is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 4, 19-10-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

li^k

ZATERDAG 19 OCTOBER 1946 No. 4

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE: J. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM (Z), TEL. 24386

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

VOORUITBETALING PER JAAR fB.OO. HALFJAAR f 4.25, KWARTAAL f 2.30 PLUS f 0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS f O 15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS. MERELVELD 15. AMSTERDAM-CENTRUM

DE DUITSERS EN WIJ

Op de conferentie van „Kerk en Vrede” spraken twee buitenlanders. Een van de twee was de Duitse predikant Wilhelm Mensching.

In vroeger jaren was hij zendeling in Afrika en van het begin af was hij een actief lid van de „International Fellowship of Reconciliation” (Internationale Broederschap der Verzoening”).

Als Christen en als anti-militairist is hij een volstrekte tegenstander van het Nationaal-Socialisme. Van 1933 af tot op de dag der bevrijding heeft hij geweigerd de Hitlergroet te brengen, omdat hij voor zichzelf de groet beschouwde als een verloochening van zijn geloofsovertuiging.

Wilhelm Mensching was op weg naar Engeland en en wij hadden hem verzocht, ons op zijn doorreis te komen toespreken. De bezettingsautoriteiten verleenden hun toestemming en zo kwam Dr. Mensching als derde Duitser na de oorlog in ons land.

Toen hij ter conferentie kwam, stelde Prof. Heering, de voorzitter van „Kerk en Vrede”, Ds. Hinlopen aan hem voor met de woorden. „Dit is Ds. Hinlopen, hij heeft anderhalf jaar in Dachau gezeten en hij zal u vanavond vertalen.”

Ds. Mensching vertelde ons, hoe moeilijk hij het vond en hoe dankbaar hij te gelijker tijd was, te mogen sprekèn tot vrienden in Holland, die zo ontzaggelijk van de Duitsers te lijden hebben gehad. Het had hem ontroerd, dat wij hem van uit Holland de hand hadden toegestoken.

Daarna sprak hij over de jaren van het Hitler-régime. Al de ontzetting, die hij en zijn geestverwanten die jaren doorleefd hebben, vatte hij samen in drie woorden; vrees, isolement en schaamte.

Vrees, omdat het leven van een tegenstander van het Nationaal-Socialisme in het Nationaal Socialistische Duitsland een voortdurende onzekerheid betekende, een leven aan de grens en in een nooit wijkende angst.

Isolement, omdat tenslotte alle gemeenschap vernietigd was en men tengevolge van al gruwelijker en gemener verraad niemand meer on voorwaardelijk durfde vertrouwen, zelfs niet in de kleine kring van het eigen gezin.

Schaamte, omdat het Nationaal-Socialisme door zijn goddeloze theorieën en praktijken zowel binnen als buiten de grenzen het door God geschapen leven in zijn wezen aangetast en vernietigd heeft.

Aan het slot van zijn toespraak vroeg Ds. Menschlng ons, of wij bereid waren als

Nederlandse Christenen de Duitsers tegemoet te treden.

Men versta deze vraag vooral niet verkeerd. Ds. Mensching zei niet: alle volken hebben schuld, laten wij dus wat gebeurd is vergeten. Hij sprak uitsluitend over de grote schuld van Duitsland. Na afloop van de conferentie vroeg hij ons om een résumé van wat Duitsland in materieel, geestelijk en religieus opzicht aan Nederland misdreven heeft, om dat in zijn blad, dat hij in Duitsland verspreidt, te publiceren. De Duitsers, zei hij, moeten weten, wat Duitsland aan de andere volken misdaan heeft. Dat weten zij nog altijd niet of maar heel gebrekkig. Van sentimentele oppervlakkigheid, die heen wil lopen over al het verschrikkelijke, dat gebeurd is, was dus geen sprake.

Maar het slot was toch het verzoek van dezen Duitsen dominé aan ons, als Nederlandse Christenen, om de Duitsers tegemoet te treden.

