is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 29, 13-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Overrompeling

Nog geen maand na de Vrede van Moscou, die in alle Scandinavische landen met zoveel opluchting is ontvangen, omdat men, ondanks alle sympathie voor het lot der Finnen, daarmee het acute oorlogsgevaar voor de aangrenzende staten geweken achtte, is één van die Scandinavische landen overrompeld en ziet een tweede zich uit zee en uit de lucht aan – gevallen en in een slagveld van de Europese oorlog verkeerd.

Is er duidelijker demonstratie denkbaar van de wisselvalligheid, waaraan het lot der kleine naties is blootgesteld? Is er treffender illustratie mogelijk van Gandhi’s opvatting, dat in Europa de onafhankelijkheid der kleine naties bestaat bij de gratie der grote mogendheden? Als een speelbal op de wilde golven worden zij heen en weer geslingerd, tussen hoop en vrees, tussen ieven en dood. Van de ene dag op de andere kan hun vreedzaam bestaan worden vernietigd. Wij weten in deze tijd zelfs niet, wat de avond nia de dag of liever nog, wat de ochtend na de nacht ons brengen kan.

Wat de toestand in Europa, in het noorden of in het westen, veraf en dichtbij aan het eind van deze week zal zijn, wie is er, die het ook maar gissen kan? Maar houden wij ons aan de feiten, zoals die aan het begin dezer week ons in een bedwelmend tempo overvielen.

In de vroege Maandagochtend deelde de Britse regering mede, dat die afgelopen nacht de Britse en Franse oorlogsvloten drie mijnenvelden hadden aangelegd in de Noorse territoriale wateren. Ongetwijfeld was hiermee een ernstige schending begaan jegens de souvereine rechten van een neutrale staat. Een schending, die niet verontschuldigd kan worden met de verwijzing naar de veel ernstiger en veel bloediger overtredingen van het volkenrecht, welke door de tegenpartij werden begaan. Ook al wekt het Brits-Franse optreden, in vergelijking met de Duitse practijken, waaraan minstens 150 schepen en' duizend zeelieden der neutralen ten offer zijn gevallen, nog de indruk van zachtmoedigheid, de schending der Noorse neutraliteit door de Geallieerden bleef daarom even goed een daad van eigen richting, welke iedere rechtsgrond mist. Terecht heeft de Noorse minister van Buitenlandse Zaken Koht, zich verzet tegen de Brits-Franse vergoelijking van een schending, die zich tot enige „technische” elementen der neutraliteit beperkte. Die „technische” elementen vormen een heel netwerk van ~zijden draadjes”, waaraan het bestaan van kleine volken verbonden kan, zijn. Het netwerk is thans, wat Noorwegen betreft, volledig verscheurd.

Geheel onverwacht kwam dit Brits-Franse optreden, hoe sensationeel het ook was, geenszins. De actie jegens Noorwegen vormde een deel van dat „voorjaars-offensief” op diplomatiek en economisch gebied, dat de Opperste Oorlogsraad van 28 Maart had aangekondigd. De Londense „Times” plaatste toen reeds de volgende dag, in een half-officieel commentaar de kwestie van de ijzer-ertsdoorvoer in het centrum der belangstelling. Thans is gebleken, dat reeds in die Oorlogsraad tot de maatregel besloten werd, welke deze doorvoer naar Duitsland voor goed onmogelijk moest maken. Het ogenblik voor deze maatregel werd daarbij niet ongunstig gekozen, gezien de stemming der Noorse openbare mening en met haar die der overige neutralen na de krasse staaltjes vani terreur ter zee, welke de Duitse lucht- en duikbootpiraten de vorige week speciaal tegen de Noren hadden ondernomen.

De stijgende verontwaardiging tegen de Duitse oorlogsvoering ter zee, welke in Noorwegen zover ging, dat de loodsen' ernstig dreigden, geen Duits schip meer de Noorse fjorden binnen te leiden, roept anderzijds de vraag op, of deze actie der Geallieerden het doel: de stopzetting van de ertsdoorvoer naar Duits-

iand, in aanmerking genomen, strikt noodzakelijk was. En deze vraag klemt te meer, wanneer men verneemt, dat binnen enkele weken de erts-aanvoer uit Zweden via de Oostzee toch grotendeels de aanvoer via Noorwegen zal kunnen vervangen.

