is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 45, 16-08-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flict toegepastrhad mogen word,en. Daar was waarachtig toch wel aanleiding genoeg voor.

We hebben zelfs als volk, met heel de wereld, vijf jaar lang onder de verschrikkelijkheid van het militair geweld geleden. We hebben er over geschreeuwd en geroepen tot God, in onze nood en angst. Aan de andere kant is er dit gebeurd, dat we als door een wonder Gods van dit geweld bevrijd zijn door nog groter en schrikkelijker geweld.

Daar hebben we God in oprechtheid voor gedankt, zoals we lom dat eerste geweld gekermd hebbén.

Heeft ons dat waarachtig niets te zeggen gehad? Zijn we dan een volk zo hard van hart en zo dik van huid, dat dit alles aan ons voorbijgaat? Hadden we hier dan geen aanleiding in kunnen vind,en, vooral wij als Christenen, om ons over het wezen van het geweld te bezinnen? ,

We praten waArachtig over het geweld alsof het een tam schoothondje is, dat je kan ophitsen om te keffen als er een bedelaar op je erf komt, maar dat subiet zwijgt als je zegt: hou je bek!

Het geweld kan zeker niet zonder meer duivels heten. Maar het is ook geen schoothondje. Het is in de grond der zaak een zeer goddeloze en hoogmoedige houding als men meent, dat onder al die dingen die een mens wel beheersen kan, ook de donkere macht van het geweld is.

HOUTSNEDE VAN ERIC RAVILLIOUS (1903-1942J

Ik zie in het geweld een aspect van het goddelijke, dat voor mijn besef, gegrond in de bijbelse noties in deze, onlosmakelijk verbonden is met de openbaring van de toorn, de grimmigheid Gods, en dat zich uitsluitend richt tegen de gewelddrijvende goddelozen. Mogen wij dat'geweld, waarin de toorn en grimmigheid Gods gerepresenteerd en gerealiseerd zijn, laten losbreken tegen onze Indonesische broeders, die men toch niet op een lijn kan stellen met de gewelddrijvende goddelozen van de Hitlerbenden, die ons dodelijk benauwden en dreigden te verpletteren?

Was de situatie op 20 Juli zo, dat wij geroepen en gerechtigd waren Gods toorn en grimmigheid aan onze Indonesische broeders te laten zien? Mochten we toen voor hen optreden in de rol van de WREKENDE GERECHTIGHEID ?

Stufkens heeft er Rom. 13 bijgehaald. Ja, daar had ik weleens over willpn doorpraten. Dat staat er waarachtig niet voor niets, zei hij. Neen, maar dat staat er ook niet om. ruimte te scheppen voor alle mogelijke geweldstoepassingen. Rom. 13 wil gelezen worden in verband met wat er in Rom. 12 voorafgaat over de wraak Gods. Die wraak Gods is in de bijbel niet alledaags; niet gewoon en normaal. Er is geen evenwicht tussen de wraak en het geduld Gods. Het geduid is regel; de wraak is uitzondering en grensgeval. Daarom moet men met een beroep op het zwaard der overheid voorzichtig zijn. De overheid draagt het zwaard. Ja, maar het zwaard draagt de overheid niet. Geweld is niet het wezen van het gezag. Het zwaard der overheid is het teken, dat ons er aan moet herinnei;en met heilzame schrik, dat er een grens is voor hot geduld Gods en dan breekt de wraak los. Maar de overheid draagt het zwaard niet om er maar op los te slaan als ze meent dat het moet. Nog minder draagt ze het zwaard om het aan generaal Spoor in handen te geven.

Geweld als representant van de wraak en de grimmigheid Gods is uiterste, uiterste grensgeval. Voor we het toepassen, zullen we eerst beel geduldig moeten zijn geweest, zelfs zo dat we zover mogelijk zijn teruggeweken, als het maar enigzins doenlijk was.

