert de onweerlegbare eis van dat volk inzake vrijheid, ruimte en levenszekerheid, opdat het ongehinderd zijn geest kan ontvouwen. Als een der andere volkeren zich hiertegen verzet, oefent het geweld uit. De goddelijke strijdwet vordert van het gezonde volk dat het zulk een verzet breekt

'V'olk is het aardse werktuig van God voor de geest van alle leven. De vrijheid ten strijde is de geestelijke ruimte, waarbinnen de wet van het heldhaftige werkt. 'Wie zijn leven verliest voor de gemeenschap van het bloed, beleeft, held geworden, God zelf door dood en verrijzenis, door te sterven en wedergeboren te worden in het eigen volk.”

Wij haalden deze tekst aan, om ten over-

vloede nog eens duidelijk aan te tonen hoe weloverwogen zich aan onze oostelijke grenzen een wereldbeschouwing openbaart, die in de meest letterlijke zin tegengesteld Is aan het Christendom, zoals wij het ondanks alle verscheidenheid kennen. Een Christen moet vrijwel elke volzin van het bovenstaande negeren of corrigeren. Het contrast stijgt wel ten top in de parodie op het Christelijk Paasfeest..

TRAVEN

Meer dan tien jaar is het weer geleden, dat de naam van een nieuw schrijver eensklaps uit het duister opdook; een naam, die van dag tot dag, van jaar tot jaar befaamder werd in Europa: Traven.

Een landloper, zei de een; een die al heel wat jaartjes „opgeknapt” heeft en nu Europa zat is, vertelde een ander. Terwijl de romantisch gezinden, beweerden: een gevierd schrijver, die naam en verleden van zich wierp, om vrede en menselijkheid te zoeken in het hart van Mexico, bij de Indio’s.

Tot dusver is niet opgehelderd wie en wat deze zich Traven noemende auteur eigenlijk is. Alles bleef bij gissingen. Tot dusver wist hij alle valstrikken glansrijk te ontkomen. Een prestatie op zich zelf, als men bedenkt, dat onder andere ook Wallstreetjournalisten achter hem aan zaten. Een eerdaags te verschijnen brochure van de hand van Traven zelf, zal ons omtrent zijn verleden en afkomst uitsluitsel geven.

„Ik voel mij niet”, schreef Traven eens aan zijn uitgever, „als iemand, die in het volle licht wil staan. Ik voel mij arbeider,' naamloos en roemloos als elk ander arbeider. Op mijn werk komt het aan, mij'n persoon is onjbelangrijk, even onbelangrijk ais de persoon van een schoenmaker, die het als zijn plicht beschouwt, goed en passend schoenwerk te vervaardigen”.

Hiermee moeten we genoegen nemen. Hoe hij nu leeft, weten we uit zijn werk: hij leeft te midden van de Indio’s, met hen lijdt hij mee, en hij verheugt zich in hun vreugden. In elk geval heeft hij de benen genomen voor onze onvolprezen Europese beschaving en hij voelt zich lekker onder de primitieve mensen in woestenij en wildernis. Hij heeft leerde zijn eerste roman „Dodenschip” het ons niet? de vorige „laatste oorlog” beleefd en de cynische minachting voor de mens, die slechts en masse in aanmerking kwam, de mens die beschouwd werd als bediener van onderzeeboten, als verlengstuk van machinegeweren en van andere producten onzer beschaving. Daarom is Travens critiek, zich richtend tegen een ontelbaar aantal misstanden, tegen een berg van amoraiiteit en huichelarij, scherper, wranger, sarcasttischer dan bijvoorbeeld die van Jack London, wiens voornaamste werk reeds bij het begin van de vorige oorlog was afgesloten.

Dat honderdduizenden juist uit de oorlogvoerende landen met ware geeuwhonger Travens romans verslonden, behoeft niet te bevreemden. 'Vier lange jaren was het vaderland heel hun wereld. Na de oorlog voelden zij weer de oeroude hunkering in zich naar hen, wien heel de wereld vaderland is, snakten zij ernaar kennis te maken met vrije mensen, die geen grenzen kennen en leven in een hen vreemde, verre wereld, wilden zij primitieven leren kennen, wien zelfs film en radio onbekende zaken waren.

Traven wist die honger ite stillen. Zij lazen zijn boeken en die van Freuchen over de Eskimo’s, van Pearl Buck over China, romans van den in 1916 overleden Jack London en van andere Amerikanen, de boeken der nieuwe Russen en vooral die van Gorki. Tot... ja... tot de nieuwe „laatste oorlog” hen op ’t lijf viel...

