is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 1, 29-09-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERSTEL EN VERANDERING

Niet breedvoerig zal ik spreken over wat er in ons blad vergeleken bij 1940 teen het verboden werd moet veranderen: de aandachtige iezer zal dat spoedig genoeg bemerken. Evenmin ga ik al te veel woorden verspillen over de band met het verleden, die waardevols vasthoudt: ook dat zal wel blijken. Maar zonder een enkele toelichting kan een vernieuwd Tijd en Taak toch niet de wereld in gaan. Daarom dan kort het volgende:

10. de titel religieus-socialistisch weekblad is vervangen door: onafhankelijk weekblad voor Evangelie en Socialisme. Deze verandering houdt verband met een belangrijke verschuiving in ons geestelijk leven, meer bewust naar het Evangelie toe, met tevens een besef dat alleen een klaar en duidelijk, eenvoudig en sterk godsdienstig geloof de harde strijd tegen machten, die alle menselijkheid bedreigen zal kunnen aanbinden en volhouden. Laten wij het eikaar onomwonden zeggen: wij staan ook in onze „vrijheid” in een felle, bittere strijd, de machten van het moderne heidendom, die onze wereld nóg beheersen, zijn geweldig sterk; wij komen er niet met nog zo edele aspiraties en verfijnde aristocratische religie, wij zuilen verduiveld hard moeten ploeteren, te samen met die brede stroom uit het Christendom, die waarachtige bewogenheid met de nood der wereld, óók sociale bewogenheid kent.

~Onafhankelijk” zal ons blad heten, d.w.z. het is noch aan enige kerk noch aan enige partij gebonden. Het is alleen innerlijk gebonden aan het Evangelie en zal de vlam der socialistische gedachte, d.i. de gedachte der sociale gerechtigheid en broederschap, mede voeden welke gedachte waarlijk niet het prtvaat bezit van één partij kan heten.

20. In de kop blijft uitgedrukt, dat Tijd en Taak voortzetting is van de oude ~Blijde Wereld”. Zeker, de tijden veranderen, en met hen de mensen. Dat geldt in verhevigde mate voor de eerste helft der 20e eeuw, die twee diep maatschappij en geest omploegende wereldoorlogen te beleven gaf. Er móet nu in menig opzicht anders worden gesproken dan voor 1914 en toch blijft de grondgedachte en -overtuiging dezelfde. Bovendien hebben wij, de lateren, zéér veel te danken aan de oude generatie, die het eerst in ons land hebben gepleit voor de mogelijkheid van samengaan van Christendom en Socialisme. In de woelige onrust dezer tijden tellen namen niet zo veel, en worden vele al te licht vergeten laat mij juist daarom en nu diegenen noemen, die de Blijde Wereld hebben geleid in onverzwakte trouw en nimmer gedoofd geloof: S. K. Bakker, J. A. Bruins, A. H. van der Hoeve, J. J. Meyer, A. van der Heide, S. Winkel, G. Horreus de Haas. Drie hunner zijn reeds heengegaan de nog levenden rusten van hun ambtelijk werk, en zijn meen ik allert'-de 70 gepasseerd of daar vlak tegen aan.

30. Hartelijk hoop ik dat èn de oude voorgangers zelf èn cnze lezers er vrede mee zullen hebben, dat wij van mening zijn, dat nu nieuwe en jongere medewerkers aan het woord moeten. Er ligt stellig iets van pijn in het afbreken of wegglijden van werk, dat met liefde werd verricht, dat voortkwam uit het hart en dus met het eigen leven innig werd verweven. Maar de fakkel moet overgaan in jong, sterke handen... Het moge voor de ouderen een blijdschap zijn te bemerken, dat er bekwame jongeren gereed staan; dit feit is het tastbaar bewijs, dat het eens begonnen werk vrucht heeft gedragen. De pioniers mogen weten, dat wij die na hen kwamen, in diepe erkentelijkheid en dankbaarheid, het werk voortzetten. Moge onze toewijding en trouw niet al te zeer bij de hunne in de schaduw staan.

