is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 3, 13-10-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leidelijke capitulatie bevond. Tegen de verwachting bleek dat de bezetters ternauwernood konden beginnen met het verwerkelijken van een ontwapenings-, democratiserings- en herstelbetalingsplan, maar dat eerst een organisatie van het Duitse volk en zijn economie nodig was, wilde het niet te gronde gaan.

Hier gingen de opinies der bezetters en daarmee hun behandeling van het bezette Duitse gebied uiteen. De Russen, die zelf maar al te goed weten hoe de Duitsers in hun land opgetreden zijn (men zie de film De strijd om Rusland), hadden generlei consideratie en maakten alles ondergeschikt aan hun onmiddellijke eigenbelang. Onbekommerd om de vraag wat er van het Duitse volk moet worden als het op korte termijn van zijn industrie ontdaan en onvoorbereid binnen nauwer grenzen samengebracht wordt, slepen de Russen waardevolle installaties uit „hun” deel van Duitsland weg. De Polen verjagen de Duitsers uit de streken beoosten de Oder en de Neisse. Verhongerd en bezitloos komen uit Danzig en Stettin verdreven Duitse families in Berlijn aan; maar Berlijn, de ruïnestad, heeft voor hen geen onderdak en geen eten. Wel bieden de Russen een zekere mate van politieke vrijheid, maar de klanken uit Beieren, dat men daar de Berlijners hun Russisch regime benijdde men kende het alleen via de Berlijnse radio! zijn al lang verstomd.

In de Amerikaanse en Engelse zone gaat het anders. Daar houdt men in de eerste plaats rekening met het voortbestaan van het Duitse volk, dat men een eerlijke kans op rehabilitatie wil geven. Terecht redeneren de westelijke geallieerden dat politieke democratie weinig kans van slagen heeft bij mensen, die de hele dag moeten werken of vechten voor een schamele boterham. Maar zo komt men in flagrante strijd met de eigenlijke doeleinden van de bezetting. Het geval Patten is daarvan deze week een frappant voorbeeld geweest; deze voortvarende generaal, militair gouverneur van Beieren, meende dat de denazificatie van het openbaar bestuur en de voedselvoorziening elkaar uitsloten en hij achtte het tweede gewichtiger. Eisenhower heeft anders beslist. Men ontkomt soms niet aan de indruk, dat Engelsen en Amerikanen te veel consideratie met de vijanden hebben, evenals de Russen te weinig. Het maakt blijkbaar wel verschil of men de heren vijf jaar als bezetters gekend heeft of niet. Intussen heeft Montgomery sombere voorspellingen gedaan over de voedsel- en kolenvoorziening van Duitsland. En dan bedenke men dat in het weinig agrarische en dicht bevolkte westelijke deel de toestand dagelijks erger wordt door de Duitsers, die op hun vlucht voor de Russen de demarcatielijn overschrijden. „Das danken wir dem Führer!”

Aleer wij overwegen of wij medelijden zullen hebben of niet, dienen wij wel te overwegen, dat hier een politiek vraagstuk van de eerste rang aan de orde is. Het gaat erom of Midden-Europa een vacuum moet worden; of zulks al dan niet voor de veiligheid en de welvaart der mogendheden bevorderlijk is. De westelijke geallieerden ontkennen dit; zij willen Duitsland opnieuw betrekken in de wereldpolitiek, de wereldeconomie en de westerse beschaving. De Russen laat de toekomst van het Duitse volk onverschillig. Een vacuum op hun westelijke flank is hun niet onwelkom; verder achten zij het „organiseren” van Duitse installaties op een moment van grote schaarste voordeliger dan een welvarend democratisch Duitsland later. Na eeuwen van invasies uit het westen vertrouwt de Rus den Duitser niet meer.

Merkwaardige situatie: de ideologische Sowjetstaat verwerpt niet den nazi, maar den Duitser, terwijl de naar hun structuur nationale staten ideologisch reagerend den nazi verwerpen! Wie weet hebben Engeland en Amerika de Duitsers nog nodig, Als de collectieve veiligheidspolitiek schiptafeuk lijdt en het evenwichtssysteem terugkomt...: Chamberlain redivivus, wat God verhoede.

De Duitse reactie, voorzover we die, ten dele uit particuliere berichten kennen, is tweezijdig. Kruiperigheid, onderdanigheid, overdreven loyaliteit, trachten onze bondgenoten ervan te overtuigen dat ze veel „beschaafder” zijn dan Polen, Tsjechen, Joegoslaven enz. Daarnaast een „Unverfrorenheit” die even onaangenaam aandoet. Het ontstellendste staal hiervan is wel het onbeschaamde optreden van den beul van Belsen, die al zijn wandaden rustig loochent.

Zijn toppunt bereikt de Duitse anarchie in de voorlopige instelling van regeringen en departementen in Berlijn en allerlei regionale hoofdsteden. Duits personeel met zuiver administratieve opdracht; regeringen, niet ontstaan terwille van een bewuste herschepping van het land in de vroegere kieine staatjes, maar uit onvermogen tot politieke coördinatie van de bezetters. Het resultaat is er dan ook naar. Een onzekere toekomst voor iederen Duitser persoonlijk, van Duitsland zelf en natuurlijk ook van zijn buurlanden. Hoe staan wij tegenover het menselijk leed dat ginds geleden wordt? Wat is onze politiek ten opzichte van het verslagen Duitsland?

Anders dan toen wij zelf nog bezet en verdrukt waren, staan wij om ons antwoord verlegen. Ook al gunnen wij de nazi’s, hun handlangers en supporteurs hun ellende en vernedering, doch drijft ons verstand ons onweerstaanbaar naar de politiek der westerse geallieerden. Humaniteit, verantwoordelijkheid, opvoeding tot democratie, als die begrippen ooit reële betekenis moeten krijgen, laat men dan hier beginnen. Te meer omdat onze eigen toekomst heel problematiek wordt als zich naast Nederland een kunstmatige woestijn uitstrekt. In deze situatie moet ons volk zich, wellicht op korte termijn, een oordeel vormen over de annexatievraag. Wie in oen tijd als de onze leeft, waarin ons voor fundamentele vraagstukken ternauwernood tijd tot bezinning wordt gelaten, verbaast zich niet over de talrijke onherstelbare fouten, die onbewust en onbedoeld geschiedenis zijn gemaakt. 5 October 1945. A. E. COHEN.

HERFST IN HOLLAND.

Een man die aan een Amsterdamse gracht

Ergens zijn kamer houdt, hoort er de regen

Hoort er de wind, hij kent de zware wegen Van Holland, die doorweekt zijn deze nacht

Ik heb dit land, denkt hij, nooit liefgehad

Voor het door vreemde troepen werd betreden. Voordat de tanks over de straten reden

Van deze later zo gekneusde stad

Dan gaat het donker in zijn ogen bloeien; Ziet hij het land een visioen van bloed.

Hij weet dat nu een storm in Holland woedt Die in de nanacht tot orkaan zal groeien.

Uit: Geuzenliedboek, derde vervolg.

tnhoud:

pag

De les van het Nationaal-Socialisme, J. J. Buskes Jr 1 Tweeërlei realisme, L. H. Ruitenberg 2

Indonesië, W. B 3 De stad in 1944, Laurens ten Cate 4

Ohristelijk-sociaal, Harm de Jong ... 4 Zegen der poëzie, M. H. van der Eegde 5

Geboorte, Ida G. M. Gerhardt 5 Vae Victis, A. Cohen 6

Herfst in Holland 7