is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 18, 01-02-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den... De sprookjes zijn overigens aardig en eenvoudig verteld. Uitstekend materiaal om na te vertellen! Aardige houtsneden van R. Snapper. Rond de toren. Ergens in een Brabants dorp staat een toren. Wie er gewoond heeft, herinnert zich het beeld: de massieve toren temidden der kleine huisjes. De schrijver vertelt van het leven in zo’n dorpje. De verhalen, want het is in de eigenlijke zin van het woord geen roman, worden verteld door een ik-figuur, een jongen, dichterlijken man, die tegelijk de vertrouweling is van veel oudere mensen, die hun levenservaringen aan hem opbiechten, of wier levensgeheimen hij kent. Het boek is interessant om de eigenaardige sfeer van dit gemoedelijke, typisch-Roomse, provinciale leven. Het is alles nogal na'ief en argeloos en soms wat zoetelijk. De verteltrant is poëtisch, soms te mooi en te opzettelijk, het Nederlands is niet alt,;jd vlekkeloos. Maar dat dit fooek nu en dan even herinnert aan de heerlijke vertellingen van de grote Zuid-Duitse Romantici (Eichendorff e.a.) is geen gering compliment. Het hoort bij de heel goede volksboeken. Op een Protestantsen lezer zal het afwisselend aantrekkelijk en afstotend werken. Maar daarom moet hij het juist eens lezen! Hij wordt er door ingewijd in een hem onbekende wereld. Ook dit is Nederland! J. G. B.

Nieuw Nederlandse liederen op melodieën van Valerius door W. C. Jolles a ƒ 0.90. Schoolmeesterschap, paedagogische poëzie van Jan Boer a ƒ2.50.

Het bezige hart, door J. M. Linthorst Homan—Staal. Drie uitgaven van: Van Gorcum, Assen. Driemaal goede bedoelingen, die driemaal geen resultaat opleveren.

Het was een goed idee om de prachtige liederen van Valerius, waarvan de teksten ons, helaas onhistorisch, geslacht weinig zeggen, van andere woorden te voorzien. Jammer dat de dichteres ver beneden de maat bleef. Maar laten wij er het zwijgen toe doen. Ze heeft dat zelf ook al ingezien, maar de uitgever had de teksten vast en gaf haar geen kans de zaak in de doofpot te stoppen.

Wonderbare heren, sommige uitgevers! Terwijl er nijpend papiergebrek is, verschijnen er poëziebundeltjes als deze twee, die volkomen overbodig zijn. De verzen van Jan Boer zijn naar de inhoud sympathiek; het moet een goed onderwijzer zijn geweest, bezield met idealisme voor zijn mooi beroep, maar tegelijkertijd met beide voeten op de grond. Hij heeft het dan ook ver gebracht. Als colophon is toegevoegd „een biografie”, waarin men leest, dat Jan Boer, uit een' boerengeslacht geboren, tenslotte directeur werd van een Rijkskweekschool, terwijl de „bibliographie” voor de latere hteratuurwetenschap vastlegt, dat Jan Boer o.a. medewerker is van „Het Vrije Volk”. Vóór in het boekje een foto: Jan Boer, die iets aan een jochie laat zien en den lezer doet zeggen: zo is Jan Boer, de joviale schoolmeester met de pijp in zijn mond en op de achtergrond het wuivend riet. Er is slechts één maar: Jan Boer pretendeert poëzie te schrijven, maar dit is rijmelarij! Eén strophe en ge proeft het genrp:

~De toekomst vraagt om mannen en om -vrouwen. Die leiding geven aan een oorlogsjeugd. Toon dan je sterke wil, je zelfvertrouwen. Geloof aan een geluk in arbeidsvreugd!” (Uit Taakwijding.)