40. De toetreding van ds. Buskes tot de redactie en van enkele orthodoxen tot de kring der vaste medewerkers heeft een principiële betekenis: zij staat in nauw verband met het nieuwe leven in de Ned. Herv. Kerk, dat de oude scheidingen tussen orthodox en vrijzinnig tracht te boven te komen door een nieuwe gehoorzaamheid aan de centrale prediking van het Evangelie. Wij hopen, dat ons blad onder de nieuwe leiding dienstbaar zal zijn aan en gevoed worden uit de vernieuwing der kerk (en), niet het minst door het wekken van sociale verantwoordelijkheid en bewogenheid zo

kan het sterker dan vroeger medehelpen om kerkelijke en niet-kerkelijke groepen, met name arbeiders, tot elkaar te brengen, opdat eindelijk een zieke wereld genezing vinde en zich uit haar maatschappelijke en geestelijke verwording oprichte.

Wij mikken hóóg met Tijd en Taak. Wij stellen brutaal weg, dat het kernvraagstuk van alle sociale politieke en geestelijke plannenmakerij tot vernieuwing van ons volk, van de volkerenwereld ligt in het hervinden van de

daadwerkelijke overgave én gehoorzaamheid aan die Liefde, waarvan Jezus Christus de drager blijft...

Dat is in veler ogen een belachelijk geval. Het zij zo.

Wij mikken hoog wij weten het. Wij werken zonder illusies en verwachtingen: enkel in gehoorzaamheid. De tijd zal het 'jrel leren of de taak werd verstaan. Al blijft de taak volstrekt onafhankelijk van het succes in de tijd.

DE A.G. IN KORTEHEMMEN

Het huis te Kortehemmen heeft deze zomer in het teken gestaan van de onderwijsvernieuwing. Met medewerking van het M.G. was het, na door de Duitsers c.s. leeggeroofd te zijn, weer bewoonbaar gemaakt; en zo zag week na week daar de paedagogen verschijnen, die zich op hün „brandende kwesties” wilden bezinnen.

Midden tussen hun levendige debatten schoof zich echter een week van ander karakter. De leiding der Arbeiders-Gemeenschap had die vrij gehouden voor een samenzijn van de eigen mensen. Een vacantieweek voor haar leden —■ met vrouv/en en kinderen! maar tegelijk zou met die leden de belangrijke vraag besproken worden: „Wat nu met onze A.G.?”

Een goede 70 man was op de uitnodiging ingegaan. Dominees, schoolmeesters, verpleegsters das waren zowat de categorieën, waaruiD het gezelschap was samengesteld. Het zou niet kwaad geweest zijn, m.i., wanneer het arbeiderselement in den engeren zm óók vertegenwoordigd geweest was; misschien kunnen de organisatoren, door aandacht te schenken aan bepaalde vacantieweken, daar in het vervolg eens iets aan doen.

Overigens: een prettige sfeer! Men zag, na lang gemis, oude bekenden weer en schikte zich te gemakkelijker naar het menu. Dat bleek n.l. niet bepaald vacantiekost te bevatten; althans werden de geestelijke spijzen in een dergelijke overmaat opgediend, dat velen er de handen (of liever: de hoofden) aan vol hadden!

Achteraf beschouwd, kon dat ook moeilijk anders. El' is zóveel aan de orde in ons volksleven van vandaag, dat ook de agenda der A.G. wel vol moet zijn. Zelfs Banning, w'el méér dan geabsorbeerd door zijn velerlei werkzaamheden, had een stukje van zijn vacantie genomen om aanwezig te zijn en om zo te zeggen de toon aan te geven. Hij deed dat in een uiteenzetting, waarin achtereenvolgens de Hervormde Kerk, de S.D.A.P. en de Ned. Volksbeweging geconfrontreerd werden met drie vragen:

1. of er besef is, dat alle geestelijk leven momenteel, en uit verschillende hoeken, bedreigd wordt; 2. of men ziet, dat er achter de economische, sociale en politieke vraagstukken geestelijke veldslagen aan den gang zijn, waarbij alles on het spel staat, en 3. of men doordrongen is van de noodzaak van een zo groot niogelijke geestelijke machtsconcentratie.

