is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 35, 31-05-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boompje verwisseien

Uit mijn kinderjaren, herinner ik mij nog de vele spelletjes, die wij speelden. Een ervan was, boompje verwisselen. We kozen dan een plaats in het bos, of het marktplein waar de bomen in een kring en niet te dicht op elkaar stonden. Het aantal deelnemers moest altijd één meer zijn dan er bomen waren. De ene overblijvende deelnemer, moest onder het boompje verwisselen een opengevallen plaats, eerder zien te bereiken dan degene die van boom verwisselde met een ander. Aan dit spel nu, moest ik denken, toen ik enkele voorvallen overpeinsde die zich in mijn directe omgeving hebben afgespeeld, voorvallen, die in de drukte van deze tijd misschien niet eens opgemerkt worden.

Ik voor mij, vind ze belangrijk genoeg, om ze in Tijd en Taak aan de orde te stellen, misschien kunnen we samen een oplossing vinden.

Het is bekend, dat onder het barbaarse en onmenselijke Nazi-regiem vele mensen de grond onder de voeten zijn kwijt geraakt. De rots, waarop velen meenden te staan, bleek in de stormnacht, drijfzand te zijn. Velen, die het geloof vaarwel hadden gezegd en met de kerk in hun leven hadden gebroken, keerden terug tot hét geloof in Jezus Christus en namen hun rechtmatige plaats, in het gezin van God, de Kerk, weer in.

Opnieuw werd de waarheid van het oude spreekwoord „nood leert bidden” bevestigd. Talrijk zijn dan ook de gevallen, waarbij men van „bekering” kan spreken. Aan de andere kant is er bij de mensen van de Kerk, de oude getrouwen, dominees zowel als leken, een besef van schuld en verantwoordelijkheid wakker geworden. De sociale en economische nood is voor veler; de schrijnende wond, in hun geestelijk bestaan geworden.

Dit alles Is, Goddank, de winst uit het ontzaglijke verlies. Het Is het goede, dat God altijd en Immer uit het kwade vöortbrengt en voort zal brengen. De herontdekking van de Kerk van Christus, heeft men gelukkig niet uitgebuit door luidruchtige Het heeft zich In alle stilte voltrokken en alleen oplettenden hebben het waargenomen.

De herontdekking van de sociale en maatschappelijke taak, die de christenheid in deze wereld ongetwijfeld heeft, is luidruchtiger geschied. Toetreding engros, door predikanten tot de socialistische beweging en de doorbraak van de christelijke antithese, zijn er historische manifestaties van. Nu komt het mij voor, dat wij als mensen van de kerk te veel op het laatste hebben gelet en daardoor het-eerste te veel uit het oog verloren hebben. Begrijpelijk overigens, het kwam ook allemaal tegelijk. Misschien hebben we daardoor de stemmen uit het christelijk kamp, die onze overgang tot het socialisme niet konden begrijpen, te spoedig tot reactie gestempeld.

Wat nu te zeggen van het volgende geval, dat n.m.m. vast niet alleen „Een jong partijgenoot kwam op zekere dag mijn hulp Inroepen. Hij vertelde, dat hij en zijn vrouw uit goede socialistische gezinnen voortsproten, dat ze hun jeugd in de A.J.C. hadden gesleten en dat ze tot voor de oorlog, samen colporteerden, samen naar de Stem des Volks gingen, samen In socialistische kledij onder de rode banier

in optochten meetrokken en samen het Meifeest vierden. Maar nu was het anders geworden, de gezinsharmonie was verbroken, beiden gaan ze nu huns weegs, daar zijn vrouw in de oorlog door het woord der Kerk, is gegrepen, en zij alleen naar de Kerk en hij alleen naar de partijbijeenkomsten gaat. Voor de partij voelt zij letterlijk niets meer, vindt het niet bepaald prettig ais haar man ’s avonds’op stap is voor de partij.

Het socialisme, waarvoor ze eens alles offerde, is haar nu eerder een last dan een lust. Dikwijls heb ik met deze vrouw gesproken en dikwijls zal ik nog met haar praten, want zo’n geval bepraat men niet in één keer. Hoe verbreek je haar ten onrechte geharnaste ziel, zonder het tere pas ontkiemde geloofsplantje te beschadigen? Zij zegt, nu zij het geloof in Jezus Christus ontdekt heeft, het socialisme een hol en leeg gedoe te vinden.

Toen ik dit argument voorzichtig trachtte te ontzenuwen en haar wees op de strijd, die de partij voerde en zal voeren voor de verdrukten, voor de kleine man, voor de arbeidersklasse, en zei, dat die strijd in wezen een echt christelijke strijd is, kreeg ik ten antwoord: „Het mocht wat; hebben de arbeiders het nu soms beter dan vóór de oorlog en is de toekomst voor de arbeiders zo aanlokkelijk en zeker? Het enigste wat ik zie, is, dat er nu enkele van onze mensen op het paard zittten, maar daar is dan ook alles mee gezegd.” •

Ook mijn verhaal, dat door de doorbraak, de mogelijkheid was geschapen, dat de toekomst van de arbeidersklasse beter zou worden, kon haar niet overtuigen. Het kon er bij haar maar niet in, dat een belijdend christen overging tot het socialisme. Het omgekeerde moest volgens haar gebeuren.

de christenen moesten trachten de socialisten voor het Evangelie te winnen. Als dat lukte, zou een verbeterde wereld tot de mogelijkheden gaan behoren. Helaas ben ik er nog niet in geslaagd genoemde argumenten overtuigend te bestrijden. Het is allemaal zo waar wat ze zegt. Ik kan niet ontkennen, dat aan een maatschappelijke strijd een levend ideaal en een bekering vooraf moet gaan.

