is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 36, 07-06-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krap en ligt bovendien in geval van oorlog onder het onmiddellijk bereik van de Amerikaanse luchtmachtsteunpunten in Perzië. Blijven over nochtans de vakbekwame mensen, maar die kan Rusland zelf over ruim tien jaar ook weer in overvloed hebben. En voor die tijd kan Rusland wel dreigen en met steun van de communistische politici elders lastig zijn, maar het kan geen oorlog voeren, zelfs al was zijn bevolking strijdlustig en agressief, wat zeker niet het geval is na zoveel jaren van ontberingen. Nog des te meer moet de U.S.S.R. op vreedzame samenwerking uit zijn, omdat zij het niet kan riskeren, dat de kapitalistische landen op een ogenblik zouden beschikken over atoomenergie voor rendebele vredesproductie en de communistische „heilstaat” zou met de „verouderde” middelen van petroleum en steenkool moeten blijven werken.

Zouden er dan geestelijke of politieke redenen voor een Russische agressie zijn? Het brengen van de Wereldrevolutie bijvoorbeeld? Zeker, evengoed als Napoleon nog in politiek-achterlijke landen door de „verlichte” burgerij als de bevrijder werd gezien, toen hij de Revolutie van 1789 in zijn eigen land reeds lang in een militaire dictatuur had omgezet, werkt de Sowjet ook nog in politiek achterlijke landen en bij onbewuste proletarische groepen als de draagster van de proletarische revolutie; maar in eigen land is de revolutie reeds lang ingedijkt en is een ambtelijke en politieke élite even 'despotisch de baas als vroeger de Tsaren en grootvorsten en prin-

sen. Slechts het erfrecht is nog zeer beperkt en de vorming van nieuwe élite is er nog altijd evenzeer mogelijk als in de U.S.A.

Veel waarschijnlijker is het echter dat Rusland zijn veiligheid en machtsuitbreiding met andere middelen zal nastreven, door steun aan sociaal ontevreden groepen en door een sterke economische concurrentie, met name zou dat succes kunnen hebben, wanneer de grote tegenspeler, de U.S.A., weer een crisis zou beleven en eAi millioenenwerkloosheid door een bodem voor sociale onrust en een economische machteloosheid een verzwakken van de steun krachtens de Trumanleer zou veroorzaken. Ook in dit verband was het gesprek van Stalin en Stassen merkwaardig, dat zulk een grote belangstelling van Stalin voor het tijdstip van een dergelijke Amerikaanse crisis verraadde.

Zo kunnen de Russen hopen, dat de tijd voor hen zal werken, maar ook het omgekeerde kan het geval zijn als een verhoogd levenspeil bij hen de behoefte aan meerdere persoonlijke vrijheid doet groeien, of wanneer een verwoede interne strijd over de opvolging van Stalin zou losbarsten. Maar hierop kan de houding van de rest van de wereld nog steeds van grote invloed zijn. W. VERKADE. RECTIFICATIÉ.

In het artikel van de vorigQ week over de Be Ne lux is in de slotalinea een storende drukfout geslopen, die de woordspeling over het „goede” en het „licht” in het woord Benelux in het water deed vallen. W. V.

De rechte weg

Ds. Lekkerkerker heeft my uitvoerig geantwoord op myn artikel van 10 Mei over „Een derde weg?” Hy doet dat in „De Gereformeerde Kerk” van 22 Mei. Aliereerst heeft hy er bezwaar tegen, dat ik, die op een vergadering van enige belangstellenden, die zich berieden op de stichting van een Hervormd dagblad, aanwezig was als perspredikant, uit de school klapt. Hij noemt dit niet fair. Ik wil er aan herinneren, dat ik dit slechts deed, nadat hij in de Loosduinse Kerkbode mededelingen uit deze vergadering gedaan had. •

Nu verdedigt hy zich door te zeggen, dat deze Kerkbode alleen voor plaatselijk gebruik en met het oog op de plaatseiyke toestanden bestemd is. iliaar ik geloof, dat hy, door dit zo te stellen, de functie van de Kerkbodes niet juist ziet. Op het ogenblik, dat iets aan openbare publicatie is overgegeven, staat het ter openbare discussie, Dit geldt voor wat in de Kerkbodes staat en het geldt evenzeer voor de preek. Het geldt niet voor het pastoraal gesprek, noch voor de catechese. Ik meen, dat dit voor tegenspraak niet vatbaar is, en daarin mijn uitgangspunt te nemen by een punt, dat mij hoog ligt, leek mij zonder meer geoorloofd. *

De vraag, of ik alles precies juist heb weergegeven, zal ik niet behandelen. Zowel ds. Lekkerkerker als ik citeren uit het hoofd. Dat is altyd een gevaariyk, schopn onvermijdeiyk werk, omdat ons geheugen als een zeef werkt, die by ons allen, naar gelang de aanleg en de interesse, niet gelyk is geconstrueerd.

Waar het my om gaat, is, dat wy datgene. wat ik een iliusie acht, n.l. een „derde weg”, ter discussie stellen. Ik hoor in het kerkeiyke leven herhaaldelijk dergeiijke opmerkingen. Ze zijn ingegeven door ailerlei motieven, edeie en lager te waar-

deren, en ik vond juist in het artikel van ds. Lekkerkerker een goed aanknopingspunt, om te kunnen reageren. Maar nu ter zake.

