is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 5, 27-10-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ZATERDAG 27 OCTOBER 1945 No. 5

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Dr.W. BANNING EN Ds. J. J. BUSKES Jr. ADRES DER REDACtIE: HEKELVELD 15. AMSTERDAM-CENTR.

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 44ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR fB.OO. HALFJAAR ƒ4.25. KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS ƒ 0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ 0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS. HEKELVELD 15. AMSTERDAM-CENTRUM

MENSELIJKHEID en gerechtigheid

Wij leven tussen de puinhopen, in een geschonden wereld.

Prof. Huizinga heeft het voorzien en voorzegd, toen hij sprak over een komend uitbreken van de waanzin in razernij, waaruit de arme Europese mensheid zou achterblijven in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiend en de vlaggen nog wapperend, maar de geest verdreven.

Toch was Huizinga geen pessimist. Hij zegt kort en goed: ik ben een optimist! En op de laatste bladzijde van zijn ~In de schaduwen van morgen” getuigt hij, dat, waar de ouderen gefaald hebben, zijn verwachting van de komende generatie is: „Aan het jonge gesiacht de taak, deze wereid opnieuw te beheersen, zoais zij beheerst wil zijn, haar niet te laten ondergaan in haar overmoed en verdwazing, haar weer te doordringen van geest”. Dat was in 1935.

Van dat jaar scheidt ons de oorlog. De waanzin is in razernij uitgebroken en het was alles veel en veel erger dan Huizinga vermoed had. Wij hebben aan lichaam en ziei de gruwel van een onmenselijke bovenmenselijkheid en een bovenmenselijke onmenselijkheid ervaren. De wereld is geestelijk gewond en aangevreten. Ons volk is losgeslagen en gedemoraliseerd. Het is voor een belangrijk deel corrupt en crimineel geworden.

Men zegge niet: dit alles is een tijdelijk verschijnsel. Dat is oppervlakkig. Het ligt alles veel dieper. De geestelijke en zedelijke ontaarding zijn niet uitsluitend oorlogsverschijnselen.

Het gezegde geldt niet alleen van de ouderen, maar ook en niet het minst van de jongeren, die in deze oorlogsjaren zijn opgegroeid. Een beslissende periode van hun leven hebben zij verkeerd in de meest

ongunstige omstandigheden, in een wereld, waarin geen normen meer erkend werden, waarin gestolen en gemoord werd. Zij vonden geen steun in het voorbeeld der ouderen. Zij kenden ook geen andere wereld. Zij stonden geheel onder de invloed van een totale sociale en économische en tegelijkertijd culturele en geestelijke ontwrichting.

Wij komen niet zo gemakkelijk meer tot de jongeren met de oproep: „Aan u de taak deze wereld opnieuw te beheersen, haar niet te laten ondergaan, haar weer te doordringen van geest”.

De puinhopen staan ons niet toe, zonder meer te zeggen: wij zijn optimisten! Toch is de vacantie voorbij en wij moeten weer aan het werk. Aan het werk voor de geestelijke opbouw van ons ontredderde volk. Wij kennen de slagzin: Nederland moet herrijzen I

Dat is geen kleinigheid. Kennis en kundigheid zijn van grote betekenis. De ellende van de wereld was echter niet een tekort aan kennis en kundigheid, maar een tekort aan normbesef en verantwoordelijkheidsgevoel. In de bezettingsjaren zijn zeer kundige en bekwame mannen ten opzichte van ons volk volkomen tekort geschoten. Dat moet anders worden.

Wij hebben Goddank onze ervaringen uit de bezettingstijd: het verzet van ons volk tegen het Nationaal-Socialisme.

Dit was onze ervaring, dat er geestelijke en zedelijke verworvenheden waren, die in ons gechristianiseerde en tegelijkertijd gesaeculariseerde volksleven algemene geldigheid behielden. Christendom en Humanisme bleken de beide geestelijke machten, die ons deze verworvenheden schonken. Ik zou het nog iets meer willen

belijnen; de Kerk en het christelijke Humanisme.

De geschiedenis van Europa wordt naar het woord van Renan bepaald door drie steden: Jerusalem, Rome en Athene. Athene leverde ons het denkmateriaal en de kunstbegrippen. Rome gaf ons de rechtsbeseffen. Jerusalem bracht ons het Evangelie. En Jerusalem was volgens Renan de dominant.

„Was”, zeggen velen, maar dat is voorbij, alles verleden tijd, volmaakt verleden tijd. In de bezettingstijd hebben wij ervaren, dat dit oordeel onjuist is.

Tot de erve der vaderen behoort dit ons Nederland met zijn Kerk en zijn christelijk Humanisme. Dat is ons in de vijf oorlogsjaren weer bewust geworden. De strijd tegen het Nationaal-Socialisme was een strijd voor de geestelijke waarden van ons Westeuropese cultuurleven en onze beste Nederlandse tradities, een strijd voor menselijkheid en gerechtigheid.

Menselijkheid en gerechtigheid, maar dan deze twee met de inhoud, die zij voor ons hadden in de jaren, die achter ons iiggen, in de grote strijd, waarin wij naast elkander stonden: gelovigen en niet-gelovigen, christenen en humanisten, met ais achtergrond de geestesgeschiedenis van Europa en ons vaderland.

Dè.t moet blijven, want dat is de winst van de bezettingstijd, die onder geen voorwaarde verloren mag gaan. moet blijven, maar dat spreekt volstrekt niet vanzelf.

Zien wij terug, dan zijn menselijkheid en gerechtigheid een gave en een genade. Zien wij vooruit, dan zijn deze twee een roeping en een verantwoordelijkheid.

J. J. BUSKES Jr.