is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 21, 23-02-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kinderkamp te Huis ter Heide

Het ligt „idyllisch” zou men geneigd zijn te zeggen tussen de berken- en dennebossen van Huis ter Heide. De Duitsers hebben daar 18 grote paviljoens laten bouwen, om te dienen als rustoord voor de vliegeniers van Soeste*j3erg. De meeste dezer paviljoens zijn een paar minuten gaans van elkaar gelegen en de bomen staan tot vlak voor de huizen. Op de grauwe winterdag, dat ik het kamp zag, waren de lokalen zo donker, dat er een groot gedeelte van de dag licht moest, branden.

De bouw heeft drie millioen gulden gekost, de paviljoens maken dan ook een solide indruk en de was- en badgelegenheid is uitstekend in orde. Van vloerbedekking is geen sprake. De bewoners van het kamp huizen op de planken.

Die bewoners zijn ruim 4000 N.5.8.-kinderen, van onder het jaar, tot veertien jaar oud.

Het kinderkamp te Huis ter Heide is een rijksinstelling. Wie de verantwoordelijkheid draagt voor de toestanden, die er heersen, weet ik niet, maar wel, dat zij, die het doen, hun verantwoordelijkheid niet al te zwaar opnemen.

Het ontbreekt in dit kinderkamp vrijwel aan alles. Wij zagen, onder geleide van den directeur, een aantal paviljoens en kregen overal dezelfde indruk. De kinderen hebben bijna geen ondergoed en velen hunner bijna geen schoenen of klompen, zodat zij niet naar school kunnen gaan.') Er zijn geen dekens en lakens genoeg, er zijn bijna geen boeken, er is bijna geen speelgoed. En er is veel en veel te weinig personeel. In een paar lokalen waren een groot aantal kinderen bijeen; in het ene poogde een heel jong meisje, in het andere een heel jonge man hun met behulp van het bord en een krijtje de beginselen der spraakkunst te leren. In andere lokalen waren de kleuters en de hele kleintjes ondergebracht. Velen van deze laatsten zaten op hun bedjes te staren en op hun duim te zuigen, zij maakten een zielige indruk. Er waren ook daar een paar jonge meisjes, die zich met de kinderen bezighielden, m.aar het kon niet anders of deze moesten het grootste deel van de dag aan zich zelf overgelaten zijn. Uit een lokaal klonk een getier en gebrul ons tegemoet als van losgebroken dieren, die lang opgesloten hebben gezeten. Daar bracht men telkens de nieuwelingen heen, tot er tijd was om ze te „sorteren” en over de verschillende paviljoens te verdelen. Deze kinderen waren uitgelaten vrolijk, door het dolle heen; een laatste opborreling van levenslust, eer ze langzamerhand in de dorre omgeving ver-

kommerden.

Alle bewondering voor den directeur en het personeel, die onder zó moeilijke omstandigheden hun best doen dat de kinderen lichamelijk zoo behoorlijk mogelijk

‘) Gelukkig worden alle lokalen goed verwarmd, zodat ze geen kou lijden.

verzorgd worden. Maar een staf van geschoold personeel mag hier broodnodig zijn met aan het hoofd ter ontlasting van den directeur een directrice, die niet met het organisatorische en administratieve werken te maken heeft, maar zich uitsluitend met de kinderen kan bemoeien en wat vreugde en warmte brengen in hun vreugdeloos bestaan. Meer nog dan aan ' kousen en schoenen, aan prentenboeken en speelgoed hebben deze kinderen behoefte aan liefde. Die is het, welke in het kinderkamp te Huis ter Heide, ik zeg niet volkomen, maar dan toch in hoge mate, ontbreekt.

Maar ook de liefde, die door en door humane verpleegsters en onderwijzeressen aan de kinderen zouden kunnen geven, zou

toch slechts een surrogaat zijn voor de liefde hunner ouders.

De schrik sloeg mij om het hart, toen wij in een lokaal binnen gelaten werden, waar timmerlieden bezig waren een altaar te timmeren, zodat een priester er de Heilige Mis zal kunnen lezen.

Blijkbaar wil het rijk het kinderkamp te Huis ter Heide tot een permanente inrichting maken, waar honderden kinderen hun gehele jeugd zullen doorbrengen. Eens in de twee maanden mogen hun moeders hen bezoeken en zich overtuigen van hun welstand en van de opvoeding, die zij ontvangen in alle christelijke en maatschappelijke deugden. Hoe zullen deze kinderen in het leven

staan wanneer zij de inrichtingen, waarin zij worden opgevoed verlaten? Zullen zij zich voelen als gelijkwaardige en darikbare leden van de volksgemeenschap, of als haar verbeten vijanden? H. ROLAND HOLST.

