is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 4, 18-10-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog méér gedaan moet worden; dat de drankcultus van de reclame af tot de aristocratische gezelligheid rond een champagneglas toe moet worden teruggedrongen. Door allen, die haar dóór hebben, en die zich niet laten fascineren door de schittering van het ogenblik, maar die de onderstroom van leed met het hart kennen.

Intussen: waarom geldt dit niet meer voor mijn vriend? En voor zoveel anderen als hij? Ik neem aan, dat het een leeftijdsverschijnsel is. Mijn vader heeft de paedagogische wijsheid gehad mij als jongen van 14 jaar, toen ik in de blauwe beweging kwam, een lijst van handtekeningen te laten zien, waarop zes namen stonden van jonge mannen, die zich tot de geheelonthouding verbonden. Hij was de enige, die woord gehouden had. Dat is bijkans 30 jaar geleden geweest.

Maar het is ook iets anders. Het is een teken van de verkeerde doorbraak. Veel meer mensen, dan men zou denken, zijn in de oorlog ergens doorgebroken. Juist ook op het gebied van de levensgewoonten. Het nieuwe kreeg vlak na de oorlog zijn grote aantrekkelijkheid. Men zocht naar wijder verbanden, ook in het persoonlijk leven. Men voelde al te spoedig knellingen. En men rebelleerde er tegen. Wanneer nu de geheelonthouding enkel levensgewoonte is geworden, dan kè,n het ogenblik komen, waarop in de zuiging van ’t nieuwe deze gev/oonte verlaten wordt. Het zal het gemakkelijkst voorkomen bij hen, die te weinig fantasie hebben om de grote doorbraak naar nieuwe gebieden met wijde vergezichten te volbrengen, en nu doorbreken door de borrel niet af te slaan. Maar het komt óók voor onder hen, die de doorbraak in ’t groot wèl zien, en nu, vanwege het nieuwe vergezicht, de oude plichten vergeten.

Hiertegenover heeft de drankbestrijdersbeweging een moeilijke taak. Zij zal, om te beginnen, dit verschijnsel zonder geprikkeldheid moeten ontleden. Er is geen naargeestiger mensensoort, dan dat zijn verlies niet kan nemen. Zij zal zich verder want ook zij staat in de grote crisis van dit uur met grote intensiteit moeten afvragen, of niet nóg meer de innerlijke samenhang tussen levensovertuiging en gewoontevorming aan het licht moet worden gebracht. Zij zal in deze overgangstijd haar getrouwen trouwzijn is óók een kwaliteit! tot nieuwe bezinning moeten leiden. Zij zal moeten weten, dat thans haar rol die van wachteres is. Zij is in ons volksleven gesteld, om te waarschuwen. Zij weet, dat, indien de veralcoholisering onzer cultuur verder schrijdt, de gevolgen niet uit zullen blijven. Daarom is er ook geen spoor van verzaking te vinden onder hen, die deze beweging bewust leiden en dragen. Zij zal de reservedijk moeten zijn, die dienst doet als straks mede door die. vreemde doorbraak de dijken, die in ons volksleven nu nog rondom het alcoholisme liggen, doorgebroken zijn.

L. H. RUITENBERG,

„De geloofsbasis van het Centrum (Duitse R.K. 'partij gedurende het 2e Keizerrijk) maakte het mogelijk voor deze partij om zijn politiek te wijzigen zonder zijn aanhangers te verliezen en zo Duitsland te wennen aan een autoritair gezag."

uit prof. R. Pascal: The gro'ioth of modern Germany.

J * • 11 l De noodvoorziening voor de ouden van da^en

In zijn mooie boekje „De arbeider in de nieuwe samenleving” zegt Prof. De Gaay Fortman aan het slot, dat de rechtsorde van de arbeid een geestelijk fundament moet hebben. Voor hem is dat geestelijk fundament treffend juist aangegeven door Talma.

Op een Zondagmiddag sprak Domela Nieuwenhuis in Middelburg, waar Talma predikant was. Talma kwam in debat. Hij moest dat echter afbreken, omdat hij om zes uur preken moest. Daarom nodigde hij allen, die ter vergadering aanwezig waren, uit, ’s avonds in de kerk te komen. Talma koos als tekst Jesaja 13 : 12: „Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud en een mens dan fijn goud van Ofir”. Zijn preek was getuigenis tegen de bestaande economische verhoudingen en hen, die deze verdedigden, omdat door die verhoudingen het menselijke in de mens bedreigd werd.

Een mens kostbaarder dan goud. Aan dit woord moest ik denken, toen ik in „Het Vrije Volk” het verslag las van de grote vergadering in Den Haag op 1 October, waarin Drees gehuldigd werd, nu zijn noodvoorziening voor de ouden van dagen in werking trad. Er is inderdaad reden tot grote dankbaarheid, dat in deze moeilijke tijd van tegenslagen en teleurstellingen dit resultaat bereikt werd.

In „Paraat” heeft Drees zelf over de noodvoorziening een artikel geschreven. Hij heeft het, zo zegt hij, altijd als twee van de grootste euvelen in deze maatschappij gevoeld: de werkloosheid en de onverzorgde oude dag. Daarom was het hem een diepe voldoening er toe te hebben kunnen bijdragen, dat het probleem van de zorg voor de oude dag een stap nader tot zijn oplos-

sing is gekomen. De bedragen, die uitgekeerd worden zijn nog sober, maar een stroom van brieven getuigde van ’t gevoel van bevrijding, dat het verkrijgen van een eigen recht op een inkomentje aan tal van ouden van dagen verschaft.

Een mens kostbaarder dan goud.

Dat geldt ook voor onze ouden van dagen en voor alle socialisten is het een vreugde, dat nu een jarenlange schuld is ingelost tegenover hen, die hun leven lang voor de gemeenschap gewerkt hebben en die daarom recht hebben op hulp van die gemeenschap, zodat zij ook aan het einde van hun leven menswaardig kunnen bestaan.

De voorzitter der vergadering zei terecht: Hier werd een gebouw opgetrokken op een fundament van naastenliefde en gerechtigheid, het fundament van iedere democratisch-socialistische maatschappij.

Een mijlpaal in onze strijd voor de nieuwe maatschappij. Want wij moeten verder. Drees zei in de vergadering: „Al kunnen wij in de tegenwoordige omstandigheden geen algeheel socialistische maatschappij opbouwen, wij kunnen blijven voortgaan in socialistische richting. Tegelijkertijd wees hij er op, hoe noodzakelijk het is, dat wij het vertrouwen van de meerderheid van ons volk winnen. Op de maatschappelijke hervorming moet immers de maatschappelijke vernieuwing volgen”.

Een mens dierbaarder dan goud.

JAN BREUGHELDE OUDE, HEUVELACHTIG LANDSCHAP MET POEREN EN WAGENS (Rijksmusetm Tuenthe)

Deze overtuiging moge voor allen een prikkeel en waarborg zijn voor de totstandkoming van een blijvende voorziening, die heel ons volk bevrijdt van de vrees voor een onverzorgde oude dag.

De eerste October was een blijde dag voor onze ouden van dagen, voor onze Drees en heel onze socialistische beweging.

J. J. BUSKES Jr.