is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 42, 20-07-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROLETARISCH INSTINCT pn SOCIALISTISCHE POLITIEK

Naar aanleiding van de pleidooien, om vooral „de stem des volks” tot richtsnoer te nemen voor het politieke handelen, of om „het proletarisch instinct” tot grondslag te kiezen voor een waarachtige volksregering de lezer herinnert zich wellicht, dat ik de vorige week een paar stemmen in deze richting weergaf maak ik nog graag een tweetal opmerkingen. Vooraf herhaal ik; nooit mag de solidariteit met den arbeider ontbreken, de stem des volks behoort mede ónze stem te zijn. Dat geldt voor den regeerder, voor de politieke partij, het geldt ook voor ons, die Evangelie en socialisme met elkaar verbinden.

Maar als dit dan eenmaal gezegd is, hebben wij de plicht om er op te wijzen, dat „die stem des volks”, dat „proletarisch instinct” allerlei gevaarlijke kanten aan zich heeft. Het is direct, geladen met emotie en dus heel sterk, maar ook dikwijls begrensd en bekrompen; het richt zich ook op de onmiddellijke dingen „een boterham met iets, een bekertje melk” en wordt daardoor vanzelfsprekend evenzeer fel en hartstochtelijk als egocentrisch. Mijn briefschrij-

SSldTr” me “ een t\/tqqv vipl ynn kunnen ziin dat ‘ . ontwerp-Vos de berekende van een beginde overwinning de rlSg s .rariaiisme en een kleine verbetevan h verbeterlne voor van- J mosellik Is niet moet worbetering als zij ffn ’ helders radicaal de veroom ho oitnotip van het Russische i jn de eerste laren na de revovolksmassa’s om „j.pn tot zelfs beneden het peil terug te voeren t gesteld bij de beslissende ... , bevolking althans de bewuste hebben de net oZfevoorwaarde was ren van het directe belang voorwaarde was

voor de verovering van het grote doel. Wie het toen zou hebben gewaagd, om de thans in Nederland door de communisten aangeheven leuze: „hogere lonen, lagere prijzen” e.d. aan te heffen, hij zou als contra-revolutlonnalr tegen de muur zijn gezet.

Daar komt nog iets bij. Ifet Instinct” was eenmaal in de jaren van de opkomst der socialistische beweging een stuwende, vooruitstrevende, constructieve kracht; het is thans een conservatieve, remmende, soms reactionnaire kracht geworden. Waarom? Omdat de structuur der maatschappij grondig aan het veranderen is. In de tachtiger, negentiger jaren der vorige eeuw was er één ontrechte, verdrukte, in armoe en ontbering lijdende massa; het proletariaat. Het vond tegenover zich het „vrije” kapitalisme, waaraan alle andere sociale groepen, ook intellectuelen en middenstanders waren gebonden door rechtstreekse belangen. Zo is het nu niet meer. Ik weet, dat duizenden arbeiders het niet willen horen en ik begrijp hun onwil en verzet heel goed maar nochtans is het waar: er zijn in de huidige maatschappij groepen, die er economisch en financieel beroerder aan toe zijn, dan de industriearbeiders, de typograaf, de spoorwegman, de mijnwerker. Vroeger was het de plicht van een socialistischen politicus om de proletarische belangen en rechten hardnekkig te verdedigen thans doet hetzelfde socialistisch besef en inzicht hem afwijzen de eenzijdige eisen der hecht georganiseerde en tot macht gekomen arbeidersgroepen. Dat geldt in het bizonder in de na-oorlogse chaos. Misschien moeten thans, óók ter wille van de arbeiders, maar zeker ter wille van het volk als geheel, eerst „kapitalistische” bedrijven weer draaien. En daarom was dat ontwerp-Vos principieel zo belangrijk: het wilde binnen het georganiseerde bedrijf een stuk kapitalistische macht breken, opdat het noodzake-Ujk economisch herstel tevens een begin van socialistische orde zou bevatten. En als de arbeidersmassa’s daarvoor géén belangstelling hebben, bewijst dat alleen maar, dat het z.g. proletarisch instinct thans conservatief, remmend werkt.

Een soortgelijke opmerking is te maken in verband met de plannen voor de Onderwijs-vernieuwing. Ik ben er van overtuigd: de arbeidersmassa interesseert zich niet voor de zeer diep insnijdende beginselen, die bij reorganisatie van Hoger, Middelbaar en Kweekschool Onderwijs aan de orde zijn. Ik begrijp dat; ik denk er niet aan om een al te gemakkelijke, hoogmoedige veroordeling uit te spreken. Maar men beseffe tevens, dat beginselen van onderwijs-politiek niet ontleend kunnen worden aan, bepaald mogen worden door de vraag of de massa „er voor voelt”. De taak van den socialistische politicus en opvoeder is een dubbele: le. Inzicht te wekken voor de diepe betekenis van de geestelijke volkskracht, óók door het onderwijs versterkt; 2e. Bereidheid te kweken om daarvoor, zelfs in onze armoede, offers te brengen. Dat zal moeilijk genoeg zijn, ook wel eens impopulair maken, maar is nochtans socialistische plicht.

