is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 1, 21-09-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitschakeling?

Herhaalde malen is het probleem der uitschakeling van tussenpersonen en handelaars de laatste tijd aan de orde gekomen. Vooral het groente-conflict zo energiek door minister Mansholt opgelost heeft het aan ons volk duidelijk gemaakt, dat er een probleem ook op dit gebied bestaat. En dagelijks stoten vele mensen op dwaze situaties, waarbij tussenpersonen grote winstmarges opstrijken, zonder er een evenredige prestatie tegenover te stellen. Stond niet onlangs in de krant een verhaal over eieren, waarbij de schakels tussen kip en eiereter zo talrijk zijn, dat het de lachlust zou opwekken, indien niet onze portemonnaie al te veel te lijden had van deze gewichtige functionarissen, die in letterlijke en figuuriijke zin op de eieren zitten.

Nu moet men uit het bovenstaande niet lezen, dat wij zonder meer voorstanders zijn van uitschakeling van handelaars en andere tussenpersonen. Wij weten, dat er bepaalde economische functies zijn, waartoe een gezonde handel behoort, tot taak hebbende o.a. het plaats- en tijdsverschil te overbruggen. PZaafsverschil doordat de plaats, waarop de productie plaats vindt, meestal niet samenvalt met de plaats van consumptie. Er is een grote afstand tussen het kippenhok in Barneveld en de ontbijttafel in een Rotterdams huis en de tijd, dat de Rotterdamse huisvader op zijn fiets stapte om een eitje in Barneveld te gaan halen, is gelukkig voorbij. Tijdsverschil, doordat de tijd van productie niet behoeft samen te vallen met die van de consumptie. Denk aan de koelhuizen, die er voor zorgen, dat ook in de winter de zomerboter kan worden gegeten.

Daarnaast zijn er nog tal van nuttige taken, welke tussenpersonen en handelaars

verrichten. Denken wij b.v. even aan de service en selectie, die zij verrichten. Zo valt het probleem der uitschakeling in twee vragen uiteen:

1. Heeft de handel een functie? 2. Verricht de handel deze functie efficiënt?

Heeft de handel een functie? Zonder meer kan deze VTaag natuurlijk niet beantwoord worden. Zij is alleen maar gesteld om aan te geven, dat hier een probleem ligt, dat in elk concreet geval zal moeten worden onderzocht. Elk dogmatisch optreden te dezer zake is onverantwoordelijk tegenover de gemeenschap. Wij wijzen dus af de scherpslijperij van hen, die alle handel maar willen afschaffen, want deze mensen praten veelal maar wat, en zo zij weten, wat zij zeggen, dan zijn het vaak volksdemagogen, belust op een goedkoop succes. Er zullen steeds taken te verrichten blijven, onverschillig wie deze functies uitoefenen. Toen de groentehandel zich door staking uitschakelde, betekende dit alleen maar, dat de functie van deze handel door anderen moest worden overgenomen.

Maar wij wijzen ook af de halsstarrige en conservatieve houding van hen, die alles willen behouden, zoals het 1940 was. Zo kan in bepaalde gevallen een functie ophouden te bestaan.

Het gaat er ons voornamelijk om, om aan te geven, dat dit alles een probleem oproept, het probleem, of een bepaalde tak van handel in stand moet worden gehouden. Laten wij er alleen dit van zeggen: handhaving is alleen gerechtvaardigd, indien de verrichtte functie nuttig is voor de gemeenschap of weer binnen afzienbare tijd nuttig kan worden.

rijke zaken, maar als het er om gaat een volk de weg te banen naar een nieuwe toekomst, verlangt men nog wel iets meer en iets anders!

Mag men deze troonrede zien als een aanwijzing, dat het zittende kabinet uitgeput raakt en zijn spankracht verloren heeft? Het is nauwelijks aan te nemen! Mogelijk hebben wij hier te doen met een tijdelijke inzinking of heel simpel met een minder gelukkige greep. Aan de Tweede Kamer de taak bij het begrotingsdebat het kabinet tot meer inspirerende uitingen te stimuleren! Er zijn naar aanleiding van de troonrede persstemmen geweest, die met een beroep op de haast bovenmenselijke Tiaak, waarvoor de regering zich gesteld ziet, betoogden, dat het tijd wordt het zittende tweepartijen-kabinet te vervangen door of uit te breiden tot een nationaal kabinet. Een merkwaardige redenering! Men meent het aanwezige of alleen maar veronderstelde gebrek aan homogeniteit van het kabinet te kunnen op vangen door zijn taak te laten voortzetten door een kabinet dat op nog meer partijen berust en waarvan van tevoren vaststaat, dat het een nog groter

diversiteit van opvattingen te zal geven!

