is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 26, 30-03-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BobtENta.Nl» :

De Internationale

Geert Ruygers schrijft in „Je Maintiendrai” van 8 Maart over de vraag, of er een nieuwe Internationale nodig is. Hij zegt: ja er moet een samenbundeling komen van alle werkelijke progressieve, democratische krachten. Zulk een Internationale moet allen omvatten, die noch kapitalistisch, noch communistisch zijn, maar die aan de arbeidende massa’s een persooniijke levensontplooiing en geestelijke vrijheid mogelijk maakt En of zo’n partij in een bepaald land zich nu socialistisch noemt of niet (dat woord heeft in verschillende landen ook een niet steeds eenzelfde inhoud) doet er niet zoveel toe.

Maar het „Vrije Volk” van 14 Maart wijst deze visie af. Het zegt: zulk een Internationale zou geen socialistische zijn. De Engelse liberalen zouden er zonder enig bezwaar lid van kunnen worden. Neen, bij de Internationale, zullen alleen aangesloten kunnen zijn die" partijen, die een uitgesproken socialistisch en (naar westerse opvatting) democratisch program hebben.

Op deze wijze is de vraag naar de Internationale ingeleid. Het is duidelijk, dat Ruygers zijn uitgangspunt neemt in een visie op wat hij wenselijk acht, terwijl „Het Vrije Volk” begint te redeneren bij wat er op dit ogenblik als zodanig bestaat. Bovendien rekent Ruygers meer met de behoefte van hen, die nieuw tot de Partij van de Arbeid zijn toegetreden, en het „Vrije Volk” heeft ook hen voor ogen, voor wie de Internationale een werkelijkheid, een concretisering van een ideaal, ja een stuk zichtbaar geloof is.

Nu vraag ik mij af, of het geen aanbeveling verdient nauwkeurig na te gaan, wat de zin van het verlangen naar een Internationale is.

Laten wij niet vergeten, dat de Internationale een historische gestalte is. De Internationale Arbeiders Associatie is opgericht te Londen in 1864. De Franse arbeiders waren twee jaar tevoren naar de wereldtentoonstelling te Londen gekomen en hadden daar contacten gelegd. In 1863 had een Poolse opstand het wereldwijze verzet der onderdrukte massa nog eens tot het bewustzijn gebracht. Daar in Londen vonden Engelsen, Fransen en enige Duitsers elkander, o.a. Karl Marx. Doel was: elkaar inlichtingen te geven, elkaar voor te lichten, en maatregelen te bespreken, hoe men gemeenschappelijk kon strijden voor bepaalde concrete doeleinden, b.v. beperking der werktijden, terugdringing van het militairisme, enz. Al samenkomende, kwam men er toe theorieën te formuleren, uitspraken te doen. Men ging uit van de zelfstandigheid der aangesloten organisaties, maar toch neigde men al spoedig tot het geven van algemene uitspraken, b.v. in 1869 die van afschaffing van privaateigendom van grond en bodem als socialistische eis.

Deze Internationale kreeg een grote klap door de mislukking van de Parijse Commune in 1871. Zij is die schok nooit te boven gekomen, en verdween als organisatie in 1877.

Maar de „Internationale” bleef. Zij had

een appèl gedaan op grote groepen der arbeiders. Zij gaf vorm aan twee krachten, die in de arbeiders leefden, nl. het verlangen naar samenbundeling van ide macht (immers: het lot van het proletariaat is overal principieel gelijk, dus ook het verzet) èn het verlangen naar universalisme. Dat universalisme hing samen met beschouwingen over de gelijkheid der mensen, over de groei naar een zedeiijk-rationele wereldorde en mag de verwereldlijkte vorm van de 19de eeuwse beschouwing over het Koninkrijk Gods genoemd worden. Deze gedachte stond aan het einde van he denken der arbeiders, en zij gaf hem hoop en troost,

En merkwaardig, hoe ook de Internationale, die na 1877 weer werd opgericht en congressen hield, faalde, hoe zij in net laatste kwart der 19de eeuw begeleid werd door afschuwelijk gekrakeel tussen Marx en Bakounin en hun volgehnpn, de idee de Internationale werd er niet door geschaad, Hoe ook op de internationale congressen resoluties werden aangenomen, d § uitvoering kregen, scheuringen werden verhinderd door allerlei compromissen de Internationale bleef. Zij kreeg haar lied, duidelijk van Franse oorsprong met zijn staats-afwijzende invloed, zy kreeg haar bureau zij kreeg een schrale vorim En zi heeft die behouden was een stuk geloof geworden. En mets is hardnekkiger dan geloof.

