is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 37, 14-06-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wederopbouw

Voorop een merkwaardig citaat, uit een studie van een Frans geleerde, die vurig met de nood van eigen volk en de gehele Europese wereld worstelt: „De moderne wereld is aan het einde van alle menselijke expej;imenten gekomen; zij heeft in haar onmetelijke oven de rede en de dwaasheid, de grootheid, de laagheid verteerd; zij moét nu ten slotte tot wijsheid en rijpheid komen Uit de diepte van de afgrond, waarin de afgodsbeelden die ons ten verderve gevoerd hebben, te pletter zijn gevallen, kan zij (de moderne wereld) de kracht putten tot het schepperi van het grote werk en tot het opnieuw boven de mensen uitschieten van de onfeilbare pijl, die niet missen kan, de pijl naar God.”

Het citaat is uit een boekje, reeds in 1941 geschreven, na de bevrijding pas gepubliceerd en thans in Nederlandse vertaling uitgegeven onder de titel: ~De toekomst der wetenschap” *) De titel zegt de Fransman meer dan de zó immers heette ook het boek dat’Ernest Renan een kleine eeuw geleden (1848) schreef, en waarin heel hetniet-Christelijke „moderne” intellectuele Europa'zijn geloofsbelijdenis vond neergelegd. Geloofsbelijdenis inderdaad, immers het hart, het centrale dogma daarvan is evenzeer „geloof” als de overtuiging van de Christen omtrent de liefde Gods. Men kan het dogma dezer intellectuele religie het best uitdrukken met deze woorden: het onbeperkte vertrouwen in de macht van het verstand, de zekerheid dat alle geheimen van wereld en leven eenmaal zullen worden verklaard, de wil om heel het leven aan de mensengeest te onderwerpen. Zo beleed de generatie der geestelijke leiders uit de vorige eeuw fier en geestdriftig haar geloof; zij ontwierp een program van actie, waaraan zij met geweldige resultaten heeft gearbeid, waardoor het leven van enkeling en gemeenschap radicaal is veranderd

Het merkwaardige nu van het thans verschenen boekje is, dat het betoogt met grote kennis van zaken evenzeer als met vurige bewogenheid —: deze geestelijke wereld, dit geloof in de almacht der rede ligt in puin. Uit één paragraafje, „het einde van de droom”, citeer ik een paar zinnen. Het geloof aan de almacht van het verstand slaat om tot pessimisme, reeds aan het einde der vorige eeuw: „De waarheid is dof en koud. Wij moeten weten te wachten; uiteindelijk is er misschien niets” (Renan). „De wetenschappelijke waarheid is slechts voor enkelen te dragen: het zou de voorkpur verdienen, dat men haar slechts in het Latijn kon schrijven” (Taine). Letterkundigen worden door hetzelfde pessimisme aangestoken: „het morele wezen van ieder onzer blijft eeuwig eenzaam in het leven” (Maupassant). De kwelling van het oneindige is alleen te vergeten door zeer harde arbeid (Zola). De toon wordt nog somberder bij schrijvers uit de twintigste eeuw: „Ik geloof, dat wij

*) Uitg. Stols, Den Haag. 174 blz., ƒ 3.90. Het bevat twee studies: van prof. Raymond Charmet: De toekomst der wetenschap, van prof. Louis, de Broglie: De toekomst der natuurwetenschap.

het einde van een wereld, een cultuur, een beschaving beleven” (André Gide). „Wij andere beschavingen, wij weten nu dat wij sterfelijk zijn” (Paul Valéry). „De mens is een onbelangrijk wonderwerk” (Jean Rostand). „Hoe meer men/er over nadenkt, hoe meer men doordrongen wordt van deze duidelijke waarheid: dat alles heeft geen zin” (Martin du Gard).

Ja, dit is het duidelijke einde van een droom... welk einde ons door de gebeurtenissen van nd 1941 Hiroshima en de atoombom nog scherper bewust werd: zó kan de wereld niet verder leven. Charmet stelt de vraag aldus: Houdt de intensieve training van het verstand niet een doodskiem in, die noodlottig is voor elk wezen, dat er zich door laat bedwelmen? Laat ons beginnen met dankbaar te erkennen, dat deze dingen niet door de dominees en de kerkmensen zo worden gezegd, maar door de beste koppen der wetenschap. Nu is er tenminste kans, dat zij worden verstaan door de wereld die niet meer naar de kerk luistert. Laat ons evenzeer dankbaar erkennen, dat hier het wezenlijke wordt gezegd: willen wij tot culturele wederopbotfw komen, dan moet worden be-

