is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 40, 06-07-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere, meer dan mechanische, meer dan instinctieve. Zij hebben altijd meer te maken met het offer dan met de wraak.

Z’n mens, zo’n daad maakt dan dat andere, de doffe regelmaat, belangrijk als de achtergrond waaruit zij zich moesten en konden losmaken. Zo mogen ook wij deze tijd van menselijke vergelding niet gebruiken als een verontschuldiging voor allen en alles; hij zij ons integendeel de zeer onvruchtbare bodem waaruit tóch een kleine oogst van menselijkheid moet groeien.

F. KALMA—KOOPS.

HET GEWETEN

Gelukkig zijn, wilien we allen, en omdat de grondslagen van ons bescheiden geluk ineens wankel zijn geworden en de zekerheden waarop we onze toekomst baseerden, ineengestort zijn, houdt de angst ons bevangen en weten we niet, wat te denken. Deze onzekerheid was reeds jarenlang het lot der werklozen en van de tienduizenden die een los baantje hadden; vandaag wordt ook menig eerwaardig burger door eendere onzekerheid gekweld. Een lawine van veranderingen is over ons losgebroken en men probeert in een hoekje weg te schuilen, waar het onweer ons niet treffen kan; met andermans lijden zijn we begaan, maar meer nog zoeken we voor onszelf en voor die ons meest nabij zijn, het lijden af te weren. De zorg om ons lichamelijk bestaan kan nochtans onze geest niet heel en al in beslag nemen. Als we de ogen sluiten en een ogenblik de kommernis om onze voorraden levensmiddelen vergeten, dan weten we ineens, dat een mens niet leeft om te hamsteren en om distributiebonnen te verzamelen. Zijn geestelijk bestaan staat op het spei. Waar zijn de fundamenten van zijn denken en willen? Het wereldbeeld wijzigt zich met razende sneiheid; de waarnemingen stapelen zich in zijn geheugen op; hij kan niet vergeten hoe het vroeger was; zijn oordelen zijn met een oude wereld vergroeid, die nu in gruizels ligt. Hij kan wel vermoeden, dat van tussen de wolken stof en puin een nieuwe orde oprijst maar zijn oog zoekt tevergeefs de lineatuur der toekom.st. Hij wil weten, wat afval, wat bouwsteen is.

„Een eenzaam zwijger weegt de wereld in zijn schaal.”

Zo heeft Vondel ooit den edelen Palamedes geschilderd. Terzijde het rumoer, een ogenblik bezinning! Nu een mens te zijn, die nog de moed heeft koelbioedig zijn hart en zijn hoofd te ondervragen, wat hij nog van het leven verwacht en hoe hij deze wereid moet beoordelen I

Het geweten ontwaakt

We hebben het levensdilettantisme verworpen, dat niet kiezen wil, omdat het een leugen en een lafheid was. (Om een houding. T. en T. 8 Juni) en ook het pessimisme bleek onhoudbaar, wijl tezeer door een onredelijk gevoel geïnspireerd en in wezen een illusie. (Pessimisme als levenshouding. T. en T. 22 Juni).

Het geweten ontwaakt, als in ons een oordeel ontstaat over eigen en anderer motieven. Nog blijft ons streven naar geluk en veiligheid gehandhaafd; het geweten keurt niet af, maar het wii weten, hoe en met wat voor middelen. Het geweten kent een onderscheid tussen goed en kwaad en meet hiermee onze motieven en hun voorwerp.

Laat me nu van twee eenvoudige, maar zeer diepe waarnemingen uitgaan. Niet elk geweten spreekt even duidelijk en zelfs: niet elk geweten spreekt eender; men kan zijn geweten het zwijgen opleggen, (of het niet telkens weer murmelend begint?) men kan zijn geweten vergiftigen en zijn ziel harden tegen het droef vermaan, misschien kan men zelfs zijn geweten vermoorden.

