is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 37, 15-06-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken. Ik moge in dit verband wijzen op een door de Kerken in Engeland uitgebracht rapport over „Kerk en atoombom” waarin onomwonden wordt verklaard: dat alleen een zodanige geestelijke vernieuwing de maatschappij voor zelfvernietiging kan behoeden, die een politieke vernieuwing insluit. De her-organisatie van het maatschappelijke leven behoort het gevolg te zijn van geestelijke vernieuwing op grond van de gehoorzaamheid aan God.

Daarbij nog één opmerking in verband met wat zich in de Protestantse kerken afspeelt ik denk in het bijzonder aan de Hervormde Kerk. Er is daar, naast andere factoren, kennelijk een angst aan het woord: de angst, dat de Kerk zozeer wordt meegesleept in de bewogenheid om de nood van de wereld, de nood der millioenen hongerenden, de nood van het sociale onrecht, van een dreigende verwoesting der aarde, dat de zuiverheid van de leer, de zuiverheid van het dogma er door in het gedrang komt. Ik zal daarop niet antwoorden, dat de „leer”, d.w.z. alle menselijke denkwerk om de toevertrouwde waarheid zo goed mogelijk

te formuleren, geen waarde heeft. Maar ik zeg wél: méér, oneindig meer (en dat woordje „oneindig” staat er niet bij als versiering of aandikking, maar nuchter en zakelijk) dan het dogma is het Evangelie. De vraag is: waarheen koersen wij met de Kerk? Naar een Kerk, die de gelovigen verzamelt om dat dynamisch-geladen, vlammende harten in gloed zettend boek, dat Bijbel, Evangelie heet —■ dan naar een Kerk, die leerzuiverheid met leergezag, vooral van oude formuleringen in het middelpunt stelt. Of, als men deze tegenstelling te absoluut stelt (in de praktijk is zij n.m. zéér reëel): waar men dan zal beginnen. Ik voor mij aarzel geen ogenblik, en niet omdat ik nu eenmaal ik ben, maar omdat zó de levende God uit het Evangelie ons wijst: aan de positieve bijdrage der gelovigen, niet alleen ten opzichte van honger, vrede, enz., maar ook aan de leiding van de zich voltrekkende wereldrevolutie, wordt openbaar welke kracht de waarheid Gods ook thans bezit. „Indien iemand Gods wil volbrengen wil, die zal van het Evangelie erkennen of het uit God is.” (Joh. 7 : 17). W. B.

■ iwi r-, I i / \A/ I I P I M lIWI P fj D KA TT IJITLiIT lIT \Jf I T I I #Tl

In de winter van 1945—1946 liet de Amerikaanse regering een sensationeel experiment aankondigen: in de maand Mei of Juli zouden één of twee bommen worden geworpen op een vloot van honderd oorlogsschepen, die in de baai van Bikini, in de Stille Zuidzee, zouden worden samengebracht. Van de details, die de pers over de voorbereidingen voor dit experiment meedeelde, zijn mij twee dingen bijgebleven:

1. Een missie van Amerikaanse geleerden, bestaande uit veertien biologen, plantkundigen en oceanographen en bovendien twee personen uit de vishandel (naar men zegt beter betaald dan de geleerden) zal naar Bikini gaan. Het doel van deze expeditie is, een complete staat op te maken van alle levende wezens op het eiland. Het is een opdracht, die veel lijkt op de taak, welke aan Noach werd opgedragen kort voor de Zondvloed. Ditmaal zullen de werkzaamheden worden verfilmd

2. Op de „dag J” zullen de schepen van de oorlogsvloot, die in de Baai van Bikini verenigd zijn om de atoomproef te ondergaan, een complete bemanning hebben. Deze bemanning zal echter geheel en al uit dieren bestaan. Tweehonderd geiten, tweehonderd varkens en vierduizend ratten zullen op hun post zijn voor de strijd, op de geschutstorens, in de machinekamers en op de bruggen. Ook dit herinnert ons onweerstaanbaar aan het verhaal van de arke Noachs.

Wat de varkens betreft nog een kleine aanvulling: men heeft namelijk opgemerkt, dat de huid van varkens sterk overeenkomt met die van mensen. De gevoeligheid van de ene kan een en ander aan het licht brengen omtrent die van de andere. Onze zeelieden- of officieren-varkens zullen dan ook voor deze gelegenheid gekleed gaan in de normale uniformen der marine, ondergedompeld in of doordrenkt met een substantie, die in staat is de Gamma-stralen te absorberen. Zoals u weet worden die stralen dodelijk geacht. Men zal dan dus kunnen constateren, hoe de zwijnen zich

onder het vuur zullen gedragen en hoe zij zullen weten te sterven. Wat het resultaat van de hele operatie, die voor de geleerden aanleiding is tot een eindeloze stroom van gissingen, ook moge zijn, ik ben zo vrij alvast, zij het dan vooraf, één definitieve conclusie te trekken. Voor de eerste maal in de historie zal de uniform worden gedragen door varkens in de meest exacte zin van het woord. Zeide ik u niet reeds eerder, dat de oorlog dood is, de oorlog der militairen, de ware! Zeide ik u niet, dat alle gewijde regels ervan zonder uitzondering door het gebruik van de atoombom geschonden zijn?

