is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 25, 23-03-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles toch eens mis zou lopen, een weinig effectieve houding is.

De grootste geruststelling is eigenlijk nog de Sowjetunie zelf. Het is waar dat ons spreekwoord dat blaffende honden niet bijten zomin in de internationale politiek als in de hondenwereld volledig opgaat; wat het spreekwoord terzijde laat, is de beoordeling van de vraag waarom de. hond blaft: juist om niet te bijten, of om onderhand wel toe te happen. Het heeft er thans de schijn van dat de Sowjetunie blaft om niet te hoeven bijten en tegelijkertijd niet voor aftands te worden aangezien. Want het is sterk de vraag of de Sowjetunie op het ogenblik zelf eigenlijk precies weet wat ze wil. Er zijn tekenen dat de regering dit inderdaad nog niet weet (wij wezen daar op in het nummer van 16 Februari); een zo grote mogendheid kan zich talloze onvriendelijkheden veroorloven zodra ze inbindt, is alles vergeten en vergeven.

De zaak is namelijk dat evenals de USA de USSR aan het opmaken van een inventaris is gegaan; de kort geleden gehouden verkiezingen hebben als graadmeter voor de loyaliteit der bevolking gediend. In de afgelopen jaren was de aandacht der regering eenzijdig op de oorlogsinspanning gericht, maar nimmer mocht en kon ze vergeten dat sterke inwendige spanningen in de eenheidspartijen bleven voortbestaan en dat in menig opzicht de convulsies der revolutie niet ten einde waren. De wisselingen in het buitenlandse beleid van de USSR zijn vele geweest; dat betekende niet dat iedereen ineens anders ging denken, maar dat de regering tijdelijk aan de richting van een andere groep van haar medewerkers in de partij en de bureaucratie de voorkeur gaf. Ook de Sowjetregering heeft de steun van het volk nodig om te kunnen regeren; zij is daarvan afhankelijk en tracht die daarom te beinvjoeden. Men veronderstelt dat de huidige anci-Britse propaganda in hoofdzaak bedoeld is om de teruggekeerde soldaten te doordringen van de giftigheid van het westerse leven, waarmee ze in het bezette Duitsland in aanraking gekomen zijn en dat menigeen van hen wonderschoon en overheerlijk leek.

Ook de Sowjetregering zoekt nog haar richting die tegelijkertijd het volk behaagt, haar zelve stut, de veiligheid, welvaart en het nieuwe prestige bevordert. In afwachting hiervan grijpt ze wat ze krijgen kan om de overwinning volledig uit te buiten. Niet alles wat de kranten schrijven, wil de regering doorzetten. Al die uitingen in" de Sowjet-

unie zijn niet homogeen. Er zijn tekenen van imperialisme en van isolatie, van nationalisme, traditionalisme en oude kominternzucht, om den bekwamen schrijver in de Zwitserse Weltwoche Basseches te citeren. De regering laveert en om dit te bemantelen en haar prestige hoog te houden (westerse democratische regeringen hebben zulke zorgen niet) kan ze niet anders dan een geweldige zelfverzekerdheid aan de dag leggen. Daarom was Churchill’s rede even geschikt om Moskou verder in de imperialistische richting te drijven als om het Ame-

rikaanse volk te wijzen op het gevaar dat juist daardoor zou worden vergroot! De jongste feiten in Perzië zijn nog onrustbarend genoeg. 14 Maart 1946. a. E. COHEN

P.S. Uit Stalins interview'blijkt de defensieve bedoeling der Russische politiek. Het gevaar dat Churchl.ll vreest, is dat een offensieve zwenking in het Sowjetbeleid dezelfde imperialistische maatregelen ten nadele van de vrede zou misbruiken.

DE NIEUWE VOLKSVERHUIZING

De tweede wereldoorlog is uit. Andere dingen zullen nu onze aandacht trekken. Zo zal voor velen in Europa het vraagstuk van de emigratie aan de orde komen. Ais we ons niet vergissen, zal de wereldpers over enige tijd zich er intensief mee gaan bemoeien.

Waarom? Gedurende de oorlog moet de wereldhuishouding een verandering hebben ondergaan, ten nadele van Europa. De economische moeilijkheden, die daarvan het gevolg zijn, zullen menigeen zich hier doen af vragen of hij niet beter elders zijn tenten kan opslaan.

Daarbij komt de angst voor een nieuwe Europese oorlog. Het zou onverantwoordelijk zijn hieraan toe te geven: alle krachten moeten worden ingespannen om zoiets te voorkomen. Maar ook als we aannemen, dat de huidige afkeer bij Noren, Nederlanders, Belgen en Fransen van de Duitsers langzaamaan gaat slijten, dan ligt toch in Centraal Europa een vreselijke haat opgezameld. Het zou lichtzinnigheid zijn daarvoor de ogen dicht te doen.

