is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 45, 17-08-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Agressiviteit en positief gerichte driften

Het belangrijke en interessante artikel van C A Faber Vredesonlust” (T. en T., nr 42) waarin hij ons vertelt, hoe de Amerikaanse journalist Lucas terug verlanet naar de oorlog omdat in de oorlog onbaatzuchtigheid en offerbereidheid aan de dag kwamen en waarin Faber zelf neerschriift- het is waarschijnlijk alleszins verantwoord te betogen, dat juist het botvieren van de vernietigingsdrift tevens de baan vrijmaakt voor de meer positief gerichte driftên doch dit mogen de psychologen van professie uitmaken”, doet mij griinen naar de pen, juist omdat ik zelf al sinds laren de psychologie beoefen en zeer in het bijzonder het probleem der driften, Ik vermoed, dat vele andere psychologen, evenals ik het met Faber’s woord niet eens

zullen zijn. Het botvieren van een drift, welke ook, brengt altijd ellende met zich mede; het bekende woord „overdaad schaadt”, is ook hier van toepassing. Bovendien mag de vraag gesteld worden, waar ik niet dieper op zal ingaan, omdat ik op iets anders de nadruk wil gaan leggen, of wel werkelijk in de oorlog de vernietigingsdrift de leiding heeft, en vernietigingsdrift en agressiedrift hetzelfde is. Ik geloof van niet.

Het zwaartepunt valt echter op het probleem „botvieren van driften.”

Nu zijn er drie gevallen mogelijk:

1. Men leeft een drift geheel uit. (Botvierders).

2. Men plaatst de drift onder de contróle van het beheersend vermogen van het versmnd en weten.

3. Men verdringt de drift.

Het gezondste is geval twee. Laten wij een bekende drift nemen, waarmede wij dagelijks hebben te maken: de honger’ drift.

Vier ik hem bot, dan eet ik, tot ik niet meer kan; en, eet ik, wanneer ik wil, dus niet wanneer het etenstijd is. leder gewoon mens handelt volgens geval twee, plaatst deze drift onder de contróle van zijn verstand en weten (in dit geval de norm van onze samenleving en omgeving) en eet gewoon op bepaalde tijden.

Ook geval drie komt voor; om een of andere reden moeten wij vasten, aan de drift het zwijgen opleggen. Dan ontstaan er ongetwijfeld in het zielsleven storingen. We worden opstandig, prikkelbaar (denk aan kinderen, die omdat zij stout geweest zijn zonder eten naar bed moeten); kortom: positief gerichte driften verdwijnen dan. Wee echter dengene, die nu met den heer Faber mee, zou gaan zeggen: dan maar die hongerdrift laten botvieren.

Ik kom aan een ander belangrijk punt. In onze tijd en ook al lang voor de beide wereldoorlogen, hebben de cultuur, de opvoeding op school en thuis, ja zelfs ook de kerken, sommige driften veel te veel verdrongen, o.a. de agressiedrift.

Deze drift, die niet dezelfde is als de vernietigingsdrift, is het onbewuste drijven in ons naar ontplooiing onzer persoonlijkheid. Men spreekt ook wel van vergeldingsdrang. Zij werd verdrongen. Het kind werd te zeer klein gehouden, te eenzijdig opgevoed; de volwassene voelde zich te veel een nummer en niet een mens, een persoon; en door de kerken werd en wordt nog steeds vaak zó sterk de nadruk gelegd op de zondigheid van dén mens, dat hij zich tot niets meer in staat acht, zich zelf zo sterk gaat becritiseren en controleren.

dat de drift eigenlijk tot werkeloosheid wordt gedoemd. Maar waar vertakkingen van deze drift juist de positief gerichte driften zijn, worden ook deze verdrongen en tot werkeloosheid gedoemd; De nadruk moet dus vallen op: zorgt, dat ge uw driften niet verdringt!

Dit laatste brengt practisch een nieuwe levenshouding met zich mede. Ik noem een enkel punt. Bij de opvoeding van jongens laat men het vechten rustig zijn gang gaan niet alleen; maar bevordert het zelfs. Vandaar dat kinderen uit grotere gezinnen de Rooms-Katholieken zullen tevreden zijn! altruïstischer zijn en meer positief gerichte driften vertonen, dan kinderen uit kleinere gezinnen. Ook het probleem van het soldaatje laten spelen, padvinderij enz.

spelen hierbij een rol. De agressiedrift wordt dan afgereageerd. Ook het probleem platteland-stad, speelt een rol. Op het . platteland kunnen de kinderen vele van hun driften rustig bevredigen; in de stad niet. Vandaar dat zenuwziekte, perversiteiten op sexueel gebied op het platteland veel minder voorkomen. Ik vermoed, dat de sadisten onder de N.5.8.-ers wel geen boeren zijn!

Ik raakte al even het zondeprobleem aan. Het is opvallend, hoe menig zielearts en dokter mij dringend verzocht hebben, vooral niet de nadruk te leggen op de zondigheid der mensen: „men maakt dan alleen maar de zenuwinrichtingen voller! Moge door deze enkele woorden de vredeslust gaan groeien. P. E. BOELE.

Aan de jongeren, wier droom werd vernield

Van alle ankers losgeslagen de wilde golfstroom nam hen mee moesten zij wel hun leven wagen in duisternis en storm op zee.

in een verstikkende beklemming, die deed verlangen naar den dood, geen koers want er was nog geen bestemming, geen wachten op een morgenrood.

waarin zij toch niet konden gelooven, hun jeugd verbrijzeld in d’ orkaan, die alle zekerheid kwam rooven en niets meer overeind liet staan.

Wij, die geleid’lijk rijpen mochten in sfeer van rust en veiligheid, die niet vergeefs naar houvast zochten, kunnen wij helpen in hun strijd?

Wij hebben niet genoeg te geven, zwaarder dan ’t onze werd hun geloof beproefd, hun kracht, hun droom, hun leven, hoe overbruggen wij die kloof?

In doodsnood als wij nooit weerstonden, leerden zij schrik en angst weerstaan hun recht is: delgen wat ’t verleden aan hen aan allen heeft misdaan.

Eens zal hen dieper noodzaak wekken te zetten koers met vaste hand om voor hun kind’ren te ontdekken onbekend, beter toekomst-land.

F. REDDINGIUS.