is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 23, 08-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam en Oslo

Oslo in gevaar, schreef,ik in het vorige nummer. En steeds meer realiseer ik mij, dat het waar is. Er koepelt een hemel boven, die vol is met donkere wolken. En het is een alles verlammende windstilte, dat ze zich samenpakken.

Oslo is in gevaar. Wie begrijpt, wat 1947 betekenen kan, wie diep doorvoelt wat daar kan gebeuren, die deelt deze bezorgdheid. Die. ziet ook de mogelijkheid onder de ogen, dat de afgevagjrdigden van de Christelijke wereldjeugd misschien een vergeefse reis zullen maken naar die plaats van samenkomst. En zij, die bewogen zijn door de grote kans, die God in een conferentie geeft, zullen er wellicht vandaan gaan, met een gescheurde plaats in hun hart. Ze zullen de lucht niet meer blauw zien en de majesteit der Noorse fjorden zal hun niets meer zeggen. Want het zal voor hen zijri, als waren zij in rouw.

Daarom moet het als een alarmstoot gaan door de gelederen van de Christelijke wereldjeugd: Oslo is in gevaar! Laat ons herkennen wat ons bedreigt. Ruk de ogen open en overwin de demonen van eigenbelang en gemakzucht. Tracht helder te zien. Laat ons niet zo veel naar elkaar kijken, maar samen naar Christus en vandaar uit naar wereld. En dan weten we, waarom er gevaar is. De ontredderde toestand der wereld schreeuwt het ons toe. En als we goed luisteren, dan vergeten we de vakjes, die ons scheiden.

Deze tijd heeft ons nodig. Ons met al de talenten en gaven, die we hebben. Het is Christus, die lijdt in het leed der lijdenden. Deze tijd vraagt onze daden. Zij vraagt geen artsen, die over allerlei ziekteverschijnselen debatteren. Zij vraagt hulp. Mensen, die helpen. Wij moeten tot daden komen. Tot een getuigenis 'van hart en hoofd en handen. Laat ons niet de ?ionen en dochteren zijn, die wel „Ja Vader” zeggen en zingen, maar dan toch niet gaan. Een getuigenis met de lippen is goedkoop. Dat kan een gramophoonplaat ook. Maar ware Liefde drijft tot daden. Ze wordt er aan herkend. Pas als we dit inzien ■— vooral ook door het doen dat volgt dan gelukt de conferentie in Noorwegen. Liet ik het nu bij deze zinnen, dan was ik als een dokter, die zelf niet van d,e ziekte af kan komen, waarvoor hij genezing propageert. Want direct zullen de nieuwe vragen komen. Vragen over de grondslag van samenwerken, over allerlei dogmatische problemen en ook over: wat gaan we dan doen?

Maar net zo'kun je hiermee je jaren verpraten en je kostbare tijd verdoen met de begrafenis van je talenten. In deze periode van de geschiedenis is elke minuut een mensenleven waard. Het vliegtuig en het raket staan ons geen trekschuitenvaart meer toe. Er zijn dringende problemen genoeg. En dat kost op z’n hoogst een paar weken, als de geschikte mensen de practische plannen uitwerken. Maar, dat moeten mensen zijn, die er haar streven te wezen als Christus, ook wat betreft het DOEN van de Wil van den Vader. Mensen, die niet naar elkaar blijven kijken, maar weten, dat ze ondanks dat, eenzelf den Meester hebben. Die niet alleen theoretisch maar ook heel werkelijk weten, dat Hij het is, die lijdt in het lijden dergenen die kou en hon-

ger hebben of geen kleding aan hun lichaam. Hij, die de armoede der armen voelt en vervolgd wordt en verdrukt in de mensen. Ook nu. Hij heeft Zich niet afgezonderd van de aarde. Hij is niet alleen maar hemelhoog verheven. Maar Hij leeft ook nog onder ons. Hij is ook nü nog bij die mensheid, waarvoor Hij Zijn leven heeft gegeven na een leven van smarten om haar te redden. En Hij heeft het ons gezegd. De dag der Beslissing zal het leren.

Zolang er nood is in de wereld heeft de Christen zijn handen er vol mee. Zij behoort het tenminste te zijn. Gaat hij er niet op uit, dan verzaakt hij een plicht.

De samenkomst te Amsterdam (1 en 2 Februari) is verloren tijd geweest, als we dat niet inzien. Net zo Oslo. En andere bijeenkomst. Waar ook ter wereld.

Wat betekent dit alles „voor de eerste drie weken”. Wat moeten we in Oslo bereiken èn in hoeverre kan dat nu al voorbereid worden? Ik zal mij voorlopig beperken tot enkele principiële lijnen.

Het allereerste, dat wij in Oslo moeten (her)ontdekken is natuurlijk, dat wij éénzelfden Hèer hebben en met eenzelfde algemene opdracht in de wereld staan: Christus zo volkomen mogelijk na te volgen, op alle gebieden van het leven. Wij zullen ons die éne algemene eenheid moeten realiseren die door alle kerken heenloopt, en dat zover we binnen een bepaalde tijd kunnen komen. En alleen al op de basis daarvan zijn er reeds daden genoeg, die we gezamenlijk kunnen verrichten. Eisen van Christus aan ons aller leveri. Eisen, die Zijn Liefde ons stelt. Als ze tenminste in ons leeft. Zulke daden moeten positief! zijn. Niet slechts een aantal afwijzingen va]i bestaande misstanden. Het helpt niet, dat we de duisternis vervloeken. We moeten de lamp aansteken.

