is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 26, 29-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daadwerkelijke steun aan dit ongelukkige land. We weten, dat er grote leeshonger is, we weten hoe noodzakelijk het goede boek is voor een democratische opbouw. Uit een brief van een „goede” Duitser: Als het jullie werkelijk menens was met de „reeducation” (heropvoeding), moesten jullie ons meer onderwijzers in plaats van soldaten, en meer leerboeken in plaats van voordrachten over democratie sturen...” Naast romans en klassieken zijn vooral wetenschappelijke werken, werken die een bredere politieke kijk kunnen geven (desnoods ook in het Engels) en school- en leerboeken uiterst welkom. Men zende ze naar „Boekenactie”, Binnenkant 38, Amsterdam-C. Daar worden ze regelmatig opgehaald door een Quakerteam en dan in Duitsland verdeeld over de openbare bibliotheken van de „Kulturbund zur democratischen Erneuerung Deutschlands”.

Boekbespreking

Nederland tussen de natiën, een bijdrage tot onze cultuurgeschiede'nis, onder redactie van dr. J. S. Bartstra en prof. dr. W. Banning. Deel I, uitgave Ploegsma, Amsterdam 1946, 288 blz., ƒ9.50.

In Tijd en Taak van 16 Maart (blz. 4) wezen we reeds op dit belangi-ijke boek We vervolgen nog even onze inventarisatie van de inhoud. Drie opstellen —■ zo schreven we zijn gewijd aan de geestelijke stromingen in Nederland. Prof. -Hindeboom handelde over het Protestantisme en hij deed het goed. Prof. Banning over het Humanisme. Het is hier de plaats niet om de loftrompet over Banning te steken, maar één ding moet me van het hart: beseft men wel genoeg, hoe een voortreffelijk docent in de nobelste zin van het woord we in Banning bezitten? Hij heeft hier het moeilijkste onderwerp: het Nederlands humanisme af te grenzen en te omschrijven is een taak, weggelegd voor de allergrootsten. Banning komt er mee klaar, maar vooral, hij maakt het doorzichtig. Er is détail-critiek mogelijk: de overgang van Ruusbroec naar de „MCderne devotie” is m.i. minder vloeiend dan Banning meent. Ik kan in den onverdraagzamen Huygens wel een humanistisch geleerde, maar geen humanistische gezindheid erkennen; ik had graag juist Banning’s oordeel gehoord over het „humanisme” van „De Stem”, maar dan lees ik het slot van zijn betoog en laat mijn bedenkingen vallen om de prachtige helderheid van zijn nadrukkelijke finale. Dr. J. Pollmann geeft een Rooms-Katholieke visie op de waarde van de cultuur voor den mens, levert dan een uitstekend overzicht van wat het Christendom (lees R.K.) aan beschaving heeft gebracht aan onze Germaanse voorouders en hoe ook na de Reformatie het Rooms-Katholicisme een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het typisch cultuurbeeld der Nederlanden. Een critisch lezer zal zich wel eens herinneren, dat Banning van het Humanisme waarden vooruitschoof, die Pollmann bij het Rooms-KathoUcisme inlijft. Ik geloof, dat dit niet

tot tegenspraak hoeft te voeren, immers tegenover het Gereformeerd Protestantisme vertonen Humanisme en Katholicisme verwante trekken.

Van al de opstellen in dit boek is dat van dr. Ph. Idenburg weilicht het oorspronkelijkste. Het gaat over „Machten èn krachten in het Nederlandse schoolwezen”. Eerst de kerk en dan de staat voelt zich voor de school verantwoordelijk, later de eigen kring en het gezin. Dit schema nuanceert Idenburg en weet er de geschiedenis van het onderwijs ongemeen instructief in te passen en mee te waarderen, terwijl na overweging van de onderzoekingen naar de gezichtspunten: eisen der maatschappij, recht van het kind, volk en mensheid, er een toekomstperspectief ontstaat, dat juist omdat het zo degelijk historisch gefimdeerd is, uiterst waardevol kan blijken.

