is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 41, 13-07-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOORBRAAK ZICHTBAAR

Wie ais schrijver dezes veel vergaderingen in deze tijd van verenigingshoogconjunctuur heeft bij te wonen, zal het met mij eens zijn» dat het eentonig wordt. Steeds oppositie, steeds een bestuur, dat het midden wil houden, steeds een appèl op de trouw, steeds iemand te huldigen, steeds véél middelmatigheid en véél woorden.

Utrecht was anders. Daar kwamen op 2 Juli, op uitnodiging van het comité van initiatief, een 250 a 300 mannen en vrouwen bijeen, om het protestants-christelijk werkverband van de Partij van de Arbeid te stichten. Het was een voortreffelijke vergadering. Om alles. Om de inleidingen en om de debatten. Om de mensen en om de „sfeer”. Hier waren leden van eenzelfde partij, veelal vreemdelingen voor elkander, die samen gingen staan, omdat ze allereerst wisten levende lidmaten van een der kerkgenootschappen, d.w.z. leden van de Kerk van Christus te zijn. Mensen, van wie velen risico’s genomen hadden. Sommigen van hen waren met broodroof bedreigd, allen hadden een vloed van hoon ondergaan, omdat de doorbraak niet gelukt en het „kerkvolk” zo innig-trouw scheen te zijn.

Intussen: hier was geen spoor van spijt, van defaitisme. Integendeel, juist hier was iets van de moed, die men grijpt, als men de broeders ziet. Ik ga u niet een verslag geven. Het gaat mij er alleen om, iets voelbaar te maken van het belang, dat dit werkverband heeft voor de Kerk, voor de strijd om een democratisch en socialistisch Nederland, voor gans Nederland-zelf.

De voorzitter, Mr. Van Walsum door Koos Vorrink gehuldigd als de man, die reeds in 1937, toen hij nog secretaris van de C.H.U. was, het opnam voor het plan van de arbeid zei het zakelijk en zonder pathos: wij hebben Christus in ons leven ontmoet, wij willen socialisten zijn. En als zodanig willen wij werven en verzamelen. Vorrink, sprekende namens het partijbestuur, weer op de grote betekenis van deze partijverbanden, op de vorming waarvan juist het Partijbestuur aan drong. Inderdaad. Een van de grootste gevaren ener partij, die sterk wordt, is, dat zij enerzijds afsluitend gaat werken, dat zij anderzijds haar eigeniijke terrein te buiten gaat. De werkverbanden zullen de nieuwe Partij van de Arbeid daarvoor moeten behoeden. Wij zullen haar „open” en met innerlijke reserve voor geestelijke gebieden moeten houden. Zij zullen niet als fractie, niet als oppositie-in-wording, maar in opdracht van de Partij zich moeten verzamelen, en de bijzondere aspecten van het socialisme van hun standpunt uit in èn buiten de Partij moeten accentueren.

Stufkens noemde dan ook deze gebeurtenis een historisch moment. Hij sprak over „In het krachtveld der Kerk”, diep en breed. Hij wees er terecht op, dat wij ons in het krachtveid der Kerk bewegen en door haar begeleid worden van uur tot uur, maar dat zij, de Kerk, op het gebied van de politiek ons vrijlaat. Waarbij

wij nochtans in haar krachtveld blijven. Wij willen met dit werkverband aantonen, dat een groot aantal mensen van de Kerk niet meer apart van de wereld kan staan. Want daardoor dreigt het politieke en geestelijke leven te verstarren. Wij treden, aldus Stufkens, uit onze zelfgekozen gevangenschap. Wij zullen een stuk ergernis zijn midden in de christelijke gemeente, waaraan zij zal moeten rijpen. Juist de protestant-christelijke gemeente. Wij zullen als werkverband de eenzamen bedreigd door verzet en broodroof (reeds zes onderwijzers van bijzondere scholen werden op het matje geroepen, omdat zij lid van de P.v.d.A. waren) ■— geestelijk moeten steunen. Wij zullen de duizenden, die van ons het verlossend woord verwachten, moeten opvangen. Zij zullen van ons moeten horen, dat zij méé kunnen strijden voor een socialistische orde zonder ontrouw te zijn aan de allerheiligste dingen. ’s Middags spraken Mr. Van Walsum over de politieke constellatie, Mr. Van Rhijn verheugd dat hij nu niet de beklemming meer voelde van minder radicaal te moeten spreken, dan zijn hart ingaf, nu hij de banden met de C.H.U. had geslaakt over de sociale ordening, de onderwijsman Kleywegt en Mr. S. C. van Randwijck over de Indonesische kwestie.

