is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 45, 16-08-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET PARTIJLID

Het bericht van. iemand, die ik hoge achting toedraag, over het bedanken als iid van de Partij van de Arbeid vanwege de goedkeuring, die de Partij heeft gehecht aan de beslissingen van de ministerraad, brengt mij ertoe nog eens na te gaan, wat het betekent, lid van de Partij te zijn.

Een studie over het lidmaatschap ener Nederlandse politieke partij is nog' niet geschreven bij mijn weten. Het zou een zéér interessant boek zijn. Want op een tekenende wijze zouden de aard èn de verschillen in het volk aaji het licht treden. Wij zouden merken, dat het lidmaatschap ener. partij in gewicht voor de betrokkene sterk verschilt, naar gelang de hoek, waar men in verkeert. Voor een Rooms-Katholiek betekent het lidmaatschap van de K.V.P. niet meer, dan een betuiging van aandacht voor de politieke sector van zijn R.-katholieke levenskring. Voor de Anti-Revolutiopnair ligt het anders, omdat hij een pretentie ophoudt, die niét door allen, die met hem leven willen uit het erfgoed van Calvijn, aanvaard wordt. Dit geeft zijn politieke keuze een feller accent. De Christelijk-Historicus verzet, zich tegen de totaliteitsaanspraken van het Kuyperianisme, maar komt van de grondlijnen ervan tóch niet los. Hij leeft in een kring, waar de politieke vormgeving minder dan bij de gereformeerden een onmiddellijke geloofsopdracht is, en ook minder rechtlijnig wordt gehanteerd. Het gevolg zal zijn, dat de felheid geringer is en dus de organisatorische band losser.

De Partij van de Vrijheid, wortelend in het burgerlijke en liberale denken, zal vooral te maken hebben met mensen, die bewustindividualistisch zijn. Vandaar de onmogelijkheid om een massa-organisatie te vormen, vandaar ook, dat een liberaal, voorstander van Linggadjati, de voortreffelijkheid van de Partij van de Vrijheid roemde, omdat beide standpunten mogelijk waren in één verband.

De Communisten zijn het meest een gesloten front. De eigenaardige opvatting van democratie, n.l. dat een meerderheidsbesluit waarheid voortbrengt, maakt, dat men in die kringen de discipline hoogstelt. Een zaak, die eenmaal uitgemaakt is, moet door de partijleden ook beleden en uitgedragen worden. Op deze wijze zal de Communistische Partij in sterke mate beslag op haar leden leggen en zullen achter de schermen steeds conflicten broeien. Deze binding heeft een bijkans religieus karakter.

Hiertussen beweegt zich de Partij van de Arbeid. Zij is jong, al draagt zij de traditie van de S.D.A.P. óók mede. Zij heeft voor haar leden niet steeds dezelfde betekenis. En deze verschillende betekenissen zijn binnen haar ruimte ogk mogelijk.

Voor vele vroegere S.D.A.P.|,ers wie goed rekent, kan weten, dat nog niet de helft van de leden van de huidige Partij v. d. Arbeid tot de S.D.A.P. behoord heeft is zij de organisatie, die macht heeft 'over de vertegenwoordigers. Men zal zich herinneren, dat dit vroeger al een punt van strijd was. Soms ging men daarin zéér ver, zoals in de Leidse afdeling in mijn studententijd, waar enige vergaderingen van leden een veertig van de duizend belegd werden om de gemeente-begroting te behandelen. Op deze wijze kregen de gemeenteraadsleden een soort instructie.

Ik acht deze visie onjuist. Democratie ejst delegatie van bevoegdheden. Raadsleden en ook Kamerleden ontvangen het mandaat van het volk, van de kiezers, en hun lid-

maatschap van een partij bindt hen aan een bepaald program en een bepaalde lijn. Maar zodra zij in functie zijn, handelen zij op eigen verantwoordelijkheid, al kan achteraf op bepaalde daden critiek uitgeoefend worden.

