is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 9, 23-11-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe gaat het in Nederland?

De vraag wordt niet gesteld in verband met textielpunten, de spoorwegen, de glasactie, de bomen van Walcheren, zelfs niet in verband met de ellende of het lager onderwijs hoe belangrijk stuk voor stuk deze gebieden ook zijn. Het gaat om een vraag, die mij sinds de dag der bevrijding bezig houdt en boven alle andere uitgaat al is zij misschien niet vatbaar voor nauwkeurige beantwoording. Deze vraag: zal ons volk de geestkracht opbrengen voor een nieuw begin, ten eerste in eigen binnenlandse verhoudingen, ten tweede in de Europese en internationale verhoudingen, ten derde (voegen wij er nu aan toe) ten opzichte van Indonesië. De vraag was reeds in Mei 1945 vol beklemmende ernst voor wie als ondergetekende niet zo bijster geestdriftig gestemd was over de houdmg van het Nederlandse volk gedurende de bezetting.

Ik noem enkele feiten, die deze vraag opnieuw bewust hebben gemaakt. Ten eerste: de kwestie Hirschfeld. Tijdens de bezetting een door de illegaliteit fel aangevallen figuur: hij bleef zitten qp -de belangrijkste post van economische zaken, waar hij de bevelen der Dhitsers had uit te voeren, en naar men meende al te gewillig uitvoerde; dm: collaborateur. Anderen oordeelden milder: Gtón verrader, géén collaborateur, wel een opportunist, die geen enkel geestelijk verzet zou plegen of steunen. Hij werd weggezuiverd, ontslagen. Nu komt het bericht, dat het zuiveringsbesluit ongedaan is gemaakt en dr. Hirschfeld is gerehabiliteerd. Waarbij deze bijzonderheid wordt vermeld: dat munsters die hem TYtoHo TTomrirrippiripn. hem üü r6li3.bilit6reii.

Zijn te grote plooibaarheid tegenover de Duitsers, Sommigen zeiden: verachtelijk collaborateur, .toderen oordeelden: dat misschien niet, maar wel een slappeling en ijdeltuit. Nu dient deze man een aanklacht in wegens smaad tegen een collega, die de bezetting vooraan stond in het verzet, Valt de slinger terug? En wat betekent dit? Is er een morele kater aan het opkomen, omdat wij te fanatiek, te onbarmhartig aan onze gekrenkte gevoelens hebben toegegeven, en ons bij de zuivermg meer door haat en wraak dan door recht hebben laten leiden? Of krijgen de brutale conservatieven of de lafaards, nu zij van de eerste schrik zijn bekomen. nieuwe moed en bravour, en drukken zij zichzelf opnieuw naar voren? Of is dit alles nog steeds een gevolg van morele chaos en ontbreken van recht?

4, • . Ik los de vraag niet op – zij is momenteel met te beantwoorden. Vermoedehjk zal de situatie m verschiUende gevallen wel verschillend zijn Maar zij moet gesteld worden, al ware het alleen terwille vin andere mensen. Er zitten nog n de bewaringskampen mensen gevangen, die heel wat

miriHcr nn hiin kerfstok hebben dan een figuur als (U. Hirschfeld. Er zijn, ook in de sociaUstische mensen wier politieke loopbaan men gebroken’heeft om hun slapheid tijdens de bezetr sommige plaatsen ambtenaren wegminder belangrijke vergrijpen of ver„„„ vaderlandse plicht. Zij zijn op minder posten geplaatst geweest en toch zou ik mij hartelijk ver'g ggj.mgsbesluit als nu ten aanzien Is gekomen, indien over de hele van ar. misciuciu s

linie volgens deze uitspraak werd gehandeld. Daar ligt dan ook de zin van het stellen van de vraag; er moet méér gebeuren, want anders loordt er nieuw onrecht aan het reeds bestaande toegevoegd

Er is, zowel in de kringen van de doodgewone mensen als in die van de meer van nabij betrokkenen tribunalen, zuiveringscommissies, ereraden een diep gevoel van onbehagen. Dat gaat zeker niet bij allen op eenzelfde wortel terug. Maar wij mogen van de regering verwachten, dat zij het volk helpt in zijn worsteling om moreel herstel, door klare en vaste rechtsnormen te stellen, en geen incidentele beslissingen te nemen vcjr enkele hoge omes, en de duizenden minder belangrijke gevallen maar over te laten aan de willelteur. Ik beken openhartig: zuivering en berechting van politieke delinquenten worden een aanfluiting, indien er nu niet meer gebeurt. Sterker: zij woiden een belemmering op weg naar een nieuwe toekomst, omdat zij ons niet helpen bevrijden van wraak en haat, van willekeur en farizeïsme. En dat blijft het kernprobleem: hoe komt ons volk vrij van deze tyrannie?