Het hele spectaculaire optreden tegenover Noorwegen moet dan ook wel als een onderdeel worden beschouwd van een omvangrijk program van actie, dat een nieuwe faze in de oorlog moest inleiden. Eén der oogmerken van dit program, uitgevoerd onder auspiciën van het tweemanschap Reynaud-Churchill, is de doorkruising van een consolidatie-politiek, waartoe het Derde Rijk, beschermd door een krans van neutralen en door de Siegfried-linie, zou kunnen overgaan. Het is mogelijk, dat de Geallieerden inderdaad Duitsland, dat noch economisch, noch diplomatiek thans over uitgebreide middelen beschikt, op af doende wijze op de geallieerde actie te reageren, tot een ontijdig militair offensief, bij voorkeur aan het Westfront, hebben wilien provoceren. Ook kan de opzet zijn geweest, door een reeks acties in verschillende delen van Europa, Duitsland ertoe te dwingen, zijn aan het Westfront voor een enorme lawine geconcentreerde troepen- en materiaalmassa’s over verschillende fronten te verspreiden.

In elk geval blijft de ernstige aanklacht, welke de Noorse minister Koht tegen de Geallieerden heeft gericht, namelijk dat zij welbewust de oorlog naar Noors gebied hebben willen overbrengen, bestaan. Het is evenwel de vraag, of Engeland en Frankrijk op zulk een snel ~succes” hunner manoeuvre hebben gerekend. En al staat het uiteindelijke resultaat der oorlogsverwikkelingen in Noord-Europa en hun invloed op het verloop van de gehele oorlog geenszins vast, het is wel een zware schuld, die de Geallieerden jegens het Noorse volk op zich hebben genomen.

De moderne oorlog is al te zeer een hazardspel, dan dat zij zekerheid kunnen hebben, die schuld ooit ten volle te kunnen inlossen.

Vae VicHs

Niemand zal te goeder trouw de Duitse propaganda kunnen aanvaarden, die het Duitse optreden gerechtvaardigd acht door het leggen van drie mijnenvelden in de Noorse wateren. Alles wijst erop, dat de Duitse expeditie tegen Noorwegen reeds veel langer was voorbereid en ook reeds onderweg was, alvorens de Geallieerden hunnerzijds tot enige actie waren overgegaan. Voor de overrompeling van het volkomen vreedzame en in zijn neutraliteit althans van geallieerde zijde ongerepte en onbedreigde Denemarken bestond evenwel in het geheel geen motief.

Er zijn trouwens allerlei aanwijzingen, dat men zich om een rechtvaardiging van het optreden in het bijzonder tegen Denemarken al heel weinig zorgen heeft gemaakt. Wie de nota aan Noorwegen las en dan vernam, dat een zelfde nota aan Denemarken was overhandigd, kon zich verbazen, hoe dit eigenlijk mogelijk was. Maar bovendien is gebleken, dat in Denemarken biljetten werden uitgestrooid, die kennelijk reeds lang tevoren waren gedrukt. De nota’s, zowel aan Noorwegen als aan Denemarken, verraden hetzelfde confectie-karakter: zij onthouden zich angstvallig van concrete verwijten en zelfs de mijnen-leggerij der Geallieerden wordt er niet met zoveel woorden in genoemd. Van het Duits—Deense nietaanvalspact, nog geen jaar oud, is nimmer gerept maar daaraan zijn wij gewoon geraakt. Het valt evenwel te vrezen, dat men met de beloften, thans aan de Denen en Noren gedaan, even slordig zal zijn.

Het is een bitter lot, dat beide vredelievende volken heeft getroffen. Zeker, men zal, zolang het Derde Rijk deze nieuwe buit niet geheel geconsolideerd heeft, nog wel enige reserve betrachten. Maar na verloop van tijd zal de Gestapo zijn intrede doen en zai ook de ~ophaaldienst” van Göring aan het werk gaan. Het zal de Denen en Noren nog berouwen, dat er zo

triomfantelijk werd bericht, dat al het Scandinavische goud naar Amerika in veiligheid was gebracht. Wat er aan levensmiddelen, grondstoffen en arbeidskrachten bij hen aanwezig is, zal tot de laatste kruimel, de laatste korrel en de laatste droppel bloed worden uitgeperst.

