is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 46, 23-08-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weid te beheersen in die zin, dat het gehouden wordt in overeenstemming met het doei waarvoor het wordt aangewend. Het geweid is inderdaad geen schoothondje, maar het is evenmin altijd het wilde beest waarvoor Ds. Nieuwpoorthet houdt. Bovendien houdt Ds. Nieuwpoort er in het geheel geen rekening mee dat het hier ging om de vraag of tegenover het geweid van de republiek van onze kant geweid mocht worden gesteld.

Ds. Nieuwpoort spreekt in profetische toon en hij wordt gedreven door zedeiijke verontwaardiging. Ik ben alleen dan bereid mij daarvoor te buigen, indien hij mij er van overtuigt, dat die toon en die verontwaardiging legitiem zijn. En als hij dat doen wil, zal hij op zakelijk niveau moeten discussiëren. Daar is helaas geen ontkomen aan. Maar niet alleen de wijze waarop hij Bijbelse gegevens hanteert, bestrijd ik, ik heb ook bezwaar tegen zijn waardering van de feiten.

Als hij zegt: „Wij kunnen ons niet zonder meer verschuilen achter het formeel staatsrechtelijke argument van de de iure souvereiniteit van Nederland. Herstel van het Nederlands gezag betekende ipso facto .en kon niet anders betekenen dan althans tijdelijke voorlopige heroprichting van de koioniale verhouding”, moet ik daartegen opkomen. In de eerste plaats is de souvereiniteit de iure geen formeel staatsrechtelijk argument. Het is een realiteit, die in formeel staatsrechtelijke termen is uitgedrukt. Die realiteit is, dat Nederland hoe men het ook keert of wendt op het Ogenblik nog verantwoordelijkheid in Indonesië heeft. In de tweede plaats is het niet juist, dat herstel van het Nederlandse gezag een tijdelijke en voorlopige heroprichting yan de koloniale verhouding moet -betekenen. Indien men te goeder trouw de liquidatie van de koloniale verhouding begint, betekent het het scheppen 'van de voorwaarden om langs ordelijke weg daartoe te geraken. Bovendien gaat het niet om het herstel van het Nederlandse gezag zonder meer. Dat men werkt met de tegenstelling tussen de souvereiniteit de iure van Nederland en het de facto gezag van de republiek en ge-

noodzaakt is daarmee te werken, bewijst juist dat het gaat om het vinden van een vorm voor de overgang van de koloniale verhouding naar zelfstandigheid.

En als Ds. Nieuwpoort de eenheid van Nederland en Indonesië fictief noemt, heeft hij ook maar ten dele gelijk. Er bestaat altijd nog een feitelijke band tussen Nederland en Indonesië, zelfs tussen Nederland en de republiek. De crisis waarin de verhouding Nederland en Indonesië zich bevindt, kan er op uitlopen, dat de band totaal verbroken wordt, zij kan ook tengevolge hebben, dat de band in nieuwe vormen wordt bestendigd. Ds. Nieuwpoort veriangt dat hem duidelijk

gemaakt wordt, dat de regering zich door heel haar Indonesische politiek niet in deze dwangpositie gebracht of heeft laten brengen. Dat is een volstrekt onredelijk verlangen. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt, van beide kanten. En het is heel goed mogelijk, ja zelfs hoogst waarschijnlijk, dat wanneer die fouten niet waren gemaakt, deze catastrofale ontwikkeling had kunnen worden voorkomen. Maar zelfs als de Indonesische politiek volmaakt fout was geweest, dan nog kan ik als de dwangpositie zich voordoet mij niet van de zaak afmaken door te zeggen: „gij hadt dat kunnen en moeten voorkomen”, maar ben ik tot handelen en beslissen geroepen in de situatie zoals zij eenmaal ligt. Wie dat niet wil, doet beter zich buiten de politiek te houden, omdat men in de poiitiek voor die gevallen onophoudelijk komt te staan. Het gaat er niet om of de dwangpositie te vermijden was geweest, maar hierom, hoe gegeven die dwangpositie, moest worden gehandeld. Ds. Nieuwpoort wil verder duidelijk gemaakt zien of wij ons aan de dwangpositie niet hadden kunnen onttrekken door één of desnoods twee, drie stappen terug te doen. Natuurlijk was dat mogelijk geweest. Wij hadden de hele zaak aan arbitrage kunnen onderwerpen, wij hadden ook volledig kunnen toegeven aan de republiek. Maar hef is niet belangrijk of dit mogelijk was geweest, maar of het verantwoord zou zijn geweest. En dan zeg ik neen en ik meen dat ik daarbij de principiële overwegingen niet uitschakel. Wij dienen de nationalistische beweging er niet mee als wij haar revolutie laten uitvieren maar wel als wij haar helpen de weg van een ordelijke ontwikkeling weer terug te vinden.