En daarvan ben ik niet overtuigd. Stufkens heeft ook even opgeworpen, dat het gezag daar geroepen is af weer te zijn' tegen de chaos. Daar zou ook veel over te zeggen zijn. Ik houd niet van dat speculeren op de angst voor de chaos die er momenteel zo diep inzit en waar ook dr. Van Ruler mee werkt. Hij verlamt de daadkracht en de moed tot radicale oplossingen, Hij werkt me te veel als opium. Ik zie in deze bijna hysterische angst voor de chaos, die soms niets anders is laten we het maar eerlijk zeggen dan communistenvrees, een van de oorzaken van de lamlendige gang der dingen in deze ’k Geloof bovendien niet dat die angst voor de chaós evangelisch is. Ik moet bijvoorbeeld dr. Van Ruler radicaal tegenspreken als hij de angst voor dé chaos maakt tot het wezen der christelijke existentie. Ik begrijp niet, dat Stufkens er mee wenst te opereren. Ik zou bijna vragen: ook gij, Brutus? Ik wil de dreiging van de chaos niet anders zien dan op hetzelfde vlak, waarop het evangelie zonde, dood en duivel en hel ziet: overwonnen mogelijkheden in de van Jezus Christus. In elk geval teruggedrongen tot ver achter het kruis. Zolang het evangelie gepredikt wordt komt er geen chaos. '

Bovendien lijkt het me volstrekt in strijd met de bijbelse notie omtrent het geweld, als men denkt, dat de overheid met het zwaard de chaos kan tegenhouden. De bijbelse notie van het geweld sluit m.i. in dat het geweld naar zijn wezen en doeleinden bestemd is om verwoestingen aan te richten. Als vervuld wordt wat ps. 46 zegt, dat God verwoestingen aanricht op de aarde en de borlogen doet losbreken, dan breekt Zijn grimmigheid los om uit te varen tegen de goddelozen, die hun macht en hun rijk gebouwd hebben op geweld. Dan is dat Gods opruimingswerk om ruimte te maken voor Zijn Naam. Geweld veroorzaakt chaos, maar houdt geen chaos tegen.

Woorden als geweld en chaos worden met verbijsterende lichtzinnigheid gebruikt zonder enig besef dat men ze alleen verstaan kan van uit de ware godvruchtiêe

kennis van God in zijn openbaring. Voor we Rom. 13 bij het probleem Indonesië betrekken zouden we eerst eens helderheid moeten hebben over heel het complex vragen dat opgeworpen wordt door het, probleem kolonie. Is een koloniale heerschappij, duidelijker gezegd: is de heerschappij van het ene volk over het andere te denken met wat Rom. 13 leert over de overheid? Zijn hier niet fundamenteel andere verhoudingen? We kunnen ons niet zonder meer verschuilen achter het formeel staatsrechtelijke argument van de de jure sóuvereiniteit van Nederland. Herstel van het Nederlandse gezag betekende ipso facto en kon niet anders betekenen dan, althans tijdelijke voorlopige her-oprichting van de koloniale verhouding. Als men die overheersing gezag noemt, en dan zegt: gezag is gezag en gezag déó,r heeft de taak de chaos af te weren, dan hebben zij gelijk die er aan toe voegen: en rebel is rebel! Hebben we in de koloniale overheersing werkelijk te doen met de rechte staat?

Natuurlijk zouden we op al deze problemen veel dieper moeten ingaan, dan ik het hier kan doen. Ze zijn op de bijeenkomst van de P.C.W. nauwelijks aan de orde geweest, hoewel ze juist in het probleem Indonesië 2:0 ontzaglijk actueel geworden zijn. Men gaat er met een paar dooddoeners aan voorbij.

Ook in de P.C.W. was in werkelijkheid schijn noch schaduw aanwezig van een waarachtig christelijk bijbels critisch politiek gesprek. Alleen maar onder christelijke naam een verdediging van een politieke feitelijkheid.

In de huivering, die ons, in de rechte kennis en vreze Gods, met de rechtvaardigen uit de Heilige Schrift moet aangrijpen tegen.- over. elke losbarsting van geweld, moet ik alles wat rondom de kwestie Indonesië gezegd wordt als nutteloos gepraat ken, nu boven Java vliegtuigen ronkten, de kanonnen bulderden en de doden op de velden vielen en men hardnekkig weigert zich er rekenschap van te geven, wat geweid is. L. NIEUWPOORT