is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1945, no 7, 10-11-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ZATERDAG 10 NOVEMBER 1945 No. 7

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Dr.W. BANNING EN Ds. J. J. BUSKES Jr. ADRES DER REDACtIE: HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTR.

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL P£R JAAR – 44ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO, HALFJAAR ƒ4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS ƒ0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

BIJ HET TESTAMENT van een Nazi-leider

Zou het inderdaad waar zijn, wat de krant ons heeft bericht, dat Robert Ley een der Duitse Nazi-leiders, die zich in de gevangenis heeft opgehangen in zijn afscheid van de wereld dit zinnetje heeft neergeschreven: „Wij hebben God verzaakt; daarom heeft Hij ons losgelaten”? Ik weet wel: zó als het zinnetje er staat, is het in zichzelf nog allerminst duidelijk. De vraag dringt zich immers onmiddellijk op: wélke God bedoelt hij? Het nationaalsocialisme heeft in het verleden voortdurend van God gesproken, en daarmee de God van ras, bloed, bodem en het Derde Rijk bedoeld, de God wiens uitverkoren profeet en liefste kind Adolf Hitler heette... Ik weet niet wat zich in de ziel van Robert Ley heeft afgespeeld, eer hij zichzelf het leven benam. Maar ik beken: dat éne zinnetje laat mij niet los, juist omdat het komt van een die vurig overtuigd nazi is geweest en nu, na de geweldige nederlaag, niet meer leven kon.

Laat ons het los maken van dezen énen man, die thans niet meer aan menselijk recht onderworpen is. Dan staat er in dat zinnetje uit zijn testament inderdaad het enig principiële, het enig wezenlijke oordeel, de volstrekte veroordeling van het nazi-dom, maar tevens van alle terreur, gewelddadigheid, schending van gerechtigheid en barmhartigheid. Als men afziet van wisselende vormen en voorbijgaande politieke stelsels, zijn er in de grond slechts twee manieren, waarop men de mensen in hun maatschappelijke verbanden kan leiden en regeren. De eerste gaat uit van de overtuiging, dat de ene mens den ander een wolf is, en de gemiddelde mens een lafaard, en daarom móet hij geregeerd worden met de knoet, daarom grijpt een kleine kliek naar de macht en hanteert onbarmhartig het geweld, om door angstaanjaging de menigte te dwingen tot arbeid en gehoorzaamheid het is de methode van het absolutisme, van de dictatuur in verschillende vormen. De andere methode ziet de mens geplaatst in verantwoordelijkheid, elk op eigen plaats, en daarom zijn

de mensen op elkander aangewezen, daardoor aan elkaar verbonden. De eenvoudigste arbeider en de hoogstgeplaatste in de regering, de loopjongen in een krantenbedrijf en H. M. de Koningin wij allen staan in verantwoordelijkheid voor de heerschappij van gerechtigheid en barmhartigheid en liefde tot de mens vlak naast ons want God heeft ons in deze laatste en diepste verantwoordelijkheid gesteld. Nu is dit het aangrijpend gevaarlijke van alle mensenleven: wij kunnen weigeren de maatschappij, het volksleven, de Staat te bouwen op deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, wij kunnen de knoet laten regeren, concentratiekampen oprichten om de' stem der vrijheid te smoren. Joden vergassen in de moderne gaskamers van Auschwitz... wij kunnen de heilige wetten die God in het leven legde, verachten en vertrappen. Maar dat wreekt zich, onherroepelijk. De Bijbel zegt het in alle beklemmende en reddende ernst: God laat niet met zich spotten... Heeft Robert Ley er iets van zien flitsen, in de laatste dagen van zijn bestaan op aarde, en geweten dat er daarom voor hem geen plaats meer was in het leven, dat hij en de zijnen zo diep hebben verkracht? Heeft hij geweten, dat schuld moet worden geboet, en zeker de schuld tegenover God?

Maar als deze vraag zich opdringt, laat ons dan niet in zelfgenoegzaamheid en farizëisme bij de ondergang van het nazi-dom en deszelfs ongerechtigheid blijven staan. Want het oordeel Gods gaat niet alleen over het nazisme, maar over ö.lle ongerechtigheid, óók over de onze in de democratieën, en in ons bevrijde Nederland. Een wereld als die der overwinnaars, Amerika en Engeland voorop, is machtig en rijk geworden door het kapitalisme, en laat ons dat nooit vergeten dat blijft onrecht, want arbeidsslavernij, het blijft een wereld met mateloos leed der ontrechten en verworpenen, het blijft een wereld gebouwd op de Kaïnsmoraal: „ben ak mijns broeders hoeder”. In .die wereld waartoe wij, de overwinnaars en de bevrijden, be-

horen, staat huiveringwekkend-machtig het moderne militarisme... Zeg er van, wat ge wilt: dat wij het nazidom niet zouden hebben verslagen, dat een stikdonkere nacht van terreur over ons werelddeel ware blijven hangen, indien de geallieerde wapenen niet sterker waren geweest dan de fascistische. Maar zeg er óók van: dat dit moderne oorlogsbedrijf voor den God der gerechtigheid en barmhartigheid niet bestaan kan. En erken: dat wij een stelletje huichelaars zouden zijn, wanneer wij alleen maar onrecht aan de andere kant zouden brandmerken...

Ik kijk nog ééns dat zinnetje aan uit het testament van den zelfmoordenaar, die de last van schuld niet heeft kunnen dragen: „Wij hebben God verzaakt; daarom heeft God óns losgelaten.” En ik laat alle politiek een ogenblik schieten, en vergeet de haat tegen een stelsel dat ons zo diep heeft beledigd en getrapt ik neem dat zinnetje met mij mee in de eenzaamheid van eigen leven. Een krantenartikel is geen biechtstoel. Ik houd binnen, wat er dan in mij omgaat daar heeft ook niemand mee te maken. Al te luidruchtige openbare schuldbelijdenis wantrouw ik er is ook nog zo iets als geestelijke kuisheid. Ik vraag maar: hoe zou ik weten, dat Robert Ley tenminste dit keer waarheid heeft gesproken, als niet in eigen bittere levenservaring bevestigd was, dat God’s oordeel over ons komt, waar wij Hem in ons leven verzaken?

Nu zeg ik misschien iets héél geks maar ik weet: het is de dwaasheid van het Evangelie, die het mij zeggen doet —: als Robert Ley, of welke andere Nazi ook, in een uur van smartelijke zelfinkeer, waarin het schroeiend oordeel over een verknoeid leven over hem gaat, dit testament schrijft, zou ik dan niet naast hem gaan staan, misschien met hem moeten knielen... om dan te weten: God laat niét los, wie zich in schuld en boete tot Hem keert...

Maar dat is een van die gekke dingen, waar je in onze lieve wereld geen zaken mee doet... Toe dan maar. W. B.