is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 38, 22-06-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Jeugdlectuur

Het kost enige moeite werk, dat vóór 10 Mei daar lag, weer op te nemen. Het is me of ik me moet verplaatsen naar een ver verleden, of ik me moet heenwenden naar een wereld, die voorbij is die afgedaan heeft. Heeft het nog wel zin om te over een voor kort verschenen meisjesboek, dat de sfeer ademt van vóór 10 Mei en is er voor dit levensbeeld nog wel plaats in deze veranderde wereld?

Terwijl ik het weer ter hand nam (~Een schip vaart weg”, door Emmy Vosma, uitgave Thieme & Co.) O'm het nog eens weer te lezen, vond ik, dat het zelf direct een antv/oord gaf op de opgeworpen vraag.

Het boek begint met het afscneidsfeestje ter ere van de geslaagde vijfdeklassers van een H.B.S. in een klein stadje. Als het schoolorkestje met grote animo een hot jazz ten beste geeft, geniet de jonge generatie met volle overgave van deze prestatie; de ouderen klappen voor deze gelegenheid welwillend mee, maar in hun hart is de heimelijke gedachte, dat deze „muziek” goed voor wilden is. Hier gaapt een kloof tussen de generaties, die zich niet licht laat overbruggen. Even later zingen de geslaagde meisjes onder leiding van den Duitsen leraar Mendelssohn en Schubert en zij weten met hun jonge, frisse stemmen iets van het eeuwig schone te openbaren, waardoor oud en jong gelijk gewonnen worden.

Zo zal het altijd zijn, in iedere tijd zal het eeuwig schone en eeuwig goede zijn overduidelijke taal spreken tot ieder, die van goeden wille is.

Was het niet Augustlnus, die zei, dat de ware tijdgeest de heilige geest is? Deze heilige geest zal het dus zijn, die verleden en heden kan overspannen en verzoenen. Nu zie ik ook weer, dat het wel degelijk zin lieeft om te wijzen op een boek, waarachter de schrijfster met de inzet van haar hele persoonlijkheid staat. Die persoonlijkheid is ernstig en doordrongen van de verschrikkelijke werkelijkheid om ons heen (ook van vóór 10 Mei), maar tevens blijmoedig en hoopvol.

Als het achttienjarig Katrientje na het eindexamen tijd vindt om de krant te lezen en ontzet is door het gruwelijke, wat er in de wereld gebeurt en de schrijnende tegenstelling voelt tussen het heerlijke van haar zomerse thuis en de gebeurtenissen in andere landen, waar niets aan te helpen valt, dan zegt haar moeder ook het enig mogelijke, wat troosten kan.

„Eens Katrientje zal alles beter worden. Dat geloof ik vast. Maar dat zal nog lang, heel lang duren. Dat beleven wij niet meer. En dat kan ook niet in eens gaan. Heel, heel langzaam zal de mensheid groeien naar een beter en schoner leven op deze prachtige aarde. Maar er zal nog veel bloed vloeien, er zal nog veel geleden worden. eer het zover is. We mogen echter nooit de moed verliezen. Dacht je niet, dat de wereld, juist deze wereld, behoefte heeft aan dappere flinke mensen? Tobbers en bangerds doen alleen maar kwaad. Begin met je eigen leven dapper en flink te leven en probeer zoveel mogelijk voor anderen te zijn. Het lijkt niet veel Katrien, maar de opgaaf is groot en moeilijk voor een mens.” Moeder zweeg en heel stil zaten zij bij elkaar. De wind blies zacht door de kruinen van de bomen. Ver weg blonken de sikkels van de maaiers, die ’t koren maaiden, in de zon. Langzaam viel ’t koren.

„’t Koren is bijna weg”, zei Katrien en haar stem klonk schor.

„Maar ’t volgend jaar groeit er weer nieuw koren”, zei moeder, „en ieder jaar en altijd maar door. Altijd is er weer een nieuw begin. Luister eens goed, wat Schleiermacher, een Duitse schrijver zei. Hij leefde in een tijd, die ook vol moeite en ellende was. Ik heb dit van hem onthouden:

„Wees niet bedroefd om wat is voorbij gegaan; wees niet bezorgd om wat komen gaat, maar zorg, dat gij uzelf niet verliest op de stroom van de tijd en dat ge in uw hart iets van de hemel blijft omdragen.” „Ja”, zei Katrien zacht, „ja, dat wil ik.”

Hetzelfde Katrientje werkt die winter met haar vriendin Lien voor steno en typen en in de Paasvacantie bezoekt ze met haar vader de familie in Friesland. Daar ontmoet ze weer haar vroegere klasgenoot Age Agema, die, voor hij in dienst moet, nog een poos bij een oom op de boerderij werkt. Later zal hij naar Amerika gaan om daar boer te worden. Er ontwaakt bij Katrientje een groot gevoel voor Age, maar ze wacht zich wel het zonnige heden te bederven door twijfelgedachten, of Age haar gevoel ooit zal beantwoorden.

Kort daarop krijgt ze een betrekking in Amsterdam. Na enige tijd verwisselt ze het huis van haar oom voor een étage, die ze met de beide vriendinnen zal bewonen. Zo hebben de meisjes hun eigen huishoudinkje. Age en zijn vriend Geert zijn in Amsterdam in dienst en brengen met een nooit te stillen honger heel wat vrije tijd in het gezellige bovenhuisje door. Katriens broer Gerben en Tine Oosterhuis, het onderwijzeresje, die als kwekelinge met acte zo hard voor haar sober bestaan werkt, zijn dan ook vaak van de partij. Eerlijke, flinke, jonge mensen zijn het, die in goede kameraadschap een heerlijke tijd samen hebben en een onvergetelijke Sinterklaas vieren.