BuiriNLV^i)

Regering en orerleg

Het is ons in de laatste paar jaar zozeer tot een tweede natuur geworden om de huidige samenleving als een chaos te kwalificeren, dat we ons ternauwernood meer afvragen wat nu wel in sociaal opzicht een chaos is en wat nodig moet wezen om uit die chaotische situatie te geraken. Sociale chaos is een in onze maatschappij zeldzaam, hoogst onaangenaam en tegelijkertijd buitengewoon boeiend verschijnsel. We hebben er in Nederland onze portie wel van meegemaakt toen de verscherping van de oorlogs- en bezettingstoestand bestaande banden verbrak en soms niet eens zo heel vluchtige nieuwe schiep. Men behoeft in sociologische naïveteit niet zo ver te gaan als André Gide, die bekende pas op middelbare leeftijd te hebben begrepen dat zijn dagelijkse kop chocola bij het ontbijt niet zo maar vanzelf sprak, maar toch zal menigeen pas in 1944 duidelijk geworden zijn hoe nauw b.v. stad en platteland verbonden zijn, mits het verbindende transportsysteem functionneert.

Sociale chaos is een verzamelnaam voor een aantal verschijnselen van desintegratie van het als normaal beschouwde dagelijkse leven. De volstrekt abnormale toestand zoals die sinds September 1944 in ons land bestond, rekenen we ertoe; de toestand dus dat de normale arbeidsverdeling wegviel, dat de slager geen vlees verkocht, de loodgieter geen lekken repareerde, dat de vrouwen in ver afgelegen dorpen eten gingen halen en mannen het huishouden deden. Maar een individuele impressie van sociale chaos krijgt ook de man die in een overigens normaal schijnende wereld plotseling werkloos geworden, zich een uitgestotene voelt. Zo is sociale chaos niet slechts een algemeen maatschappelijk, maar ook een individueel menselijk verschijnsel. Comnlement van de chaos is een verhoogde individualisering.

een verlies van banden met andere mensen en groépen en een verlaging van het sociaal verantwoordelijkheidsbesef.

Sociale chaos: de mensen werken niet, voelen zich onderling weinig verbonden en denken in hoofdzaak aan zichzelf en de meest dringende eigen noden en die van hun allernaaste omgeving. Dit was de situatie waarin de bevrijding ons aantrof. Ons; ik beschrijf voor het gemak en terwille van het duidelijke beeld de Nederlandse situatie, maar ik doe dat (in een buitenlands overzicht!) opdat men, een steeds donkerder bril opzettend, een indruk krijgt van hoe het in Frankrijk, Italië, Griekenland en Polen was en is.

Het is duidelijk, dat de weg uit deze chaos moet zijn: herstel van het normale leven, d.w.z. van de talloze banden tussen de mensen onderling van sociale, economische en culturele aard, die door de oorlog zo ruw verbroken waren. Herstel van de arbeidsverdeling allereerst: als de bakkersjongen brood bezorgt, heeft de schoenmaker er niet voor in de rij te staan. In deze geest moet stellig het begrip ~herstel van Schermerhorn’s leus „herstel en vernieuwing” begrepen worden; een herstel dat geen reactie is, maar terugkeer naar sociale verhoudingen die wij niet kunnen prijs geven, zonder tot het peil van China s binnenlanden af te dalen.

Maar men denke niet dat dit herstel ooit gemakkelijk is. Men heeft met mensen te doen, stug materiaal. Zoals altijd is de leider afhankelijk van twee interdependente factoren: omstandigheden en mentaliteit. De omstandigheden moeten een beetje gunstig zijn en duidelijk beter worden, wil er een mentaliteit van samenwerking groeien; anderzijds verbeteren de omstandigheden pas grondig, als de goede geest er eenmaal is. En zolang de gewenste „doorbraak” niet tot stand is gekomen, werken nog allerlei kwade eigenschappen uit de chaotische tijd door. Tot die kwade eigenschappen rekenen wij het groepsegoïsme, dat door wrijvingen in de bezettingstijd en door het geïsoleerd leven en werken der groepen is versterkt. Vroeger werd er hier te lande nooit zó openlijk een scheiding gemaakt tussen „de gewone mensen” en „de boeren”, „de ~de ambtenaren”, ~de havenarbeiders . Maar in een reeks, van soms tot stakingen uitgedijde fricties, is in het laatste driekwart jaar gebleken, dat onze regering nog lang niet regeert voor het Nederlandse

Penn bezig zijn zieke en stervende vrienden op de Welcome te verplegen en in hun laatste uren bij te staan. De kinderpokken waren n.l. uitgebroken nog voor ze halfweg de Oceaan waren, en dertig van de honderd passagiers stierven er aan, en bovendien nog verscheidene van de scheepsbemanning.

Een „teken des hemels” dat Penn op de verkeerde weg was zouden ongetwijfeld Mather c.s. hebben gezegd. Maar Penn had

een te grote zekerheid in z’n hart, dan dat hij zich door overwegingen van de wijs , 1, hij Negen weken na het vertrek zette ny voet aan wal in de nieuwe wereld en begon met het uitladen van de meegenome paarden, en van de en raamkozijnen en alle andere materla len, die waren meeßenomen om er het huis van den gouverneur mee te Ooj-m