is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 1, 21-09-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het begrip naar de werkelijkheid

In een der vorige nummers schrijft Banning jover de voorstelling, die wij van de Kerk hebben. Men zou wellicht ook kunnen zeggen: het begrip. Welk begrip dan? Voor velen het instituut, dat voor je hiernamaals zorgt. Denkt niet, dat het aanwezig is of overheerst alleen bij hen, die op een zekere afstand van de Kerk leven. Er zijn al te veel trouwe kerkgangers, die de Kerk uitsluitend gebruiken voor hun persoonlijk zieleheil. En daarvoor alléén. Ik bedoel niet, dat dit veronachtzaamd moet worden. Allerminst. Maar er is toch meer dan dat. Er zijn, om maar één ding te noemen, ook nog anderen. In de Kerk namelijk. Wij bekommeren ons om hen helaas maar al te vaak bitter weinig «n dat maakt dan dat, met uitzondering van dat zieleheil, de Kerk in feite niet veel meer dan betekent voor ons dan elke willekeurige vereniging tot behartiging van eigen godsdienstige behoeften.

Voor het persoonlijk zieleheil. Ik heb ze zo vaak ontmoet, deze overigens beste, brave mensen. In het hart van Amsterdam kan de Kerk zóver uit de levens zijn weggedreven of weggeslagen! dat alleen dié flauwe herinnering nog over is. Zo, dat iemand zegt: ik hoor bij de Noorderkerk. Zonder enig verstaan van iets, dat allen omspant, waar ook in Nederland. Waar ook in de wereld. Er is dus de voorstelling, het begrip van dat zaligmakend instituut. Ingevoegd in een ander begrip: traditionele netheid. Het is merkwaardig, maar menigeen is bereid geen woord goeds voor de Kerk over te hebben, maar kom hem niet aan het „christelijke” van zijn moeder. Twijfel er niet aan, want dan is elk gesprek onmogelijk geworden» Er is het begrip van „de hulp”. Het slijt uit, maar het is er toch nog. Ergens in een lade ligt „een briefje”. Vergeeld en door de tand des tijds aangetast. Het papiertje, in kerkelijke taal „attestatie” geheten, dat een soort polis is voor een oude en slechte dag. Je kunt er altijd „het gesticht” mee in en je kinderen in het weeshuis.

Dat zijn zo een paar dingen van de buitenkant. Ook naar binnen toe is er de Kerk als begrip. Zoveel dingen leven bij duizenden hoofdzakelijk als klank. Wij mogen ons al eens verbazen, dat de klank bij duizenden anderen zelfs niet bekend is en dat het arabisch schijnt, wanneer woorden als zonde, genade, verlossing, rechtvaardigheid enz. worden genoemd en bedoeld. Wees er verzekerd van, dat de Zondagse kanselveronderstelling als zou God voor de schare een levende werkelijkheid zijn, meestentijds fout is. God is begrip. Hij is gebleven wat hij was voor het kleine kind: Onze lievé Heer. Onmiddellijk en uitsluitend betrokken op eigen leventje van goed en kwaad en liefst alleen op het goede. Want dat komt van Hem. En let eens op, rondom u heen, hoeveel grote „ mensen in alle ernst spreken over God als over onze lieve Heer.. Zij zijn in het begrip gebleven. En dus nog in de voorstelling van het kind. Zij hebben niet de wending doorgemaakt van de God van het begrip naar de God der werkelijkheid. Geestelijk staan zij en blijven zij staan vóór de puberteit. Want komt die geestelijke puberteit en zij valt toch samen met de lichamelijke clan dan gaat die wereld open. Er komt een weten en vermoeden althans van ziekte en dood, onrecht en lijden. .De God van het begrip, die alleen voor het goede en mooie zorgt.

