is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 43, 27-07-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie vast en sterk op God betrouwt, en als Gods knecht zijn burgerrecht in Gods Jeruzalem behoudt, staat vast en pal als Slons rots, d' oneindigheid des tijds ten trots.

Jeruzalem is om en om belegerd van het berggespan;

en God, het hoofd van 't engelsdom ligt om zijn volk in 't rond gespreid van nu af tot in eeuwigheid.

Hij laat den scepter van den haat noch 's bozen macht

het vroom geslacht niet drukken, zonder toeverlaat, opdat het niet tot boosheid sla en eindelijk verloren ga.

Uit Vondel's beiWerking van Psalm 125 tot boosheid sla: tot kwaad vervalle

De boodschap van het Vrijzinnig Christendom l)

Niet dikwijls leest men een boek, waarmee men beurtelings geestdriftig instemt om het op een volgende bladzijde even vurig af te wijzen en waarbij telkens de groepering van bezwaren en aanprijzingen anders wordt.

Dit is op zich zelf al een niet geringe lof. Dit boek kan geen lezer onverschillig laten; telkens dwingt het weer tot herziening van eigen opinie en tot bewuste stellingname.

Het geschrift bedoelt de eigenheid van het Vrijzinnig Christendom te schetsen en een der opzichten, die ik onvoorwaardelijk in het boek prijs, is de samenstelling. Men kan niet zeggen, dat alle bladzijden even diep doordacht en definitief geformuleerd zijn, maar het geraamte is hecht doortimmerd. Onder deze vijf kernbegrippen: de bestemming van den mens tot vrijheid, de macht der geestesverlichting, de navolging van Christus, de aanvaarding der onvolmaaktheid dezer wereld, het uitzicht op de volheid Gods, slaagt prof. v. Holk er, op waarlijk magistrale wijze in, een synthese te geven van datgene, wat het Vrijzinnig Christendom typeert. Wat dit boek aan schoolse helderheid en volledigheid mist (vergelijk: De hoofdzaken van ons geloof door dr. H. de Vos) maakt het goed door ruimer uitzicht en verrassende samenhang.

Daarbij is het geschreven vanuit een glanzend enthousiasme. Het Is een persoonlijke boodschap, zózeer, dat men geneigd is de titel om te zetten en te lezen: De boodschap van prof. V. Holk over het Vrijzinnig Christendom. En hiermee zet ook de critiek in. Want hoezeer men het vertrouwen in de eigen goede zaak ook zal waarderen, te licht ontaardt een blijmoedig optimisme in onderschatting van de tegenstander. Ik heb zo’n idee, dat zowel Orthodox-Protestanten, als Rooms-Katholieken zich nu en dan gegriefd zullen voelen door de al te vlotte weerlegging van hun ieerstukken en door de superieure toon van den schrijver. En waar een der gemeenpiaatsen van de vrijzinnige polemiek tegen de orthodoxie juist is de zelfverzekerdheid der rechtgeiovige dogmatiek, misstaat het den vrijzinnige dan ook van zijn standpunt al te voorbarig victorie te kraaien; hoeveel wijzer ware hier de bescheidenheid van het niet-begrijpen en de wijze opschorting van het oordeel. Juist omdat Vrijzinnigheid veei meer methode dan ieerinhoud is, veel meer houding dan dogma, zijn bezwaren tegen de toon van een geschrift hier zo belangrijk.

Ik koester persoonlijk nog een ander, minder

‘) Naar aanleiding van: Prof. dr. L. J. van Holk „De boodschap van het Vrijzinnig Christendom”. Uitgegeven bij H. J. Paris, A.msterdam.

gewichtig bezwaar tegen de schrijftrant van prof. van Holk; theologie heette eertijds een heilige wetenschap en haar beoefenaars kwamen dan ook zelden uit de plooi. Nu onderschrijf ik volkomen prof. van Holk’s betoog, dat bij godsdienst ook humor hoort, maar toch is mij, bij het behandelen van de zwaarste levensvragen, een zekere ernst en wijding liever da]j de joviale toon, waartoe prof. van Holk soms vervalt ..(soms”, want er komen in dit boek ook fraaie geïnspireerde bladzijden voor van diepe bewogenheid).

