is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 11, 07-12-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik gaf daarom toe, dat der gelijke maatregelen genomen dienen te worden in overleg met de betrokkenen, maar ik wist wel, dat ook de betrokkenen lang niet altijd één lijn trekken. Ook tussen kappers is er klassenstrijd. Tussen die van de eerste en de lagere klassen. Tenslotte leek het mij, na de voorlichting van mijn kapper, dat het inderdaad beter was geweest, geen gefixeerde prijzen te eisen, maar voor de verschillende soorten zaken een bepaald maximum en een bepaald minimum vast te stellen. Dat stimuleert en bedwingt tegelijk de concurrentie.

Intussen: hier stond ik in al mijn ondeskundigheid voor een van de meest wezenlijke moeilijkheden van de sociale democratie. Laten wij dat eerlijk erkennen. Zeker deze moeilijkheden zijn gering, vergeleken bij de ellende, die het ongebreidelde kapitalisme bracht. Maar nu die ellende er althans niet meer is, nu zij als vergelijkingspunt in de herinnering of kennis van velen is weggevallen, nu worden deze prijsbeheersings-maatregelen slecht onthaald. En nu draait de zaak om twee dingen. In de eerste plaats of de maatregelen niet het karakter krijgen van een snijmachine uit een confectiefabriek, maar inderdaad op mensen' zijn ingesteld. En in de tweede plaats, of deze maatregelen inderdaad door het bewustzijn van de brede lagen der bevolking worden gedragen.

Wat dat eerste betreft: in iedere „Maszreglung” ligt een verleiding. De verleiding.

om in getallen langs lijnen te denken en te vergeten, dat het om mensen gaat. Deze verleiding is op de duur slechts tegen te gaan, indien de hogeren èn de lageren een scholing ontvangen, die niet alleen mathematisch of economisch of technisch-ambtenaarlijk is, maar weet hebben van het pastorale karakter dat de Overheid ook moet hebben.

Wat het tweede aangaat: maatregelen ten algemenen nutte, die een bepaalde bevolkingsgroep treffen (en dat doen ze steeds), vragen om intense scholing in burgerzin. Burgerzin, sociaal besef, het zijn de deugden, aan de beoefening waarvan positief aandacht moet worden besteed. Hoeveel ontbreekt daaraan Overigens geeft dit alles niets, indien wij niet een Overheid hebben, die in democratische openheid overal mee voor de dag komt en die in haar openbaar optreden iets van de eisen van sociale psychologie verstaat. En niet, op waarschijnlijk economisch juiste gronden de jeneverprijs verlaagt en aankondigt, die van de boter te zullen verhogen.

Wordt op al deze dingen niet gelet, dan dreigen de kleinen, de gewone mensen, die in alle eenvoudigheid en ongecompliceerd leven, gedreven te worden in de armen van hen, die hun vrijheid beloven, maar onbeschermdheid geven. Dat leerde ik uit het gesprek met mijn kapper.

L. H. RUITENBERG.

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u anders ontgaan, daarom wijzen wij u er even op:

Ie Zending, Indonesië en Nederland door mr. M. de Niet Gz. Uitgave van het Ned. Jongelingsverbond, Singel 58 A’dam-C, ƒ0,50 franco. Ziehier een bespreking van het Indonesisch vraagstuk vanuit het standpunt der zending. Het boekje is volledig getypeerd met dit citaat: „Wij moeten ook hier ernst maken met het geloof, dat het Koninkrijk Gods niet komt door onze kracht en ons geweld. Het kómt, ook in het Oosten en ook in Indonesië, omdat God niet laat varen het werk zijner handen”. Aanbevolen aan onze lezers, maar nog meer aan onze politieke tegenstanders van confessionele huize.

2e Nederland in de wereld door prof. ir. W. Schermerhom, een rede uitgesproken voor de vereniging van internationale rechtsorde op de dag der verenigde naties. Uitgave Vrij Nederland, Amsterdam, ƒ 0.75. Een ingenieur, die grote lijnen weet te zien, een professor, die goed weet te doceren, een man van een hoog verantwoordelijkheidsgevoel, zo treedt Schermerhom in dit boekje voor den onbevooroordeelden lezer op. Hier wordt een schets gegeven van een grote visie op de te voeren buitenlandse politiek van Nederland. Laten we zo’n man in ere houden en naar zijn woorden luisteren. Aanbevolen!

3e Kerk en Israël, uitgave van den Hervormden Raad voor Kerk en Israël... verkrijgbaar bij het bureau van K. en 1., Surinamelaan 15, Hilversum, ƒ0,90. Deze brochure geeft een overzicht van wat voor de oorlog werd gedaan aan ’t werk onder Israël, en, wat tijdens en na de oorlog èn wat men zich voorstelt nu te doen. De brochure biedt echter meer: ze wijst op allerlei aspecten in de ontmoeting van Kerk en Israël. Geschreven van uit een diep Christelijk besef van de tragische situatie van het Joodse volk behcht dit geschrift het vraagstuk van het waarom en hoe der kerstening van de Joden. J. G. B.