maakt plaats voor een vreemde God, die niet begrepen wordt en tot wie men niet meer kan bidden. Ziel en leven worden dooreengeschud en als ware het fijngewreven in een vijzel. Sommigen blijven in die storm. Zij komen er niet meer uit en heel hun leven blijft een angstig zoeken zonder ooit te vinden. Anderen komen er doorheen. Zij maken de wending door van het begrip naar de realiteit. Maar het zal hun zijn als Dostojevski: „Mijn halleluja is heengegaan door een vagevuur van twijfelingen”. Anderen blijven er vóór staan. En dat zijn de meesten. Zij worden groot en oud. Ze worden montiige gemeente, maar het begrip blijft en het wordt alleen uitgebreid. De klanken nemen toe en in het leven wordt een schema ingevoegd: zonde, genade, veriossing, verzoening enzovoorts. Het blijft bij het eigen zieleheil. En waar de vrome mens gevoed wordt, daar gaat het goed.

Maar dat wil nog lang niet zeggen, dat er een besef is van een Evangelie, dat de mens raakt en allen tegelijk raakt. Dat weg-trekt uit die vrome ervaring en uit het geheimzinnig zoeken naar God. Weg uit piëtisme en mysticisme, weg uit de veiligheid. Weg uit de eigen koesteringen naar de wereld en naar de ander.

Waar de God van het begrip heerst in de harten en levens, daar kan de werkelijkheid niet worden verstaan. Daar is ook

geen phalanx, die de wereld intrekt met een getuigenis. Er is zelfs meestal geen geloof. En voor zover er een toekomst is, is er alleen die ook dat zegt Banning • van de hemel. Of daar, waar het helemaal verdraaid is, afgedraaid van het Evangelie, van de hel.

Waar het wèi is doen hemel noch hel iets. Zij zijn beide volkomen onbelangrijk geworden, omdat er een wereld is en mensen zijn. Omdat’er een toekomst is, die deze wereld herscheppen zal in het Rijk van God.

Er zijn in achterliggende jaren mensen gerukt uit de God van hun begrip naar de God der viterkelijkheid. En in de Kerk zijn er gekomen van de Kerk van het begrip naar die der werkelijkheid. Dat wil zeggen, dat de Kerk zelf uit haar dolce far niente is gestoten en weggetrokken is van het ingekeerde, contemplatieve leven voor het persoonlijk zieleheil naar de ernstige bewogenheid om de schare. Zij is deze wereld gaan ontdekken. Vahuit de toekomst, die zij heeft. En telkens, waar dat niet nog het geval is, is zij mondigonmondig, zal zij storm en drang nog dóór moeten. Zo niet, dan blijft zij tot nut van ’t algemeen, en dan kunnen op haar lezingen hoogstens abonnementen genomen worden om de lange winteravonden door te komen. Maar waar zij verstaan heeft, dat zij in deze wereld en onder moderne mensen getuige heeft te zijn van dat waarachtige leven, daar is zij Kerk, gemeenschap, phalanx en profetes.

N. G. J. VAN SCHOUWENBURG.

i>er (Prot-,

Het Centrale Ledenregister. De wereld wordt door tegenstrijdigheid bewogen of tegengehouden, organisatorisch gesproken. In het bureel van de Partij acht men (die „men” is Koos Vorrink en administratieve aanhang) er alles aan gelegen, dat de Partij over centrale gegevens beschikt. In een van zijn explosies zeide Vorrink onlangs: wij moeten hier als het ware op de knop kunnen drukken, en tipep daar springen de gegevens uit de schuilhoeken van de bakken naar voren. Wij moeten weten hoeveel Rooms-Katholieke leden wij hebben,, hoeveel „mensen van de doorbraak” wij tellen en wij moeten weten uit welke hoek onze leden stammen.

