is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 3, 11-10-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lord Russell en de atoombom

Onlangs hegft Bertrand Russell tegenwoordig Lord Russell in Amsterdam en Den Haag een lezing gehouden over „Internationaal Bestuur en de toekomst der Mensheid, in verband met de ontwikkeling van de atoomenergie”. Hij hield deze lezing voor de „New Commonwealth”- organisatie, die zich ten doel stelt „de bevordering van een internationale rechtsorde door een Hof voor Belangengeschillen en een Internationale Politiemacht”, twee dingen, die inderdaad gelijkelijk onmisbaar zijn voor het in het leven roepen van een vredestoestand, die niet verstart in allerlei onrecht, en die werkelijk de zekerheid biedt, dat wat recht is, ook gehandhaafd zal worden. De ontmoeting met Russell en zijp denkbeelden, heeft ons nog weer eens versterkt in de twijfel, of daaraan niet ook iets over de inhoud van die rechtsorde op sociaal-economisch terrein moet worden toegevoegd. Het lijkt ons een vraag, die wij ook als socialist aan de socialist Russell mogen en moeten stellen. Russell heeft een reputatie in ons land; reeds onze ouders dweepten met deze socialist, pacifist en minnaar van schoonheid; en als een nuchter en helder filosoof en socioloog heeft hij velen – gepakt, die zich vermoeid van „gründliche” maar duistere Duitse en ontmoedigd van speelse Franse studies hadden afgewend.

En nu stonden wij oog In oog met deze vriendelijke oude heer, ondanks zijn 75 jaren en spierwitte haar nog volkomen „fit” en sprankelend van geest, alzijdig geïnteresseerd en met een gulle, bijna kinderlijke lach. En in een enkel gesprek bevestigen zijn opmerkingen over het bezettingsregime in Duitsland „beschamend” over de mode-filosofie van Sartre „humbug, over 150 jaar totaal vergeten” en over Indonesië, de eerste indruk: een wijs man met een levendige geest, met een jong hart en een goed • mens.

Russells boodschap.

-*Voor wie hem als pacifist herinnerde, kwam Russell , met een merkwaardige boodschap, die als wij het eens heel kort, en dus onbillijk, mogen samenvatten luidde: „liever een preventieve oorlog dan een politiek van „laat-maarlopen”. Met zijn pleidooi voor een „wereldregering” bleef hij geheel in zijn oude lijn: een oude droom van algemeen wereldbestuur in de Volkenbond van Genève bijna gelukt maar door de grote-mogendhedenpolitiek en de halfhartigheid der kleinen krachteloos gemaakt; de mislukking hiervan, erkend in de gehandhaafde souvereiniteit der „Grote Vijf” van de U.N.O. met hun vetorecht; terwijl deze wereldregering dringender dan ooit tevoren in de geschiedenis gevormd moet worden, omdat de mensheid zodra het atoomwapen niet meer in handen is van één macht onmiddellijk voor de keus staat van: óf dit havenstaatse gezag, óf de vernietiging van een groot deel van het het menselijk geslacht; het gaat trouwens niet alleen om het atoomwapefl, maar om een gehele reeks van wapenen met een uiterst vernietigende werking.

Alngstwekkend reëel worden dan uitgewerkt de mogelijkheden:

1. een soort atoom-Pearl-Harbour, dat wil zeggen een aantal agenten van een buitenlandse mogendheid plaatst b.v. in de dertig grootste steden van Amerika in

een bagagebewaarplaats of in een particulier huis, koffertjes, atoombommen bevattende, die na zoveel uur of zoveel dagen, maar in ieder geval op dezelfde dag, ontploffen en deze steden voor 90% en de bevolking zeker voor meer dan de helft vernietigen.

2. een meer regelmatig uitbrekende oorlog, waarbij West-Europa door de Russen bezet wordt (Engeland misschien uitgezonderd, maar dit wordt dan van het vasteland uit tot een eiland vol puinhopen geschoten) en dan door de Amerikanen „heroverd” met behulp van atoombommen e.d. en „verdedigd” door een Russische „verschroeide aarde”-tactiek; zou deze oorlog niet in de onbetwiste wereldheerschappij van Rusland of Amerika eindigen, dan zou een vierde oorlog over wereldheerschappij of verniètiging van deze twee kolossen beslissen.

Volkomen logisch volgde het betoog: aangezien er geen enkel geschilpunt tussen welke landen dan ook is, dat een dergelijke vernietiging van een groot deel der mensheid waard is, is het dus redelijk, dat wij reeds vóór een derde wereldoorlog zou kunnen uitbreken, een wereldregering in het leven roepen, om dit te verhinderen; althans een gezag over de gevaarlijkste wapens, die niet meer in handen van souvereine staten mogen blijven. Een eerste stap op deze weg was het plan van Lilienthal, tiat met aanvullingen van Baruch, door de Verenigde Staten in de U.N.O. is voorgesteld, om de gehele winning en verwerking van uranium (die voor de atoomsplitsing onmisbaar is) in handen van een van de regeringen onafhankelijk internationaal lichaam te stellen. Hierdoor zou een „atoom-Pearl-Harbour” onmogelijk worden nog niet een oorlog om de beschikking over de aldus geïnternationaliseerde uranium te krijgen en zou een begin gemaakt zijn met een internationale bewapeningscontróle, die angst en wantrouwen tussen de volken voldoende zou kunnen wegnemen, om steen voor steen de verdere onderdelen van een wereldregering op te bouwen.

