is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 37, 15-06-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZO STERVEN MANNEN

(Fragmenten uit een kort geleden te Oslo verschenen boek; „Slik dör menn” (zó sterven mann) van de hand van Ds. Dagfinn Hauge, predikant te Oslo, aan wien het vergund was te fungeren als gevangenispredikant voor de terdoodveroordeelden).

verdwijnen de grenzen tussen de volkeren. Allen zijn één in Christus.

(Nacht van 24 op 25 Februari 1942). Enige uren later werden zij vervoerd naar Haaöya (eiland in de Oslofjord). Wij wisten van deze gang niet af, maar wel

wisten wij, dat zij verbonden waren in hetzelfde vertrouwen en geloof. Daarom wisten wij ook, dat de Duitsers, die tegen hen het geweer ophieven, buiten staat waren hen te schaden.

„Dood, waar is Uw overwinning? Dood, waar is Uw prikkel? Maar Gode zij dank, die aan ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onzen Heer!” (1 Corinthe 15: 55 en 57. Vertaler).

Uit het Noors vertaald door J. L. B.

Vrijdag 30 Januari 1942 bezocht ik voor de eerste keer Kaare Iversen. Een dag tevoren was hij met een Hollander, Paul Winnemöller, voor het Marinekriegsgericht gebracht en ter dood veroordeeld wegens „begunstiging van den vijand”. Beiden hadden, met enige anderen (allen Hollanders) een poging gewaagd met een motorboot te ontkomen naar Engeland, maar zij hadden dit door onweer moeten opgeven en waren teruggekeerd tot hun arbeid. Ongelukkig werd de geschiedenis bekend en zij werden gearresteerd. Zij hadden nu bijna een jaar lang in de gevangenis gezeten, het meest in Grini (concentratiekamp bij Oslo). Geen hunner liad zich de mogelijkheid van een doodvonnis gedacht. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Kaare hield er rekening mede, dat hij nog een jaar straf zou krijgen, maar daarna spoedig huiswaarts zou mogen keren. Desniettemin waren beiden geheel kalm toen ik hun cel binnentrad.

De Hollander was een innemende jongen met stralende ogen en een flink figuur. Door zijn talenkennis maakte hij indruk op allen in de gevangenis. In de loop van het jaar, dat hij in Grini was geweest, had hij Noors geleerd en hij sprak het vloeiend. Hij was Katholiek, maar wilde volstrekt een Luthersch zielverzorger hebben en dus ging het er niet minder om dan een Noors predikant te verkrijgen.

Winnemöller had ook een merkwaardige kalmte en vrede over zich in deze weken. Hij las ijverig in een Hollandse Bijbel, die wij hadden weten te bemachtigen. Bijzonder dankbaar was hij voor enkele stichtelijke geschriften, die hij met grote belangstelling bestudeerde. Hij miste wel het Vaderland en allen, die hem dierbaar waren. Maar het was hem tot steun, dat hij dit juist in Noorwegen moest ondergaan. Het gemeenschappelijk lot had de beide volken meer dan ooit tot elkander gebracht en hij wist zich met ons, Noren, verbonden met een roerende liefde en vertrouwen.

(Na de bevestiging van het doodvonnis kreeg de Moeder van Kaare verlof hem te bezoeken. Zij was ziek en daarom kwam een diakones met haar mede naar de gevangenis.)

Winnemöller ging naar een ander vertrek, waar hij verlof kreeg met de diakones te praten en de Moeder werd binnengeleid. (Na het samenzijn van Kaare met zijn Moeder).

Winnemöller kwam weer binnen en wij mochten een beetje met elkaar praten. De gedachten gingen uit naar de dierbaren, die zóver weg waren. Hoe gaarne had hij ze nog eens de hand willen drukken. Ik beloofde hun te zullen schrijven en te vertellen.

Wij hadden verlof er ’s-nachts te blijven en Winnemöller werd speciaal toegelaten hieraan deel te nemen. Wij zongen onze bekende gezangen. Kaare verlangde: „Een vaste burcht is onze God” en hij voegde eraan toe: „Want Hij is een vaste burcht”. Samen met de broeders in het vreemde land ontvingen zij Jezus’ lichaam en bloed (m.a.w. werd hun het Heilig Avondmaal toegediend. Vertaler) In zulk een stonde

RETRAITE

Zowel op kerkelijk als op politiek terrein wordt de laatste tijd veel gesproken over doorbraak, een doorbraak trouwens, die nog niet wil komen. Maar ieder, die geloof in zijn zaak heeft, de godsdienstige zowel als de politieke mens weet, dat er in deze richting moet worden voortgewerkt. Geen ernstig mens is door mislukkingen geneigd te geloven, dat de doorbraak op kerkelijk of politiek terrein thans geen kans meer heeft. Het is echter zeer wel mogelijk, dat alleen door een aanhoudende krachtsinspanning voetje voor voetje terrein gewonnen wordt. En wij zullen ons vooral moeten hoeden voor leuzen en een overmaat aan propaganda-methoden. Want een wankele wereld kan een ogenblik door leuzen geïmponeerd worden, maar op den duur neemt de verwarring hier slechts door toe. Wij kunnen beter op de gedragingen yan de leerlingen letten, die zich vóór Pinksteren te Jeruzalem bevonden. „Zij nu hielden”, zegt Handelingen, „zich volijverig aan het onderwijs der apostelen en aan de gemeenschap, aan de breking des broods en aan de gebeden”. Op dit verwachten en deze inkeer is de grote doorbraak gevolgd, die haars gelijke in de wereld nadien niet meer gehad heeft.

