is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 49, 13-09-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

{na

Nu ik mijn taak als lid van de redactie van dit weekblad aanvang, had ik te kiezen tussen twee mogelijkheden: ik kon geruisloos gaan meewerken of voor dit nieuwe begin speciaal de aandacht vragen. Ik had het liefste het eerste gedaan. Niet alleen uit overwegingen van bescheidenheid, maar vooral omdat de practijk zal moeten uitwijzen of dit nieuwe begin van betekenis zal zijn. Ik koos echter het laatste, omdat mijn toetreden tot de redactie zijn oorzaak vindt in het feit, dat ,„Tijd en Taak” van nu af aan tevens het orgaan van de Protestants Christelijke Werkgemeenschap uit de Partij van de Arbeid is geworden. Het stond voor ons van de aanvang af vast, dat de Werkgemeenschap de beschikking moest hebben over een orgaan, dat een uitingsmogelijkheid biedt voor wat in onze kring leeft en dat de band tussen onze leden kan versterken. Wij stellen het op hoge prijs, dat „Tijd en Taak” ons deze mogelijkheid heeft willen bieden en ons daardoor heeft afgeholpen van de noodzaak om het aantal periodieken nog weer met één te vermeerderen. Wij beseffen, dat dit zoal niet een verandering van het karakter van dit weekblad, dan toch een wijziging van de opzet betekent, die voor degenen, die aan de traditie van dit blad zijn gehecht, bezwaren kan hebben. Aan de andere kant zou een geheel eigen orgaan voor de Werkgemeenschap in bepaalde opzichten wellicht grotere mogelijkheden hebben geboden.

Intussen beginnen wij deze samenwerking met groot vertrouwen en goede verwachtingen. Het is een gebeurtenis van vérstrekkende betekenis geweest, dat de niewe opzet, die in de Partij van de Arbeid zijn concretisering heeft gevonden, voor velen, die daarvan tot dusver afziidig waren gebleven, de weg naar het socialisme heeft geopend. En het is nog belangrijker.

dat de ervaringen, die zij totdusver in de Partij hebben opgedaan, hen hebben versterkt .in de overtuiging, dat de stap, die zij toen hebben gedaan, juist is geweest. In de kring van hun geloofsgenoten ontmoeten zij nog herhaaldelijk de houding, dat zij toch eigenlijk in de Partij van de Arbeid niet thuis horen. Men weigert eenvoudig aan te nemen, dat zij zich daar op hun plaats zouden kunnen voelen. Aan ons de taak dit misverstand te bestrijden en hen voor het democratische socialisme te winnen. Daarbij wil „Tijd en Taak” ons helpen.

De Partij van de Arbeid erkent blijkens haar beginselprogram het innig verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht. Deze uitspraak is van het grootste gewicht, omdat zij radicaal opruimt de voornaamste belemmering voor vele christenen om de zaak van het socialisme tot de hunne te maken.-Maar de Partij laat het niet bij deze erkenning, hoe belangrijk deze op zichzelf reeds is. Zij spreekt tevens uit, het in haar leden te waarderen als zij dit verband ook in hun arbeid voor. de Partij duidelijk doen blijken. Daarin ligt de verklaring en de rechtvaardiging van de samenwerking, die thans in „Tijd en Taak” wordt begonnen. Samenwerking tussen oude en nieuwe socialisten, die zich behalve door overeenstemming in politiek inzicht verbonden weten door hun gemeenschappelijke christelijke levensovertuiging.

Moge deze samenwerking bijdragen tot de verdieping en verrijking van het geheel der socialistische gedachte en beweging, waarvan het beginselprogram spreekt als het verklaart, waarom de Partij binnen haar organisatie gelegenheid geèft tot het oprichten van werkgemeenschappen op. de grondslag van de levensovertuiging. V. W.

Nederland in de Waagschaal

In het Septembernummer van „Wending” staat een artikel van prof. Kraemer, waarin hij zijn visie op het gebeuren in Indonesië geeft.

Naar dit artikel hebben wij al weken lang uitgezien. Het verbaasde en speet ons, dat 1 prof. Kraemer tot nog toe zweeg. Hij is in 1 kerkelijke kring een man. van gezag. Maar i ook de niet-kerkelijke wereld luistert naar ] hem. En hij kent Indonesië en het Indone- : sische nationalisme zijn wezen en zijn ! geschiedenis door en door. Met vele ’ leidende figuren der Indonesische vrijheids- ] beweging heeft hij persoonlijk contact ■gehad. De vraagstukken van het Verre i Oosten zijn voor hem al vele jaren voor- ] werp van diepgaande studie. Prof. Kraemer ] is een geleerde van wereidreputatie en ( zendingsman. ]

Waarom hij tot nog toe zweeg, weten wij ( niet. Daar heeft hij natuurlijk zijn redenen ] voor gehad. Maar nu heeft hij in elk geval 1 gesproken en hij deed het op de wijze, { waarop wij dit van hem gewend zijn: recht <

doende aan alle gegevens, het vraagstuk in groot verband plaatsend, rekening houdend met de situatie in het Verre Oosten, in een sterk besef van de verantwoordelijkheid van ons volk en vooral van hen, die zich Christenen neemen.

