is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 48, 07-09-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Üii^aak

ZATERDAG 7 SEPTEMBER 1946 No. 48

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr. EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE: J. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM (Z), TEL. 24386

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 44ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO. HALFJAAR f 4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS fO.IS INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ0.15 POSTGIRO 21876 GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE .ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15,' AMSTERDAM-CENTRUM

Socialisme zoiider Homantiek

Het socialisme van weleer, het socialisme met zijn stralend toekomstideaal, het laat ons zeggen romantisch socialisme, is niet dood, maar verouderd, immers het is zinloos geworden in het tijdperk, dat het zich kè,n verwerkelijken. (Zie T. en T., no. 46, Om een toekomstbeeld). De man, die in de verte een prachtig kasteel meende te zien en daarheen zijn schreden richtte, is nu dichterbij gekomen en ziet, dat het wel een geriefelijk, maar doodgewoon huis is, waaraan een en ander moet verbouwd worden. Hij kan er zich dankbaar gaan inrichten, maar hij kan zich niet meer gaan inbeelden, dat het toch een paleis is. Hij kan ook doorlopen en aan de einder zoeken, of daar soms het kasteel zijner dromen staat. Velen, die nu het communisme aanhangen, doen niet anders, Teleurgesteld, door wat het socialisme hun aanbiedt te verwerkelijken, dromen zij verder. Hun fantasiebeeld heeft nog altijd dezelfde romantische kenmerken van de proletarische wensdroom: lage prijzen, hoge lonen; stakers hebben altijd gelijk; radicale onteigeningen als geneesmiddel van alle maatschappelijke kwalen; vernietiging van het staatsgezag, want de staat is het iristrument der uitbuitende klasse; en dan is daar nu bijgekomen de mythe „Rusland” d.w.z. niet het werkelijke, maar het tomeloos geïdealiseerde Rusland, paradijs van het proletariaat. Twee kenmerken heeft dit ideaal: ten eerste het is geheel in felle kleuren en ongeschakeerde contrasten. Men gaat niet in op ingewikkelde vraagstukken van socialistische staatsorganisatie en op het hoe der socialisatie; men wenst geen rekeriing te houden met het bestaan van niet-socialistische staten rondom, waarvan wij afhankelijk zijn. Kortom, men doet, alsof het socialisme ver in een ongenuanceerde toekomst te verwerkelijken is en men blijft zijn ontevredenheid koesteren over de nü geboden kansen. Tweede kenmerk van dit ideaal is: het verplicht nergens toe. Men stelt slechts eisen en koestert zoete verwachtingen; de enige activiteit die men op-brengt, is cntisch en negatief. Men ver-klaart zich met bereid zelf offers te bren-niet dat voor een betere toe- ff verwacht, dat in latere maatschappelijke

omstandigheden de mensen vanzelf beter zullen zijn. Dit is typisch voor een nü verouderd socialisme; het vertrouwen in de almacht der omstandigheden. Slechte omstandigheden maken een mens slecht, goede omstandigheden maken een mens goed. (De tegenstelling socialisme-communisme is dus niet, vanuit dit gezichtspunt gezien zó, dat het communisme de radicale linkervleugel zo uitmaken van het socialise, maar zó, dat het een onvruchtbaar utopisme nastreeft, een onwerkelijke droom, een parasiet op het socialistisch verleden.)

Het ligt voor de hand, dat de propaganda voor het socialisme zich terdege van deze perspectief-wijziging rekenschap moet geven. Zij zal moeten appeleren meer op de motieven dan op een toekomstideaal; zij zal een socialistische levenshouding moeten bepleiten, die met de komende socialistische maatregelen correspondeert, Menig socialist van vandaag zal zich dan ook meer innerlijk aangespoord voelen door „Op welke grondslag van dr. H. Kraemer, (Uitgave Vrij Nederland, Amsterdam), dan door welke rozekleurige toekomsttekening ook. Kraemer spreekt het geweten aan.

De verandering van het socialistisch toekomstbeeld heeft nog een belangrijk gevolg, waarop m.i. lang niet nadrukkelijk genoeg gewezep werd; bedoeld is de gewijzigde situatie t.o.v. het Christendom. Er heeft in het Christendom altijd een diep wantrouwen geleefd tegenover elk profaan toekomstideaal. Men wist: het leven hier op aarde zou nooit helemaal gelukkig en smetteloos kunnen worden; ook de mens van de toekomst zou zwak en gebrekkig zijn. Telkens als een nieuwe mens geboren wordt, staat hij op zijn beurt voor de keuze van goed en kwaad en de kans, dat hij het goede zal kiezen, is hachelijk. Men gelooft er niet in de almacht der sociale ordening, als was die in staat alle ongerechtigheden mee te nemen. De Christen is gewoon in zijn toekomstbeeld met de aanwezigheid der demonische krachten rekening te houden. Daarenboven en vooral gelooft hij. dat de toekomst in Gods hand ligt. Dit is een van die half-bewuste weerstanden, waar het oude socialisme vergeefs tegenop verkeerd interpreteerde, alsof het Christendom leerde, dat

men de aardse dingen maar op hun beloop moest laten. Wanneer nu dr. van Nlftrlk In zijn „Apologie der orthodoxie”, (In de Waagschaal, 27-6-1946) schrijft, dat de „orthodoxie steil blijft en bij Tllanus, want zij weet niet zoveel over de toekomst”, kunnen wij antwoorden, dat deze z.g. orthodoxie toch zeker niet berusten mag In de maatschappelijke ongerechtigheid, alsof niet God aan ons de aarde had gegeven om haar bewoonbaar te maken voor de kinderen der mensen. In deemoed voor het mysterie der toekomst hoeft de socialist voor dr. van Nlftrlk niet onder te doen, maar zolang het dag Is, moeten wij hier werken. Waar de grenzen liggen, beseft men nog beter, als men hiernaast de uiting legt uit een tijdschrift en van een schrijfster, die niet zover van het communisme staan. In de Vrije Katheder, (28-6-1946), schreef mr. Petra E. Elderlng, dat ze het land had aan rammelende collectebussen: „Omdat alles wat liefdadigheid heet, me tegen de borst stuit. Daar Ik weet, dat het de gemeenschap Is, die haar plicht verzaakt”. Men kan hierop antwoorden, dat ondertussen, zolang die gemeenschap faalt, er geholpen moet worden door het particulier Initiatief, maar wezenlijker Is het besef, dat maatschappelijke maatregelen er nooit In zullen slagen alle menselijke ellende te voorkomen of te genezen. Jezus’ woord: „De armen zul’t ge altijd bij u hebben” betekent niet, dat wij moeten nalaten alle krachten In te spannen om een maatschappij te bouwen, die levensveiligheid aan allen biedt, maar het betekent, dat ons dit nimmer volstrekt zal lukken.

Op dit snijpunt van Christelijke en realistisch-socialistische toekomstverwachtingen te wijzen, was de bedoeling van dit artikel. |

J. G. BOMHOFF.

J J I* IVl©Cl©Cl©ling

Het zal onze lezers genoegen doen te vernemen, dat wij van plan zijn Zaterdag 28 September uit te komen met een indonesië-nummer, waarin wij zullen pogen, in de geest van T. en T. dit ernstige vraagstuk vanuit velerlei gezichtehoek te behandelen. de redactie.