Voor velen zal het te benauwd worden in Europa. Wel kan men een wereldoorlog niet ontvluchten, maar de manier waarop landen als Canada of Nieuw-Zeeland deze oorlog hebben ondervonden, kan (óndanks hun groot aantal doden en gewonden) niet vergeleken worden met wat wij hier moesten doorstaan.

Nu werkt de emigratie-drang al sinds eeuwen. Als we onder emigratie verstaan het massaal verhuizen met het vinden van nieuwe defintieve woonplaatsen als doel of resultaat, dan zien we hoe sinds de 16e eeuw tot en met onze tijd een beweging aan de gang is, die men „de nieuwe volksverhuizing” mag noemen. ledereen weet, hoe van de 4e tot de 6e eeuw na Chr. West- en Zuid-Europa w'erden overstroomd door Germaanse volken, die, opgestuwd door de Hunnen, een einde maakten aan het eens zo machtige Imperium Romanum. Een nieuw tijdperk brak daarmee aan: de Middeleeuwen.

lets dergelijks is nu, vooral sinds de 19e eeuw, weer bezig. Niet met hele volken tegelijk, wèl op grote schaal, gepaard gaande met nieuwe staten-vorming, zodat het hele aangezicht van de wereld verandert.

Denken we aan de trek van de Europeanen naar N.-Amerika (Engelsen, daaronder begrepen leren en Schotten, Duitsers, Italianen, Polen, Tsjechen; Fransen naar Canada, nu afgelopen), naar Z.-Amerika (Spanjaarden, Portugezen, Italianen en Duitsers), naar N.- Azië (Russen), naar Afrika (in het Noorden Fransen, in het Zuiden Nederlanders, Engelsen en Duitsers) en ten slotte naar Australië en Oceanië (Engelsen).

Maar daarmee is het niet gezegd; er komen nog bij de verspreiding van de Chinezen over N.0.-Azië (Mantsjoerije) en Z.0.-Azië (Indonesië), over Oceanië en Westkust N.-Amerika (het laatste sinds enige tijd stopgezet), de enorme verplaatsing van de negers naar N.- en Z.-Amerika, en de gang van de (Brits-) Indiërs naar Zuid- en Oost-Afrika (het eerste gestopt) en naar Z.-Amerika.

Eigenlijk zijn van de hoofdrassen de zwakke Indianen en de Maleiers de enigen, die zich de laatste eeuwen niet massaal hebben verplaatst!

Zoals we zien, heeft het Europese ras de grootste verspreiding. Voor het slagen van de emigratie is het klimaat beslissend. De blan.ken slagen het best in de gematigde zonen, terwijl de Chinezen (hoewel overal thuis) en vooral de negers en de Indiërs zich het meest duurzaam vastzetten in de tropische of subtropische streken. In het algemeen gaven economische oorzaken de doorslag, hoewel de politieke verhoudingen, zowel in het land van vertrek, als in dat van aankomst een belangrijke rol speelden (Ver. Staten!). We zien verder, hoe de heersende taal, ofschoon belangrijk, niet beslissend is.

Wat betekent dit alles nu voor ons? Het resultaat van de nieuwe volksverhuizing is de vorming van een reeks nieuwe staten, geheel onafhankelijk van of nog in federatief verband met de oude Europese. Sommige er van zijn reeds voldoende bevolkt, de Ver. Staten en de Sowjet-Unie, andere, hoewel geenszins „vol”, bieden géén toekomst voor ons, wèl voor de volken van Zuid-Europa. Wij bedoelen de staten van M.- en 'Z.-Amerika.

Waar wij het oog op richten, dat zijn Canada, Australië, Z.-Afrika, en N.-Zeeland. Deze Britse dominions zijn nog bijna geheel ~leeg”. Gaan ze, na de repatriëring van de eigen troepen, open voor blanke emigranten?

De West-Europese levensstandaard moet gehandhaafd blijven; daarom zijn vermoedelijk niet alle volken, liefst die van Noord-West-Europa, gewenst: Engelsen, Noren, Nederlanders, Belgen (de Fransen gaan toch niet). Het feit, dat wij in de grote worsteling bondgenoten waren, kan ons wellicht helpen.

I De nieuwe volksverhuizing gaaf dóór. 'Met m zonder ons. p. Amstellaan 145 n.

A. BRINK.

MÉTAMORPHOSE

INDÉSIRÉE

In deze kamer is de klok gaan zingen en één der tonen werd een zwervend woord

Het draalde tastend hij de kamerdingen en somtijds leefde’ er iets omtoverd voort.

Gedachten die de dingen vaag omhingen, zijn langs de vershaan zingend meegespoord

als twee terzinen, die halvlings vervingen wat men voetstoots in de kwatrijnen hoort.

De ruimte werd in woord en zin onthouden. Is deze phase zonder wederkeer?

De spiegel kan zichzelve niet door gronden. Het hed is nauwlijks een meuhel meer.

Het uur beraamt, zich langzaam af te ronden. . . . Misschien herroept de klok zichzelve weer

Ad den Besten