Het zoeken naar een derde weg, d.w.z. de weg, die door de Hervormde, deelhebber aan het volle leven van zyn kerk, gegaan kan worden, komt, zo meen ik uit ds. L.’s antwoord te mogen concluderen, voort uit een zekere teleurstelling in de P.v.d.A. Hij is dankbaar voor' de programma-punten, die de vrije doorwerking van het Evangelie waarborgen en afstand nemen van de neutraliteit van de Overheid. Maar in de practijk is dat alles zo tegengevallen. Ja, dat moet ik collega U toegeven. Het is tegengevallen, eensdeels, omdat de verkiezingsuitslag zo was, dat prof. Van der Leeuw niet gehandhaafd kon worden. anderdeels, omdat de felle handhaving van de antithese die krachten in het kader van de P.v.d.A., die van humanistische kant kwamen, tot verweer hebben gewekt. Dat is n.l. het geval met de nationale omroep, die o.a. door het N.C.R.V.- dryven, de V.A.R.A. als organisatie van socialisten wind in de zeilen gaf.

De kwestie van de verhouding met Rome is een zaak apart. Het zal ds. Lekkerkerker opvallen, dat de vroegere coalitie-genoten var> de Rooms Katholieken zich merkwaardig gereserveerd uitspreken. Niet alleen, omdat ze machtig veel boter op hun hoofd hebben, maar vooral ook, omdat elke toekomstige regering er rekening mee moet houden, dat er Roomsen in Nederland zyn, die niet de P.v.d.A., maar de K.V.P. stemden.

Zo staan, dunkt my, de zaken, en zy' mogen geen aanleiding zyn, de figuur van de P.v.d.A. als zodanig aan te-^vallen, of zich teleurgesteld te tonen, Verder vraagt ds, L. of ik gelijk heb, dat er geen Hervormd geluid is t.a.v. de pro-

blemen van het dagelijkse leven. Ik antwoord: niet in zulk een vorm, dat hier een dagblad bij leven kan. Men kan mij op dit punt enige deskundigheid niet ontzeggen. De officiële uitingen van de kerk zijn voorzichtig, weloverwogen, soms na maanden van discussie, vastgesteld. Zij worstelen steeds met de vraag, waar de grens van het concrete ligt. Bovendien zijn zij vooral bestemd om op de lange duur door te werken en mijden zij de begeerde kreten van het ogenbiik. Welnu: daar gaat het nu juist de lezer om. Daar vraagt hij om. En dat kan „Trouw”, dat de lijnen der geschiedenis met Oost-Indische inkt langs een liniaal heeft vastgesteld, wèl, dat kunnen wij niet.

Zo ligt het maar omdat het zo ligt, daarom is er nog geen mogelijkheid om een derde weg voor degeen, die van het beiijden der Hervormde Kerk uit wil leven tussen de figuur van een christelijke partij en een als de Partij van de Arbeid.

Ds. L. en ik zijn het eens in de afschuw van het „Trouw”-bedrijf. Ik geef toe, dat het binnen een christelijke partij ook anders kan. Maar ook dat is dan geen derde weg, maar principieel dezelfde weg.

Neen: de andere weg is een „doorbraak”- party.

Wat is het wezenlijke verschil tussen een christelijke party en een „doorbraak”- party ?

Dit: de christelijke partij benadert de werkelijkheid van enige grondbeginselen uit, ontleend uan de beiydenis der kerk. Zij zet als het ware de kerk als orgaan in de politieke wereld voort, verzamelt ook daar de lidmaten rondom het Woord, en wil nu, door machtsvorming, de werkelijkheid onder de regels van dat Woord brengen.

De „doorbraak”-party gaat van de werkelykheid uit, ziet bepaalde duivelse krachten en wil deze overmeesteren.

Zulke duivelse krachten zyn thans: kapitalisme, koloniaal imperialisme, militarisme. In zulk een party wordt men allen gegrepen door deze werkeiykheden, al zullen de motieven, waarom men haar aangrijpt verschillend zijn. Het gaat om het aangrijpen dezer verschijnselen, om het schepperi van reële politieke machten teneinde nieuwe vormen te brengen, dus ruimte en vrijheid. *

Deze twee mogeiykheden zyn er, ook voor mensen in de kerk. Maar een derde mogeiykheid zie ik niet.

En daarom werd „De Nieuwe Nederlander”, toen zij eenmaal de kant van de doorbraak koos, met alle kracht getrokken in de richting van de enige party die deze doorbraak effectueerde. Zo zal het met elk dagblad gaan.

Ik heb het vage, maar toch onprettige gevoel, dat het zoeken naar een andere mogeiykheid de politieke werkeiykheid geen recht doet, in de practyk neerkomt op ontlopen der verantwoordelijkheden en ruim baan maakt voor allerlei conservatismen.

wy zullen dit alles eerst midden in de kerk onverschrokken aan het licht moeten brengen. Daar zyn wy nog maar amper aan begonnen. Daarna zullen wy met elkander af moeten spreken, dat hoe onze persooniyke beslissing ook valt, wij elkander op deze punten in ernst nemen. En tenslotte zal, door scholing van het politieke denken in de kerk, de mogeiykheid van politiek spreken, critisch t.o. aile partyen, geschapen moeten worden. Dat is de rechte weg der kerk.

Maar wat onze rechte weg is, dat ligt aan onze persooniyke beslissing.

L. H. RUITENBERG