is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 28, 12-04-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Europa en de wereld

Het internationalisme van de XlXde eeuw, waar onze socialistische vol van was, kende geen tegenstelling van Europa met de wereld. Zeker, het verzette zich tegen het toenemende koloniale imperialisme der Europese staten, omdat de arbeidersbevolking, waardoor het werd gedragen, door de zelfde machten werd geknecht als de uitgebuite gekleurde volken. Maar de maatstaven voor de critiek op dit imperialisme en dus ook de idealen, die men zich voor den „bruinen broeder” (of den zwarten of gelen) stelde waren Europees: analfabetisme, gebrek aan hygiëne, bijgeloof, waren het bewijs van de verwerpelijkheid van het koloniale systeem; een nationale staatsvorm meteen eigen parlement, gekozen door algemeen mannen-, en vrouwenkiesrecht, scheen het hoogste ideaal. In deze zin was het socialisme evenzeer gebonden aan het rationalistisch liberalisme als dat het er de tegenstander van was.

Men besefte in socialistische kring evenmin als in de kapitalistische waartegenover men overigens zo critisch was dat deze gehele kijk berustte op een Europees superioriteitsgevoel, dat sterk gebonden was aan de politieke en economische macht van Europa en vooral van Engeland over de rest van de wereld.

Dit superioriteitsgevoel heeft een gevoelige knak gekregen na de wereldoorlog van 1914—’18 zowel bij de gekleurde volken, die in de geallieerde legers de Europese broederstrijd met al zijn barbarisme hadden gezien, als bij de Europese volken zelf, die walgend van de oorlog, zijn haat en zijn verwording, werden getroffen door de vreedzame strijdmethoden van een Gandhi en de sociale filosofie van een Soen-Jat-Sen. Velen bleken geneigd tot een mengvorm van wereldgodsdiensten als de theosofie en de Soefi-beweging, ook de christelijke zending trok uit deze situatie haar lessen en maakte haar Evangelie-boodschap losser van de Europese cultuurtraditie (bevestigd op de Oecumenische zendingsconferentie in Jeruzalem 1938). Het besef was gegroeid, dat de Europese cultuurtraditie niet meer de enige was: Europa was niet meer de heerser der wereld.

Nog weer anders is de situatie nu: Europa beheerst de wereld niet meer, is zelfs niet meer de gelijke van Amerika of de half-AziatischeSowjet-Unie, maar heeft nog meer dan in de vorige wereldbrand, collectief de oorlog verloren; China is een opkomende grote mogendheid; de Europese staten Duitsland en Italië zijn als zodanig volledig van de kaart; Frankrijk kan nog een Europese rol spelen, maar is op het wereldtoneel zeker niet meer dan een mogendheid van de tweede rang en dat zelfde is eigenlijk zelfs met Engeland het geval: in Azië en zelfs in het Middellandse Zeegebied moet het stuk voor stuk zijn posities opgeven. Alleen in Afrika staat het nog vrij sterk.

Daarom is het niet onbegrijpelijk, dat na deze oorlog overal bewegingen voor een Europese eenheid ontstaan. Nu ons werelddeel in een Russische en een Angelsaksische invloedssfeer uiteen gerukt dreigt te worden (en hoe ver dit kan gaan, toont

ons de verhouding Griekenland—Zuidslavië!) groeit algemeen het besef, dat wij Europeanen een gemeenschappelijke traditie hoog te houden hebben, die de persoonlijkheid hoger stelt dan het Russische collectivisme en de verantwoordelijkheid voor kleinere en grotere gemeenschappen hoger dan Amerika; dat wij de verwoesting en verarming van ons werelddeel niet anders baas kunnen dan door een gemeenschappelijk herstelplan; en dat wü politiek geen invloed ten goede meer kunnen hebben op het wereldgebeuren dan door een federatieve samenwerking der Europese volken, die de wereld een voorbeeld moeten geven hoe een vreedzame wereldorde mogelijk is, nadat wij door onze Europese broederstrijd zo schromelijk getoond hebben hoe een werelddeel in haat en vernietigingsdrang kan ten ondergaan.

In de Europese verzetsbewegingen heeft een tijdlang het besef geleefd van een Europese burgeroorlog te voeren tegen de Nazi’s en Quislings van ons continent; er zij n zelfs enige clandestiene congressen hiervan in Zwitserland geweest. Maar in 1943 heeft dr. Goebbels’ propaganda ook deze idee vervalst en bedorven. Na de Duitse capitulatie is zij echter herleefd en in versterkte mate teruggekeerd toen het duidelijk werd, hoe weinig de Grote Drie zich van een eigen toekomst voor Europa rekenschap hadden gegeven. Ook is aan de buurvolken van het voormalige „Dritte Reich” steeds duidelijker geworden, dat een oplossing van het Duitse vraagstuk alleen in Europees kadeir mogelijk is.