Het rijmt, het preekt zelfs, maar het is toch heus geen gedicht. En nu nog Het bezige hart. Er zijn natuurlijk kennissen geweest, die mevrouw Linthorst Homan hebben aangeraden haar poëzie te publiceren, haar licht niet langer onder de korenmaat te laten. De gewone vergissing! Het rijmt en het lijkt op poëzie en het is zo verbazend edel. Wilt ge een bewijs?

DEEMOED. Wanneer ik van mijns levens diepste zegeningen. Een bloem, een liefde, een schoonheid ben ver-vuld. Wanneer ’k erken, wat hart en ziel ontvingen Ondanks mijn kleine menschlijkheid en schuld.

Dan buig ik mij in deemoed voor den 'Vader, En voor den Zoon en voor den heil’gen CJeest, Dan kom ik, welbewust, de Groote Liefde nader... En voor dat naad’ren dank ik ’t allermeest!

Dit is niet alleen gerijmel, maar ook onecht. Een dergelijk étaleren van eigen zielenadel is nu juist geen deemoed.

De uitgevers deden beter, in deze tijd van papierschaarste, dergelijke publicaties na te laten. Als ik naga, wat een behoefte er is aan schoolboeken, doodgewone schoolboeken, dan vind ik dit ■— het is hard om te zeggen, maar het moet gezegd worden zonde van het papier, juist nu. J. G. B.

Jhr. M. T. C. van Lennep. De ontwikkeling der inwendige zending in Nederland. Uitgave Boekencentrum N.V. Den Haag 1946 ƒ 3.25. Een uitermate leerzaam boek! Het vertelt de geschiedenis der inwendige zending en geeft zo een boeiende zijdelingse belichting op het Réveil; het

analyseert grondig het begrip „inwendige zending” en komt tot deze omschrijving: „inwendige zending is de activiteit der kerk, onverschillig of deze van de diaconie uitgaat of niet, welke er op gericht is geestelijke, zedelijke, maatschappelijke en lichamelijke nood te lenigen in een wel gechristianiseerde maar voor een belangrijk deel geseculariseerde wereld”. De schrijver geeft zich rekenschap van het onderscheid tussen Christelijke barmhartigheid en philanthropie en onderzoekt of de kerk naast de 'staat een eigen taak heeft om de sociale noden te lenigen. Zijn beschouwingen lopen hier parallel met die van Moltzer in „Maatschappelijk werk”. Het is hier de plaats niet om op het onderscheid der opvattingen dieper in te gaan. Een derde hoofdstuk beschrijft uitvoerig de arbeidsterreinen. Men vindt er een goede beschrijving in van de verschillende Christelijke organisaties, die op dit gebied werken. Ook over de geschiedenis, de opleiding der werkers, en de samenwerking vindt men hier de nodige voorlichting. 'We houden de critiek op sommige' détailpunten maar voor ons, om dit boek alleen maar dringend aan te raden aan degenen, die zich voor dit onderwerp interesseren. J. (3. B.

Jean HERING, D. theol., die biblischen Grundlagen des christlichen Humanismus. Kunzli-Verlag. Zürich, 1946, 35 bldz.

De schrijver wil de menmg bestrijden, als zou het Humanisme een aan het Christendom element zijn, dat er slechts uiterlijk mee verbonden kan worden. Hij wil aantonen, dat er een humanistische wereldbeschouwing van eigen aard is, die in het Nieuwe Testament gedeeltelijk geleerd en gedeeltelijk ondersteld wordt. Er zou dus een eigensoortig Christelijk Humanisme zijn. Op grond van dit programma zijn onze verwachtingen hoog gespannen. Zij worden helaas deerlijk teleurgesteld. Het geschrift bevat niets nieuws en zelfs weinig ouds, behalve een zeer aanvechtbare uitlegging van Hebr. 2 : s*-8 en Phil. 2 : 6—ll. Het brengt het belangrijke vraagstuk van de verhouding van Christendom en Humanisme niet verder.