gonnen bij de vernieuwing van ons denken, dan moet het rationalisme worden overwonnen tot wijsheid. Daarbij blijven echter een paar vragen staan, waarop Charmet geen antwoord geeft, en die dunkt mij toch geen onwezenlijke zijn. Met volledige instemming hoor ik hem zeggen: de moderne wereld is aan het einde zij moet tenslotte tet wijsheid komen” (zie het citaat in de aanhef van dit' artikel). Vraag: welke weg voert tot de wijsheid die redden kan? Welke is die wijsheid? Alweer met volledige instemming hoor ik hem betogen: het rationalisme werd ons noodlottig, het moderne irrationalisme evenzeer, want het is in wezen niet anders dan de verwording van het eerste; wij moeten ons wenden naar nieuwe mogelijkheden. Vraag: welke? en hoe wenden wij ons, wij die verdeeld zijn naar confessie en tezamen de Europese cultuur liefhebben en willen voordragen, wij die ons deel mee willen leveren in de wederopbouw?

charmet komt ook een naam Pascal voor. Heeft niet een weg gewezen door te stelverstand onderggsgjrikt behoort te zijn aan de orde der uefde? Dit is in wezen de weg van de Bijdingen hun plaats geeft, ook verstand, maar ze alle leert dienen in Het ware dwaasheid, en erger, ware misdaad, om het verstand te wilvernietigen; in de wederopbouw onzer «ere.d met haar uiterst problemen kunnen wij het niet Maar het moet komen op zijn . dienend de orde der liefde tot eer van God. W.B.

Bij een, die het waagde

Ds. J. A. Bruins Jr. is 8 Juni 75 jaar geworden

Zullen velen zijn, die nog geregeld de ondertitel van Tijd en Taak zien en zich rekenschap geven van de betekenis: 45ste jaargang van de Blijde Wereld? Tijd en Taak, dat klinkt bewogen, maar ook zakelijk, nuchter, dat heeft met studie te maken, met problemen ook. Daartegenover dan Blijde Wereld, ook een bewogen woord, maar een uit een andere wereld, een wereld, die ondanks de erge dingen het begrip blijdschap durft hanteren, die optimistisch was, onproblematisch. Wij mogen de vergelijking niet te ver doortrekken. Anders zouden wij in de verleiding komen Dr. theologiae tegenover Ds. te stellen, de cursus tegenover de preek, Holland tegenover Friesland. En wij weten, dat schijnbare tegenstellingen in een hogere, hoewel soms onzichtbare, eenheid worden opgelost. Bruins dan, de vader van de „Blijde Wereld”, is 75 jaar geworden en wij zijn bij hem op bezoek geweest in Oranjewoud bij Heerenveen, om nog eens over een en ander te praten. Wat bewoog hem in 1902 met het' krantje, dat dat eerste jaar zo’n 700 abonné’s telde, te beginnen, wat bezielde medestanders als Winkel, De Haan, S. K. Bakker, Meijer? Bruins Jr., zoals hij zich jarenlang in onderscheiding met zijn vader Dr. J. A. Bruins Sr. noemde, stamde uit een predikantengezin, geleerd, vrijzinnig, maar liberaal. Er was in die dagen ook het probleem van Turgenjefs Vaders en Zonen. En er was

de nood van het volk. In Leiden, waar de theologische studie niet tot bezieling bracht de bijbel werd uit elkaar gerafeld, maar gaf geen levensimpuls meer behoorde Bruins tot de „mannen van het ernstig besef”, gehoond vaak, maar koppig volhoudend. Onder de allerarmsten van Leidens proletariërskinderen werkte hij, leiding ontvangend van mejuffrouw E. C. Knappert. De Engelse christen-socialisten Klngsley’s boek Hypatia staat nog steeds op de schrijftafel! gaven bezieling. Bruins, leerling van de grote Gunning, geheelonthouder, straks ook al propageerde hij dit ideaal nooit vegetariër. En dan de gemeente in. Theoloog is hij nooit geworden.ï'De sociale ethiek interesseerde hem feitelijk alleen. Maar daaraan was ook grote behoefte.

Moet het met een woord gezegd worden: Bruins was een bewogene. De arbeidersmassa leed onder onrecht en verdrukking. Dat moest en dat zou anders. Deze taak was een leven waard en Bruins heeft met grote trouw en volharding dit leven gegeven. Het begon in de grote gemeente Terwispel in Frieslands Zuidoosthoek. Ar*- moede, drankellende, een begin van socialisme. Met de vrije socialist G. L. van der Zwaag, die hij mee in de Kamer bracht, trok hij. er op uit. Verre tochten, vaak avond aan avond,, lange debatvergaderingen met soms vechtpartijen tot besluit.