Wederom, evenals bij de ~vreedzame” annexatie van Wenen en van Praag, treft ons het onwezenlijke, schier spookachtige van dit moderne veroveringsproces, waarbij de radiostations der geannexeerde landen onverstoorbaar voortgaan temidden van de beangstigende gebeurtenissen de lustigste liederen uit te zenden; de burgers van de overweldigde staat kalmweg de volgende morgen weer hun beroepsbezigheden hervatten en terstond een bende huurlingen gereed staat, als zaakwaarnemers voor den veroveraar op te treden.

Misschien heeft de vérgaande gemoedelijkheid der Denen wel eens onze wrevel opgewekt. Maar er zal toch wel niemand zijn, die een volk de tuchtschool van het nazi-reglme zal willen gunnen.

Wat nu?

Hjt zou in deze duistere omstandigheden geen wonder zijn, wanneer de mens in zijn benardheid zich op irrationele wijze licht zou willen verschaffen en daarbij ook zonderlinge middelen te baat zou nemen.

Kamiel Huysmans, de burgemeester van Antwerpen, voerde dezer dagen in de Antwerpse „Volksgazet” dan ook al reeds een waarzegster op het toneel, al diende deze figuur dan ook eigenlijk slechts als masker om op verdekte wijze enkele netelige vragen aan de orde te stellen.

Huysmans en waarlijk niet hij alleen, had zich bezorgd gemaakt over de uitlating van den Engelsen minister Churchill, dat er een millioen Duitse soldaten aan de grenzen van Nederland en België stonden. Zijn ~waarzegster” bracht hem aan het verstand, dat dit nog niet eens het ergste was, maar de regelmatige groei van deze strijdmacht nog heel wat meer betekenis toekwam. Sedert September is het aantal Duitse leger-divisies aan de grenzen der beide Lage Landen van twintig tot minstens zeventig gestegen. In de alarmmaand November waren het er hoogstens veertig, in Januari altijd nog maar vijftig. De laatste maanden bereikte de stijging een tempo van tien divisies per maand.

Op zichzelf zijn er redelijke verklaringen voor deze troepenconcentraties aan de grenzen van België en Nederland te over, die daaraan elke alarmerende strekking ontnemen. De meest aannemelijke is, dat de Siegfried-linie tc kort is om een concentratie van al te grote massa’s toe te staan. Daarbij komt, zoals onlangs een militair deskundige van de „Times” verkondigde, dat Duitsland wegens zijn beperkte verkeersmogelijkheden wel gedwongen is, de hoofdmassa dichtbij het front geconcentreerd te houden. Maar een prettige nabuurschap biedt zulk een enorme oorlogkolos desondanks niet.

Wanneer inderdaad het geallieerde offensief op diplomatiek en economisch gebied een zuiver militaire actie zou uitlokken, die niet tot een verscherpte optreden ter zee of in de lucht beperkt zou blijven, maar de legermachineriën aan beide kanten in beweging zou brengen, dan zou ook voor de Lage Landen aan de Noordzee wederom een bange tijd zijn aangebroken.

Het grote gevaar is niet, dat het Derde Rijk in Scandinavië hun stellingen hebben vooruitgeschoven. Reeds is gebleken, welke risico’s deze overhaaste opmars meebracht. Door de intensifiëring van de oorlog kunnen de nazileiders in een roes worden gebracht, dat zij zich door geen enkele nuchtere overweging meer laten remmen. „Wij zijn immers toch brutaler” deze opvatting, door een Duitsen burgerman üi volle overtuiging geuit, vond thans opnieuw bevestiging. Hoe gemakkelijk kan daaraan de conclusie worden verbonden, dat de brutalen dan ook terecht de halve wereld voor zich mogen opeisen!

~Meine Ruhe ist hin, mein Herz ist schwer” concludeert de waarzegster van Huysmans, die overigens wel geen Gretchen geweest zal zijn. Houden wij ons aan de raad, die Mefisto aan Faust meegaf en halen we ons niet onmiddellijk het einde voor de geest. „Es lebe.

wer sich tapfer halt.” B. W. SCHAPER,