Ik moet u bekennen, dat ik daarbij niet aan de uniform had gedacht en aan het respect, dat wij daaraan voorheen verschuldigd waren. Het zijn niet de geleerden, die de zaak verknoeid hebben. Het is niet mijn schuld, het is nu eenmaal zo. En het blijft er bij, ook al zou men het experiment laten varen. Met de vloot, die bij Bikini zal worden opgeofferd, zal ook het prestige van de Uniform, symbolisch, te gronde gaan.

Het is tenslotte de moeite waard om op te merken, dat zich van de kant van de ijveraars voor het Leger geen enkele stem verheven heeft om tegen een zo letterlijk éclatante profanatie te protesteren. Integendeel, wat er aan verzet opstak, kwam, als ik het zo zeggen mag, van de andere kant. Het is de Bond voor Dierenbescherming van één der oostelijke staten in Amerika, die de publieke opinie tegen de voorgenomen proeven in beweging is gaan brengen.

De Bond vraagt om in plaats van zoveel onschuldige slachtoffers in een zo belachelijke positie op te offeren, op de schepen " de leden van het Huis en van de Senaat te zetten, die zich vóór de proef van Bikini hebben uitgesproken.

DENIS DE ROUGEMONT.

(Met toestemming van den schrijver overgenomen uit -„Combat”). Door ons overgenomen uit „Vr.j Nederland”.

CULTUURIOOSHEID WORDT BISTREDEN

„Ook een werkloze kan, als zijn belangstelling wakker gemaakt Is, van goede literatuur houden. Vaak beseft men in dit geval pas goed, hoe men hunkert naar een goed boek.” Met deze woorden van een werklozen kleermaker begon en besloot ik, in Januari 1940, in „Tijd en Taak” enkele artikels over de belangrijkheid van cultureel werk onder werklozen.

Tot de prettigste herinneringen uit mijn voor-oorlogse cursus-arbeid behoren de werklozen-internaten in Bentveld; hier was sfeer; hier groeide al spoedig een goede geest; hier groeide een groep mannen, afkomstig uit verschillende plaatsen en de meest uiteenlopende partijen, na weinig dagen al tot een gemeenschap, die met de grootst mogelijke belangstelling naar de lezingen luisterde, er niet alleen deel nam, maar er inderdaad deel aan had.

Dit soort werk werd veelal indirect door Rijk en Gemeente ondersteund.

Direct na de bevrijding rees voor de gemeente Amsterdam de vraag op: hoe kunnen wij diegenen, die door ongelukkige omstandigheden nog zonder werk zijn, niet alleen materieel, maar ook geestelijk helpen? Wij allen beseften, dat juist na deze oorlog voor de overheid een belangrijke taak op karakter- en geestvormend gebied was weggelegd. Er werd met een kleine groep begonnen, met 50 mannen, die zorgvuldig uit een massa van ettelijke duizenden waren uitgekozen. Naast vaste cursussen, als taai-, E.H.8.0., handenarbeid-lessen, werden iedere week op zich zelf staande inleidingen over economische, sociale, litteraire, godsdienstige vraagstukken alsmede discussiemiddagen naar aanleiding van actuele tijdschriftartikelen gehouden. De discussies en nabesprekingen bleken van verbazingwekkend hoog gehalte te zijn; de deelnemers werden geactiveerd, zij leerden de mening van anderen kennen en waarderen, zij kwamen los, en schreven zelfs vrijwillig opstellen over hetgeen zij gehoord, geleerd, beleefd hadden. Een der inleiders, een typisch vertegenwoordiger der Gereformeerde Kerk, verklaarde, dat de nabespreking verrassend ongewoon voor hem was.

De belangstelling van deze „Arbeidsreservisten” was wakker gemaakt, en nu beseften zij, hoe zij hunkerden naar een goede lezing, cursus, excursie, (want ook dit behoort tot het programma) en naar het onderlinge gesprek.

Het goede resultaat van deze eerste club had tot gevolg, dat kort geleden tot een uitbreiding in diverse wijken van Amsterdam werd overgegaan. Op verzoek van de deelnemers werden nu nog enkele cursussen ingelast, b.v. „Middenstandsdiploma” (niet zo zeer ter wille van het behalen van een diploma, maar vanwege de algemene strekking van een dergelijke cursus) en een muziek-cursus; en ja, reeds de allereerste

keer kon de leider met zijn dertig deelnerners, die de gemiddelde leeftijd van veertig jaar hebben, oude volksliederen zingen! Zij hadden er allemaal echt plezier in. ledere club heeft zijn leider; en spoedig ontwikkelt zich een goede kameraadschap tussen de arbeiders en dezen man, wiens werk voornamelijk van sociaalpaedagogische aard is; overigens is een keuze uit aie inleiders gedaan, die geschikte sociaalpaedagogen zijn, onverschillig of zij van de uiterste linkerzijde of van het a.r.-kamp komen; over ütteraire onderwerpen spreken Theun de Vries, Anton van Duinkerken over economie: Dr. Zimmermann, S. de Wolff over radio en sport: A. van Nierop, Geudeker over het verzet: Mr. Roosjen K. Jagers over het Joodse volk: Mr. vari Proosdij Sn over „Geloof en Godsdienst vrijzinnige Ds. van Blij enburgh, de orthodoxe Ds. Buskes, pater v d Steegt, de humanist Dr. Stuiveling de Dageraadsman L. A. Constandse, en binnenkort ook een gereformeerde predikant. Hier viel vooral op, hoe goed velen in de Bijbel thuis zijn. Soms kon er een uitgebreide discussie omtrent een of ander bijbel-zinnetle ontstaan.

