is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 14, 05-01-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappelijke ladder”, gebaseerd o.a. op een uitvoerige enquête in Enschede, bleek bijv., dat bij de textielarbeiders weinig van sociale stijging is te bespeuren. Wat doen wij om de begaafden te helpen? In het welvarende Nederland van vóór de oorlog bedroeg het aantal studenten, dat geheel of gedeeltelijk financieel gesteund werd door overheid of particuliere insteliingen nog niet 5 % van het totaal aantal studenten aan de universiteiten. Zullen wij, in het verarmde Nederland van nu, de moed hebben daar boven uit te gaan?

Wij hebben in de laatste jaren goed het verschil kunnen zien tussen de verhouding officieren-manschappen bij de Duitsers en bij Engelsen, Canadezen, Amerikanen. Wij hebben kunnen bespeuren, hoe een gemoedelijke omgang geen schade voor de discipline betekent. Hoe stond (en staat) het met ons leger? Dichter bij de Angelsaksen 0f.... dichter bij het Duitse systeem?

Wij spreken mooie woorden over de zegen van de arbeid. Eren wij ook de arbeid in de practijk, ook de handarbeid? Van den kleinen boer, die hard ploetert, de gehele dag? Waarom spreken wij dan nog altijd van „stommen boer?” En waarom minachtend van „putjesschepper?” De afgelopen jaren hebben ons laten zien, hoe het stadsbeeld er komt, uit te zien, als de reiniging niet meer functioneert. Waarom moeten zonen van „meervermogenden” met alle geweld door de Middelbare School gesleept worden, ook als de jongens een hekel aan studie hebben en met vreugde een ambacht zouden kunnen en willen uitoefenen? Zijn wij geheel doordrongen van het zedeloze van een arbeidsloos inkomen niet van ouden van dagen, maar van mannen in de kracht van hun leven? Wij „vrezen” het communisme. Maar begrijpelijk is de zuigkracht van het Russische stelsel welke critiek men overigens ook terecht daarop kan uitoefenen —, want dit maakt volle ernst met de volledige afschaffing van dit arbeidsloze inkomen.

Wij hebben in dit artikel heel wat vragen gesteld. Het antwoord is duidelijk: wij schieten nog hopeloos tekort in echt democratische gezindheid. Arbeidsschuwheid, onredelijke stakingen, zij zijn antisociaal en af te keuren. Maar zijn allen, die dit becritiseren, er van doordrongen, dat er achter het wantrouwen van de arbeiders een reële achtergrond is? Wij spraken hier nog maar alleen over de dagelijkse omgang van mens met mens. Hoe weinig beantwoordt die aan de eisen van een ware gemeenschap. De moderne maatschappij is gemeenschap-vernietigend. En toch snakt ook de moderne mens naar gemeenschap. Kunnen wij door onze sociologische gebondenheid heenbreken en meer zijn dan arbeider of middenstander of boer of intellectueel? Heeft het geloof zoveel vat op ons, dat wij den medemens als mens zien en behandelen?

Wij zullen hard moeten werken voor een institutionele verwezenlijking van het socialisme. Maar als daarnaast geen doorbraak komt naar een sterkere democratische gezindheid, schieten wij nog niet veel op. Dan komt er slechts een nieuwe oligarchie van leiders, en blijft het wantrouwen bij het volk. Zonder verdieping van het normbesef, zonder voortdurende critiek van uit het Evangelie op onze maatschappelijke instellingen, maar ook op onze sociale tradities en sociale vooroordelen, komen wij er niet.

J. P. KRUYT.

De engel met de zonnewijzer

Met welk een gezag komt deze profeet uit de diepten aller tijden op ons af! Hij is moderner dan wij, heeft meer leven, meer frisheid, meer energie. De gothiek verleent hem die grootse eenvoud van rustige ordening, deze vereende gratie van dans en architectuur. Waarlijk hemelse Engel, zelf een ster, draagt gij de zonnewijzer als een ster.

Schoon wezen, zonder geslacht. Sirene. O, Engel van hemelse gratie, gij hebt de lijnen der bevalligheid, de lijnen van het balanceren, zelfs van de dans, een evenwicht, dat de ogen stil aanbidden, dat verbondenheid en onbestendigheid vermoeden laat.

Een heroïsch brein heeft U geschapen, gij zijt het laatste spoor van een grootse tijd.

Lezer, bezoek de Engel van Chartres. Hij staat daar nog, maar voor hoe lang?

A. Rodin, Les cathédrales frangaises.