Bovendien maakt men deze grote fout, dat men over het hoofd ziet, dat een doeltreffende bestrijding van de moeilijkheden van deze tijd alleen maar mogelijk is, wanneer zij worden aangegrepen van één bepaalde visie uit. Het Indonesische vraagstuk is niet op te lossen wanneer men Logemann en Welter tot samenwerking noopt. Men moet kiezen of men een werkeiijk vrij en zelfstandig Indonesië wil of niet. Men kan geen doelbewust internationaal beleid voeren als men niet bereid is het feit te erkennen, dat de tijd voor een ouderwetse zelfstandigheids- en souvereiniteitspolitiek voorbij is en weigert daaruit de consequenties te trekken. Men kan geen behooriijk economisch beleid’ verwachten wanneer men de kool en de geit wil sparen en een cocktail maakt van geleide economie en staatsonthouding.

Het gaat er thans om de grondslagen te leggen voor de toekomstige ontv/ikkeling. • De hoofdlijnen voor de structuur van de samenleving van morgen worden thans getrokken. Een socialistische partij moet zich in haar bewegingsvrijheid beperkingen opleggen. Zij kan alleen mee blijven doen wanneer het maximum aan progressiviteit, dat de situatie toelaat, gewaarborgd is.

V. W.

I Mensen die ’t altijd heter weten

zijn meestal zij

die ’t altijd slechter doen.

H. R.

Dit laatste moet er bij, omdat er wel gevallen zijn, dat een handelaar best zou kunnen worden uitgeschakeld, omdat de verkoop toch wel lukt in deze schaarsteperiode. Maar over enkele jaren hopen wij weer terecht te komen in een tijd van relatieve overvloed. Men moet op bepaalde personen zuinig zijn, althans voor zover zij hun taak goed verrichten.

Dan is er nog een mogelijkheid, dat er sociale noodzaak bestaat om een bepaalde schakel te handhaven. Zo zijn er velen, die het bestaan van een handeldrijvende middenstand van dermate groot gewicht achten voor een gezonde samenleving, dat zij uitschakeling daarvan rampzalig zouden achten. Wij geloven niet, dat men deze zaak zo kan voorstellen, daar wij de relativiteit van een klasse, stand of rang te goed beseffen en ook uit de historie tal van voorbeelden zijn aan te geven, waarbij soortgelijke dingen werden gezegd, terwijl toch rustig een andere tijd is aangebroken. Wij laten dit nu maar verder rusten, doch constateren, dat er naast pure economische motieven, sociale overwegingen een rol kunnen spelen.

Verricht de handel deze functie efficiënt?

Deze tweede vraag is van minstens even groot belang. Want al staat het vast, dat een bepaalde functie bestaat en verricht moet worden, daarmede is nog niet gezegd, dat per se de tegenwoordige handelaars deze functie moeten verrichten. Indien b.v. de groentehandelaars menen, dat zij de consumenten wel kunnen uitbenen, omdat deze toch wel verplicht zijn bij hen te kopen, dan bewijzen zij daarmede niet, dat er geen groentehandel moet wezen, maar wel, dat zij deze functie niet behoorlijk verrichten. Er is dan geen sprake van uitschakeling van de handel, maar wel van handelaars! Dan zullen er anderen in hun plaats moeten komen, die zich weer bewust zijn van hun dienende taak. Die anderen zijn a priori niet overheidsinstanties, want het is niet aan ambtenaren gegeven handelaars te vervangen. Het is best mogelijk, dat sommige ambtenaren goede handelaars zijn (denk maar eens aan de niet zo veel besproken, maar toch wel aanwezige geslaagde regeringsaankopen), maar dit is een uitzondering. Evenzeer ais het een uitzondering is, dat een handelaar een goed ambtenaar zou kunnen zijn. (De practijk der laatste jaren bewijst dit wel heel sterk. De z.g. Rijksbureau’s worden nu eenmaal niet voor het grootste deel bevolkt door echte ambtenaren, maar door lieden, die een soort overbrugging zochten.) Het „schoenmaker hou je bij je leest” is iets, wat in deze tijd nog wel eens gezegd mag worden. De overheid heeft wel een belangrijke taak in het sociaal-economische leven, maar deze taak bestaat niet in het overnemen van particuliere taken, doch in het coördineren, controleren, stimuleren en integreren van het sociaal-economische leven.

Wat dus wel onderzocht moet worden, in elk concreet geval, is of de handelaar een bepaalde functie goed en goedkoop verricht. Want pas dan is hij nuttig voor de gemeenschap. Tegenwoordig bestaat zijn optreden vaak in het slecht en duur uitoefenen van zijn functie.

Op het gevaar af tal van fatsoenlijke en hardwerkende tussenpersonen op ons af te krijgen, vol verontwaardiging over de aantijgingen aan hun adres. En ongetwijfeld hebben ze nog gelijk ook, omdat zij nu eenmaal vallen onder de generaliserende veroordeling van de grote massa der handelaars. Als regel voor de huidige situatie