is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 1, 21-09-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

;den Heer behoort de aarde eii haar i volheid. Psalm 24 ;1 /

en Taah

' ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL IJ KE WERKGEMEENSCHAP

No. 1 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van De Blijde Wereld « Redactie Prof. Dr. W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr, Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam»Z. Tel. 24386

-sm-, Ahonn.hgvooTuithet.per,aaTfB 00. halfjaar f 4.2 i, kwart, f 2 }0 plat fO. l i tmasso. Losse nrs fO! i. Po,tg 21876. Gem jtro VAiOO. Adm NV. De Arhetderspers. Hekeheld n. A'dam G

kmis aan grootheid in onze politiek

Het schijnt, dat een mededeling der republikeinse leiders van Indonesië onopgemerkt blijft, althans naar haar wezenlijke betekenis niet verstaan: de verklaring van Soekamo en Sjarifoeddin, om opnieuw met de Nederlanders om een tafel te gaan zitten op de Grondslag van Linggadjati. Ik ben realist genoeg, om ook deze verklaring te zien als een moment in het politieke spel, dat wil dus zeggen: in de gegeven machtsverhoudingen. De Indonesiërs begrijpen, dat het internationaal niet anders kêin, en dus steken zij opnieuw de hand uit. Men kan dit feit met een zeker genoegen constateren, en dan overgaan tot de orde van de dag

Ik meen echter, dat er andere kanten aan het geval zitten, die ons in Nederland raken. Het bovengememoreerde bericht heeft mij, toen ik het las, met schaamte doen vragen: waarom was onze Regering niet de eerste, die in de nieuwe situatie de hand toestak aan de republikeinse leiders? Zij was het, die op 20 Juli haar vrijheid van handelen nam; zij was het, die de politionele actie beval; zij was het, die ook de best-vnllenden onder de Indonesische leiders diep griefde en van zich vervreemdde het ware een daad geweest van zedelijke grootheid, die een element van verzoening in zich zou hebben gedragen, indien onze Regering zich tot de Indonesiërs zou hebben gericht met de boodschap: wij zijn bereid, opnieuw met u te praten en te handelen. Onze Regering deed dit niet; zij wacht af, tot de commissie van drie zal zijn gevormd, en die het initiatief, neemt. Stellig, dan zal zij meedoen; ik neem onvoorwaardelijk aan: dan zal zij Linggadjati opnieuw trachten te verwerkelijken. Ik zeg slechts: zij heeft de kans tot een verzoenend gebaar voorbij laten gaan. En dat is diep te betreuren.

Of ik de motieven van dit niet-handelen niet begrijp? Zij liggen voor de hand, en behoeven niet te worden herhaald. Zij zijn op een bepaald vlak ook aanvaardbaar en zelfs respectabel. Alleen: zij zijn niet groot.

niet scheppend, niet bevrijdend. De dingen liggen nu eenmaal*zo, dat wij er met alleen-politiek niet komen: er moeten muren van wantrouwen geslecht, er moeten wonden geheeld, er moet door afkeer en haat worden beengebreken tot verzoening. Zonder de volle aandacht voor deze geestelijke kant blijft de politiek zonder uitzicht, zonder bevrijding.

Het feit staat overigens niet alleen: er zijn uit de wereldpolitiek van heden voorbeelden te over aan te halen, die eenzelfde geestelijke onmacht openbaren. Daarom zóu het onbillijk zijn, om speciaal onze Nederlandse regeerders een verwijt te maken. Het algemene verschijnsel n.l. is, dat de politiek zo volstrekt in dienst staat van de reële machtsverhoudingen, zich zo volledig afspeelt in de naturalistische sfeer, dat daardoor elke bevrijdende inspiratie, elke bevrijdende zedelijke visie sterven moet. Men versta mij wel: politiek móét zijn een strijd om macht; de politicus van een of ander land móét opkomen voor de nuchtere zakelijke, wil men: naakte, egoïstische belangen van dat land het is een waarheid, die door de geschiedenis der politiek voortdurend wordt bevestigd. Een cultuur, een volk echter, die in de politiek niets anders zien dan bescherming of verovering van machtsposities, die bewust de band met zedelijke en religieuze idealen loslaten, snijden daarmee tevens de band met de vrijheid af. Ook de politieke daden moeten geleid worden door waardebesef; het handhaven van macht moet blijven dienst aan recht en gerechtigheid.

Nu zouden dunkt mij de „goede” politici waaronder ik hen versta, die hun leven willen wijden aan de strijd voor sociale en geestelijke vrijheid in internationaal verband volkomen terecht zich tot de geestelijke leiders der volkeren kunnen richten met het verwijt: gij vooral zijt schuldig aan de armoede, de vervlakking, de ontaarding van het politieke leven. Want gij houdt in de ziel der volkeren niet brandende de diepe verantwoordelijkheid

voor het leven op aarde, gij voedt niet het vuur der solidariteit en onbaatzuchtigheid ook op sociaal en politiek terrein... Inderdaad: indien het politieke en het geestelijke leven zo smartelijk ver uit elkaar zijn komen te liggen, indien het huidige politieke leven zo zelden een daad van grootmoedigheid en verzoeningsgezindheid laat zien, dan mag men dit feit het éérst verwijten aan de geestelijke leiders der volkeren. In Europa en Nederland: ook aan de leiders der kerken.

Nu wordt er, Goddank, zowel door politici als door Christendenkers, geleden aan de huidige situatie. Het besef, dat wij zijn vastgelopen, of: dat wij wellicht nog een keuze hebben, maar dat de kracht om te kiezen aan de vermoeide volkeren van Europa ontbreekt, mag niet het laatste woord hebben: daarvoor is er over de hele aarde een te diep menselijk leed, waarvoor wij mede verantwoordelijk zijn. In de Oekumenische beweging is een proces aan de gang, dat wellicht een nieuw begin kan betekenen: de poging om politici en Christendenkers tot gemeenschapelijke arbeid samen te brengen, opdat een verantwoorde, bevrijdende visie op het wereldleven worde gegeven en het Christendom het zijne bij draagt tot de oplossing van de concrete sociale en politieke vraagstukken. Zij, die hun leven voeden uit het Evangelie, behoren te weten, dat zij voor dit voedsel moeten betalen met een leven van dienst. Zij zijn de dragers niet van een of ander menselijk ideaal, maar van een leven, dat eenheid, verzoening, broederlijke gemeenschap sticht overal waar het wortel schiet. Om te blijven bij het voorbeeld, dat mij aanleiding werd tot dit artikel: de verzoening met Indonesië moet tot' stand komen. Zij kan alléén komen op een plan, dat dieper ligt dan dat van politiek prestige, politieke macht of economische belangen. En zij moet mede worden gewild door de politici, de leiders van het bedrijfsleven, de ambtenaren enz. Zij is in wezen een geestelijke taak, en daartoe moeten materiële middelen en mensen die ze hanteren, leren dienen. Zo alleen komen we uit de posities waarin we vastgeiopen zijn. Daartoe hebben wij onze politieke leiders in volle overgave te steunen — óók met de critiek onzer principiële visie. W. B.