In een interview met Ds. Niemöller heeft een Amerikaans veldprediker de vraag gesteld: „Moet de wereld eenvoudig tot Duitsland zeggen: wij vergeven u en dan opnieuw beginnen?”

Het antwoord van Niemöller luidt: „De wereld zal niet in staat zijn te zeggen: wij vergeven u, maar de Christenen in de wereld moeten dat zeggen en zij moeten opnieuw met ons beginnen.” Dit antwoord loopt parallel met wat Karl Barth in zijn boekje „De Duitsers en wij” gezegd heeft.

Wat wij de Duitsers verschuldigd zijn is volstrekt onafhankelijk van wat zij verdienen. Het ligt besloten in wat zij nodig hebben en in niets anders. En wat zij op het ogenblik het meest nodig hebben is heel eenvoudig: vriendschap! Vijanden hebben zij zich genoeg gemaakt. De hele wereld is er vol van. Vrienden hebben zij weinig of in ’t geheel niet. lemands vriend zijn betekent bereid zijn, zijn zaak tot de onze te maken. De Duitsers hebben het eigenlijk nooit geloofd, dat het in de wereld mogelijk is iemands vriend te zijn.

Van de Russen, Engelsen en Amerikanen, evenmin echter van de Fransen en de door de Duitsers zo schandelijk mishandelde volken, van de Joden ’t allerminst, zal, naar het oordeel van Barth, gevraagd kunnen worden, de Duitsers vriendschap aan te bieden, hoewel ook zij tenslotte zullen moeten beseffen, dat het Duitse gevaar niet anders dan op deze manier definitief en

grondig bestreden kan worden. Barth vraagt die vriendschap wel van de Zwitsers, voorzover zij Christenen zijn. De gedachte dringt zich bij ons naar voren, of Niemöller niet gelijk heeft en of deze vriendschap niet gevraagd moet worden van de Christenen in de gehele wereld, dus ook van de Christenen in Nederland.

Wat de Duitsers zullen moeten ontdekken is, dat wij in Nederland het Christendom niet allereerst als wet, maar voor alles als Evangelie verstaan.

Wanneer de wet nummer één is, worden wij voor de Duitsers boetpredikers, leermeesters en paedagogen.

Wanneer het Evangelie nummer één is, zullen wij vrienden voor hen zijn in al de schande van het Nationaal-Socialistisch vuil, waarmee zij besmet zijn.

Zo is Jezus Christus hun vriend, die dit éne tot hen zegt: Gij zijt vastgelopen in uw eigen waan, gij moet van voren af aan beginnen, vanaf het nulpunt, en daarin wil Ik naast u staan! Een volstrekt nieuw begin!

Deze vriendschap betekent dus niet, dat het oude Duitsland gerechtvaardigd, verontschuldigd of zelfs opnieuw opgebouwd wordt. Hoe grondiger het afgebroken wordt, des te beter zal het echter voor Duitsland zelf zijn.

Deze vriendschap betekent dus al evenmin, dat de Duitsers niet goed zullen moeten maken wat zij bedorven hebben en zo boete zullen moeten doen.

Deze vriendschap betekent in de bijbelse zin van het woord: verzoening! Staalhard tegen elk Duits recidivisme, zullen wij de Duitsers helpen moeten, een nieuw begin te maken. De Duitse mens mag en moet leven. Maar in plaats van de Duitse daden moeten nu geheel andere daden komen.

Verzoening betekent, dat wij weten van de bittere schuld van Duitsland, maar dat wij ook weten, dat in de diepte van deze schuld Barth spreekt over het barre nulpunt de liefde van God machtig en zegevierend zich openbaren wil.

Van uit het geloof in deze liefde hebben wij samen te komen, de Duitsers en wij, wij als hun vrienden, en dit samenkomen zal niet vergeefs zijn.

De vraag van Mensching, Niemöller en Barth is, of wij Christenen van Nederland bereid zijn.

Het is de vraag, of wij verstaan, wat het Evangelie voor ons in onze verhouding tot Duitsland betekent. J. J. BUSKES Jr.