Het is daarom consequent Evangelisch, als Oslo ons tenminste brengt:

1. Een voorlopige, zo algemeen mogelijk aanvaarde „aanvangsbasis”, waarop wij samen kVinnen werken om Christus’ Evangelie tot de daad te brengen.

2. Een aantal practische plannen, waarmee wij onmiddellijk en gezamenlijk « beginnen zullen.

De onder 1 genoemde minimum-basis kan in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid worden. Als we eerst maar eens een gezamenlijk uitgangspunt hebben! Wanneer wij daarmee willen wachten, totdat er een ideale vorm gevonden is, zullen we nooit aan het DOEN van Christus’ Wil . toekomen, zoals Hij dat van ons vraagt. En ’ op praten alléén ligt de vloek.

De voorbereiding van Oslo is daarom belangrijker dan velen denken. Er wordt meer gevraagd dan zo af en toe eens gebed. Gezellige vergaderingen en eenzame mijmeringen zijn niet genoeg. Het gemeenschappelijke moet gezocht worden. Vormen van een zover mogelijk gaande samenwerking moeten we vinden, waarin eenheid en vrijheid hun juiste plaats krijgen. Verder moeten wij de grote noden der mensheid opsporen. Zoeken naar alle misstanden, die we in elk geval direct en gezamenlijk aan kunnen pakken.

Deze, «door velen opgemaakte lijsten,

moeten dan samengevat worden. Daaruit kan een urgentieplan ontstaan. Een eerste program van actie tegen het kwade in deze wereld, door het goede te brengen door te leven zoals Christus dat wil ook in ons gezamenlijk optreden. Als we daarmee beginnen, dan is er voorlopig werk genoeg. Laten we ons niet doodstaren op de punten, volgens welke we niet helemaal samen zouden kunnen gaan. Belangrijker is: aan te pakken. '

Daar ik doorlopend contact heb met de jeugd van vele landen, weet ik wat er bij haar leeft. Ik zie hoe steeds meer jongeren genoeg krijgen van het pure praten en preken. Ze willen een positieve boodschap, gebracht door mensen, die met beide voeten op de grond staan. Negativisme hangt haar evenzeer de keel uit als over-idealistische 'Plannen. Ze wil de practische daad en het goede voorbeeld. Nog staat ze open. Nog wil zij haar offers brengen. Nog willen zij zich geven aan Christus die roept, maar Wiens beeld door de mensen reeds zo al te vaak v'ertekend werd.

Zullen de kerken en haar harten verharden? Zullen zij hoofdzakelijk groepsegoïsme vertonen en belangrijkdoende kortzichtigheid of zullen zij deze, tezamen met de erbij passende mantel ener verkeerde vroomheid, afwerpen en door haar houding van een zelfverloochenende liefde de weerstanden tussen Christus en de jongeren wegnemen? Want in vele gevallen zal dat laatste moeten gebeuren, wil de komende generatie door Oslo zien, dat Christus een positieve realiteit is met een positieve boodschap en een liefde die qnweerstaanbaar daden voortbrengt tot genezing van de gehele menselijke samenleving zowel persoonlijk als voor de gemeenschap der volken.

Op hen, die de conferentie te Oslo zullen leiden rust een geweldige verantwoordelijkheid. Het kan de grote stoot ten goede worden, maar ook het tegendeel is mogelijk. Elk woord, daar gesproken, wordt vermenigvuldigd over de gehele aarde. Het oecumenisch gesprek heeft zijn grote v/aarde. Maar het moeten woorden *zijn, waarvan elke letter met levenbrengende kracht is geladen.

Moge het geheel een wereldwijde zegen worden. Het kan. Leiders en deelnemers dragen hiertoe bij. Laat ons daarom worstelen. Zij, die thuis zullen blijven en zij die gaan, want dit raakt èlle Christenen en vooral: de generatie van morgen. Werk mee. H. ROMEIN.

Op grond van practische voorstellen, aanvullingen en reacties op dit en het vorig artikel hoop ik binnenkort in de vorm van een of meer opstellen te antwoorden, resp. de goede ideeën door te geven. Vooral goede suggesties zijn van harte welkom. Adres: H. Romein p.a. Red. adr. Tijd en Taak.. H. R.

Rondom de openbare school

Er is een stroompje van ingezonden artikelen en brieven losgekomen naar aanleiding van mijn beschouwing van onlangs. Ik verheug mij daar zeer over, maar zie geen kans ze op te nemen, noch om een keuze te doen want eigenlijk zijn alle stukken de moeite waard. Ik doe nu het voorstel, dat wij zo spoedig dat mogelijk zal zijn, over deze brandende vraagstukken een bijeenkomst in Bentveld houden, waar grondiger dan in een krantenartikel kan worden dojargesproken. Wij zullen daar stellig één of meer der schrijvers uitnodigen om te spreken. Men hoort er wel nader van. W. B.