Juist omdat Vrijzinnigheid meer bezieling dan leer is, lijkt het mij, dat het te voorbarig is om een bepaald traditioneel Christelijk leerstuk af te wijzen. De enige vraag is slechts, op welke grond wordt de verrijzenis, de eschatologische leer, de erfzonde aanvaard en in welke mate eist ge van uw medechristenen, dat zij u in uw geloofsinhoud zullen bijvallen?

Hoe zou het den schrijver aanstaan, als hem de vrijzinnigheid ontzegd werd, omdat hij ernst maakt met de historiciteit van Jezus’ bestaan?

Een prachtig hoofdstuk schreef prof. van Holk over „het onvolmaakte”. Dit moest het evenwicht vormen tegenover de forse bazuinklanken der eerste hoofdstukken, waarin zo blijmoedig getuigd werd van ’s mensen bestemming tot vrijheid en van de zm der verlichting. Die twee eerste hoofdstukken waren tevens brandend actueel in hun profetische verontwaardiging over deze tijd, waarin juist de aangeprezen opperste waarden van het Vrijzinnig Christendom onderkend en veracht worden. Maar In het lijden van deze tijd rijst de religieuze vraag naar de oorsprong van het kwaad; een godsdienst, die hier geen antwoord weet, èn geen uitzicht biedt, (dit in het Ve hoofdstuk: „Van de volheid Gods”, waar de eschatologie behandeld wordt) is te onmenselijk. Niet gaarne zou ik beweren dat de schrijver hier machteloos staat; graag erken ik juist hier de bescheidenheid, waarmee hij zijn gedachten voordraagt, maar bevredigd ben ik niet. Het is altijd weer zijn optimisme hoe fier heeft hij zich kind der verlichting genoemd dat hem belet volledig ernst te maken met het kwaad, met schuld en boete en ja met iets als erfzonde, praedestinatie en verlossing (anders dan in orthodoxe zm!) Men heeft in orthodoxe kringen de Vrijzinnigen wel eens beschuldigd van oneerlijkheid; ze gebruikten geijkte termen, maar bedoelden er iets anders mee. Men zal dit dezen schrijver niet kunnen verwijten. Hij is van een verrukkelijke openhartigheid en aan zijn collega’s vraagt hij: „Waarom, als dat zo moeizaam gaat, het toch zeggen?”

Als ik te antwoorden had, zou ik daar dit tegen in brengen: wanneer ik mij tot Christen beiijd, dan weet ik mezelf en dat wU ik ook aangesloten bij die grootse, eeuwenoude stoet van Christenen, die na Jezus zelf, ieder op eigen wijze zijn goede boodschap hebben verder gedragen; dan sluit ik me aan bij die machtige stroom der traditie, waaruit de nobelste mensen, die ik ken, geleefd hebben. Ik wil me geestelijk verbonden weten met Augustinus en Eranciscus, met Luther en Schweitzer. Veel van wat hun geestelijk inzicht was, kan ik niet meer delen, maar het wezen van hun godsdienstigheid moet ook mij bezieien; indien niet, hoe weet ik dan, dat ik Christen ben? En daarom gebruik ik graag de woorden van hun geloof, daarom probeer ik, op mijn wijze en zonder iets van mijn inzicht te verloochenen, hun geloof te verstaan en mij eigen te maken en heb ik geen blijdschap, als ik ontdek, dat ik een hunner inzichten moet prijsgeven, eerder spijt. Oecumenische gezindheid omspant niet aileen de ruimte, ook de tijd. Zo verstaan, heeft dat kenmerk der apostoiiciteit misschien meer zin, dan prof. van Holk het toekent (pag. 163). Wanneer men alles redelijk wil doorgronden, vervalt men licht tot een zonderlinge vorm, goed bekend van ?ekere Roomse apologetiek. Een gelovig buigen en een voorzichtig agnosticisme t.o.v. dogmatische formules lijkt mij persoonlijk een meer Christelijke en een meer religieuze houding. Men kan ook te redelijk willen zijn.