leder mag zeggen, wat hij op het hart heeft, mits het niet beledigend en kwetsend i 3. En langzamerhand verdwijnt het wantrouwen tegenover dit door „de overheid” georganiseerde culturele werk. De stemmen, die in het begin spottend en waarschuwend hadden geroepen: „Ze willen ons alleen maar zoethouden”, zijn verstomd. De deelnemers zelf behoren nu tot de beste propagandisten van de ~culturele werkgemeenschap” der „Algemene Arbeidsreserve Amsterdam” Maar de opzet en de bedoeling er van is niet uitsluitend: bestrijding van de cultuurloosheid in die groepen der bevolking, die het meest gevaar lopen, door nihilisme en afbreek-woede overheerst te worden; het doel is vooral ook: via deze cursussen en lezingen de deelnemers hun capaciteiten en tekortkomingen, te leren ken— en te trachten, in samenwerking met het Gewestelijk Arbeidsbureau, hen weer in het productieproces in te schakelen. Hebben niet juist zij die een bijzondere activiteit tonen, verdiend dat ook de overheid bijzondere moeite voor hen doet?

Zonder de daadwerkelijke steun van den directeur van de Arbeidsreserve, Drs. Kaan 6h den Wethouder voor de Sociale Zaken te Amsterdam, Mr. van Wijk, zou dit werk hebben kunnen starten. En het vertieugt mij te kunnen mededelen, dat het Departement van Sociale Zaken en de ge|heenten Rotterdam en Den Haag grote belangstelling er voor hebben.

Ik mag de voorbereidingen, die door de ■Arbeidsreserve Amsterdam t.b.v. vakscholing voor de 18-30-jarigen worden getroffen, niet onvermeld laten. Hier zijn

uiteraard heel wat moeilijkheden van technische aard te overwinnen. Naast de Rijkswerkplaatsen zouden hier particuliere ondernemers worden betrokken; daar een dergelijke om- en herscholing slechts zin en waarde kunnen hebben, wanneer zij doelmatig worden opgezet, zal omtrent de vermoedelijke behoefte van het particuliere bedrijf in de volgende jaren, met het Planbureau overleg worden gepleegd.

* * * Behalve het meer intensieve culturele werk voor enkele geselecteerde groepen wachtgeld-ontvangers, zag de Arbeidsreserve zich ook genoodzaakt in samenwerking met de D.U.W. voor een behoorlijke en beschaafde avondvulling in diverse kampen, waar Amsterdammers tewerk gesteld worden zoals in de Wieringermeer en in Drente te zorgen. Uit een kort geleden gehouden enquête, bleek, dat een groot gedeelte van deze arbeiders zelf een goede avondvulling vroegen; ze zijn het beu, avond aan avond te klaverjassen, te mopperen, zich te vervelen. Een positieve vrijetijd-besteding juist in de kampen is voor

arbeiders en arbeidsprestatie van onschatbare waarde.

Van de inleiders die in deze kampen als gewaardeerde sprekers optreden, wil ik alleen maar de twee zo verschillende de Vries’en (Anne en Theun), Willem van lependaal over „volkshumor”, Joan Kalff over „muziek” noemen.

Zojuist werd. door de Arbeidsreserve een bibliotheek samengesteld, die in de Wieringermeer-kampen gretig wordt gelezen. De arbeiders zonden ons lijsten met titels der door hen gevraagde boeken; wij komen hier de namen Traven, Martin Andersen Nexoe, Upton Sinclair, Maxim Gorki, Emile Zola, Jules Verne, Dumas, Multatuli, Heijermans, A. M. de Jong, Jef Last tegen. Gesprekken met arbeiders in die kampen bewijzen, dat er in de laatste maanden heel veel ten goede is veranderd. Uit wantrouwen wordt vertrouwen. Uit minderwaardigheidscomplexen en opgekropte wraakgevoelens worden gezond zelfvertrouwen en zelfbewustzijn. Deze mentaliteit is niet in de laatste plaats te danken aan het sociaal-paedagogische werk van de Arbeidsreserve-Amsterdam. H. WIELEK.

Dit stuk oud-Amsterdam werd door Sjoerd Visser getekend, een timmerman, die in een van de werkobjecten van de Arbeidsreserve tewerk gesteld was. In „Tijd en Taak" van 15 December 1.1. werd een en ander omtrent het schilder- en beeldhouw-ioerk van dezen autodidact, die een begaafd kunstenaar blijkt te zijn, verteld.