Het lidmaatschap van de Partij neemt men aan op grond van het program en omdat men een bepaalde strekking in het politieke leven wil steunen. Steunen door deelneming aan het gesprek, aan allerlei beslissingen. Het lidmaatschap is een vrijwillige binding. Het is een uiting van solidariteit en het is ook een getuigenis. Het is bovendien een blijk van deelneming aan het politieke leven in zijn geheel en van de hoge waardering, die men voor de politiek als zodanig heeft.

Dit geldt voor alle politieke partijen, maar elke partij zal dit op eigene wijze moeten uitwerken. De Partij van de Arbeid kan niet meer, zoals in de eerste decenniën van de S.D.A.P., een gesloten blok willen zijn, (de S.D.A.P. is het in feite nooit geweest)

waarin de bindingen zo sterk zijn, dat er een bepaald „type” ontstaat, strijdv§,ardig in alle opzichten, fel, steeds „principieel”, m'aar daardoor ook geïsoleerd en spoedig aan het eind van haar werfkracht. De Partij van de Arbeid kan evenmin een los verband zijn van groepen en mensen, die door vage' algemeenheden bij elkaar gehouden worden, om op beslissende ogenblikken een gespleten beeld te geven. De Partij moet zijn een politiek orgaan, dat een stevige grondslag heeft, en waarin de •grote beslissingen, die genomen moeten worden, diep en grondig en vooral democratisch moeten worden doorgesproken. Daarbij zal er ruimte moeten blijven voor afwijkende meningen maar daarbij zal men elkander toch steeds blijven vasthouden.

Ik meen, dat de Partij zich ook in die ‘richting beweegt. Tot mijn vreugde is het aantal bedankjes naar aanleiding van de Indonesische kwestie uiterst gering. Mij dunkt: ook voor de partij-leiding verras-

<f vacantie zoals er maar weinige geweest zijn. ledere dag stralende zonneschijn. Tegen de middag wat dreigende onweerswolken, die zich echter nooit ontlaadden en bij het ondergaan der zon weer oplosten of overdreven. De avond viel vredig over het wijde land en voorspelde een warme nieuwe dag. Zo stel je je een vacantie voor en zo was het iedere dag weer, volle veertien dagen lang. lets van zo’n stille vredige avond is in deze foto weergegeven. De niet meer felle zon weet nog gouden randen te toveren aan de schaarse en verspreide wolken. De bomengroep is reeds in een , beginnend nachtelijk duister gehuld. Het matgouden licht der ondergaande zon vindt nog zijn weerschijn in de enkele korenschoof her- en derwaarts verspreid over de uitgestrekte Renkumse hei.

September 1944. Honderden geallieerde vliegtuigen lg.ten hier hun X glijders los, duizenden Engelse parachutiéten springen omlaag op de uitgestrekte Renkumse heide. Reeds vijf minuten na de eerste landing nog

voor de hel losbreekt, worden de eerste gewonde Engelsen, met verstuikte enkels bij de boeren binnengebracht. Als het krijgsrumoer verstomd is, is er van het toeristendorpje Renkum en zijn landelijke omgeving weinig over. Nu, na iwee jaar, als wij vacantiegangers, er eerst zorgeloos doorheen wandelen, grijpt ineens bij het zien van die afgeknotte kerktoren, die winkels met cellophaan-ramen, die bakkersovens, daar zinloos te midden der ruines, de ontzetting ons naar de keel.

Wat een angst, iaat een ellende en verdriet moeten hier in die ontzettende Septemberdagen hebben geheerst. -En dat is het beschamende wat is hier weinig gedaan om althans de stoffelijke resten van die ellende op te ruimen. Alleen de natuur heeft zich ogenschijnlijk hersteld. Want de vreemdeling, die hier aan de rand van de Veluwe van een prachtige zomeravond geniet, ziet slechts een vredig uitgestrekt landschap, dat zich oplost in de einder. M. K.