Niet alleen voor de socialistische beweging, voor alle ~leiding”, die wezenlijk opwaarts voert blijft waar: dat men in diepe liefde met het volk verbonden, nochtans nooit de massa naar de mond praat. Vóór haar strijden betekent ook: tegen haar al te directe primitieve gevoelens in durven gaan in naam van de gemeenschappelijke zaak. Lenin heeft het gedurfd zij die, zich in Nederland thans communisten noemen, doen het tegendeel. De laatste zijn gevaarlijker dan Lenin. W. B.

(Vervolg van pag. 3.) N.T. is zij van kosmische aard. De Joden willen Jezus wel zien als een groot mens en een wijs leraar, zelfs wel als een profeet, maar dit alles binnen het kader van het menselijke, niet van het lijke. Zo ziet het Jodendom het Christendom als een dwaalweg, het Christendom het Jodendom als een doodlopend slop.

Nu is de tragiek der geschiedenis zowel van Christendom als van Jodendom, dal daarin Israël, d.w.z. het geloof in den levenden God en in het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid, verloren zijn gegaan. Evenwel niet geheel. Wat de ontwikkeling van het Christendom betreft, daarvan .zal ik nog nader spreken, in het bijzonder bij de behandeling van Ragaz’ „Die Geschichte der Sache Christi”; wat het Jodendom aangaat, hoewel voor een goed deel verwereldlijkt, breekt ook hier een onderaardse stroom van Israël door in de Messiaanse bewegingen, in het Chassidisme, die grootse en heerlijke tot vlak bij hot evangelie en het oerchristendom doorstromende beweging, in het Joodse humanisme, dat voor de rechten van den mens opkomt, in het sterk door het Jodendom gedragen socialisme van een Marx en Lassalle, die nazaten der profeten. Er komen mannen als Moses Mendelsohn en Martin Buber, er komt een Zionisme. Toch is Israël nog niet geheel in het Jodendom tot zijn recht gekomen, evenmin als in het Christendom. Israël is een gericht over beide. Het in beide aanwezige Israël verbindt ze, het falen van Israël in beide scheidt ze.

Hoe kunnen ze nu met elkaar verenigd en verzoend worden? Niet daardoor, dat het ene het andere overwint of bekeert, maar doordat elk zichzelf en dan het ene tot het andere zich bekeert. Voor het Christendom ziet Ragaz de bekering in het wederopnemen van het geloof in het ge-

komen en komende Rijk Gods, wat een terugkeer tot de Messiaanse gedachte betekent. Voor het Jodendom, indien Ragaz als niet-Jood zich veroorloven mag daarover een uitspraak te doen, moet zij bestaan in een nieuwe aanknoping aan Mozes en de profeten, een zich afkeren van de Talmud, welke weg een Martin Buber met zijn grotendeels in samenwerking met Franz Rosenzweig tot stand gebrachte vertaling van het 0.T., met zijn boek „Der Kommende” als met zijn ganse arbeid is gegaan; en waarlijk hij niet alleen.

Wij leven, aldus Ragaz, in de tijd der laatste en grootste crisis, wij gaan door de grootste revolutie der mensheidsgeschiedenis. Zij voltrekt zich in het Christendom en in het Jodendom; in de plaats van de kerk treedt de gemeente, in de plaats van de religie het Rijk Gods, in de plaats van het Christendom Christus. Het Messianisme gloeit op, Israël ontwaakt weer. Voor het Jodendom betekent dit; Zion. Het Zionisme moge voorlopig meer wereldlijke en nationale vormen aannemen, daarachter staat het Zion der profeten, de berg der gerechtigheid Gods van volkerenwereld en sociale wereld.

Voor Ragaz wordt deze gang van Zion in Christus vervuld, naar het woord met de Openbaring; „En ik zag en zie, het Lam (= Christus) stond op de berg Zion” (hfdst. XIV VS. 1). Dat zal ook de Jood erkennen te zijner tijd, niet te onzer tijd; in Gods tijd, niet in de tijd der mensen. In deze bladzijden als in vele andere, openbaart zich de profetische kracht, die in Ragaz als een laaiend vuur was. Of zijt. visie bewaarheid zal worden of niet, het is en blijft een grootse visie van een groot mens. MOLTZER.

Noot; D'e brief over het Frans-Zwitserse religieussocialisme verschijnt in het volgend nummer. M.