Ik raak hier dingen aan waar ontzaglijk veel aan vast zit en waarop ik thans niet verder kan ingaan. Dingen ook, waarover men, ik erken dat graag, verschillend kan denken. Maar er is veel gewonnen wanneer wij gaan inzien, dat de vragen, die hier rijzen, benauwend .gecompliceerd zijn. Het besef daarvan mis ik in het betoog van Ds. Nieuwpoort te zeer. G. E. VAN WALSUM.

VINCENT VAN GOGH. MIDDAGRUST IN DE OOG S,T TIJD. SCHILDERIJ 188 9^

VAN PAGINA 3

tie en op grond daarvan gaat dan ook personalistisch socialisme dieper dan democratisch socialisme, tenzij men onder democratie iets anders wil verstaan dan een staatkundige manier van doen. Personalisme heeft n.l. niet alleen betekenis voor de staatkunde, maar voor de gèhele existentie van de mens. Het is een levenshouding, die recht staat tegenover enerzijds de individualistische levenshouding zoals die in het kapitalisme tot volle glorie is gekomen, maar anderzijds tegenover elke collectivistische levenshouding, of deze nu genoemd wordt Fascistisch, Amerikanistisch of Communistisch. Want in zowel de individualistische als de collectivistische levenshouding wordt de mens ontluisterd. In de individualistische levenshouding ontneemt men hem zijn verantwoordelijkheid tegenover de naaste en de gemeenschap. In de collectivistische wordt hij tot een nummer zonder verantwoordelijkheid. En juist deze drieledige verantwoordelijkheid wil de personalist de mens inprenten.

Nu kan men natuurlijk schokschouderend zijn weg vervolgen en opmerken: „of je nu voor het éne of het andeTe utopistische systeem bent, helpen doet het toch niet!” Maar er is één groot verschil. Dit systeem het is eigenlijk geen systeem, want daar

is het alles te simpel voor, gelukkig deze manier van leven sluit aan bij de boze werkelijkheid, waarin wij ons als mensen bevinden. Het gaat uit van de mens in zijn gebrokenheid en het vraagt van die mens niet te veei. Alleen op die grond meen ik, dat dit systeem, dat geen systeem is en wii zijn op straffe van utopisch te worden een kans» maakt om de W. Europese samenleving te leiden. Ook al, omdat dit personalisme in zich sluit de gedachte van het geestelijk federalisme, waarbij gebroken wordt met elke valse eenheidsgedachte en de kracht gezocht wordt in een eendracht en samen doen, wat kè,n, terwijl datgene wat op grond van godsdienstige, zedelijke of levensbeschouwelijke overtuiging afzonderlijk moet geschieden dan ook apart geschiedt. *

Als ik mij niet vergis is dit ook de gedachte, die leeft bij de helaas overleden Karl Mannheim, als hij spreekt over „the planning for freedom”. Het gaat om een maatschappelijke ordening, waarin de menselijke verantwoordelijkheid zich in volle vrijheid kan openbaren. Het individualisme kent alleen de vrijheid, het collectivisme alleen de slavernij ener ordening, het personalisme wil een ordening ten behoeve van de vrijheid. Drs. J. G. v. d. PLOEG.