Er bestaat van de hand van den groten Duitsen socioloog Werner Sombart een boeiende geschiedenis van het socialisme, waarin hij tot een karakteristiek komt van het Engelse, Franse en Duitse socialisme. Het is blijkbaar de loffelijke eerzucht van prof. A. J. C. Riiter geweest om dit aan te vuilen met een typering van de eigenaardigheden van'de Nederiandse arbeidersbeweging. Doordat hij, in navolging van Verberne, de Rooms-Katholieke en Protestantse organisaties mede in zijn verhaal betrekt en tereoht! mist het geheel scherpe profielen: wel komt het mij voor, dat verhoudingsgewijze de geschiedenis der S.D.A.P. als gangmaker scherper naar voren had mogen komen.

Over de letterkunde in de lage landen schreef mej. dr. M. v. d. Zeijde een opstel, dat daarom zo rijk is, omdat de schrijfster zo volmaakt zichzelf durft te zijn. Wat heb ik met diepe instemming en soms met afgimst dit opstel en deze voortreffelijk gekozen citaten gelezen, dit opstel, dat het volhoudt tegen het dikke boek over hetzelfde onderwerp van Anthonie Donker, toch waarlijk niet de eerste de beste. Natuurlijk ben ik het niet in alles met mej. v. d. Zeijde eens. Zij prikkelt tot tegenspraak en in het voorbijgaan wil ik vastleggen, dat zij m.i. Potgieter (die van gedroomd Paardrijden en de Erfenis van den landjonker) grandioos miskent, en dat zij naar'mijn smaak een’belangrijke trek in de Nederlandse letterkunde over het hoofd ziet: ik bedoel den foeterenden, kankerenden, misprijzenden Nederlander 'Van .Maerlant, over Anna Bijns en Mamix en Busken Huet en Bodewijk van Deijssel naar du Perron. |

Dr. G. Knuttel schrijft over „het bijzonder karakter van de Nederlandse kunst”. Er zijn merkwaardige paraiieiien te trekken tussen zijn karakteristiek en die van mej. v. d. Zeijde. Hij typeert fraai, hij wint het van zijn collega zowel in logischcftusale verantwoording als in de schildering der invloeden van het Europees milieu, hij denkt „groot- Nederlands”. Mej. v. d. Zeijde spreekt over '„Hollands” (en lijft toch Guido Gezelle in!), maar hij verliest het van hter in feilloze intuïtieve zekerheden, zijn stijl wordt zwaar van elkaar opheffende adjectieven. Al met al, een uiterstlezenswaardig opstel van een grootmeester in het vak. I

De bijdrage van prof, dr. F. Sassen is een ver-

dienstelijke cataloog vol namen en data over het weinig-belangrijke wijsgerige denken in ons land. Het streven naar volledigheid en een angstvalhge objectiviteit heeft hier in ernstige mate geschaad aan de grote lijn. Dit opstel, alleen genietelijk voor den vakman, stelt na zijn voorgangers teleur, temeer omdat m.i. hier toch wel mogelijkheden aanwezig waren. Overigens is de objectiviteit wel eens fagade van heel iets anders. Wie gevoel voor niveau heeft, verbaast zich over de terloopse vermelding, tussen allerlei middelmatigheden, van prof. Pos en over het verzwijgen van Doodkorte's naam. |

werd uitvoerig besproken. Het ■ verdient dit, omdat het nog lange jaren het boek ! der bezinning zal zijn voor den Nederlander, die, ; beu van kranten en romannetjes, niet schroomt , zich te verdiepen in zichzelf, in zijn landaard, in do kansen van zijn land. J. G. BOMHOFP.

G. J. de Voogd: Er asmus en Gr otiu s. Twee grote Nederlanders en hun boodschap aan ome tijd. Leiden, Ned. Uitg. Mij. (zonder jaartal hetgeen ontoelaatbaar is), 181 blz., geb. f 3.90.