'Het kan wel niet anders, of wij juichen de totstandkoming van dit werkverband wel zéér toe. Wij willen nu, mede naar aanleiding van de gevoerde discussie, nog op enige aspecten wijzen.

Ten eerste: dit werkverband, dat de antithese verwerpt, zal alles doen, om de

anti-these in de Partij tegen te gaan. Wij weten, dat er bepaalde punten zijn, waar op grond van ons gemeenschappelijk geloof, een afwijkende mening verdedigd zal moeten worden. Maar wij zullen dat doen voor het forum der ganse Partij, niet als aparte fractie-in-de-Partij. Er zal dan discussie zijn, géén vorming van machtscentra.

Ten tweede: dit werkverband heeft een bijzondere taak in oecumenisch opzicht. Direct al, omdat het ieden van alle protestantse kerken verzamelt. Maar ook, omdat het de tweelingzuster is van het R.K. werkverband in de Partij. Op welk een verrassende wijze komt hierdoor gelegenheid, om op gezette tijden met onze R.K. partijgenoten in de sfeer van gelijkgerichtheid in politiek en soc. economisch opzicht, te spreken over wat ons scheidt en verbindt. Zou hierin niet een teken worden opgericht van een nieuwe verhouding tussen de twee grote confessies?

Ten derde: dit werkverband vraagt allen, die levende leden van de Kerk, d.w.z. van enig kerkgenootschap zijn, zich bij haar te voegen. Zij gaat uit van die band, en formuleert niet op eigen gezag een uitgangspunt, een principe, een dogmatisch minimum. Niet, omdat dit onbelangrijk zou zijn. Integendeel: het vindt het zó belangrijk, dat het deze zaken overlaat aan de onderscheiden kerken. Als verenigingen reeds censuur gaan uitoefenen, wat blijft dan nog de functie van de Kerk? Wel zal het tot de niet-socialistische mede-christenen helder en onomwonden zijn boodschap richten. Het kan ook de laatste gelegenheid zijn om met de oude Christelijke partijen in contact te komen. Men zie daarvoor de brief van Prof. Kraemer c.s. aan de A.R.F. en C.H.U.

" Ten vierde: het werkverband wil inderdaad de leden aan de Partij binden. Men kan wel aan besprekingen van het Werkverband deel nemen, zonder lid van de Partij te zijn, maar na een half jaar moet men toch zijn keuze gedaan hebben. Zij: wil aan hen, die nog wat onwennig tegenover de ~sfeer” van de politieke paftjj

HET PROTESTANT-CHRISTELIJK WERKVERBAND

Het Voorlopig Bestuur van het Prot. Chr. Werkverband, dat op 2 Juli door de vergadering te Utrecht werd aangewezen, bestaat uit: Mr. G. van Walsum, voorzitter; Ds. N. van Gelder, Mr. J. P. Hogerzeil, C. Kleywegt, J. Piebenga, Ds. L. H. Ruitenberg, Mr. Dr. A. A. van Rhijn, H. Steketee, N. Stufkens en Ds. H. N. Ijsbrandy.

Lid kan men worden door zich bij den voorzitter, Mr. v. Walsum, op te geven. Zijn adres is: Prinses Julianalaan Bb, Rotterdam. Het lidmaatschap staat open voor hen, die lid van een kerkgenootschap en tevens van de Partij van de Arbeid zijn. Er zijn géén kosten aan het lidmaatschap van het Werkverband verbonden.

Het bestuur zal in de verschiUende plaatsen en gewesten kringen pogen te vormen. Hiervoor zal het richtlijnen en geschriften ter bespreking uit geven. Ook zullen landelijke conferenties en vergaderingen belegd worden.

De Redactie van zal haar kolommen mededelingen van het bestuur wat er omgaat in de kringen. Zij zal tevens artikelen over de te bespreken stof en de opkomende publiceren. Uiteraard zal daarbj „Tijd en Taak” haar onafhankel kheid bewaren, maar haar veertigjarige traditie van openheid en str j – vaardigheid waarborgt een S» band met het nieuwe Werkverband van de Party van de

J " d"Ï Wad man tussen de en het Voorlopig Daarom stelt er prys op, dat de leden Werkverband, voorzover zy „Tyd en Taak” nog niet ontvangen, zich hierop alleen 0< 7* abonneren. Voor adres en kosten men de kop van dit blad. L H R