Er zijn twee factoren in Travens werk, die het kenmerken en het maakten tot dat wat het geworden is. Twee factoren door honderdduizenden onmiddellijk begrepen en aangevoeld. Twee factoren, die willige toehoorders en geestdriftige instemming vonden: de striemende critiek, die niets spaarde of verschoonde, het bijtende ioog van de spot, dat alle miserabelheden van de staat, de kerk, het militairisme en de burocratie, de beschaving

en de cultuur blootlegde en daartegenover de tedere, liefdevolle beschrijving van de eenvoudige Indio’s, die door het kapitalisme worden gekneveld, een vaak roerend simpele, vaak lyrische schildering. (Denken wij maar eens aan den boer in „De witte roos”, aan de simpelvrome woorden, die hij den geraffineerden advocaat telkens, telkens weer toevoegt. Herinneren wij ons het afscheid, dat in „Regering” de gevangen Indio van vrouw en kinderen neemt, voordat hij' zijn onafwendbaar noodlot tegemoet gaat. Vergeten we niet die wonderbaarlijke legende „Ossenkar” over de schepping van de zon, die een Indiomeisje haar Andreu vertelt; het schoonste geschenk dat zij hem kan geven.)

Ziedaar: Traven, de oppositionele, de cynicus, de criticus van onze maatschappelijke „orde”, hij wordt dichter en keert terug tot de oerbronnen der menselijkheid, als hij over de eenvoudige, onverdorven Indio’s vertelt.

Travens gestalten zijn niet de fantastische draken van een Karl May; evenmin de dorre papieren schepseltjes van de een of andere reisbeschrijving. Het zijn mensen in de volie zin van het woord, mensen wier lot ons aangrijpt. Daar is de opgejaagde Amerikaanse zeeman in „Dodenschip”, de bijtende satire op de zinneloosheid van alle burocratisme: die zeeman, die, omdat hij zijn „papieren” kwijt is, eenvoudig niet bestaat, een niets is. Daar zij'n de avonturiers in ~De katoenplukkers”, die zich een schuilplaats zoeken ergens, ergens in de loerende, gevaarlijke wijdte van het Zuidamerikaanse land; in de wildernis die zich bukt voor de sprong; reusachtige kudden vee stampen over de vlakten, machines boren zich diep in het hartebloed der aarde. Hartstochten en misdaden laaien op. Edelmoedigheid en heroisme ontwaken. Of neem die grote ballade in proza, „De witte roos”; twee werelden botsen hier op elkaar: hier staat de Indiaanse farmbezitter daar de oppermachtige Wallstreet-oliemagnaat.

Hoe een ragfijn vertelsel ontstaat en groeit, beleven wij in een van zijn puurste werken, het helaas nog niet in het Nederlands vertaalde „Brücke im Dschungel”, dat Traven aan ~de moeders van alle rassen en alle creaturen” opdraagt. Er is een kind verdronken. En hieromheen groepeert zich al het andere. Bij deze gebeurtenis, bij de liefde en de wilde smart der moeder, zinkt al het andere In het niet. In de nacht der wildernis staan vrouwen en mannen bij elkaar, voelen zich klein en onbeduidend worden tegenover deze moeder en haar grote droefenis. Geen Imperator kan met meer plechtigheid ten grave worden gedragen, dan dit arme Indiokind. 'Want geen smart en geen liefde kan sterker en aangrijpender zijn, dan die van deze moeder.

De vrijheidswil van het Mexicaanse volk vond zijn uitdrukking in de herhaalde strijd, die het voerde om zijn onafhankelijkheid, tegen corrupte officieren en ambtenaren binnen in het land, tegen vreemde economische machten, die in het bezit van het belangrijke zilvergebied pogen te komen en de ertsgebieden en oliebronnen in hun handen 'willen krijgen. „Regering” geeft ons een schokkend beeld van de heerschappij van den dictator Porfirio Diaz in het begin dezer eeuw en van de Indio-opstanden, die uitbarsten als vulcaanexplosies. Ook ~Modesta”, de geschiedenis van een slavenrebellie, is een schilderij in vlammende kleuren.

Aan deze en aan andere hier niet genoemde boeken van Traven is thans een nieuw toegevoegd, dat voorlopig nog slechts in de Duitse taal (bij Aliert de Lange, Amsterdam) is verschenen: „Ein General kommt aus dem Dschungel”.

„Modesta” eindigde met de opstand van de gepijnigde Indio-slaven. Met de opstand van de onmenselijk behandelde slaven, de peones, begint dit jongste boek van Traven. En heel het werk handelt over niets anders dan over deze opstand in het zuiden van Mexico. De dictatuur van „El Caudillo” en van de vele kleine dictatortjes, heeft uit vredelievende mensen een troep wilden gemaakt. Enkele hondei-den sloten zich aaneen en volgden den „Generaal”, een jongen intelligenten vent, die nooit den tegenstander onderschatte en zijn troep vervallen rebellen ter overwinning voerde. Zij wilden mensen zijn en konden zich in de door hem geleide troep als mensen voelen.