is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 1, 21-09-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een woord tot de Christenen in Nederland

Aan het einde van zijn magistraal en instructief artikel spreekt prof. Kraemer als belijdend lid van de christelijke kerk. Niet alleen ons volk, maar ook onze kerk heeft iets te maken met de Indonesische kwestie. Hoe is het oordeel van de christenen in Nederland?

Het meest ontstellende feit in deze tijd is volgens prof. Kraemer, dat speciaal wan christelijke zijde zo opzienbarend fef en verbeten wordt geschreven en gesproken. De regering had bij het ontketenen van de militaire actie ongetwijfeld een innerlijke tegenstand te overwinnen. Bij de christelijke partijen en bij hen, die onder hun invloed staan, merkt men daarvan weinig of niets. Men was verheugd, toen op 20 Juli het militaire apparaat werd ingezet. Men kan zeggen, dat dit begrijpelijk is, omdat de christelijke partijen voor alles het Nederlands gezag erkend en hersteld wilden zien. De herleiding van het Indonesisch probleem tot de kwestie van het gezagsbeginsel als goddelijke norm vindt haar oorsprong in een ernstige overtuiging. Prof. Kraemer ontkent dat niet. Hij wordt echter voortdurend getroffen door het feit, dat er nooit behoefte blijkt te bestaan, de harten en de gewetens er voor open te houden, dat zich onder hooghouding van het gezagsbeginsel zo gemakkelijk de armoe der geboren instincten van nationale trots, machtsbegeerte, economische belangen en voortzetting der koloniale verhouding kunnen verschuilen en de feitelijke leiding hebben. Vooral zij, die diep overtuigd zijn van de zonde en arglistigheid van het menselijk hart, behoren voor deze gevaren een open oog te hebben en hen te ontmaskeren. Van dit alles,- waarin partijen, die zich zo massief beroepen op de gehoorzaamheid aan God en Zijn wet, blijkt zelden of niets. Tegenstanders moeten verslagen worden, ideeën er in gehamerd.

Prof. Kraemer spreekt dit felle oordeel uit: de felheid en wereldse ongebrokenheid en ongeremdheid, waarmee dit geschiedt, herinnert vaak pijnlijk aan de blijkbaar innerlijke ongeremdheid, waarmee natianaalsocialisten en communisten hun tegenstanders verslaan en hun ideeën er in hameren. Deze profetische gevoeligheid en scherpziendheid laat men meestal over aan humanisten, die merkwaardigerwijze niet zo diep overtuigd zijn van de zondigheid en arglistigheid van het menselijk hart. De critische vraag moet gesteld worden, of het hooghouden van onze beginselen en het gelijkstellen daarvan met gehoorzaamheid aan God, niet gemakkelijk in het gevaar van afgoderij doet vervallen, waardoor de souvereiniteit van de levende God in feite wordt ontvlucht.

De Verenigde Zendingscorporaties hebben gezegd, dat het gebeuren in Indonesië de christenen in ons volk belast met de schuld, dat zij niet in staat zijn geweest in de onderhandelingen de Geest van Christus leiding te laten geven.

Prof. Kraemer noemt dit een echt christelijk woord. De actie, door de christelijke partijen gevoerd, laat echter totaal niets blijken van zorg of droefheid hierover. Prof. Kraemer zegt dit niet, om de christelijke partijen en de door die partijen beïnvloeden als verachtelijke politieke tegenstanders te lijf te gaan, maar om hen, die

hij over alle verschillen van politiek inzicht heen als medechristenen aanspreekt, te bezweren, toch te bedenken wat zij doen door al maar het vuur der verbittering tegen Indonesië en de Indonesiërs aan te wakker,en. Een vuur, dat onmogelijk verdragelijk is met de Geest van Christus en met het christelijk geloof, maar alleen gevoed kan worden door gewond nationaal zelfbewustzijn.