En toch... heeft u wel eens gewandeld (zo eind November kan ’t nog) in de kathedraalachtige beukenbossen van onze Oostelijke Veluwezoom? Als alle machtige stammen van ’t nat glimmen in de herfstnevel; als alle loof goudbruin gloeit? Dan kan in ’t verstilde woud een heksenkring van witte zwammen voor mij haar geheim hebben, al meen ik er iets van te weten.

Over deze nuttige „vuilnislieden-in-denatuur” heerst nog veel bijgeloof.

Maar wetenschappelijk zijn ze al onze interesse waard. Zonder hen zou jaar in jaaruit alle af-val zich maar ophopen en wie weet hoe lang ’t duren zou voor die

(onder druk van de dikke laag) tot iets turf achtigs zou zijn saamgeperst.

Nuttige opruimers! Wist u dat elk blad kostbaar is? Kostbaar materiaal! Vooral het bladgroen (chlorophyl) bevat iets waarmee vele planten spaarzaam omgaan. De chlorophylkorrel in de plantencel is een miniatuur fabriekje dat door vele planten tegen de herfst uit elkaar „geschroefd” wordt en deel voor deel in foedraals geborgen. Die zitten dan in stam en tak. Tussen de houtvezels n.l. liggen mikro§kopische cellen als voorraadsschuren volgepropt. Met bouwmateriaal dat in ’t prille voorjaar de nieuwe groei dient (’t jonge blad levert dan nog te weinig op). Die afbraak gebeurt geleidelijk. Bekijkt u maar eens een verkleurend blad. Het begint öf aan de top, öf aan de voet, óf aan de rand.

Is ’t groen weg, dan komt de gele kleur te zien. Die was ook al in ’t nog groene blad aanwezig en is blijkbaar makkelijker op te bouwen. Maar de rode kleur het anthocyaan is bijna altijd iets bijzonders. Meestal zijn het planten uit Noord-Amerika of Japan die deze verkleuring fel vertonen. De herfsttint is daar in vele streken niet goudbruin maar bloedrood.

Het gele of rode blad leeft echter nog steeds! Men kan aantonen dat het nog ademt, en het is dan ook nog helemaal niet „verdord”. Maar de levensomstandigheden zijn gewijzigd en zeer waarschijnlijk is dit anthocyaan een stofwisselingsproduct hiervan.

Als het blad valt (en het is erop voorbereid! ) bevat het nog veel bruikbaar materiaal! En dat nu is de prooi der opruimers; die op hun beurt af sterven en ten prooi vallen aan... enzovoort. Bij de groene plant, die uit de bodem weer grondstof opzuigt is de ketting gesloten.

Neemt u eens een kluitje halfvergaan blad in de hand. Tien tegen een dat enkele blèren aan mekaar „kleven” of aan elkaar

„genaaid” zijn door talloze ordeloos door elkaar lopende witte draden,, zwamdraden.

Beukenbossen bij Rhederoord

Daar heeft u nu iets van „das ewige Werden” in de hand. Hier wordt de kringloop voortgezet waar heel de levende wereld op teert. Duizenden micro-organismen werken er aan mee en elk heeft op zijn beurt zijn taak, volkomen onmisbaar.

Waar ligt nu eigenlijk het herfstbegin? Is 21 September de datum waar ook de levende natuur zich aan stoort? Dat lijkt vaak heel anders, want wat kan ’t dan nog niet echt zomers zijn!

En toch trekken de vogels al.

Hoe nu met de planten? De wetenschap, die hier wetmatigheden en parallellen tracht te vinden, de leer der „verschijn”- selen dus, heet phaenologie.

Voor de afscheiding der seizoenen neemt men hier dus verschijnselen uit de levende natuur. Maar waar moet de herfst beginnen? Begint dit met bladverkleuring, vogeltrek, bladval, vruchtrijping? U begrijpt dat ,hier willekeurig ingegrepen is. Kersen rijpen reeds in de voorzomer en de bladval is in de stad en ook Zuidelijker anders dan buiten en in ’t Noorden. En de kastanje kan al kaal zijn als de plataan nog vol in blad staat!

Maar er is één onmiskenbaar teken! Dat is de kastanjehartstocht van de -Jeugd. Dat moet wel een Europees verschijnsel zijn. Want het punt van de rijping der kastanjevruchten is de afsluiting van de zomer in de phaenologie. Heel handig; dit is n.l. in stad en dorp te constateren, al begint de jeugd wel eens te vroeg, als de mooie bruine zaden nog veel op schabrakpaarden lijken. Maar dat mag niet hinderen! De jeugd viert z’n verzamel- en hamsterinstinct uit (was dat voor de primitieve mens niet zinvol?). Zo heeft ook in de wild-levende natuur elk wezen in bepaalde tijd zijn bepaalde taak te volbrengen.

A. W. MOLL.

November 1946.