Kennelijk was spr. nog het meest gerust op de Kerk, al zal haar ernst moeten blijken o.a. in het overwinnen van de verstarring der richtingen. In de N.V.B. verontrustte hem het roepen om een

partij. De S.D.A.P. beantwoordde aan de drie genoemde criteria zeker het minst. Maar in en ten aanzien van alle drie corporaties heeft de A.G. mèt haar leden een taak te vervullen: op haar wijze heeft zij mede te werken aan het wekken van het besef, dat een dragelijke toekomst voor ons volk en voor de wereld niet denkbaar is zonder de bevruchtende eenheid van Christendom en Socialisme.

Do A.G. zal, behalve Arbeidersgemeenschap, voortaan vooral een Arbeidsgemeenschap, Werkgroep voor Christendom en Socialisme, moeten zijn. De tijd, waarin het religieus-socialisme als secte kon optreden, is voorbij. Er moet gewerkt worden en zijn geestelijke ophouw zoeke men in de ontwaakte Kerk. Naast de persoonlijke activiteit der leden, dacht B. met name aan cursussen, kampen, volkshogescholen, die door de A.G., mogelijk in samenwerking met de Kerk en de Vereniging van Volkshogescholen,te organiseren zouden zijn. Hij besloot met de mededeling, dat een en ander kapitalen aan geld zou vragen en dat die er komen moesten.

Op deze kluif hebben de aanwezigen vijf dagen hun best gedaan. Nu en dan was er nog eens een injectie, om de spijsvertering te bevorderen. Dr. H. de Vos probeerde ’t met het Humanisme, iets anders dan Christendom, maar noodgedwongen bezig zich opnieuw aan het Christendom te oriënteren. Is cr iets beters mogelijk, dan dat deze beide het, voor de verwerkelijking van bepaalde doelen, ma.ar eens met elkaar proberen? Ruitenberg sprak een hoog-kerkelijk woord over de Hervormde Kerk en wekte daarmee het zal hem niet verbaasd hebben! de verontwaardiging der niet-Hervormden. Aan het Hervormde bleek hem echter meer gelegen ba zijn dan aan het vrijzinnige. De ontwikkeling in de Herv. Kerk zal echter de andere kerken moeten dwingen tot een nadere bepaling van haar plaats in ons volksleven en daarna zal de samenwerking niet slechter, maar beter kunnen zijn dan in' het pêle-mêle-verkeer van de laatste eeuw. Ds. Heidinga zag dan nog eens in het bijzonder naar de S.D.A.P. en Ds. Bakker constateerde de grote principiële overeenkomst tussen het program der N.V.B. en het beginsel-program van 1937 der sociaal-democraten.

Ten slotte kwam de terug:, Wat doen wij nu? In een speciale zitting werden de door Banning genoemde punten nog eens onder het oog gezien en besloten het bestuur der A.G. te verzoeken In die geest de nodige stappen te doen. Zo zou onze Gemeenschap ingeschakeld kunnen worden in de grotere activiteit, die Kerk en N.V.B. en nog wel een en ander meer beweegt en zich dienstbaar maken tot heil van ons om een grondige vernieuwing doodverlegen volk. Toch geen gekke vacantieweek, die daarmee eindigt! J. M. ROELOPSEN.

VERZOEK

Nu het eerste nummer van „Tijd en Taak" na de bevrijding verschenen is, roepen wij gaarne de medewerking in van onze duizenden oude en getrouwe lezers van voor de oorlog, om spoedig tot een ongekend grote verspreiding van ons weekblad te geraken.

Meldt u aan als abonné; werft abonné’s in uw omgeving en verzamelt proefadressen.

Abonné’s en zij, die zich met onderstaand formulier wensen op te geven als abonné, worden verzocht het verschuldigde abonnementsgeld te storten op postrekening 21876 van de Administratie van „Tijd en Taak”, Hekelveld 15, A’dam. De abonnementsprijs bedraagt ƒ B. per jaar, f 4.25 per half jaar of f 2.30 per kwartaal. Aanmeldingsformulier:

Naam: .■ Adres: Woonplaats:

wenst zich te abonneren op het weekblad „TIJD EN TAAK".

K 113