Maar op dit ene feit wil ik de aandacht vestigen: wie geen geweten meer heeft, is verminkt. Als een mens u in de straat tegenkwam en zei: „Ik heb nu alles bereikt, wat ik wou. Ik ben rijk en machtig, alieen: ik heb geen geweten meer.” Ge zoudt, beschaamd uit mede-

lijden, terzijde kijken, zoals men met afwaartse blik spreekt met een stakker, die slechts stompjes van benen heeft. Maar ge zult niet licht zo’n mens ontmoeten. Ook die in duizend daden zijn geweten heeft verloochend, zal ontkennen, dat hij het vermoord heeft en zijn laagste streken zal hij pogen te motiveren met een bevestigend gewetensoordeel.

En hier is het tweede feit: het geweten erkent het succes niet als rechtvaardiging van de daad. Men heeft mooi praten over die en die: „ze hebben het toch maar ver gebracht” in de diepte weten wij, dat dit niets bewijst tenzij de technische juistheid der daad. Men kan van een moord erkennen, dat ze geslaagd is en dat het slachtoffer werkelijk dood is, daarmee Is niet bewezen, dat de moord een goede daad is, zelfs niet als de moordenaar met de buit ontkwam. Het kan zijn, dat een daad volkomen mislukte in zijn opzet: het slachtoffer verdedigde zich met de moed der wanhoop, maar verloor de ongelijke strijd. Wederom: hier volgt slechts uit, dat de verdediging ondoelmatig, niet dat ze onrechtmatig was. Over recht en onrecht, over goed en kwaad, oordeelt het geweten. Zijn hoog tribunaal stijgt majestatisch uit boven de feiten van de dag, ook van deze dagen, die we beleven. Vanzelfsprekend is hier niet mee beweerd, dat een daad mislukken moet, om bij het geweten genade te vinden. Wat men smalend „burgerlijk” genoemd heeft, was in diepste zin dit valse waarde-oordeel. Niet, dat iemand rijk is of het worden wU, is verkeerd, maar dat hij meent daaraan het recht te ontlenen, zijn materiële welvaart als bewijs aan te voeren voor zijn zedelijke voortreffelijkheid. Dat hebben we altijd uit het diepst van ons hart verfoeid. Laten we dit vooral vasthouden, en hiermee voortdurend een al te vlotte waardering der gebeurtenissen te lijf gaan.

Laten we ons niet tezeer verdiepen in kwesties over de oorsprong en de variaties van de gewetensuitspraak. Eenvoudige levensdiepe waarheden moet men niet vertroebelen. Een tractaat over oogziekten belet niet, dat we Goddank goede ogen hebben, noch kan gebrek aan inzicht in de wetten der electriciteit ons verhinderen naar de radio te luisteren. Ons geweten leeft en het is een wonder. Er zijn planten, die jarenlang voedsel en sappen putten uit de aarde en de lucht en daarmee de bloem voeden, die één dag bloeit; alle levenskrachten werden opgeslorpt voor deze ééndaagse heerlijkheid, maar nu schittert ze met een maagdelijke kracht en zuiverheid, alsof niet een ondergronds werk van jaren dit had voorbereid.

Zo is het leven van het geweten. Het edelste van ons voelen, ons denken en ons willen bloeit op in haar uitspraak en het is haar licht, dat schijnt over de motieven onzer daden. Wat is 'een motief anders dan een idee, dat ons een reden verschaft om te handelen? De sterkte van een motief komt immers hier vandaan, dat het uitdrukt, wat er in de diepte van onze natuur leeft. Het is een wet onzer ziel, dat elk motief een tegenmotief oproept en zo leeft er een veelvoud van verlangens in een mensenhart.

Helder schijnt over deze warreling het licht van het geweten. Ik weet het: licht kan onbarmhartig zijn: het kan onthullen wat liefst verborgen bleef, maar dan heeft het licht geen schuld, slechts het monster, dat in het donker wiide leven. Zijn schijnsel kan men echter niet ongedaan maken. Men kan niet meer doen, alsof men niets gezien heeft. Het geweten is een getuige, die men desnoods het zwijgen kan opleggen, maar gezien heeft hij: gezien en geoordeeid. Men kan zich van de gewetensplicht afmaken, onder voorwendsel, dat ze zo zwaar is, dat zij onafwijsbaar is, in diepste zin is men dan voor taan met zichzelf in strijd: men wil niet meer, dat men wil.