Wij geloven, dat de doorbraak, waarvan de Hervormde Kerk thans spreekt, het werk is van de Heilige Geest. Maar dan is het ook noodzakelijk om al datgene, wat de nadruk legt op het menselijke in dit ondernemen, in zeer bescheiden mate te laten meespreken. Dan zullen wij het niet zo moeten voorstellen, alsof de vernieuwing een plan is, dat in tien, twintig of honderd jaar kan worden ten uitvoer gelegd. Dan zullen we het oog naar binnen moeten richten en vragen, of God ons gebruiken kan om een wereld, die tuimelt als een beschonkene, weer op de been te helpen. Het is te begrijpen, dat men de actie van de Hervormde Kerk vergelijkt met de beweging van een optrekkend leger; maar laat ons dan niet vergeten, dat geen leger verantwoord is ten strijde te trekken, wanneer het met de ravitaillering niet in orde is.

Vernieuwing is zeker niet alleen een leus en zeker is het veel te vroeg om te zeggen, dat ze mislukt is. Zal ze echter slagen, dan is daartoe voor allen, die daaraan meewerken, een zeer sterke geestelijke discipline nodig. Eén van de wegen, waarop deze discipline kan worden verworven, is die der meditatie; de meditatie komt in het centrum van het retraite-leven te staan. Het is niet gemakkelijk om in een enkel woord te zeggen, wat onder meditatie verstaan wordt; het is er echter niet zo heel ver vanaf om hieronder te verstaan het ordenen der gedachten op grond van de bijbel of een ander geschrift. Dit geschiedt in de vorm van stille overdenking, waarin de mens nog onbekende en ongebruikte krachten bij zichzelf leert ontdekken. Hij leert gehoorzaam zich aan het gezag van God te onderwerpen en zoekt door het geloof versterking in de liefde van Jezus Christus. Het is echter niet alleen de stille overdenking, die een belang-

rijke plaats in het retraite-leven inneemt; haast even belangrijk is de gemeenschappelijke overdenking en het persoonlijk gesprek met den retraite-leider. In Ellecom worden deze zomer enkele proef-bijeenkomsten gehouden; het zijn proefnemingen, maar wij hopen toch, dat de kracht, die ervan uitgaat, tot voortzetting noopt. Moge God zijn zegen geven aan een pogen, dat de grote innerlijke nood van deze tijd hoopt te lenigen. Kampen. A. F. L. VAN DIJK.

Deze zomer is er gelegenheid om in Ellecom een retraite bij te wonen. Het is niet de bedoeling om de opgave hiervoor geheel vrij te laten; twee retraites zullen een algemeen karakter dragen, maar de drie andere zijn voor speciale groepen bestemd. Daarbij is gedacht aan sociale werkers, onderwijzers en studenten. De prijs bedraagt ƒ25.— per samenkomst; reductie is in bijzondere gevallen mogelijk. De data der te houden retraites zijn als volgt:

20—26 Juli: maatschappelijke werkers. 27 Juli—2 Augustus: algemeen. 10—16 Augustus: onderwijzers (essen). 17—23 Augustus: algemeen. 24—30 Augustus: studenten.

De retraites staan onder leiding van ds. A. F. L. van Dijk, Burgwal 26, Kampen, bij wien men zich voor deelname kan opgeven. Ook zij, die niet tot een kerkgenootschap behoren, zijn welkom.

Bericht hierover aan den secretaris van de A.G., ds. D. J. Wansink, Laurillardlaan 13, Santpoort. •

Ons verzoek om zeepbonnen heeft oor gevonden. Het huis zal glanzen. Met de aanbieding van hulp staat het minder gunstig. Mevrouw Donia wacht nog graag aanbiedingen. l_ jj. R.

BOEKBESPREKING

Dr. J. P. Kruyt, „De kerk en het sociale vraagstuk”, 1946. Boekencentrum N. V., ’s Gravenhage. Een woord tot kerkelijken en onkerkelijken. Een klein geschriftje van 23 bladzijden. Uitermate geschikt voor verspreiding. Zulke lectuur heeft ons volk broodnodig. j. j. B.

INHOUD

blz. De koningen wijken (L. H. Ruitenberg) 1 De Partij van de Arbeid en de C.P.N. (J. J. Buskes Jr.) 2 De Protestantse Unie (J. J. Buskes Jr.) 2 Honger, Vrede en... God 3 Zwijnen in Uniform (Denis de Rou-

gemont) 4 Cultuurloosheid wordt bestreden (H. Wielek) 5 Het aanschouwelijk maken van het Bijbelse verhaal (N. G. J. v. Schouwenburg) 6

Bentveldnieuws 6 Zó sterven mannen 7 Retraite (A. F. L. van Dijk) 7 Boekbespreking 7