is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 34, 25-05-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nisme niet revolutionnair genoeg is tot en met degenen, die een elegant en keurig bij gevijld anti-communisme etaleren in de trant van; niet dat communisme en fascisme hetzelfde zijn, maar... Er blijkt hier en daar scepticisme, vaak beïnvloed door Gide s voorbehoud, dat men door te kiezen niet meer beschikbaar is voor iets anders. De communisten wordt in sommige brieven verweten, dat zij te veel politiek zijn ingesteld; in andere wordt onwaarachtigheid van hun zijde gevreesd.

Mounier wijst in zijn inleiding met nadruk op het feit, dat de Franse arbeidersklasse in haar meerderheid communistisch gezind is. Deze omstandigheid maakt het huidige, reeds geanimeerde gesprek tussen katholieken en communisten nog levendiger. Het communisme is een politiek en een politiek ideaal, dat berust op een bepaalde maatschappij- en levensbeschouwing, die zelf geheel in de realiteit wortelt, In ander verband kan men geregeld het „realisme” der communisten horen afkeuren, ook op verschillende bladzijden van „Esprit”. Het is echter wel tekenend, dat de meest philosophisch geoefende onder ae inzenders het „als een superioriteit van de communistische geest beschouwt dat UCOI.IIUUWL, 0.0,1/

deze zich nooit een ideaal stelt, zonder zich ernstig en in de eerste plaats in te laten met de middelen om het te verwezenlijken”.

~Esprit” is niet de enige Franse publicatie, waaruit blijkt, hoe algemeen de noodzaak van een omwenteling van machtsfactoren wordt ingezien, juist en vooral als voorwaarde voor een herwaardering van het geestelijke. Wel wijd verbreid moet zulk een perspectief zijn om te worden aanvaard door den kloosterling, die de medewerking van „armen, die gewend zijn aan twintig eeuwen toewijding”, aanbiedt om de „civitas terrestra”, de samenleving, te reconstrueren,

Misschien kan men de innerlijke kracht van een beweging niet beter afmeten dan naar het aantal en de kwaliteit der „franctireurs”, die zij om zich heen verzamelt, In de „verzoeking” waarin dezen verkeren, vindt men de sleutel van die hyper-sensationele stuiversroman, die „de hand van Moskou” heet. EVA TAS.

.) „Esprit” ds het moedertijdsohrift van het peraonalisme, dat uit katholieke kringen is voortgekomen ™ het nieuwe. Vandaar deze vragen.

Ten besluit

Dat was een ironische vraag, beste vriend, toen jij me vroeg, of ik tevreden was over de verkiezingen. Ik had het geen ogenblik onder stoelen of banken gestoken, dat ik voor de Partij van de Arbeid was; jij had een kleinerende onwetendheid tentoongespreid: „Je had er geen verstand van, en die dingen gingen jeniet aan; als intellectueel, nietwaar? had je wel wat beters te doen en heel voornaam gaf je af op de goedkope volksmennerij van „dien Koos Vorrink”. Je coquetteerde wat met de deftige Partij van de Vrijheid, maar achteraf bekende je, dat je Christe-Ijk Historisch had gestemd, der traditie getrouw.

Ja, inderdaad, ik ben teleurgesteld en dieper, dan jij denken zal. Mij gaat dit ter harte en, eerlijk gezegd, hebben al jouw uitingen mij geërgerd. Voor mij is de verkiezingsstrijd iets heel ernstigs. Er is hard geschreeuwd en er is brutaal gelogen, er IS veel pbluft en veel te veel beloofd en daar zijn grievende dingen gezegd, die moeilijk vergeten kunnen worden, maar er is toch ook iets edels in deze, voor een ogenblik alomtegenwoordige verkiezingsstrijd. Even hebben de duizenden, wie anders de algemene ideeën bitter weinig interesseren, opgezien en ze zijn gaan marcheren onder de vanen en vlaggen hunner vergeten idealen. Men zag een ogenblik over de horizon van het eigen etensbord, en ging staan, strijdensbereid voor zijn volk, voor de toekomst van kerk, voor de vrijheid en orde, en een roep om rechtvaardigheid schalde over de landen, De leuzen der verkiezingen hebben ons verheven tot een kommernis om het a gemeen welzijn, die anders zelden de menigte bezielt, en zelfs de marktschreeuwers op het politieke veld prezen hun standje aan onder deviezen, die dropen van belangeloosheid. Daarom, mijn vriend, staat het niet fraai, terzijde te blijven. Er