Ais men eenmaai Christen wil heten, en hoe mooi heeft prof. van Hoik de Christusbeieving door Christus’ navoiging zelf geschil-

derd in zijn IVe hoofdstuk, hoewel ook hier de Christelijke traditie wel wat verschraald wordt (Christus-ening als bij de mystieken en de Oosterse kerken, Chiistus-verlosser zijn verwaarloosde aspecten van deze Christologie) dan zal men toch moeten aanvaarden, dat het Christendom door een hoe ook getemperde onverdraagzaamheid gekenmerkt wordt (5) („Wie niet voor Mij is, is tegen Mij”), dat de heilsgeschiedenis In Christelijke geest zeker meer is dan de cultuurgeschiedenis (31v), dat de door Christus gebrachte vrijheid niet zo mag verstaan worden alsof m wezen de godsdienst ook geen binding was (religie) (15). Als de schrijver (19) de genade duidt als verlossing uit de slavernij der zonde en betoning der goddelijke vrijheid, dan mag daarnaast niet vergeten worden, dat de diepste functie der genade is: binding aan Gods wil en ’s mensen taak: gehoorzaamheid. Te rationalistisch leek me o.a. de verklaring van algemene en bijzondere openbaring, terwijl regels als „God bestaat niet, God geschiedt” (71) en „Hoe kan God zalig zijn, als er nog onzalige splinters van zijn schepping zijn” (89) wellicht in een bepaalde wijsgerige interpretatie volle zin hebben, maar toch moeilijk kunnen gerekend worden tot de boodschap van het Vrijzinnig Christendom. En nu mag prof. v. Holk wel schrijven, dat godsdienst en wijsbegeerte uit dezelfde bron der waarheid putten (26), de moeilijkheid zit juist hierin, dat uit dezelfde bron soms heel verschillend water opkomt en dan ontstaat de verleiding om een van tweeën weg te gooien als ondeugdelijk; de orthodoxie verwerpt dan de rede, en mensen als prof. v. Holk prefereren deze licht boven het geloof. Maar kan hier een bescheiden agnosticisme, een opschorten van het oordeel niet voorzichtiger zijn? Er bestaat naar Paulus’ aanprijzing nog zo iets als ~wijs zijn door soberheid.”

Het boek werd uitvoerig besproken en het verdient zulks; het kent de sociale kommernis, die aan religieus socialisme eigen is en Ik veronderstel, dat het voor velen in onze kring een waarachtige boodschap kan zijn in deze troebele tijden. Het kiest dapper stelling in veel omstreden kwesties, zo b.v. omtrent het wezen van het gezag en de waarde der democratie; zo ook over de liturgie (84) enz., enz.

Aan elk godsdienstig woord zit een leerstellige en een vermanende kant. We meenden eerlijk onze bezwaren te moeten opperen tegen bepaalde leerstellige opvattingen. Des te vrijer prijzen we andere en vooral: stemmen we diep in met deze boodschap, voorzover zijn roep deze tijd betreft: zowel kritiek als aansporing zijn in dit belangrijk werk van een diepe actualiteit, die zich handhaaft en waarde behoudt ondanks het feit, dat het boek al in 1939 verscheen. RENÉ.

Ondertrouwd: Ir. P. A. LEUPEN en BEATRICE VAN DE KIEFT Haarlem, Prinsessestr. 5 Bussiim, Meentweg 50 Huwelijksinzegening 30 Juli a.s. om 12.30 uur te Bussum door Ds. M. J. A. Moltzer, Nederl. Prot. Bond.

VRIENDELIJK TEHUIS

aangeboden bij oud-verpleegster, in rustige bosrijke streek, ook voor rustbehoevende of iemand, die lichte verpleging nodig heeft. Brieven letter G, adm. Tijd en Taak, Bentveld.

GEVRAAGD

in Zwolie door 2 dames (h.b.b.h.h.)

een zelfst., ontw. dame (geesWerv/.) opgew. humeur, genegen om de huish. bezigh. te doen. Aangeb. wordt: kost en inw. met ruime zit-si.k., 100 gid. kieedg. (werkst. 1 x p. w.). Br. met ini. onder letter Z. aan adm. ~T. en T.”, Bentveldsweg 5, Bentveld.

Zonnige kamer met pension

gezocht van September tot Juni door leerlinge directeurscursus O. L. en Bibl. te DEN HAAG. Aanbiedingen: mej. I. v. d. Bergh van Eysinga, Warnsv.weg 140, Zutphen.