is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 37, 15-06-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PARTIJ VAN DE ARBEID CPN

De groei het communisme is één van de belangrijkste verschijnselen, die ons na de verkiezingen bezighouden. Er zijn, zo zeiden wij, tweemaal twee vragen, die op antwoord wachten. Allereerst twee politieke vragen. 1. Waarom heeft de P. v. d. A. zoveel stemmen verloren aan de C.P.N.?

2. Zal de P. v. d. A. in staat zijn, deze stemmen terug te winnen?

In het vorige nummer van „Tijd en Taak” schreef Prof. Banning, dat het Communisme zijn sappen voornamelijk uit twee bronnen trekt: de sociale ellende en de geestelijke ontwrichting. Inderdaad. Maar het moet toch mogelijk zijn, dat een sterke socialistische beweging de tienduizenden, die leven in armoe en verpauperisering en voor wie daarom het geloof in de zin van het leven welhaast een onmogelijkheid is, tot zich trekt.

Waarom hebben tien van de honderd Nederlanders niet voor de P. v. d. A., maar voor de C.P.N. gekozen?

Zij hebben zeker niet op Gerben Wagenaar gestemd, omdat zij het Communisme als zodanig prefereerden boven het socialisme. Het is zelfs de vraag, of zij de principiële verschillen tussen communisme en socialisme kennen.

Waarom hebben zo velen, die vroeger op de S.D.A.P. en niet op de communisten stemden, er niet over gedacht om op 17 en 29 Mei op de P. v. d. A. te stemmen?

Er mogen allerlei redenen zijn, voor welke de P. v. d. A. geen verantwoordelijkheid draagt, het staat voor mij vast, dat er ook oorzaken zijn, voor welke zij wel degelijk verantwoordelijk is. Niemand is er mee gebaat, wanneer wij de eigen schuld trachten te ontkennen of te verdonkeremanen.

Wij beginnen aan de buitenkant. Het kabinet-Schermerhorn is geen socialistisch kabinet.

In het kabinet zitten drie S.D.A.P.-ers: Drees, Mansholt en Vos. Niemand twijfelt aan hun socialisme. In dit kabinet zitten echter ook: Beel, Van Rooyen, Kolfschoten en Meijnen. Wanneer iemand beweert, dat deze vier socialisten zijn, weet ik niet meer wat socialisme is. Telkens opnieuw blijkt, dat deze vier ministers onder vernieuwing heel iets anders verstaan dan wij. Wij maken er hun geen verwijt van. Wij constateren slechts. Van Beel, Van Rooyen, Kolfschoten en Meijnen kunnen wij geen vernieuwing in socialistische zin verwachten. Toch staan zij op belangrijke posten: Binnenlandse en Buitenlandse Zaken, Justitie en Defensie. Het volk heeft het Kabinet-Schermerhorn en de P. v. d. A. vereenzelvigd en de P. v. d. A. heeft zich te weinig van het Ministerie gedistancieerd. Het gevolg is, dat men het beleid van het Kabinet-Schermerhorn beschouwt als een neerslag van de inzichten en overtuigingen, die in de P. v. d. A. leven. Dat heeft de P. V. d. A. kwaad en de C.P.N. goed gedaan.

Veel belangrijker is intussen het feit, dat de grote massa zich afvraagt, of het socialisme van de P. v. d. A. inderdaad socialisme is. Het is volkomen begrijpelijk, dat zij, die hun liefde aan de S.D.A.P. verpand hadden, niet ineens en zonder meer enthousiast waren over de fusie van de

S.D.A.P., de V.D., de C.D.U. en een groep van de C.H.U. Men heeft de fusie aanvaard. Zij was noodzakelijk. Maar het was zeker niet zo, dat de arbeiders er op zaten te wachten. Vanaf het begin was er de dat de noodzakelijke frontverbreding wel eens een vervlakking van het socialisme en een verzwakking van de strijd voor het socialisme zou kunnen betekenen. Men twijfelde er aan, of de nieuwlichters aan het woord socialisme dezelfde inhoud gaven als de oude voortrekkers.

De Nederlandse Volks Beweging sprak over Personalistisch Socialisme en men ontkomt niet aan de indruk, dat voor vele Volksbewegers het personalisme groter waarde heeft dan het socialisme.

Geert Ruygers schreef: Personalistisch Socialisme betekent in de eerste plaats het primaat van de geest boven de stof, in de tweede plaats de waarde van de menselijke persoonlijkheid en tenslotte socialisme.

Het Personalistisch Socialisme wees het Marxisme af. Terecht. Maar de waarheidselementen van het Marxisme kende en erkende het niet altijd. Er kwamen socialisten, die de klassenstrijdleer verwierpen en meenden, daarmee van de klassenstrijd zelf af te zijn. Overleg tussen werkgevers en werknemers was voor hen het één en het al. Met een beroep op het geweten en het rechtsbesef meenden, zij te kunnen volstaan. De harde werkelijkheid van het maatschappelijk leven met zijn belangentegenstellingen zagen zij niet. Socialisme betekende voor hen vaak niet meer dan geleide economie en maatschappelijke ordening. Voor de rode vlag waren zij huiverig.