DE JONGSTE FRANSE VERKIEZINGEN

Dit ia nu de derde maal In sncceaale dat rubriek een verkiezingsuitslag begraj-gken wordt Twee weken geleden de BerlUnse, vorige maal de Amerlkaanse'en nu de Franse. Zijn verkiezingen voor ver- tegenwoordigende lichamen nu werkelijk belaneriik"? Men moet hier wel onder„.y-pidpri- nf de volksvertegenwoordigingen jfrhuldifwTvlntSrig lén in hoeverre de gehouden stem-He volksopinie weergeven een ° wplke mate zii het landsbestuur andere in He toekomst beïnvloeden een derüe. Al torens ik de Franse ontwikkeling bespreek, punten een enkel woord.

ontkennen dat de bete- Het valt met te ontkennen kenis van de volksvertegenwoordigmg gaandeweg is verminderd, juist in de Hemocratische landen waar ze in de vorige wasdom gekomen was. De eeuw tot grote gecompliceerdheid van het maatschappe en toenemende noodzaak van staatsingrtipen hebben de wetgevende yp ’ goeddeels vermacht van de pa spaprinp-pn als legd, niet zozeer naar de regeringen als regeringsbureau’s. Dat de connaa verminderd, komt uiuicicnuc

in hoofdzaak door de straffer geworden partij-organisatie, die het bemoeilijkt een regering die fouten maakt, te laten vallen, ook al zijn velen van haar incompetentie overtuigd.

Over het tweede punt schreef ik al eerder, in verband met Duitsland. Verkiezingen zijn een vorm van gevoelsontlading. De volkssouvereiniteit, het achttiende eeuwse leerstuk dat de grondslag is van de parlementaire democratie, gaat in beginsel mt van de optimistische gedachte, dat de mens een redelijk wezen is dat redelijk handelt. Alleen al een vergelijking van de Franse verkiezingsuitslagen van het laatste jaar of van de Duitse tussen 1929 en 1933 is in staat reeds op het eerste gezicht deze overtuiging te logenstraffen.

Het parlement moge van geringer betekenis en invloed gewor(Jen zijn, de regering des lands wordt samengesteld in overeenstemming met de cijfers van de verkiezingsuitslag; geen partij kan zich handhaven tegen de uitgesproken wil van de kiezers in. Nergens blijkt het zo duidelijk als in ons eigen land: de niet eens zo heel grote verkiezingsnederlaag van de

tiebasis. Er zijn alle mogelijke aanknopingspunten voor zijn aanvallen op de mens. De mens is voor God een zondig mens. Maar wanneer nu ook nog door de maatschappelijke verhoudingen zijn menselyke waardigheid, die hij nog altijd bezit, verloren gaat, komt zijn leven in heel byzondere zin in het machtsveld van den Boze te liggen. Niet door eigen schuld, maar door de schuld van de gehele maatschap- PU en iA. door de schuld van de heersende

De ruimte vaii het maatschappelijke leven is dan als collectieve ruimte radicaal bedorven. Zo’n radicaal bedorven ruimte is de wereld van het kapitalisme, die bij uitstek een operatiebasis voor den Boze is en aan de zonde alle kansen geeft.

De erkenning van Jezus Christus als Heer der wereld en het geloof in de komst van zijn Rijk, betekenen een erkenning van Gods macht over de wereld en over de macht van den Boze in de wereld en mag dus nooit betekenen een capitulatie voor de macht van den Boze in de wereld.

'rechtvïa?d onmensefijkheid on de v,r,nfmpit in de wereld die zich heden brutaliteit . gevaartevoren in de wereld breed lyker dan ooit tevoren in de werem oreea maken.

hpfpkent zeker niet- in zondigheid van de Christus 'betekent en met Jezus Lt £~rdë rrStrcr ot

die wat niensehjke waar® , „qv het maatschappelijke leven, g , oositief en voor geen misvermet beantwoorden zon- God, onze bcnepper, zeg

dige mensen, die van Hem afgevallen, en aan den Boze vervallen zijn; „Bewaart het recht en doet gerechtigheid, want Mijn heil zal weldra komen en Mijn gerechtigheid openbaar worden. Welgelukzalig de mens, die alzo doet, het mensenkind, dat zich daaraan houdt” (Jes. 56: 1 en 2). Marx heeft niet gezien, dat het falen van den mens in maatschappelijk opzicht ook een geestelijk falen is. Hij heeft vanwege de sociale en economische verhoudingen vergeten, dat de mens meer is dan een natuurwezen, dat de mens een door God geschapen en van God afgevallen mens is. Daarom heeft Marx geloofd, de nood van den mens uitsluitend op het vlak van het economische te kunnen overwinnen. Dit is een noodlottige dwaling. De maatschappelijke nood is ook een geestelijke nood. I

De Christenen hebben echter niet gezien, dat de zonde zich heeft vastgelegd in de verhoudingen van een kapitalistische samenleving en daarom de strijd niet alleen gestreden moet worden tegen de zonde in het eigen hart, maar ook tegen het socia-