Deze bewegingen voor een Europese federatieve samenwerking een twintig-

tal hebben na voorbereidende bespreking in het afgelopen najaar te Hertenstein in Zwitserland en te Luxemburg op 15 December j.l. te Parijs zich aaneengesloten in de Union Européene des Fédéralistes (U.E.F.), wier eerste congres het a.s. weekeinde in Amsterdam wordt gehouden. Behalve huishoudelijke zaken en een openbare vergadering met ten minste zes sprekers van verschillende naties en richting, staan op de agenda: het Duitse vraagstuk, de verhouding van Europa tot de beweging voor wereldfederalisme en de „Europese rechten van den Mens”. Onder de tachtig gedelegeerden zullen tal van socialisten en vooruitstrevende vertegenwoordigers van godsdienstige stromingen zijn. Op zichzelf is dit dus reeds een reden voor religieussocialisten om dit congres met aandacht te volgen.

is echter nog een reden: de (Ile) socialistische Internationale heeft buiten Europa nooit veel .vat op de volken kunnen krijgen. Het socialisme in Rusland en in Amerika heeft een eigen type gekregen, veel van het Europese verschilt. Terwijl Europese zich steeds meer bewust is geworden van zijn wortels in geestesstromingen, die van Jeruzalem, Athene en Rome zijn uitgegaan.

natuurlijk ook een Europese eenheid denkbaar, die gedragen wordt door bankiers en conservatieven, die een kruistocht tegen de Sowjet-Unie prediken. Maar het ware Europese federalisme moet de Oost-Europese volken, die in de invloedssfeer Sowjet-Unie liggen, evenzeer willen omvatten als de Westerse landen, die mondjesmaat door Amerikaanse leninbeen worden geholpen. Zonder sociale democratie en een op de ineiiselijke persoonlijkheid gerichte planpolitiek dit niet mogelijk zijn. Daarom kan van deze nieuwe kernvorming ook een bezieling ' uitgaan, die de verwerkelijking van een socialistische Iriternationale in Europa meer tot werkelijkheid maakt dan ooit voordien mogelijk heeft geschenen.

W. VERKADE.

EEN VIJE EN ZEVENTIGJARIGE

Ds. A. V. d. Heide is op 7 April 15 jaar geworden

Wij hebben hem opgezocht in Voorburg en wij hebben een uur samen gesproken. Ik heb veel gevraagd, hij heeft met zachte stem veel verteld.

In het bonte gezelschap van al die pioniers, die uit godsdienstige overtuiging, uit religieuze drang socialist werden, is hij een der markantste. Om zijn taaiheid, om zijn standvastigheid, om zijn een-voudigheid. Hij behoort tot de groep predikanten in Friesland, die reeds spoedig tot de S.D.A.P. toetraden en die hun werk in de gemeente en in de partij als veelgesmade rode dominees deden.

Albertinus van der Heide werd in Leeuwarden geboren, waar zijn vader leraar was. Hij bezocht daar het gymnasium, waar de radikale dr. Vitus Bruinsma les gaf en een overgetelijke indruk op hem maakte.

In Leiden was zijn keus nog niet onmiddellijk bepaald. Hij liep colleges tegelijk in de faculteit der letteren én in de theologie. Op een hoog peil stond de theologie toen niet. De mannen, van wie hy de vormende

kracht besefte, waren prof. Gort, de oudtestamenticus, en prof. Gunning. Neen, niet omdat Gunning orthodox was. Maar omdat Gunnings vroomheid straalde uit alles wat hij zeide, ook al kleedde hij Het in vormen, die de jonge student Van der Heide niet de zijne kon maken. Gunning was een door-en-door religieus man, een asceet tevens. Hij was de enige, die openheid had voor het socialisme, al beleed hij het niet. Hij was geheelonthouder en hij had een soberheid van levensstijl, die zijn woorden krachtig maakte.

In de studententijd valt een grote activiteit op sociaal gebied. Vechten voor geheelonthouding, deze perfecte leerschool voor het socialisme-uit-verantwoordelijkheidsbesef. Gehoon op de studentenkroeg, energieker ertegen in. Invloed van Tolstoi. Zedelijk christendom. Bergrede. Sociale gerechtigheid. Oprichting van de sociologische vereniging met als eersten spreker P. L. Tak. Ziedaar in een paar woorden waar het Van der Heide, Bruins Jr., Bax, Winkel en nog een paar anderen om ging.