Ik zou wensen, dat ik mij vergiste, maar ik heb de overtuiging, dat de vrees van vele oude socialisten niet ongegrond is. Ik voel niets voor een onverantwoord radica-

lisme, maar het zegt mij toch wel iets, dat ik, nadat ik te Utrecht voor de P. v. d. A. gesproken had, van het afdelingsbestuur een schriftelijke vermaning kreeg. Ik had het socialisme in tegenstelling tot het kapitalisme omschreven als een maatschappelijke ordening, waarbij de productiemiddelen niet aan enkelingen of bepaalde belangengroepen, maar aan de gemeenschap worden toevertrouwd. Dat was te radicaal. Ik had alleen mogen spreken over de socialisatie van de beschikkingsmacht over de productiemiddelen, niet over de socialisatie van de productiemiddelen zelf. Indien het socialisme van de P. v. d. A. enkel en uitsluitend betekent, dat de gemeenschap de beschikkingsmacht over de productiemiddelen in handen krijgt, heeft het woord socialisme inderdaad een andere inhoud gekregen. De ordening heeft zich als een concurrent ingeschoven tussen het kapitalisme en het socialisme.

Nu kan men ook ordening socialisme noemen dat doen velen maar dan speelt men een gevaarlijk spel. Wie enkel de beschikkingsmacht over de productiemiddelen socialiseert, laat de eigendom der productiemiddelen onaangetast. Dan blijven de productie om winst, de economische strijd met de arbeiders en de consumenten, het arbeidsloze inkomen. Maar in het socialisme gaat het er om, deze drie uit te sluiten en onmogelijk te maken. In het socialisme kan en mag de ene mens aan de andere mens niet meer verdienen. Wie ordening wil, bedoelt uitsluitend anarchie tegen te gaan. Wie socialisme wil, bedoelt vrijheid en gemeenschap te brengen.

Indien de P.v. d. A. niet in woord en daad bewijst, dat haar socialisme een zeer wezenlijk socialisme is, iets meer dan ordening en iets anders dan geleide economie, zal zij geen enkelen arbeider dien zij verloor, terugwinnen, zal zij integendeel bij een volgende verkiezing opnieuw duizenden arbeiders aan de C.P.N. verliezen. J. J. BUSKES Jr.

P.S. Ia ons vorig artikel stonden twee hinderlijke drukfouten: 1. wij mogen ons van de ingrijpende verandering in ons volksleven niet laaghartig afmaken; dit moet zijn: hooghartig. 2. het Russische Communisme toont met het hem door het leven opgedrongen materialisme en atheïsme..., dit moet zijn: door het Westen.

Kebk eHVxmho

De Protestantse Unie

Naar aanleiding van mijn stukje over de P.U. ontving ik enkele brieven, terwijl de redactie van T. en T. een schrijven van vier van mijn Amsterdamse collega’s en een kort artikel van Dr. Schipper uit Ekersheim ontving. Het schrijven van mijn Amsterdamse collega’s luidt aldus; Mijne Heren.

Met grote ergernis hebben ondergetekenden in Tijd en Taak van 1 Juni 1.1. op blz. 2 het artikel gelezen over de Protestantse Unie. In de kringen van de Partij van de Arbeid is herhaaldelijk opgekomen tegen de onwaardige wijze, waarop door andere politieke partijen tijdens de verkiezings-strijd politieke tegenstanders werden aangevallen of voor eigen partij propaganda werd gevoerd. De juistheid hiervan in concrete gevallen thans geheel buiten beschouwing latende, moeten wij verklaren, dat een artikel, waarin Christenen, die de beginselen van de Protestantse Unie zijn toegedaan, voor hele of halve N.5.8.-srs

worden uitgemaakt een minderwaardige wijze van bestrijding is: . le. weet de schrijver, dat dit onwaar is, in iedere partij zitten thans mensen, die aberrerend van een bepaald beginsel, zich tijdens de oorlog slap of onjuist hebben gedragen. Die zullen tot de Protestantse Unie zijn toegetreden, die zitten ook in de Partij van de Arbeid. Tegenover figuren als dr. Berkhoff of ds. Van Ruler om geen andere namen te noemen is dit dan ook in hoge mate gne – vend;

2e. is het minderwaardig om de mening van politiek-beklaagde, wiens overtuiging volgens de Overheid dus volstrekt verkeerd is, uit te spelen tegen anderen. 3e. is het ergerlijk, dat terwijl thans enerzijds door Kerk en Overheid wordt gestreefd om b.v. vrijkomende gevangenen met barmhartigheid te ontvangen, hier door den schrijver wordt gespeculeerd op de laagste instincten van de lezerskring, die op het lezen over „voor en tijdens de oorlog in meerdere of mindere mate met het nationaal-socialisme syro.-