Nederland ligt voor de ogen der gehele wereld in de waagschaal, terwijl ons volk nog nooit zo diep verscheurd is geweest in zijn oordelen en partijkiezen als thans het geval is. Het is een volstrekt tomeloze verdeeldheid: ons volk is verdeeld, onze Kerk is verdeeld, ons gezin is verdeeld. Wij verstaan elkaar niet meer, en, wat erger is, wij willen elkaar ook niet meer verstaan. In feite heerst er naar aanleiding van de Indonesische kwestie een (voorlopig nog) onbloedige burgeroorlog in ons land. De partijen behandelen elkaar als vijanden en niet als tegenstanders.

Dit behoeft ons, zegt prof. Kraemer, niet te verwonderen, daar wij voor het moeilijke ge Val staan van een Gordiaanse knoop, die doorhakken zonder catastrophale gevolgen

niet veelt en toch snelle ontwarring eist. Het deprimerende is echter, dat ons volk het vermogen niet kan vinden om in overeenstemming met de massieve wereldhistorische factoren, die het gebeuren bepalen, te handelen. • •

De politieke crisis van groot formaat eist een morele daad.

In dit geval bestaat voor het Nederlandse volk die morele daad in de zelfoverwinning. In deze zin ligt Nederland in de waagschaal en onder dit gezichtspunt wil prof. Kraemer de Indonesische kwestie bezien. Alle vertroetelend zelfbeklag en zelfrechtvaardiging zijn niet terzake.

Van Nederland als meest ervaren partner wordt geëist, uit beginsel en van harte mee te werken aan en te strijden voor de totstandkoming van een vrij Indonesië, dat zich uit eigen kracht kan ontwikkelen tot een welvarende en souvereine rechtsstaat, in ware vrijwilligheid samenwerkend en .verbonden met Nederland, zonder dat wij van Indonesië kunnen verwachten, dat het een overeenkomstige openheid heeft voor het geestelijk en materieel belang van Nederland.

De overeenkomst van Linggadjati is schijn, wanneer deze eis niet bereidwillig aanvaard wordt.

Misschien vinden velen het onredelijk, dat dit gebeuren moet, onafhankelijk van een zelfde openheid voor onze belangen bij Indonesië. Maar dit is de stof, waarmee wij te werken hebben. En het kan voor ons besef minder onredelijk worden, wanneer wij er aan denken, dat Indonesië enige eeuwen lang het voorwerp is geweest van Nederlandse eigenbaat.

Wij zullen, om de rechte houding te vinden, moeten erkennen, dat in en door onze verwarde, goedbedoelde, kwade en schuldige daden heen een elementair gebeuren plaats grijpt, waarin zich hogere beslissingen, en gerichten, voltrekken.

Het besluit tot militair optreden tegen de Republiek op 20 Juli 1947 is de allesbeheersende factor van de momentele situatie. Volgens prof. Kraemer is door dat besluit niet alleen de toestand gewijzigd, maar ook de stand van het Indonesische vraagstuk. Het is voor hem duidelijk, dat de regering dit besluit genomen heeft met groot innerlijk weerstreven en in de eerlijke overtuiging, dat er geen andere uitweg meer was dan deze noodsprong.

Het is voor hem ook evident, dat de regering haar besluit eerlijk als een politionele actie bedoelde en niets met een koloniale oorlog te maken wilde hebben.

Het is voor hem al verder duidelijk, dat het gedrag van de Republiek er belangrijk toe heeft bijgedragen, de Nederlandse regering in deze noodpositie te brengen. Prof. Kraemer wijst er echter op, zoals wij het reeds vele malen deden, dat het in de politiek niet de kwaliteit der bedoelingen, maar de objectieve betekenis van de daad en haar uitwerking is, die beslist. Het oordeel over de juistheid of onjuistheid van een daad moet daardoor Jiepaald worden. In de politiek rechtvaardigen goede bedoelingen nooit een onjuiste daad.

De regering had een keuze gedaan: de radicale likwidatie der koloniale verhouding.

Geplaatst in het licht van die keuze, is het besluit van 20 Juli, hoe weerstrevend en met welke goede bedoelingen ook genomen, naar het oordeel van prof. Kraemer een fataal besluit geweest.

De grote waan was, dat het een oplossing zou brengen, terwijl het, gezien de ligging der dingen in Azië, het tegendeel van een oplossing was en is.

Het kan waar zijn, dat de economische en