Opportuniteit en utiliteit zijn inderdaad niet in staat een leger ter overwinning te voeren. Daarbij komt, dat het ntij herhaaldelijk is opgevallen, dat de meest radicale strijders in de hedendaagse socialistische beweging, diegenen zijn, die voortspruiten uit het personalistisch, religieuze of kerkelijke kamp. Als de bij uitnemendheid, Belonje, ooit gelijk mocht hebben, dan is het wel in zijn uitlating, dat het de fanatieke personalistische socialisten zijn, die tekeer gaan ais een stier in een porseleinwinkei. Volgens mij een pluimpje voor de nieuwe socialisten. Het bewijst, dat ook hun socialisme achttien karaiits is. Toen ik op één Mei een oude kennis ontmoette, die vroeger lid van een oranjevereniging js geweest en nu met een gebroken geweertje op de revers van zijn jas liep, besefte ik maar al te zeer, dat de evolutie van dit soort mensen toch wel het grootst te noemen is.

Naast genoemde voorbeelden zou ik vele andere kunnen plaatsen. Genoemde zijn echter genoeg, om te laten zien, dat mijn vergelijking met het spel onzer jeugd, niet zo dwaas is als het lijkt. De vraag, die mij bij deze vergelijking voortdurend bezig houdt, is deze: Zijn genoemde voorbeelden symptomen van een tragische ontwikkeling in ons maatschappelijk leven, of is het een spel, dat God zijn kinderen laat spelen en volenden?

Is het eerste het geval, dan moet er wat gedaan worden, doch als het laatste waar is, dan moeten wij het spel, hoe ernstig wij het ook opvatten, laten gedijen, immers waar men God spelleider laat zijn, speelt men fair play en is men na afloop voldaan. A. SNAAUW.

/ Boekbespreking

Emll Brunner, Die -Christliche Lehre von Gott, Dogniatilc Band 1 Verlag Zürich 1946 380 blz.

Brunner, eenmaal met Karl Barth de leider der nieuwe theologie na de eerste wereldoorlog, Is thans begonnen met de publicatie van zijn Inzichten In de dogmatiek, nadat hij zich duidelijk van Barth heeft onderscheiden. Van Barth staan thans vijf machtige delen ter beschikking; nu komt, bescheidener, Brunner een plaats vragen met het eerste van een driedelig werk. Een gewoon lezer zal er niet licht toe komen, om dit boek te gaan vergelijken met het systeem van Barth dat laat hij graag aan de vakmensen over. Mij gaat het bij de lezing van Brunner’s boek (en eventuele andere van dezelfde soort) aldus: ik vraag niet In de eerste plaats of Ik er precies mijn dogmatiek In terugvind, dat spel hebben wij al te lang gespeeld, en Is In de grond niet veel anders dan cultus van de eigen mening. Ik stel wèl de volgende vragen: 1. Is aanwezig een diep besef van afstand tussen wat mensen, ook kerken, formuleren als de Inhoud van hun geloof en het leven van de goddelijke geest zelf; 2. leeft bij de schrijver een verontrusting over de taal van de Kerk en de dogmatiek, die Immers door de moderne mens niet meer wordt verstaan, zodat

wij worden gedwongen tot het moeizame, maar gevaarlijke werk van het „vertalen”: 3. wordt In een boek een bijdrage geleverd tot een theologie van een wereldkerk-ln-wordlng, m.a.w. ziet de schrijver het uiterst belangrijke gebeuren, dat overal In de wereld de christelijke kerken worstelen om een Innerlijk verantwoord samenleven en naar elkaar toegroeien. Een boek dat de hier bedoelde kenmerken vertoont, acht Ik waardevol, al zou Ik tegen allerlei erin bezwaar hebben. Ik waardeer Brunners Dogmatiek zeer. Hij wijst alle confesslonallsme, d.w.z. de absoluut stelling der eigen formulering, af, om toch wel het belijdend karakter van alle dogmatiek vast te houden (S. 94). Hij bepleit een dubbele functie der dogmatiek: Klaxung (verheldering door het denken) en Uebersetzung ("vertaling In de taal en de begrippen van de moderne mens; waar het waagstuk achter ligt, om het woord dat In de Bijbel gesproken Is te aanvaarden als het woord ook voor het heden (S. 97). Over het oekumenlsch gezichtspunt behoeft niet te worden gesproken, Indlen men weet, dat Brunner volop In de leiding der oekumenlsche beweging meedoet. Voeg erbij dat Brunner glashelder schrijft en uiterst Ingewikkelde problemen op eerbiedige wijze weet te doorlichten. Ik beveel zijn boek dus zeer warm aan studerende dominees (en leken) aan. Met name In het gesprek tussen rechts en links In Nederland kan het bevrijdend helpen. W. B.