Daar nu het plan Lilienthal-Baruch in de Veiligheidsraad algemeen werd aanvaard, behalve door de Sowjet-Unie, die zich op het reactionnaire motief van de souvereiniteit beriep, achtte Russell oorlog op den duur onvermijdelijk, tenzij het mogelijk zou zijn door politieke druk van alle overige landen. Rusland van houding te doen veranderen. En de enige kans om anders een vergaande vernietiging van de mensheid te voorkomen, zou zijn, een oorlog te forceren, vóórdat de Russen ook atoombommen zouden hebben, binnen luttele jaren dus; de eis van internationale contróle op de atoom-energie zou een ultimatum waard zijn. Als men zich sceptisch zou tonen of zonder partij te kiezen zich aan het oorlogsgevaar zou willen onttrekken kan Russell dit alleen maar zien als een weigering om scherp te denken en een zich laten meeslepen in een „godsdienstoorlog tussen communisme en kapitalisme”, waarbij de ongunstigste uitslag toch altijd nog beter is dan de vernieti-

ging van de mensheid. Men zou deze lijn echter niet mogen kiezen uit angst, maar vooral met de hoop op de geweldige vooruitzichten, die de mensheid zouden worden geopend door het goede gebruik van de atoom-energie, het binnen een halve generatie wegnemen van alle zorgen voor honger en gebrek.

Kan het nog?

Tot zover Russell, een betoog zo logisch en redelijk, dat er geen gpeld tussen te krijgen schijnt. En toch..., en toch... is er aanleiding voor een practische en een principiële bedenking.

De practische is, dat Russell hoopt, dat de Sowjet-Unie onder de druk der gehele wereld wel zou toegeven en het Amerikaanse atoomplan zou aanvaarden, maar dat deze kans niet zeer groot is:

le. omdat het volstrekt in strijd zou zijn met het communistische „geloof”, dat juist van de volstrekte tegenstelling tussen kapitalisme en communisme uitgaat, als van een tussen Goed en Kwaad; juist een samenspanning van de gehele wereld tegenover „het socialistische vaderland” zal alles wat ook maar enigszins deel heeft aan de Sowjet-Unie binnen en buiten haar landsgrenzen verstekken dat het hier om de eindstrijd tussen goed en kwaad gaat. Rusland en de communisten zullen dus niet capituleren, maar de oorlog en burgeroorlog overal tot het uiterste strijden.

2e. omdat het een illusie is, dat alle volken bereid zouden zijn de Amerikaanse leiding tegenover Rusland te volgen, al zou het punt van geschil ook de redelijkheid zelve van het plan-Lilienthal zijn. Want meer dan twee jaar na Hitlers val is het aan de volken wel duidelijk geworden, hoe weinig de leuzen in de geallieerde vaandels van vrijdom van vrees en gebrek en zelfs van vrijheid van godsdienst en het woord door de leidende geallieerden zelf ernstig zijn genomen; en hoe volstrekt planloos met name Engeland en Amerika tegenover de wereldheerschappij in de Oude Wereld stonden behalve op het punt van hun eigen nationale macht. Het is noch van China, noch van Z.0.-Azië, noch van de Arabische landen en nog minder van het Europese vasteland te verwachten, dat zij de eerste kern van de wereldregering onder Amerikaanse leiding want dat zou een gemeenschappelijk op de knieën brengen van de Sowjet-Unie tevens betekenen ■— met geestdrift zouden begroeten; noch minder van Europa, omdat het hiermee het risico van zijn volledige vernietiging zou moeten nemen.

Lord Russell kan dus wel hopen op een in theorie juiste oplossing door middel van een politiek eenheidsfront tegen Rusland, noch het eenheidsfront zelf, noch het zonder oorlog toegeven van Rusland is meer waarschijnlijk; twee jaar geleden zou het misschien anders zijn geweest; nu zijn de volken wijzer en wantrouwiger geworden.

Mag het reeds?

Naast deze practische bedenkingen kunnen wij nog een principiële van geheel andere aard stellen. Als christen-socialisten moeten wij die zelfs stellen. Die van ons geloof.

Het Evangelie leert ons: „Zoekt eerst het Koninkrijk der Hemelen en Zijn gerechtigheid, en al het andere zal U worden toegeworpen”. En toen Christus in de woestijn de macht over alle koninkrijken der wereld werd aangeboden, antwoordde hij: „Ga weg van mij, satan”.

W. VERKADE.

POLITIEK OP EEN SIGARENBANDJE ~ Trouw” product van ~Hofnar”