is zo iéts als een oorlog geweest, waarbij de democratie op het spel stond. De verkiezingsstrijd is een hoge democratische belevenis, en je had dankbaar moeten zijn die te mogen meemaken. En nog wat: die uitlating over Vorrink zit me ook dwars en bewijst me, dat met al je intellectuële bagage je weinig nagedacht hebt over staatszaken. Het gaat er om het volk te interesseren voor de grote zaken van het land. Daartoe dienen de zaken vereenvoudigd voorgesteld te worden. Vereenvoudigen is nog niet vervalsen. Je kan zelf, als leraar, weten, hoe razend moeilijk dat is, hoe daarvoor vereist is een diepe liefde voor je onderwerp, een hartglijke genegenheid voor je gehoor, een groot plastisch en dramatisch taalvermogen èn een zekere mate van zelfvertrouwen. Geloof me je hebt wat gemist, als je Vorrink niet gehoord hebt. Neem hem maar eens kwalijk, dat hij zijn groot talent gebruikt. En is dat niet iets groots, het volk betrekken in de zaken van het algemeen welzijn? Een partij, waarmee jij sympathiseerde vergeleek de praatjes op de brug met Goebbels’ fanfare-geschal. Dó,t noem ik demagogie; de argeloos-eerlijke Schermerhorn op één lijn te stellen met den aartsleugenaar Goebbels, omdat ze beiden tot het publiek spraken over staatszaken! Maar jij prefereert blijkbaar, dat men het volk er buiten houdt in de oude trant van: Ga maar rustig slapen. Slechte democratische manieren, beste vriend !

Ik zal je nu zeggen, waarom ik teleurgesteld ben. Ik had gehoopt, dat het algemeen gedachtegoed was geworden, dat de antithese had afgedaan. Dit besef groeide in de laatste jaren voor de oorlog het kreeg een onhandige gestalte in de Nederlandse Unie, het was de bezieling van de Nederlandse Volksbeweging en Vrij Nederland, juist, omdat men het in de bittere jaren van het verzet reeds ervaren had en deze idee was innig verbonden met een

heimwee naar radicale sociale vernieuwing. Welnu, men heeft het niet gewild. En waarom? Men vertrouwde elkaar niet. De Rooms-Katholieken noch de orthodox-Protestanten achtten blijkbaar hun godsdienstige beginselen veilig bij de Partij van de Arbeid. Met de uiterste zorg is een program samengesteld, dat deze beginselen garandeerde. Tot de mede-opstellers behoorden authentieke vertegenwoordigers van de groote kerken. "Wat de Ned. Hervormde Kerk betrof: grote figuren hadden zich tot de Partij van de Arbeid bekend. Maar het wantrouwen bleef bestaan; het was en bleef de oude S.D.A.P. en die heette een Marxistische materialistische arbeiderspartij. Wat had men nog meer aan garantie kunnen geven? Maar het wantrouwen blijft. Tragische paradox: want terwijl de Partij van de Arbeid gewantrouwd werd om haar zg. Marxistische, materialistische gezindheid van alleen maar arbeiderspartij, verlieten talloze arbeiders haar, omdat ze haar juist om de tegenovergestelde reden wantrouwden. Maar triomfantelijk kon Buskes in Het Vrije Volk constateren, dat de reclameplaten van de Vrijheid alleen in de deftige straten, die van de Communisten alleen in de arbeidersbuurten van Amsterdam hingen, maar wij waren overal: geen stands-, maar landspartij, want er moet lands-, geen standspolitiek gevoerd worden.

Teleurgesteld ben ik, omdat men dus toch geen vernieuwing wil. Voor mij bewijst de uitslag der verkiezingen ook dit: tallozen In Nederland, en zij gaven de doorslag, willen er niet aan, dat er een nieuwe tijd komt. Steriel heimwee naar een verleden, dat toch niet terugkomt en dat heus zo goed niet was, deed hen vluchten, ver van het veroverd waagstuk in de oude veilige kaders der nauwelijks verjongde partijen. Het werk van Schermerhorn en de zijnen dreigt een torso te worden, die men gaat verknoeien. Men heeft hen ondankbaar opruimwerk laten verrichten, zij hebben de eerste spade gestoken en terwijl zij zwoegden, liepen anderen hen voor de voeten en kalefaterden hun partij-apparaat weer op. Het is een schouwspel geworden, dat me het bittere woord ingeeft van „Ondank is werelds loon”, en dat me beangst maakt voor Nederland, dat de aansluiting dreigt te missen met de wil tot vernieuwing, die in andere, grote Westeuropese landen leeft.

Maar vriend, juich niet te vroeg. Wij zijn er ook nog, en ik heb het steile vertrouwen, dat onze beginselen nü de enigjuiste zijn, en op de lange duur winnen die het in een democratische staat. Als goed democraat neem je je verlies, maar daarom geef je je tegenstander nog geen gelijk.

J. G. BOMHOFF

INHOUD

blz.

Er is niets veranderd! (J. J. Buskes Jr.) 1 Toch doorbraak I (L. H. Ruitenberg) 2

Rectificatie 2 Vruchten van het jaar (M. H. v. d. Zeyde 3

Zuidelijke zorgen (A. E. Cohen) 4 De wereld spreekt (H. Wielek) 4

Kerk en Wereld (J. J. Buskes Jr.) ... 6 De grote verzoeking (Eva Tas) 6