Wij zijn belijders van de God, die in de geschiedenis werkt. Daarom moeten wij niet in de eerste en enige plaats over historische rechten en souvereiniteits-rechten spreken, maar, belijdende, dat ook in het tegenwoordige wereldgebeuren God werkt, de vraag stellen, of God soms bezig is door dit harde gebeuren Nederland op een nieuwe weg te voeren Het is voor een christen toch geen onnatuurlijke vraag of God soms ook bezig is Indonesië door alle verwarde gebeuren heen als bezit en recht aan ons te ontnemen, om er ons, mits wij dat verstaan en er ernst mee maken, een nieuwe plaats te geven of het ons anders verdiend te ontnemen. God kan zich ook van Soekarno’s en moeilijk handelbare Republikeinen bedienen, om ons volk nieuwe wegen te leren, waarop een mogelijkheid gevonden wordt op enigszins christelijker wijze met elkaar te leven dan onder koloniaal bestel mogelijk was. Is in de kringen der christelijke partijen wel ooit de bezorgde vraag opgekomen of hun haat en Rechthaberei opwekkend spreken en schrijven wel bestaanbaar is bij het Kruis van Christus en wellicht ook de harten tegen God spreken in de geschiedenis van het heden dichtsluit en ons gevoelig maakt voor Zijn wenken nieuwe wegen te gaan? Heeft men zich nooit door de angst voelen besluipen of men door de zuiver wereldse beoordeling van het gebeuren sinds 1945 alles wordt immers in de sfeer van macht en rechten bezien het christeijk volksdeel van de diepere stemmen, die het Evangelie ook voor deze gebieden heeft, afleidt en ons volk het vermoeden van een „uitnemender weg” verspert? Het lijkt van niet en dat is ontstellend.

Zonder zelfoverwinning ten aanzien van zijn natuurlijke instincten zal ons volk in deze grote crisis niet tot een oplossing kunnen geraken. Het normaalste zou zijn, als juist christelijke organen en partijen daarin wegwijzend waren. Zij zijn echter de wegwijzers bij uitnemendheid naar -een verbeten zelfhandhaving, die nooit christelijk kan zijn en politiek tot steriliteit voert.

Wij zijn het van heler harte met prof. Kraemer eens, wanneer hij schrijft: dit moet eens gezegd worden als het woord van een christen tot zijn medechristeh,en.

Het is een hard en fel woord, maar het is nodig, dat dit woord gesproken werd en dat het prof. Kramer is, die het spreekt, doet ons hopen, dat er in de christelijke partijen zullen zijn, die, hoe moeilijk het hun ook valt, bereid zullen blijken te luisteren. Tegelijkertijd hopen wij, dat er ook in de kringen van de socialistische beweging velen zullen zijn, die zich de beschouwingen van prof. Kraemer ter harte zullen nemen. Ook in de Partij van de Arbeid moet zijn woord gehoord word,en. Zij heeft het, zij het op een andere wijze, niet minder nodig dan de christelijke partijen.

Mr. van Walsum heeft in het vorige nummer gereageerd op mijn uitlating, dat wij de revolutie van Indonesië als zedelijk gerechtvaardigd moeten erkennen.

Naar mijn overtuiging legt het artikel van prof'. Kraemer een zeer hecht en principieel fundament onder deze uitlating.

Mr. van Walsum vergist zich echter, wanneer hij zegt, dat deze erkenning de revolutie betekent, dat wij tegenover het Republikeinse deel van Indonesië geen enkele verantwoordelijkheid meer zouden hebben. Het tegendeel is het geval. Wel betekent deze erkenning het begin van een geheel nieuwe verantwoordelijkheid. Waarin deze bestaat? Het artikel van prof. Kraemer geeft op deze vraag het antwoord: de zelfoverwinning. Tot die zelfoverwinning zijn wij helaas als volk nog niet gekomen. Nederland ligt in de waagschaal.

J. J. BUSKES Jr.

3k heb een auto

Wij worden een ontzettend gewichtig blad. Wij redacteuren en medewerkers, nemen problemen in hun nekvel, alsof het ons dagwerk is. Wij ontkleden ze, tonen ze in al hun naaktheid en zeggen dan wat ze waard zijn. Wij laten geen plekje onbelicht, noch van het Indonesische, noch van het Amerikaanse, noch van het Russische vraagstuk. Wij nemen er en passant een Nederlands probleempje bij als bladvulling.

Maar omdat verandering van spijs eten doet, geloof ik, dat het niet kwaad is, u iets over mijn auto te vertellen. Misschien wring ik uit mijn auto een belangrijke levensles. Want daarvoor leest u tenslotte „Tijd en Taak”.

Welnu, ik heb een auto. Hoe ik er aan gekomen ben? Volstrekt eerlijk. Maanderilang was de .aanvraag in zee en leefde ik tussen hoop en vrees. Wat zou het worden? Een glanzende lawaaimaker, die overal suggesties van hoge fooien opwekt en jaloersheid opwekt? Of zo’n hinderlijk klein ding, dat goed voor de stad is, maar te licht voor wie met arendsoog gans Nederland afspeurt?

Ik heb een tussengeval gekregen. De beslissing viel bij een heer ergens in de hoogte. Hij heef| mij goed bedacht. lets bescheiden-voornaams werd mijn deel. Daarenboven zuinig in het rijden. Een Hollander blijft Hollander, nietwaar? Ga nu opletten, lezer. De echte autorijder