is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 25, 22-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daten over de betekenis van leven, dood, lot, Christus, kerk en godsdienst.

Zo staan de zaken. Het „spreken” van de kerk wordt door de Russische kerk niet zo noodzakelijk geacht, de kerk moet het streven naar heiligheid in deze wereld levend houden en de kerk moet dienen, door haar gebed, haar deemoed en liefde in deze vervaarlijke wereld. Spreken laat men over aan de radio. Waarom zou men tegenspreken. Het woord, dat geen voedsel bevat, laat de honger bestaan. In de kerk is het brood des levens.

Wij denken anders. Onze omstandigheden zijn ook anders, wie wil begrijpen, moet niet oordelen.

J. DE GRAAF.

In gesprek met de Communisten

De Hengelose avond.

Maandag ■24 Februari hielden we in Hengelo een discussie-avond met den heer A. J. Koejemans over het onderwerp „Kerk en Communisme”. Het verzoek daartoe was uitgegaan van de afdeling C.P.N. in Hengelo, naar aanleiding van een lezing (met gedachteriwisseling), die ik in December 1946 over hetzelfde onderwerp in de Grote Kerk had gehouden.

Er was enorm veel belangstelling voor deze avond. Honderden mensen konden niet worden toegelaten. De zaak van het communisme leeft hier in Hengelo. 4098 mensen stemden hier in Mei 1946 op de C.P.N. (16.6 pet.).

De kerk heeft absoluut geen contact met deze bevolkingsgroep. Daarom ook was het zeer verheugend, dat deze discussie-avond kon gehouden worden.

Dat ik heb mogen samen-spreken met den heer Koejemans heeft mij zeer verheugd: helder, zonder enige debatteeragressiviteit, zette hij zijn gedachten uiteen. De zaal hield zich voortreffelijk.

Over het algemeen vond men dit het belangrijkste van deze avond: duidelijk heeft men gehoord wat het communisme is en wil duidelijk ook heeft men gehoord (tenminste dat hoop ik) wat het levende christendom is en wil.

Wat ik leerde: geen angst.

Ik heb die avond er werd gesproken van 10 over 8 tot 10 voor half 12 ontzaglijk veel geleerd. Allereerst dit: wij moeten geen angst hebben.

Het is, lijkt mij, voor geen tegenspraak vatbaar: er heerst in vele kringen een enorme communisten-angst. Laat ik maar vlak bij huis blijven en dus zwijgen over de Roomse Linie en de vastenbrief van 16 Februari —: die angst is er ook bij de mensen van de Partij van de Arbeid. Ik behoef daar niet zoveel over te zeggen. We weten het wel.

Om maar één voorbeeld te noemen: in „Het Vrije Volk”, dat een.verslag gaf van de discussie-avond werd wél weergegeven wat ik aan critiek op het communisme had

uitgesproken, maar met geen woord werd gerept van datgene, wat ik in het communisme acceptabel vind. Waarom doen we toch zo?

Werkelijk we moeten die angst af. En we komen er alleen van af, als ook in de Partij van de Arbeid eenzelfde radicaal revolutionnair pathos gaat leven als in de C.P.N. Dat we daarbij de democratische waardigheid niet mogen verliezen, dat onze revolutionnaire activiteit steeds constructief zal moeten zijn, spreekt vanzelf. En het is mijn vaste overtuiging: daardoor alleen zullen we het kunnen winnen. Niet door angst te tonen en uit angst mee te doen aan een anti-communistische hetze, die alleen maar de reactie in on.= land verstevigt en de communisten sterkei maakt.

Het is mij gebleken op de discussieavond: wanneer wij zonder angst, eerlijk, op den man-af, zakelijk, trachten te getuigen van ons geloof: dat alleen de prediking van de Oud-Testamentische profeten en de Gestalte van Jezus Christus ons, ook in de economisch-sociale problemen, op de goede weg kunnen brengen ... dan willen ook communisten naar ons luisteren. Daarom zullen we alle angst moeten buiten sluiten.

Voor christenen, die geloven, dat Christus is de Weg, de Waarheid, het Leven, bestaat geen enkele reden, om vreesachtig of nerveus te zijn, zelfs niet tegenover een wereldbeweging als het communisme. En tenslotte: we mogen niet vergeten, dat de doelstelling van het communisme ook voor ons, democratische socialisten, geheel aanvaardbaar is. Ook wij willen een maatschappij zonder klassenstrijd en zonder uitbuiting, waarin de Gerechtigheid meer tot werkelijkheid is geworden dan in de tegenwoordige samenleving.

Drie punten.

De Beginselverklaring van de C.P.N. zegt: „De Communistische Partij van Nederland verdedigt en propageert het wetenschappelijk socialisme, gegrondvest op de leer van het dialectisch materialisme van Marx en Engels, verrijkt en verder ontwikkeld door Lenin en Stalin.

Zij past deze leer toe als revolutionnaire methode om de werkelijkheid te doorgronden en te veranderen.

„Haar moraal wortelt in de wereldbeschouwing van het dialectisch materialisme, dat wetenschappelijk onderzoek van natuur en maatschappij paart aan het streven naar sociale en geestelijke bevrijding der mensheid.” Er zijn, meen ik, drie belangrijke punten in het communisme.

le. Het dialectisch materialisme. Dit betekent allereerst dat de „economischsociale toestanden alle verdere terreinen van het leven behéérsen. De heid van de Geest wordt principieel ontkend.

Hoekje van Moscou (opslagplaats van brandhout) Aquatint (1916) door E. Kroeglikowa

2e. Naïef optimisme. Niet voor niets heet het materialisme, in de C.P.N.-beginselverklaring bedoeld, dialectisch. De werkelijkheid ontwikkelt zich, vaak met revolutionnaire sprongen. En deze ontwikkeling gaat van lager tot hoger. De socialistische maatschappij zal te voorschijn komen door de klassenstrijd, die door de proletarische klasse gestreden wordt. Deze voorstelling van zaken is optimistisch. Maar ook naïef.

Dit alles wordt als „wetenschap” aanvaard. Men ziet niet in, dat dit geloof in een zin der geschiedenis, het geloof dat die 'zin er is en dat die er zo is, een stuk wetenschappelijk niet acceptabel te maken toekomst-fifeZoo/ is.

Het communisme heeft zich gekluisterd aan een volkomen verouderde ideologie, die Ragaz wees er indertijd op óók de specifiek burgerlijke wereldbeschouwing is. 3e. Utilistisch moralisme. Het communisme gaat er niet van uit, dat de inhoud van de zedelijke normen wisselt met de klasse-inhoud, die een bepaalde klasse er aan geeft.

Vrede, gerechtigheid, zijn geen absolute begrippen. De inhoud ervan wisselt voor elke klasse.

Het proletariaat nu mag in de klassestrijd alle middelen gebruiken. Niet voor niets heeft Lenin gezegd: „Wij loochenen alle zedelijkheid, die afkomstig is van buitenmenselijke en buiten de klassebegrippen staande voorstellingen. Naar onze mening is de zedelijkheid geheel

De drie illustraties in dit nummer zijn ontleend aan het Maandschrift voor Beeldende Kunst Phoenix.