Deze waarheid van Koos Vorrink is geen waarheid van Koos alleen. Zij is ook een waarheid van en administratief gesproken voor, de Secretaris en dies voor diens bureel. Daar zwoegen de werkers een centraal register der leden voor elkaar en werken naam en adres en bijzonderheden nauwlettend bij. De tegenstrijdigheid is nu deze :• om het register bij te kunnen werken, heeft ons bureel de medewerking van alle secretarissen van de afdelingen van de P.C.W.G. nodig en deze medewerking ontbreekt bij onderscheidene lieden. Doch paf, helegans paf, stonden wij onlangs, toen wij vernamen, dat een Secretaris waarachtig niet van Lutjebroek, daar is men zo drass’g niet, de adressen ondanks herhaaldelijk gedane dringende verzoeken —• niet opzond en dit nalaten verklaren liet uit de mening, zijn geheel particularistische mening, dat deze adressen centraal niet^nodig waren. Bons, daar ligt onze activiteit, daar hgt de op de knop drukkende Koos Vorrink, daar ligt ons bureel. De Afdelingssecretaris van een gemeente, laten wij maar met A beginnen, het zou ook Z kunnen zijn, meent, dat wij geen centraal register der leden nodig hebben en laat ons schrijven en schrijven. Dat is gebeurd in de partij van de doorbraak anno 1947

Roering in Deventer. Deventer was eens de stad van de (toenmalige) Vrijzinnig-Democraat mr. H. P. Marohant. Deventer heeft nog vooruitstrevende allures en veroorlooft zich „links” te zijn. In zo’n linkse stad behoort een sterke Socialistische Democratie te bestaan en een sterke linkse stad zonder doorbraak zou te rechts-links*zijn. Geen wonder, dat men de plannen tot oprichting van een Afdeling van de P.C.W. Gein. in de P. v. d. Arbeid niet bij plannen, laat en een

heel eind op dreef is om een Afdeling te stichten. Spoedig zullen wij deze 56ste Afdeling, met complete lijst van leden, welkom kuimen heten.

Weijie onderwerpen kunnen op het Program voor de aanstaande winter prijken?

Het Bestuur van de Werkgemeenschap heeft in zijn laatste Bestuursvergadering de vraag onder de ogen gezien, welke onderwerpen onze afdelingen het komende jaar zouden kunnen behandelen. Het bestuur kwam tot de volgende „aanbeveling”, waarbij de volgorde door de leden te bepalen valt: 1. Het vraagstuk van de Zondagsheiliging. (Dit in verband met het probleem van het al of niet op Zon- en Christelijke feestdagen vergaderen van de Partij en hare instanties). Hieromtrent zullen de afdelingen nog nader ingelicht worden. 2. Het vraagstuk van de regeling van de radio, (wij denken hierbij aan de Nationale Omroep, de censuur, enz.).

3. Het vraagstuk van de Vakbeweging, (daarbij gaat het voornamelijk over het probleem confessionele organisatie of niet).

4. Het vraagstuk van het Onderwijs, (hierbij wordt gedacht aan de vernieuwing van het onderwijs, doch ook aan de uitwerking van de pacificatie. Het Bestuur zou het toejuichen als de afdelingen deze vraagstukken op de agenda plaatsen en het secretariaat, ook wat dit betreft, op de hoogte hielden.

Agenda van de afdelingen. In deze rubriek is het precies als bij de advertenties: U hoort hier te staan! Wij hebben niets anders te melden dan het éne: als u sohriftelijk of telephonisch (K 3402-3114) zorgt, dat ons bureel uiterlijk Vrijdag weet, hetgeen in deze rubriek opgenomen moet worden, zal het opgenomen worden. U telephoneert en wij doen de rest. 1

Zaterdag 18 October bijeenko-mst van het kader. Willen onze afdelingen zorgen, dat zij zich klaar maken om Zaterdag 18 October 1947 aanwezig te zijn op de vergadering van het kader. Deze vergadering wordt gehouden te Utrecht (kleine gebouw „Leeuwenbergh” Servaes Bolwerk, aanvangende 14 uur). Daar kunnen de huishoudelijke problemen van onze afdelingen besproken worden en de moeilijkheden onder de ogen worden gezien. Indien men eerst de afdelingen, mede tot het beperken