H. d. V.

Hogeschool en volk, onder redactie van prof. dr. J. G. Sleeswijk. De eerste aflevering is verschenen van een nieuw maandblad, dat bedoelt de afstand tussen universiteit en volk te overbruggen, in bevattelijke vorm de resultaten der wetenschap voor te leggen aan den niet-deskundigen, maar algemeen geïnteresseerden lezer. De voortgaande speciaUsatie der wetenschap maakt, dat niet alleen de leek niets weet van wat er gepresteerd wordt in academische kringen, maar dat ook de hooggeleerde professor niets begrijpt van het werk van zijn collega. Deze ' verbijzondering der wetenschappen is ten dele onvermijdelijk, maar lang niet ongevaarlijk. Ze bevordert de versplintering van ons volk, ze verklaart hoe academisch gevormden soms buiten hun strikt vakgebied zo dom kunnen zijn (men zegt, dat ir. Mussert op eigen vakgebied lang niet onbekwaam was), ze bevordert het misverstand tossen intellectuelen en arbeiders. Daarom is de bedoeling van dit tijdschrift zo te prijzen. Een adviesraad van professoren van alle universiteiten en hoge scholen van Nederland en België, de algemene zowel als de bijzondere, staat den hoofdredacteur bij. Men ontveinst zich de moeilijkheid niet: „het is geen gemakkelijke taak, in woord of geschrift, goed populair te zijn”, schrijft de hoofdredacteur. Het is een voortdurend balanceren tussen oppervlakkig gepraat én deskundige geheimtaal, die te grote voorkennis veronderstelt. Het zijn vaak alleen de allergrootste geleerden, die dan ook hun onderwerp volkomen beheersen, die hierin het gemakkelijkst slagen.

Er is nog een reden, waarom we de gang van dit tijdschrift met onze sympathie begeleiden: het komt ons voor, dat op elke intellectuele verworvenheid de hypotheek der gemeenschap rust. De gemeenschap maakt de universiteit mogelijk, niet alleen omdat deze wetenschappelijke instituten voor een groot deel door de belastingbetalers onderhouden worden, maar stel, dat zijn Hooggeleerde zelf zijn brood moest bakken, zelf zijn potje moest koken... Hij heeft verplichtingen aan ons allen, zoals wij aan hem. Laat hij ons dan eens iets van zijn werk vertellen! Ook dat is socialisme! Om u een idee te geven van dit tijdschrift, vertel ik u iets van de mhoud: twee artikelen over Humanisme, één van prof. Hoetink, vanuit het onkerkelijk

standpunt, één van prof. Asselbergs, vanuit het Katholicisme (er komt er nog een van prof. Banning, vanuit het Protestantisme), een over phaenomenologie door dr. H. L. van Breda 0.P.M., een over Atoomsplitsing, door prof. Tendeloo, Pro en contra een kunstmatige wereldtaal (prof. Valkhoff en prof. Hellinga), herdenkingsartikelen over Pasteur (prof. Debré) en over Lamarck (privaatdocent dr. Schierbeek) ,een over Productieve hogescholen door den redacteur. Dan nog referaten en bibhographie. Aanbevolen aan iedereen, die „moeilijke” krantenartikelen niet overslaat. Zouden hunne Hooggeleerden a.u.b. geen citaten uit vreemde talen onvertaald willen geven? Uitgave Kosmos; per jaar ƒ 15.—.

Mededelingen van het Prot.-Christ. werkverband

Op Zaterdag 1 Februari a.s. wordt m het Volksgebouw, Snouckaertlaan H te Amersfoort (vijf minuten lopen van het station), een vergadermg gehouden van het Protestants-Christelijk Werkverband van de Partij van de Arbeid (aanvang 14 uur).

Tot deze vergadering van strikt huishoudelijke aard worden dringend uitgenodigd alle dagelijkse besturen van de bestaande of in oprichting zijnde afdelingen. Indien het gehele Dagelijkse bestuur niet aanwezig kan zijn, wordt dringend verzocht althans één der- bestuurders af te vaardigen.