Er is, uit streng wetenschappelijk oogpunt, bezwaar te maken tegen een poging om mensen uit vroeger eeuwen boodschappen aan onze tijd te laten uitstreken: zij hebben dat niet bedoeld, en wij lopen van scheefgetrokken beelden te krijgen. Aan de andere kant: als wij weten wat wij doen, zit er iets bemoedigends en verheffends in om deze twee groten te zien worstelen met problemen die nog de onze zijn, en hun volharding en geloofsvertrouwen op ons te laten inwerken. Hier dan vooral de worsteling om een cljristelijke humaniteit, om afweer tegen oorlogsgeweld en eigen-richting-oorlog, om grondslagen voor een internationale rechtsorde. Ook met nadruk op de verschillen tussen Erasmus en Huig de Groot, zowel tussen de personen als tussen de eeuwen waarin zij leven. |

’ In het laatste hoofdstukje spreekt de schrijver zelf over Erasmus en Grotlus in onze tijd negen bladzijden. Dat lijkt mij wat gevaarlijk: niet alleen om in zo klein bestek een beeld te geven van „onze tijd” anno 1947, maar ook om de beginselen waarvoor de beide Christenhumanisten streden, op hun betekenis voor onze problematiek te toetsen. Dit hoofdstukje blijft wat zwak. „Laten wij de woorden van Erasmus herhalen tegen het onchristelijke van de oorlog, laten wij de woorden van Grotius herhalen over het Recht van de grote gemeenschap der mensheid, en de daden verrichten, die bij die woorden passen”, aldus besluit de heer De Voogd. Accoord, zeg ik misschien voor mijn deel maar nu begint het eigenlijk pas: wélke daden, in onze hedendaagse problematiek? Kennelijk heeft de schrijver op deze vraag niet willen ingaan, hetgeen zijn goed recht is. Hij heeft ook zonder dat een aardig boekje geschreven. W. B.

WAT DEDEN DE VROUWEN MET IfAAR KIESRECHT? Het algemeen kiesrecht in de practijk 1919-1940 onder redactie van C. POTHUIS—SMIT. Bekende vrouwelijke afgevaardigden uit alle partijen hebben hierin de geschiedenis verteld van het optreden, de ervaringen, de arbeid en de strijd van de vrouwelijke leden der vertegenwoordigende lichamen van het Nederlandse volk. Het Is een samenvattende terugbllk een verantwoording tegelijkertijd -- die een goede Indruk geeft, wat het betekent dat ook vrouwen voor de volksbelangen op de bres staan. Dat het verslag van, het optreden der soclaal-democratische afgevaardigden een belangrijke plaats In dit werk Inneemt, spreekt wel van zelf. Prijs ƒ 3.15 gecart. Verkrijgbaar bij de Boekhandel VAN LOÖHUM SLATERUS N.V. – ARNHEM

Onderlinge Brandwaarborg Maatschappii NEERLAND IA , Tel. 551331, Scheveningen, Corn. Jolstraat 1, Haringkade 163. BRAND-, INBRAAK-, BEDRIJFSen STORMVERZEKERINC Combinatie-polissen

Voor Goud en Zilver jVan Dijk I Steenweg 39 – Utrecht

FdÏrksl I SSSiSe‘271' ■ I H *TOFF££R|J£jui I ■ Ê I I

Jongelui die wensen te trouwen, zoeken voor tijdelijk (i jaar) 2 kamers met kookgelegenheid te Rijswijk, Voorburg of Delft. Brieven aan G. .Flameling, Vestestraat 1 te Haarlem. Advertentietarief TIJD EN TAAK 15 cent per m.m.

Zo juist is verschenen EEN NIEUWE DRUK VAN [)E KLEUTEH De noodzakelijkheid der verschijning van de zevende druk van dit boekje van wijlen Mevr HENK. L, EIBINK—VAN BEUSICHEM bewijst wel. hoe groot de belangstelling voor het kind In de Kleuter-leeftijd is 72 pagina’s. Vele Illustraties ƒ 1.86 Uw boekhandelaar kan het ü leveren. N. V. DE ARBEIDERSPERS AFDELING UITGEVERIJ – AMSTERDAM

Zojuist is verschenen: AB VISSER NA DE REIS Formaat 20x14.5 cm. Omvang: 112 blz. ƒ 4i7S. die met zijn romai^ Rndolf de Mepse, zijn verzenbundel Millennium en een aantal kinderboeken zijn heeft vestlgd. bvmdelt In „Na de reis van een tiental Jaren. Tezamen met MlUennnim geeft Na de reis een beeld van zijn prestaties m poStlcls. HU U met zijn eenvoudige een van d.e bemlnnelijleste alcnters, me wij hebben. ALOM IN DE BOEKHANDEL VEBKBIJGBAAB. N. V. DE ARBEIDERSPERS AFDEUNG UITGEVERIJ – AMSTERDAM