Dan komt er al spoedig een eind aan het meisjeshuishouden: Rietje gaat bij haar vader wonen, Lien gaat ook naar huis om haar zieke moeder te verzorgen en Katrientje zal thuis alle huisvrouwelijke deugden aankweken, om hiermee over een paar jaar, als Age haar als zijn vrouw komt halen, te kunnen woekeren.

In het centrum staat het goede, warme gezin, waardoor Katrien zo bevoorrecht is boven Rietje. Een gezin, waar de mensen geen heiligen zijn, waar de jongens wel kibbelen en vechten, en vader en Gerben soms driftig en stijfkoppig tegenover elkaar staan; moeder moet daar dan wel eens om huilen.

„En later was alles weer goed en was ’t niets dan een voorbijtrekkend onweer geweest.”

Om al deze eerlijke, menselijke gevoelens, om de liefde, de weemoed, het heimwee, de humor, maar bovenal om het besef, dat zich boven het kleine mensenbestaan de wijde hemel welft, moet men wel veel van dit boek houden. B. A. v. d. GRAAF—KLOK.

Gevraagd te Bentveld in het Gebouw der Arbeiders Gemeenschap, tijdens de zomermaanden, een huishoudelijke hulp bereid en in staat alle huishoudelijke werk, ook het ruwe, te verrichten. Voorwaarden nader overeen te komen. Brieven rechtstreeks aan dr. W. Banning te Bentveld.

V ereniging steven

Van den Redacteur

Ditmaal meen ik van de regel, dat over persoonlijke aangelegenheden in T. en T. wordt gezwegen, te moeten afwijken. Men heeft in de dagbladen onder Kerknieuws mogelijk gelezen, dat tot voorganger der Vrijz. Hervormden te Haarlem beroepen is dr. W. Banning te Bentveld. Ik hecht eraan te verklaren, dat in onderling overleg is afgesproken, dat bij aanvaarding van dit voorgangerschap zowel Tijd en Taak als het werk in Bentveld onder mijn leiding blijft doorgaan.

Vacantieweken der Arbeidersgemeenschap

Verscheidene onzer lezers zullen door eigen ervaring of door verhalen uit htm omgeving een warme herinnering bewaren aan onze vacantieweken te Bentveld en Kortehemmen.

Ook deze zomer bieden wij weer gelegenheid in een mooie, rustige omgeving, in goede sfeer rust en ontspanning te vinden na een jaar van hard werken en nieuwe moed en geestkracht op te doen na veel gepieker en getob met teleurstelling en moedeloosheid.

Men kan in onze gebouwen huisvesting vinden voor gezinnen (kinderen beneden 4 jaar kunnen terwille van henzelf en het geheel niet worden toegelaten) en voor personen aUeen. Onzerzijds wordt gezorgd voor vertrouwde en beschaafde leiding voor de kinderen, zodat de ouders niet voortdurend op hen behoeven te letten. De leiders van onze vacantieweken organiseren elke dag gemeenschappelijke bochten, die echter in geen enkel opzicht verplicht zijn. ’s Avonds is er een lezing over een goed boek, muziek of zang of iets dergelijks.

In Bentveld worden de vacantieweken gehouden van 29 Juli—3 Augustus en van 3—lo Augustus (een verblijf van 29 Juli—lo Augustus is ook mogelijk), in Kortehemmen (in Friesland, vlak bij Beetsterzwaag) van 22—27 Juli en van 12—17 Augustus.

Men vrage een volledig prospectus met opgave van leiding enz. aan bij de Administratie der Arbeidersgemeenschap, Bentveldsweg 5, Bentveld, post Aerdenhout.

BOEKBESPREKING

Heilig onze gedachten, verzameld door dr. A. K. Kuiper. Amsterdam, H. J. Paris, 1938. Geb. ƒl. Dit bescheiden boekje met levenswijsheid citaten uit Augustinusj Pascal, Lüther, Kierkegaard, Gunning, la Saussaye, Karl Barth e.a. is al twee jaar geleden verschenen. Het kwam mij nu weer in handen, en bracht mij menig goed en diep woord, dwong ook tot voortdenken, en wekte een besef van een onvergankelijke wereld dés geestes, waarin ons leven geworteld moet zijn, willen wij stand houden. Aan de geciteerde namen ziet de deskundige wel de eenzijdigheid: hier komt alleen het Christendom, en dan een bepaald type aan het woord. Plato en Spinoza vindt men er niet; Kant, Schleiermacher, Kegel evenmin. Ik bedoel dit niet als kritiek, wel als vaststelling der grenzen. Ook dit boekje vraagt: „heb mij lief gelijk ik ben”. Ik voor mij waardeer het toch wel. W. B.

Inhoud:

Blz. Eenvoudig leven, W. B 1 Binnenland: Christus Victor, Ons dagelijks brood, Serviliteit, J. A. Bruins 2 Uit de Kerkelijke Wereld: Zéér spijtig, De voorbede, L. H. Ruitenberg 2 Plaat van Aart v. Dobbenburgh 3 Over het pessimisme als levenshouding, René ... 3 Over Jeugdlectuur, B. A. v. d. Graaf—Klok 4 Verenigingsleven 4