Het bmeau van het Protestants-Christelijk Werkverband van de Partij van de Arbeid is thans gevestigd te Den Haag, Bezuidenhoutseweg 29, telefoon 72.00.72.

De installatie van het bureau heeft enige tijd geduurd, zodat enige achterstand is ontstaan in de behandeling van de post, welke thans echter zo spoedig mogelijk zal worden ingelopen.

Men zende van heden af dus geen post meer naar Amsterdam, Tesselschadestraat.

Het particuliere adres van den secretaris, den heer J. H. Scheps, is: Baarnseweg 36 te Den Dolder (telefoon 3114—K 3402).

Briefwisseling

Aan E. V. R. te S. U schrijft naar aanleiding van W. B. „Ouderen-jongeren” (T. en T. 11-l-’47), dat u zelf nog jong bent, maar dat het zo moeilijk is te durven zeggen: „Wij zijn de jongeren”; u constateert bij uw generatie-genoten een afwezigheid van idealisme eh u wijt het aan de ouderen, die zo’n beroerd voorbeeld geven: „dansen, slechte films bezoeken... zo’n hopeloze boel. De ouderen hebben de jongeren meegesleept in hun sensatiezucht.”

Beste vriend, ik begrijp je teleurstelling, maar lees het artikel van W. B, nog eens over. ,De jongeren”, dat was altijd een kleine groep, ten tijde van W. B.: (de generatie van jonge onderwijzers, drankbestrijders en S.D.A.P.-ers, laat ons gemakshalve zeggen: de generatie van Banning en Vorrink); tussen alle H.8.5.-ers van circa 1880 was het maar een klein groepje gevoeligen voor taalschoonheid, die elkaar zwoeren „Nederland op te stoten in de vaart der volkeren”. Ook zij hebben geleden onder de apathie van hun generatie-genoten, onder de erbarmelijke situatie, door de ouderen verprutst, maar zij pakten aan, vanuit het protest. Als een mens de moed heeft te protesteren tegen zichzelf allereerst, en dan tegen de wereld, en als hij dan maar niet verstart in zijn protest en stikt in zijn woede, maar ergens aan de vermolmde boel begint te wrikken, wel, dan is er een begin gemaakt. Dat begin is er ook nü, lees maar eens „Ouderen-jongeren.”

Kalender

De firma W. ten Have te Amsterdam heeft voor 1947 twee kalenders op de markt gebracht: 1. Een Una Sancta-kalender, geheel gewijd aan de eenheid vaii de gemeente van Christus. De kalender geeft getuigenissen van bekende Protestanten en Roomsen. Karl Barth en kardinaal Mercier komen als broeders naast elkander te staan. 2. Een callegrafische kalender met hederen uit de gezangenbundel van de Hervormde Kerk en de Nederlandse Protestantenbond. Twee mooie en stijlvolle kalenders. No. 1 kost ƒ2.50, no. 2 /1.50. J. J. B. Jr.

Zr. C. LEEN « Verpleegster KEIZERSGRACHT 8, Telefoon 49197. Inr. V. Beh. m. Kortegolf, Hoogtezon, Inphraphile enz. Alleen volgens afspraak.

Kinderh. „Groot-Kijkduin” Zandvoort vraagt voor dir. Kinderverzorgster Voor Goud en Zilver IVan Dijk I steenweg 39 Utrecht

Twee oudere dames (exévacué’s) zoeken tegen Mei in Den Haag een ONGEMEUBILEERDE ETAGE (2 kamers en 1 kl. kamer) liefst met pension of alleen verzorging warme maaltijd, zo mogelijk bij geestverwanten. Br. no. A 208 bur. V. d. blad.

DBUK: N.y. DE ABBEIDËBBPEBS, A’DAM.