is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 16, 18-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tijd en Taak

ZATERDAG 18 JANUARI 1947 No. 16

Aan den Heer behoort de oorde en hoor volheid. Psolm 24:1

t OANAFHANKELIJKÎ wEË/KBLAJ) VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE: J. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM (Z), TEL. 24386

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO. HALFJAAR ƒ 4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS f 0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

OM DE MASSA

p onverwachte ogenblikken kan men tot zijn verrassing in één front komen te staan met hen, die men tevoren zelden, ontmoette of zelfs vijandig bejegende. Zo was het in de oorlog, toen ds. Gravemeyer en mgr. De Jong elkaar de hand schudden bij de strijd tegen Seyss-Inquart. Zo gaat het vaker in de wereld, en daarom is het goed steeds verbindingswegen open te houden en nooit nooit te zeggen.

Zo staan op dit ogenblik communisten en democratisch-socialisten, humanisten en christenen samen in één front, wanneer zij naar de rnassa zien. De massa, die een gevaar in zich bergt. Een gevaar voor den mens en voor de samenleving.

wanrieer wij over massa spreken, dan oen wy dat met met minachting. Waarbehoren allen op z’n y tot die massa. Soms weten wij het, maar soms ook met. Massa is een modern verschijnsel: de menigte, die samengehouden wordt door een gemeenschappelijk bemet tot duurzame organisatie is gekomen en waarvan de onderdelen geen klaar inzicht hebben m wat zij samen willen of mee willen.

Massa is met meer menigte. De menigte gaat uiteen, wanneer de stoet voorbij is en ost zich op in enkelingen en groepen, Maar massa is nog met gemeenschap, Want ZIJ heeft geen wiL geen gezamenlijk hed, geen gemeenschappelijk beleden meaal of overtuiging. Zy is prooi van o en van aangeboden genietin- Goebbelsen, door bioscoopexploitanten en door de opmakers van heeft het ver gebracht. Zij overtuigingen kan suggereren en hoe men behoeften kan

pn H En nu leeft de mens in de massa. Velen onderaan haar, maar hebben weerstanontlenen zij aan een gevormde overtuiging aangaande het wesoonli?khïfT né Willen de verzorging nhrfJoï!' humanist evengoed als de kHmanf ’ stellen zy het m een ander

Maar wat voor ons en zovele anderen in allerlei levenskringen geldt, geldt toch voor velen niet. Ik bedoel hen, die betrekkelijk weerloos zich onder allerlei suggesties stellen en daarmede hun leven gevuld achten. Meen niet, dat hier geen brave mensen onder zijn. Integendeel: zij zijn geen haar slechter dan wie ook. Maaf zij vormen, door hun beïnvloedbaarheid en niet-beïnvloedbaarheid een weerstand voor hen, die naar ware gemeenschap streven,

Ik bedoel dus de slenteraars op de hoofdstraten der steden, waar men komt om te zien en gezien te worden; de winkelmeisjes en typistes, die door hun „opmaak” die schijn van „persoonlijkheid” geven, die zij toch missen, want hun „persoonlijkheid” is slechts masker. Achter dat masker is ’t vaak vrij onbenullig. Ik bedoel de werkers aan de lopende band, de ongeorganiseerden in de fabrieken, maar ook de tienduizenden langs de lijnen van het voetbalveld en de reizigers met de dolle Dinsdagavond-

Men treft hen niet in enigerlei organisatie. Ofschoon niet ailen buiten de organisaties „massa” zijn. Zij zijn in het gewone leven individueel fatsoenlijk, eerlijk, schaffen zich, als ze ’t doen kunnen, „oudfinies” meubelen aan en gaan met de mode mee. Maar zij hebben zich tot niets verplicht. Het zijn de tienduizenden buiten de vakbewegingen, buiten de kerken. Zij reageren primitief op ongemakken en vormen hun meningen naar die het meest geluid geeft maar zij sluiten zich er nooit bij aan.

Welnu, deze massa is een gevaar voor de samenleving. Direct al in deze zin, dat zij zo traag is, en nieuwe noodzakelijke dingen moeizaam aanvaardt. Vervolgens, omdat zij ook weer licht ontvlambaar is en geen werkelijke duurzame weerstanden biedt bij duivelse verleidingen zoals het nationaal-socialisme er een was. Zij is een gevaar, omdat de mens-der-massa alieen, maar gebonden wordt, zonder werkelijk verbonden te zün. D.w.z. hij is eenzaam, maar hij merkt het niet.

En ziet: zowel humanisten als christenen, communisten als socialisten hebben met deze massa te maken. Zij staan er midden in, willen er iets van, hebben

erbarmen, althans zorg over haar 'en zijn het er over eens, dat hier opgevoed, gevormd moet worden. Reeds om dat feit is het nodig, dat al deze lieden let wel; niet-politieke organisaties! de koppen bij elkaar steken om te vragen: wat moeten wij doen en wat kunnen wij doen?

Dit samen-spreken is eis. Maar het is een waagstuk ook. Want van alle kanten komen de verwijten aanzoemen. De kerk is imperialistisch, de humanist zonder begrip voor religie, de communist gevaarlijk. Maar ondertussen wordt de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid niet tot uitdrukking gebracht. Ondertussen bluft de massa ... massa. Dit samen-spreken is ook zeer moeilijk. Want dan zal blijken, dat ieder zo zijn eigen doeleinden en zijn eigen kijk op het geval heeft.

De communist zal de massa willen leiden tot klassebewustzijn, strijdvaardigheid en dus allen onder de noemer van het antikapitalisme willen brengen. Hy vergeet daarbij, dat anti-kapitalisme een negatieve basis is e'n dat de massa niet alleen een proletarisch verschijnsel is.

De christen zal de massa willen leiden tot de ware gemeenschap, n.l. de avondmaalstafel, daarbij niet steeds acht slaande op het feit, dat hier andere bindingen vooraf moeten gaan en sociale spanningen overwonnen moeten worden.

De humanist zal vooral de klemtoon op het scholen en vormen leggen, uitziende naar dé ontplooiing van de sociaal-verantwoorde persoonlijkheid. Daarbij gaat hij van wereldbeschouwelijke veïonderstellingen uit, die de christen moeilijk kan aanvaarden.

Ziedaar de spanningen, die direct zullen opdoemen, als wij aan het gesprek beginnen.

De gemakkelijkste weg is dan, ieder zijn eigen gang te gaan. Dan komt de drie of vier zuilentheorie weer naar voren en is er geen sprake van toenadering van de massa van een gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid uit

20 mogelijk willen vermijden. Terwille van de massa en terwille van ons gehele volksleven. Want ons volksleven is er mee gediend, als ergens een punt gevonden wordt, waarop men