Van het geweten geldt Vondels onsterfelijke regel:

„Een eenzaam zwijger weegt de wereld in zijn schaal.”

RENÉ.

Aan onze abonné's

Met ingang van 1 Juli zal 'Tijd en Taak verschijnen als orgaan van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers; de Arbeiderspers, die tot heden eigenaresse van het blad was, heeft in onderling overleg het recht van uitgave aan de A.G. overgedragen. De gewone lezer zal in het uiterlijk van het blad geen verandering bemerken; het blijft gedrukt op dezelfde pers als tot nu toe.

Onze kwartaalabonné’s worden verzocht het abonnementsgeld over te maken op Giro 227499 ten name van J. van de Kieft, penn. V. de Arb. Gem. der Woodbrookers te Amsterdam. Wie reeds stortte op de girorekening der Arbeiderspers, make zich niet ongerust: de Arbeiderspers zorgt voor overdracht. Na de 15e Juli wordt per postkwitantie beschikt.

Wie gewend was, het abonnementsgeld automatisch te doen overschrijven, wachte nog even met de wijziging op te geven: we zijn bezig genoemd gironummer op naam te brengen van de Arbeidersgemeenschap te Bentveld. Bericht hierover volgt nog in Tijd en Taak.

Adresveranderingen, nieuwe abonné’s, kortom al wat de administratie betreft, moeten vanaf heden worden opgegeven aan administratie Tijd en Taak Bentveldsweg 5, Bentveld.

Aan deze zakelijke mededelingen voeg ik gaarne een persoonlijk woord van dank toe aan de zeer velen, die mij schreven, dat zij het voortbestaan van ons blad nu meer dan ooit op prijs stelden. Sommigen voegden daden bij het woord: één gaf 6 nieuwe abonné’s op; een predikant nam 10 abonnementen om ze aan gemeenteleden uit te reiken; anderen stuurden geld. Deze uitingen van verbondenheid met het beginsel waarvoor Tijd en Taak blijft arbeiden, heeft mij héél veel goed gedaan.

Vinden anderen er aanleiding in, om nu ook voor het blad te gaan werken, des te beter.

Verenigingsleven

Kortehemmen

Van 29 Juli—3 Augustus wordt door de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers in haar hms te Kortehemmen (bij Beetsterzwaag) een studie-bijeenkomst gehouden voor onderwijzeressen en onderv/ljzers der volksschool. Als onderwerpen vermeldt het programma:

Het onderwijs als cultuurelement, De school in het dorpsleven, De school in de stad. Ouders en school. Het religieus moment in het lager en voortgezet De opvoeding van den opvoeder.

Voor zover de ruimte dat toelaat, kunnen deelnemers aan deze cursus hun gezinnen meenemen om vacantie te houden. Kinderen beneden 4 jaar kunnen niet worden toegelaten. Tijdens de lezingen, die alleen ’s morgens worden gegeven, is onzerzijds leiding aanwezig voor de kinderen.

Men vrage een volledig programma met nadere aanwijzingen aan bij ds. J. L. v. Apeldoorn, Boornbergum Fr., aan wien ook de opgaven van deelneming moeten worden gezonden.

De eerste vacantieweek te Kortehemmen (van 22—27 Juli) gaat niet door. Wij kregen het verzoek, ons huis die week beschikbaar te willen stellen voor vacantie van vijftig Groningse vrouwen. Daar zich tot nu toe voor de vacantieweek nog niemand had opgegeven, meenden we dit verzoek niet te mogen weigeren.

INHOUD: Blz.

Keuze, W. B 1

Binnenland: Bacillen, De jaardag der Leidse Universiteit, J. A. Bruins 2 Eenheid of hutspot? L. H. Ruitenberg 2—3 Vergelding, P. Kalma—Koops 3—4

Het Geweten, René 4

Aan onze abonné’s 4

Verenigingsleven 4

Prettige Zit-slaapkamer gevraagd in Den Haag. Liefst in een moderne woonwijk. Brieven met prijsopgaaf te zenden aan M. J. Maas, Breitnersingel 48, Hillegersberg.