Zo ligt de zaak, ook vandaag, . ” zenden arbeiders. En nu staat de leidmg socialistische beweging voor de ondankbare taak, zich af te vragen, wat de werkelijke inhoud van deze gedachte Dan zal in de eerste plaats moeten wor opgemerkt, dat er geen sprake is van samenbundeling van proletarische macht Merkwaardig: de voorzitter als secretaris van de UNO zijn sociahstem Zij zijn voor die functie uitermate geschikt, omdat zij weten, wat internationaal den ken is. Zij hebben dat heid met hun p J kunnen leren. Zij zijn echter met op deze posten gekozen uit gen, maar krachtens de betekenis of gebrek aan betekenis van de landen, ™ Londen vertegenwoordigen. Een socia istisch ideaal wordt in die UNO verwer elijkt. Het zijn sociahsteiy die daarbij leidi g mogen geven. Maar het geschiedt met krachtens de samenbundeling van proletarische macht.

Proletarische internationale machtsvorming een der allereerste doeleinden der Internationale naar haar wezen is in het huidige tijdsgewricht uitgesloten.

Maar het universalisme dan? De droom van de eenwording der wereld, het verlangen naar een rationaal-zedelijk geordende samenleving? Dat was een nog diepere stuwing van de Internationale, en daar moesten wij in de tweede plaats op letten.

Die droom is verstoord. Wy zy n ajc welijk wakker geworden. De laatste 30 jaren is juist de blokken groter geworden, beter, meer aan het licht getreden. En die machten doen

een beroep op de mens. Zij roepen in hem het besef van verbondenheid met de bijzondere nationale culturen, zedelijke waarden, rijke tradities wakker. De wijze, waarop en het doel waartoe dat geschiedt, is soms ellendig, maar die verbondenheid is onmiskenbaar. En daarbij verbleekt de droom.

Ja, het is ook, alsof de vele internationale contacten juist de afstand tussen werker en werker nog meer bewust heeft gemaakt. Het eerste internationale socialistische congres, dat ik meemaakte (Brussel 1929) was voor mij wat dat aangaat een verhelderende ontgoocheling. Nuchter gezien, zullen wij thans het universalisme, de erkenning van de eenheid van het mensengeslacht en de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid anders moeten uitdrukken dan door proletarisch-socialistische volksvorming. Want wij denken haar uiteindelijke vorming zo wij haar ons voorstellen niet langs de weg van de klassenstrijd, maar langs die van de moeizame weg van overleg, van verdieping van kennis en eenheid der verschillende cultuurvormen, van diepe kennis vooral van het eigene.

Maar welke keuze doet gij dan tussen Ruygers en het „Vrije Volk”? kan men nu vragen.

Ik antwoord: ik wil Ruygers alleen volgen, voorzover hij contacten wil leggen tussen verschillende politieke stromingen, die ongeveer gelijk gericht zijn. Maar ik zou dat nooit een Internationale willen noemen. Dat woord is nu eenmaal historisch gestempeld. Wat wij in de lijn van Ruygers zouden krijgen, is niet anders dan surrogaat. Niemand zou daardoor bevredigd ziijn.

Ik voel met het „Vrije Volk” de medeverantwoordelijkheid voor die Internationale, zoals zij in de historie van de laatste 80 jaar gestalte heeft gekregen. Ik zou daarin als Nederlandse socialistische partij haar plaats willen doen innemen. Maar dan ook krachtig daarin op willen komen voor wat het typisch Nederlandse is in de socialistische beweging. De wijze, waarop de Partij van de Arbeid tot stand gekomen is, is n.l. volstrekt enig. Daar behoeven wij ons niet voor te schamen. Integendeel. Het kon wel eens zijn, dat wij daardoor een zeer waardevolle bijdragen konden leveren aan een nieuwe socialistische ontwikkeling in andere landen. Voor de toekomst kan ik de Internationale alleen maar zien als lichaam, dat een socialistische traditie internationaal hoog houdt, en als ontmoetingspunt van waarde is. Zij zal het ontwaken uit de oude droom moeten begeleiden met haar warme nuchterheid en haar eerlijke critiek. Zij zal de grote arbeidersmassa, die innerlijk aan haar idee verbonden is, moeten behoeden voor het koesteren voor een illusie, en moeten opvoeden tot een nieuw besef van verantwoordelijkheid voor het welzijn geestelijk en stoffelijk der ganse samenleving, voor zover zij binnen haar bereik ligt.

L. H. RUITENBERG,